Nlp en Stotteren - Ontstaan van stotteren (bij kinderen)

Door Renerobben71 gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Het ontstaan van stotteren (bij kinderen).

Als baby maak je al gebruik van vijf basisklanken om de wereld mee te delen wat er aan de hand is. Je kunt niet voor jezelf zorgen en je bent helemaal overgeleverd aan hen die voor je horen te zorgen.

Na de geboorte van mijn zoontje ben ik daar op gaan letten en we hadden dus ook meestal wel heel goed door waar hij behoefte aan had. Door met aandacht te luisteren naar de geluiden die hij maakte en te letten op hoe hij reageerde op onze reactie, wisten we heel goed wanneer hij honger had of wanneer hij het koud had, of gewoon aandacht wilde.

Aansluitend aan die periode kwam het moment waar hij steeds meer een eigen taaltje aan het ontwikkelen was. Voor buitenstaanders was het nog steeds gebrabbel, maar wij herkenden de klanken die hij voor specifieke dingen gebruikte. Al heel vroeg is het brein dus bezig betekenis te koppelen aan klanken. De basis van taal.

Taal is niets anders dan klanken met een bepaalde betekenis.

Iedereen kan klanken maken die geen verdere specifieke betekenis hebben. Het bijzondere is dat stotteraars dit ook kunnen zonder stotteren.

Een stotteraar die tijdens een sessie beweerd dat hij moeite heeft met de letter “K”, kan zonder moeite deze klank produceren na de instructie betekenisloos een serie klanken te maken. Het lukt die stotteraar niet om te stotteren tijdens het uitkramen van wartaal.

Wartaal heeft geen structuur en het volgt dus ook niet een specifiek patroon dat zegt hoe het zou moeten klinken. Hierdoor is er ook geen reden om ook maar iets van het stottergedrag te activeren.

Bij het Nederlands horen specifieke klanken. Hierdoor kun je horen of iemand het Nederlands als eerste of als tweede taal heeft. Zelfs de regio waarin iemand opgroeit, is bepalend voor de variatie in de basisklanken. De zachte “G” van iemand uit Limburg is niet het resultaat van zijn of haar DNA. Het is aangeleerd gedrag die klank op die specifieke manier te laten klinken, terwijl het dezelfde betekenis heeft als in de rest van Nederland, of zelfs daarbuiten.

Terwijl mijn zoontje aan het opgroeien is hoor ik hoe hij steeds meer de juiste klanken produceert. Een van zijn eerste voor ons als Nederlands herkenbare woordjes was: “Bal”. Toch duurde het een tijdje voor hij het helemaal onder knie had. En dat is waar het allemaal zo interessant word.

Het gebrabbel, die mix van allerlei klanken, gaat zonder moeite. Toch merkten we dat wanneer hij bezig was met het woordje “Bal” er veel meer nadruk op werd gelegd. Een cruciaal moment waar je je kind op de juiste manier de gewenste richting instuurt.

We leren taal door het te horen.

Terwijl ik dit schrijf is mijn zoontje 2,5. Hij heeft er nu een handje van om de “Gooise R” te gebruiken. Dat leert hij niet van mijn vriendin en zeker niet van mij. Waarschijnlijk heeft hij dit opgepikt van een meisje dat bij hem op de crèche zit.

Willekeurige klanken produceren is geen uitdaging. De uitdaging zit hem veel meer in het zogenaamd correct produceren van klanken. Het is op dat punt waar de basis van stotteren gelegd kan worden.
Kinderen worden continue gecorrigeerd en weten op den duur dus heel goed wanneer ze iets verkeerd doen. Dit staat los van het feit of ze daadwerkelijk iets verkeerd doen. Maar ze (her)kennen die variant van specifieke aandacht heel goed. Als deze vorm van aandacht naar hun ontwikkeling van klanken produceren gaat, dan ontstaat daar dus ook het idee in hun wereldje dat ze het niet goed doen. Ze zijn nog te jong om de correcties juist te relativeren. Terwijl hun nog zo jong en flexibel brein bezig is de kunst te leren van het zogenaamd juist produceren van klanken via een omvangrijk proces van aansturen van spieren, ligt het erg voor de hand dat het niet meteen goed gaat.

Denk aan de eerste stapjes van een baby. Letterlijk door vallen en opstaan en opnieuw proberen leert het hoe spieren op de juiste manier gestuurd moeten worden om de balans te houden.

Lopen is niets anders dan gecontroleerd voorover vallen.

Daar waar de ouders of verzorgers bekend zijn met het fenomeen stotteren zal de moeite die het kind heeft tijdens het leren van klanken vormen gezien worden als een vorm van stotteren. Ook als ouders en verzorgers geen weet hebben van stotteren, maar ook niet weten hoe het kind op de juiste manier te corrigeren (effectief helpen), zal elke fout in dat leerproces opgeslagen worden als de manier waarop het brein het in de toekomst zal doen. Naarmate een kind ouder wordt is het zich steeds meer bewust van wat het aan het doen is en dus ook wat het volgens zijn of haar omgeving goed of niet goed (genoeg) doet.

Als er op een specifieke manier aandacht wordt gegeven aan het leren spreken van het kind, dan zal dat kind zich er ook op die specifieke manier bewust van worden.

“Nee, dat zeg je verkeerd. Je hoort het zo te zeggen!”

Een jong kind is na deze instructie niet instaat om het te relativeren en bijvoorbeeld iets te denken als:
“Oh ja, je hebt gelijk. Laat ik het zo eens proberen.”

Het kind zal de instructie met negatieve suggesties heel letterlijk opvatten en zich net zo gecorrigeerd voelen als wanneer het bijvoorbeeld met de vingertjes aan de dure TV zit. Het is zich niet bewust van hoe het wel te doen, maar wel heel bewust van dat het iets (weer) verkeerd doet.

Er vindt geen adequate correctie plaats. Het kind hoort niet hoe een bepaald woord wel hoort te klinken. Het krijgt niet de kans dat op een ontspannen en relaxte manier te leren. Des te langer deze onjuiste correctie de ruimte heeft, des te meer groeit het beseft dat het tijdens het spreken iets verkeerd doet.

Het brein krijgt niet de ruimte te spelen en te experimenteren met de klanken om zelf de juiste of meest acceptabele manier te ontdekken. Wat het kind wel leert is dat het iets niet goed doet.
Naarmate het kind ouder wordt en de juiste correcties niet hebben plaatsgevonden zal de verstoring in de klankvorming nog steeds aanwezig zijn en dus ook hoorbaar voor anderen. Vooral andere kinderen kunnen hier zonder enige remming op reageren en zelfs dingen roepen als:
“Jij praat raar!”

Zodra het kind zich bewust wordt van dat het blijkbaar anders is dan andere kinderen dan zal het brein die overtuiging gebruiken als referentie bij elk moment waar het kind spreekt.

Wij mensen kunnen allemaal wel heel stoer doen en zeggen dat we allemaal individuen zijn, maar we blijven roedeldieren en een groot deel van onze gevoelstoestand laten we afhangen van hoe we in de groep liggen en geaccepteerd worden door anderen.

Onderschat als oudere ten opzichte van kinderen nooit de impact die jouw taalgebruik heeft op de interne werkelijkheid van een kind.

In een ander artikel wil ik graag aandacht besteden aan het juist corrigeren van de klankvorming bij kinderen om erger te voorkomen.

De flexibiliteit van ons brein maakt het mogelijk om naast de verstoorde klankvorming alsnog de juiste aan te leren. Veel stotteraars zijn dan ook instaat om in de ene situatie vloeiend te spreken, terwijl ze bij het bestellen van een glas cola de grootste moeite hebben.

Ik ken ook stotteraars die wanneer ze alleen zijn moeite hebben met bepaalde klanken. Hier kunnen we spreken van een verstoring in de neurologie die nooit op de juiste manier gecorrigeerd is. Met aandacht voor die specifieke klank is ook dat te verhelpen.
 

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Hallo Moytie,
Mooi om te lezen dat het je zoon gelukt is het stotteren achter zich te laten. In het geval van zijn zenuwachtigheid is het misschien een idee om uit te zoeken "hoe" hij zich steeds zo zenuwachtig maakt, i.p.v. het "waarom". We kunnen hier eens over mailen als je dat wilt.
Hallo Mereltje,
Dank voor het compliment!
Goed artikel
Heel mooi geschreven...!
Mijn zoon (heel nerveus en gevoelig) heeft ook gestottert tot zijn twaalfe.
Nu, gaat het maar hij bijt zijn nagels en is steeds zenuwachtig.