De prehistorie in het kort

Door Nas gepubliceerd op Friday 28 September 12:10

Een zeer beknopte weergave van de prehistorie.

Klimaat tijdens de ijstijden en de tussentijden in West-Europa en Noord-Afrika
(vanaf ca 1 miljoen jaar geleden)

• Geen vaste bewoning
• Ten zuiden v/d ijskap: toendra (eland, mammoet, rendier, beer, bizon, gans,…)
• Telkens klimaat verbeterde, veranderde de toendra in steppe en bos
• In tropische periodes: leeuw, tijger, olifant, neushoorn
• Tijdens koude periode: ijskappen hielden veel water vast. Zeespiegel daalde
• Landbruggen of nauwe zeestraten  makkelijke verspreiding
Amerika werd bevolkt via de Beringstraat
• In Afrika: geen ijstijden, maar bossen met geregeld veel regen
Als het warmer werd  gebied droogde uit, bossen verdwenen en woestijnen ontstonden

Levenswijze v/d prehistorische mensen

Voeding:
Vroegste mens (zwerver): vruchtenpluk, jacht, visvangst

HOMO erectus: werktuig; vuistbijlen voor de jacht (doden van dieren en dieren opensnijden)

30000 vC: lange afstandswapens (speer, harpoen, pijl en boog) en de mens jaagt in groep
drijft kudden naar afgronden, moerassen of gegraven valkuilen (bewijs: vondsten van grote hoeveelheden geraamten)

Woning:
• Natuurlijk hol (meest gebruikt)
• Windscherm (halve cirkel van takkenbossen, bedekt met riet of boomschors)
• Tenten van dierenhuiden)

Kleding
Uit natuurlijke materialen (dierenhuiden, draden van gekauwde pezen)
Rol: ifv klimaat, religieus, esthetisch

Samenleving
• Gem leeftijd: 30
• Grote kindersterfte (½ v/d kinderen bereikt 21 jaar)
• Groepen van gem 30 mensen
• Kinderen werden tot 3- 4 jaar gezoogd

 

 

 

Godsdienst en cultuur
Vanaf neandertalers: sporen van geloof in leven na de dood  zorg voor begrafenis, dode kreeg gebruiksvoorwerpen mee, bloemenkransen

Vanaf cro-magnon: grotschilderingen, beeldjes, versieringen op werktuigen

Mensenfiguren werden vervormd (dikke dijen en borsten)  vruchtbaarheidssymbool: Venus
Mannenfiguren (zeldzaam) zijn meestal onhandig uitgebeeld en soms half dierlijk

Mineraalgruis: kleurstoffen, gebruikt bij grotschilderingen (vermengd met water of speeksel)

Gebruik van 3 kleuren: zwart, rode oker, gele oker (daaruit verschillende tinten)

Gebruikte schildertechnieken:
• met vinger of houtskool
• blazen door een pijpje
• spugen en werken met sjablonen (bv. de hand)

Prehistorische grot van Lascaux (sixtijnse kapel v/d prehistorie)

Ontdekking
• Ontdekt door Marsal, Agniel, Goencas en Ravidat in 1940
• In Montignac
• Toevallig ontdekt
• Dierentekeningen in zeer goede staat  bijna driedimensionaal
• Marsal en Agniel: gidsen in Lascaux

Problemen
Door de vele toeristen  tekeningen raakten aangetast
 Maatregelen: luchtbuis, zwakke verlichting

maladie verte: ontwikkeling algen rond tekeningen (werd verwijderd)
maladie blanche: witte kalkpuntjes, die tekeningen zouden doen vervagen

In 1963: grot werd gesloten
Jaren ’70: reconstructie van Lascaux (foto’s)  Lascaux 2 (90% v/d schilderingen)

Steekkaart
Hoe komt het dat de schilderingen intact zijn gebleven?
Overhangend deel bij de ingang is ingestort  Laag klei over puin: grot hermetische afgesloten  Geen lucht en geen water  geen kalkafzetting

Wat wordt afgebeeld in Lascuax?
• Vooral dieren uit de prehistorie ((oeros, paard, hert, bizon, steenbok)
• Geen landschapskenmerken
• Schikking v/d schilderingen: chaotisch  eerder ritueel dan verhaal
• Veronderstelling: op bepaald moment werden de schilderingen als ‘af’ beschouwd
 Dit is te zien aan de tekeningen op grote hoogte, hier hadden ze een stelling voor nodig, die als de tekening af was, werd afgebroken

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.