Kenniseconomie nijmegen

Door Jopvanr gepubliceerd op Friday 28 September 12:07

Voor mijn Praktische Opdracht van Aardrijkskunde ben ik gaan kijken naar de kennisconcentratie in Nijmegen. De oude situatie heb ik met de nieuwe situatie vergeleken. Tenslotte heb ik daar een conclusie uitgetrokken.

Inleiding:

Ik had het met mijn leraar over welk onderwerp ik zou kiezen. Toen hij vertelde over de kenniseconomie hier in Nijmegen van de universiteit, het ziekenhuis en kleine startende ondernemers trok dat wel mijn aandacht, en omdat daar ook wat economische zaken bij komen kijken sprak dit mij aan. Omdat het ook nog zo dichtbij is besloot ik me hier iets meer in te gaan verdiepen en hier mijn Praktische Opdracht over te gaan doen.

Ik ga dus kijken naar de kenniseconomie op het universiteitsterrein in Nijmegen. Mijn hoofdvraag luidt:
“Waarom blijft de kennisconcentratie in Nijmegen groeien?”
In mijn PO ga ik de oude en de nieuwe situatie met elkaar vergelijken en kijken wat de vooruitgang is.


 

Oude situatie:

Clusteronderdelen:
In 1923 wordt de Katholieke Universiteit Nijmegen opgericht met drie faculteiten: godgeleerdheid, letteren en rechten. Als in 1951 de medische faculteit ontstaat ontwikkelt de wijk Heijendaal zich tot de grootste werklocatie van de stad Nijmegen. Dit komt doordat niet veel later de eerste medische studenten toe zijn aan praktijkonderwijs. Hiervoor roept de universiteit in 1956 een academisch ziekenhuis tot leven. Het krijgt de naam St. Radboud. In 1999 verandert het St. Radboud ziekenhuis in een geheel nieuwe organisatie: Het Universitair Medisch Centrum St. Radboud.

Doel van de samenwerking:
Sinds het begin werken de universiteit en het ziekenhuis nauw samen, vooral doordat studenten van de medische faculteit van de universiteit hun praktijk deden in het ziekenhuis. Zo leerden de studenten hun vak en tegelijkertijd kwamen er in het ziekenhuis goedopgeleide studenten hun praktijk uitoefenen. Voor beiden dus een positief effect. Op het begin was de samenwerking dus vooral bedoeld als opleiding van medisch personeel. De universiteit had er op dat moment profijt van en het ziekenhuis later als de studenten bij hen een baan konden krijgen. Later werd de samenwerking ook gebruikt voor het uitwisselen van kennis. De professoren op de universiteit konden hun kennis uitwisselen met doktoren die in het ziekenhuis werkten.

 

Nieuwe situatie:

Clusteronderdelen:
In de jaren tachtig komt de ontwikkeling van de universiteit in rustig vaarwater en concentreert ze zich op de vernieuwing in onderwijs en onderzoek. Er wordt nog wel gebouwd op de campus om het onderzoek en onderwijs op hoog peil te kunnen houden. Vanaf eind jaren negentig is er sprake van een bouwgolf. Er komt onder andere een toren met laboratoria waar moleculaire levenwetenschappers naar bronnen van ziektes speuren, een totaal nieuwe bètafaculteit, een modern sportcentrum, en een nano-laboratorium waar natuur- en scheikundigen onderzoek doen.
Het kenniscentrum bestaat uit 3 onderdelen, namelijk:
• Wetenschap/onderwijscluster
• Medisch cluster
• Private cluster

 

 Tot het wetenschappelijk onderwijscluster behoren voornamelijk de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) en de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN). De HAN is er in 1996 bijgekomen ter ondersteuning van het onderwijscluster. Volgens de cijfers van 2007-2008 zaten er op dat moment 17.771 studenten op de RU. Op de HAN zaten in dat zelfde jaar 25.717 studenten (verdeelt over 2 locaties).

Tot het medisch cluster behoort vooral het Universitair Medisch Centrum St. Radboud (UMC St. Radboud). Maar tegelijkertijd behoren de medische faculteiten ook tot het medische cluster aangezien zij vaak ook stage lopen in het UMC St. Radboud en andere medische onderzoeken verrichten.

Tot het private cluster behoren de ondernemingen die gelokaliseerd zijn op het campusterrein. Belangrijk voor vernieuwing in de Healthsector is ondernemerschap in de kenniseconomie, en in het bijzonder op medisch-technologisch en bio-moleculair gebied. De onderwijsinstellingen werken mee aan deze ontwikkeling door al tijdens de studie aandacht te geven aan ondernemerschap en het vermarkten van kennis en onderzoek door middel van spin-offs. Het hoge percentage aan kleinere innovatieve starters en de aanwezigheid van een groeiend aantal hightechbedrijven met meerdere personeelsleden bewijzen dat er een goede basis is én vertrouwen bestaat in de toekomst van de Healthsector in Nijmegen. In de afgelopen jaren zijn vanuit de Nijmeegse universiteit meer dan 300 bedrijven gestart. In de komende jaren wordt een verdere groei verwacht.

Doel van samenwerking:
De samenwerking tussen deze 3 clusteronderdelen heeft meerdere doelen, voornamelijk de volgende:
- Kennisuitwisseling
- Kennisversnelling
- Concurrentievoordeel
Doordat er op het Health Valley campus terrein zich veel instellingen bevinden op hoog niveau, zoals het RU, HAN en UMC St. Radboud, kunnen zij onderling uitwisselen van specialistische kennis en ervaringen. Het uitbesteden van onderzoek en het gebruik maken van elkaars faciliteiten helpt mee aan de kennisversnelling. Omdat zij een onderzoek makkelijk aan elkander kunnen uitwisselen, kost het minder tijd en zijn ze de concurrentie voor. Dat levert dan uiteindelijk concurrentievoordeel op, met als hoogste doel een groei van hoogwaardige werkgelegenheid en versterking van de economische structuur binnen de regio.

Rol van de overheid:
De gemeente Nijmegen speelt ook een rol, enerzijds regelt zij de praktische zaken als bereikbaarheid, parkeermogelijkheden, verbeteren van het vestigingsklimaat en het communicatief neerzetten van de regio. Anderzijds heeft zij ook de verantwoordelijkheid om mensen en initiatieven samen te brengen en draagvlak te creëren voor Health Valley. Tevens gaat de Gemeente Nijmegen veel geld in de kenniseconomie pompen. Dit doet zij om de werkgelegenheid te behouden en te versterken. Speerpunt daarin is het versnellen van de ontwikkeling van de Novio Tech Campus, waar technologische bedrijven in de sectoren health en semiconductors kunnen gaan samenwerken aan productinnovaties. Ook wil het college van Burgemeester en Wethouders een impuls geven aan de vorming van een kenniscluster rond energie- en milieutechnologie in de regio.

Health Valley:
Health Valley is een bemiddelaar tussen ondernemers en wetenschappers. Deze organisatie heeft zich vernoemd naar het campusgebied “Health Valley” en feitelijk de drie voorgenoemde clusters gehuisvestigd. Health Valley helpt bedrijven en kennisinstellingen om hun ideeën te verwezenlijken. Health Valley wil in Oost-Nederland de regio ontwikkelen en een omgeving creëren waarin bedrijven en kennis- en zorginstellingen innovatief en met succes opereren. Omdat er rond de universiteit van Nijmegen een concentratie van kennisinstellingen en bedrijven in de gezondheidssector is ontstaan, bij elkaar circa 300, helpt Health Valley daar te bemiddelen tussen deze ondernemers en wetenschappers bij nieuwe initiatieven. Nijmegen noemt zich “City of Health” om de stad te promoten op dit gebied.

Werkgelegenheid in de 3 clusters:
Vanwege de omvang van het Health Valley campus is er veel werk, dit is erg gunstig voor de werkgelegenheid in de regio. De RU en het UMC St. Radboud tellen zo’n 10.000 medewerkers. Ook lopen er ruim 2.000 studenten stage op het UMC St. Radboud. De cijfers zeggen het al: “Een op de vier Nijmegenaren verdient zijn geld in de gezondheidssector.” Dit komt dus door de grootte van de medische sector in Nijmegen. Door het groeien van de Health Valley campus kunnen er ook steeds meer studenten studeren, hieronder een tabel over de groei van het aantal studenten.

De Radboud Universiteit Nijmegen Hogeschool Arnhem Nijmegen
Studentenaantallen 1997-2008

2007-2008    17.771
2006-2007    17.650
2005-2006    17.627
2004-2005    17.134
2003-2004    16.418
2002-2003    15.453
2001-2002    14.390
2000-2001    13.676
1999-2000    12.677
1998-1999    12.319
1997-1998    12.476

 

Hogeschool Arnhem Nijmegen
Studentenaantallen 2002-2008
2007-2008    15.217
2006-2007    ?
2005-2006    ?
2004-2005    ?
2003-2004    ?
2002-2003      8.750


Het aantal studenten blijft dus alsmaar stijgen, en de grootste stijging is te zien vanaf het jaar 2000 tot en met 2005. In die jaren steeg het aantal studenten het snelst. Dit komt vooral doordat in die jaren er gebouwen zijn bijgebouwd en er dus ook meer studenten konden komen studeren, maar ook omdat de studies door extra mogelijkheden aangepast konden worden waardoor nog meer studenten in Nijmegen vonden wat ze zochten. Er komen ook opmerkelijk veel Duitsers in Nijmegen studeren, mede omdat Nijmegen niet ver van de Duitse grens ligt en bekend staat vanwege het hoge niveau van de RU en zijn vele specialisaties. Sinds 1990 zijn vanuit de universiteit ruim 300 spin-offs ontstaan die nu samen zorgen voor 4000 arbeidsplaatsen.

Ontwikkeling van spin-offs:
Spin-offs zijn nieuwe, onafhankelijke bedrijven die met steun van een bestaand bedrijf door een vertrekkende werknemer zijn opgestart. Dit houdt in dat er werknemers zijn die voor zichzelf gaan beginnen, een spin-off oprichten en dan hopen door te groeien. Er is een speciale helpdesk (Mercator Incubator) op het campus terrein waar jonge ondernemers terecht kunnen voor informatie, advies, workshops, science tot business-faciliteiten voor starters, zoals huisvesting en laboratoriumruimte, onder andere in het Innovationlab. Bij Mercator Incubator staat de business development-fase van jonge kennis spin-offs voorop. Studenten en onderzoekers die ondernemer willen worden zijn afkomstig uit alle onderzoeksgebieden en studierichtingen. Zij komen met een idee, vinding, initiatief of business concept, waarvan de kansen in de markt goed bekeken moeten worden. Voor technologische start ups is extra ondersteuning beschikbaar via een samenwerkingsproject KERN (Kennis Exploitatie Radboud Nijmegen) waarin de RU, het UMC St. Radboud en Mercator Incubator participeren, samen met partners uit overheid en bedrijfsleven. Uit de afgelopen jaren zijn veel voorbeelden bekend van succesvolle spin-offs die laten zien dat kennis een sterke basis is voor innovaties en voor nieuwe ondernemersinitiatieven. Elk jaar wordt een Mercator Award, een initiatief van Mercator Incubator, uitgereikt aan jonge spin-offs bedrijven afkomstig uit de RU, het UMC St. Radboud en de HAN.

Toekomstige ontwikkeling:
De RU Nijmegen wil in de toekomst nog meer samenwerkingsrelaties aan gaan met universiteiten in binnen- en buitenland met eenzelfde hoge wetenschappelijke ambitie. Met als doel de versterking van haar wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De universiteit gaat ook door met het samenwerken met sterke niet-universitaire partners, zoals hbo-instellingen in de regio en wetenschappelijke organisaties als de Max Planck Instituten en de Fraunhofer Instituten. Daarbij wordt de diversiteit van aard en aanbod van beide partners ten volle benut. De Max Planck Instituten zijn Duitse onafhankelijke organisaties voor wetenschappelijk onderzoek. In Nederland is er maar een Max Planck Instituut (MPI), de Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek, deze bevindt zich in Nijmegen op het Health Valley campus. De Duitse Fraunhofer Instituten zijn de grootste organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek in Europa. Met andere woorden: De uitbreiding van het Health Valley campusterrein blijft doorgaan en tegelijkertijd worden er ook buiten het campus terrein contacten gelegd voor een nog groter samenwerkend netwerk.
 

Conclusie:

Na het maken van mijn PO ben ik nu veel meer te weten gekomen over dit gebied in Nijmegen en kan ik een conclusie gaan trekken.
De kwantitatieve groei is enorm. Het gebied wordt steeds voller gebouwd en er komen steeds uitgebreidere faciliteiten. Behalve dat alsmaar nieuwere mogelijkheden bijkomen worden ook de huidige flink vernieuwd, want het Health Valley campus wil natuurlijk zijn hoge niveau behouden en zijn specialisaties blijven vernieuwen. Het Health Valley campus terrein bestrijkt ruim 67 hectare en dat terrein wordt steeds groter. Ook op dit moment wordt er nog bijgebouwd.
De kwalitatieve groei is ook enorm. Alle faciliteiten die bijgebouwd worden zijn ook van hoog niveau, alleen op die manier kan er ook op hoog niveau bijvoorbeeld onderwijs gegeven worden.
Al deze informatie bij elkaar genomen en bekeken ben ik van mening dat dit kenniscluster enorm goed werkt. Van alle kanten zie ik positieve vernieuwingen plaatsvinden. Vandaar dat ik met deze PO tot de conclusie ben gekomen dat dit kenniscluster daadwerkelijk zijn vruchten afwerpt en studenten tot een hoog niveau opleidt, eventueel dan een stage plek aanbiedt op een universitair medisch centrum ziekenhuis of begeleidt met het beginnen van een eigen onderneming.

Als ik nu ga kijken naar mijn hoofdvraag “Waarom blijft de kennisconcentratie in Nijmegen groeien?”, zou je die kunnen beantwoorden door te zeggen dat veel kennis bij elkaar beter is voor bijvoorbeeld onderwijs, onderzoek, informatie-uitwisseling, enz. De paragraaf Doel van samenwerking geeft eigenlijk antwoord op mijn hoofdvraag. Door onder andere het uitbesteden van onderzoek en het gebruik maken van elkaars faciliteiten krijg je een kennisversnelling. Dit komt omdat een onderzoek nu gemakkelijker aan elkaar kan worden uitgewisseld. Zo kost het minder tijd en zijn ze de concurrentie voor. Dat levert dan een concurrentievoordeel op, met als hoogste doel een groei van hoogwaardige werkgelegenheid en versterking van de economische structuur binnen de regio.

Ik heb met veel plezier aan dit PO gewerkt, het was soms wel moeilijk aangezien het niet één onderwerp is, maar je bezig bent met drie verschillende instellingen. Dat maakt het vinden van informatie vaak moeilijker. Over het uiteindelijke resultaat ben ik zelf erg tevreden.
 


 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
heel leuk artikel