Palestrinastraat de tweede mooiste straat van Amsterdam

Door Fredvanderwal gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

"Palestrinastraat tweede mooiste straat in Amsterdam"

"Palestrinastraat tweede mooiste straat in Amsterdam" 


zaterdag 28 oktober 2006

In het boekenweekgeschenk 'In de mist van het schimmenrijk' van auteur W.F. Hermans komt de Palestrinastraat voor waar ik met mijn grootouders en tante met Uw zusje en broertje gewoond hebt van 1944 tot 1957.

Galerie Mokum Amstel 186 waar ik mijn werk exposeerde van 1967-1973 (er zal wel weer een gefrustreerde collega beweren dat ik er nooit exposeerde) was naast het huis gelegen waar W.F. Hermans na de oorlog samen woonde met een vriendin Juus Hartman, die later met de Haagse kunstschilder Theo Bitter huwde.

Ik ben opgegroeid in dezelfde buurt in Amsterdam waar Hermans zijn jeugd doorbracht en eveneens bij mensen die in de negentiende eeuw waren geboren. Mijn opa in het jaar dat Adolf Hitler werd geboren. Zijn gevoel voor cynisme deed hem dat nog wel eens anderen mede delen.

Op geen enkele manier identificeer ik mij met W.F. Hermans en al helemaal niet met zijn conservatieve opvattingen en zure commentaren op zijn linkse academiese collegae aan de Rijks Universiteit Groningen.

De Palestrinastraat, achter het concertgebouw, parallel lopend aan de van Breestraat is een heel bijzondere buurt. Bijna elk huis verschilt van het naastgelegen pand. De straat werd overschaduwd door die grote Roomse kerk aan de Jacob Obrechtstraat.
Als jongetje klom ik met mijn vriendjes eens over het smeedijzeren hek, dat nu verdwenen is en ging de donkere kerk binnen.
Al gauw joeg een woedend pastoortje ons weg. Zo ver als de handenarbeidleraar Leo M. ging om in wijwaterbakjes te spugen ben ik nooit gegaan. Wel spoorden mijn grootouders die zelf niet gelovig waren, om roomse kinderen extra te treiteren. Volgens hen hadden alle Roomsen een bos brandhout in de tuin om op een sein van het Vaticaan ketters te gaan verbranden, maar daar geloofde ik niets van.

Mijn grootouders moedigden mij aan de pispot over de schutting in de tuin leeg te kieperen over het hoofd van het buurmeisje. Ik was een gehoorzaam kind. Het was de geest van de vijftiger jaren. The dull fifties. Verzuiling.
Mijn familieleden beweerden dat die roomsen een staat in de staat wilden vormen en dat leek me een goed idee, zo lang ze omheind worden door prikkeldraad en bewaakt door humorloze, koene kalvinisten op wachttorens met machinegeweren.
Bij voorkeur door tiepes uit Rocky 6 of 7 hetzij Rambo 9.
Die meneer Simonis wachtte jaren lang in zijn bisschoppelijk paleis op het moment om de boekverbran dingen weer te starten, zeggen ze.

Ik weet dat uit betrouwbare bron. En wie vandaag boeken verbrandt, verbrandt morgen mensen. Ach wat, een deel van de roomse kerk was lange tijd gewoon een filiaal van de S.S. in sommige landen, dat weet iedereen.

De Palestrinastraat is nog niet zo lang geleden gekozen als tweede mooiste straat van Amsterdam. Onlangs kreeg ik na veel moeite het in eigen beheer uitgebrachte boekje “Honderd Jaar Palestrinastraat” in handen. Het is 84 paginas groot en ik heb het ge kopieerd om er later op terug te komen in een weblog.

De huizen waar ik in mijn jeugd heb gewoond daar is steeds weer iets bijzonders mee aan de hand. Ik ben geboren in de hoofdstraat van Renkum waar mijn biologische ouders, die ik verder niet gekend heb, een kantoorboekhandel dreven in 1942 tot zij augustus 1944 hals over kop na een anonieme waarschuwing om kwart voor vier in de nacht vluchtten voor een overvalcommando van de SD.
In de Utrechtsestraat woonden we in het pand waar nu de kunstboekhandel De Verbeelding is gevestigd en daarboven op de eerste en tweede etage heeft copywriter Fred Portegies-Zwart gewoond, die met Heere Heeresma optrok.
Heer Heere Herpes Heersema, noem ik deze dwingende persoon altijd met recht.
In één van zijn boekjes rept hij van het oplopen van een herpes. Een echte heldendaad.

De villa aan de van Oostzaanenlaan in Heemstede waar ik van 1957 – mei 1967 woonde is gebruikt als lokatie voor de Nederlandse speelfilm "Het Bittere Kruid".

In het huis Galileïplantsoen waar we van 1975-1978 woonden met onze dochters huist nu een wereldvreemde kunsthistoricus die zich specialiseert in kunst die niemand be grijpt; hij zelf ook niet en daarom kan hij daar wetenschappelijke artikelen mee vol leuteren, die zelfs onder de ogen van Gom brich komen. Kunt U nagaan wat we de maat schappij allemaal hebben geschonken; alleen al door het bewonen van bepaalde pan den. De mensen mogen me langzamerhand wel eens dankbaar zijn.

In Friesland wonen niet alleen maar domoren en drankorgels, dus over het neo-classicistiese pand Grote Buurt 63 te Garijp, waar de bekende kaffeeganger annex voorlichter van de gemeente Tietjerksteradeel woont, geen woord.
Hij is voor mij non existent. Ook zal ik het niet hebben over de Camstrawei 17, Firdgum, twee kilometer van de waddenzee en twee huizen naast een mislukte huisschilder die zich wereldberoemd kunstenaar waant, maar er weinig van bakt en daarom op de Rijks akademie door leraar Jan van Tongeren als leerling van zijn kunstenaarskruk werd geschopt. Die van Tongeren wist wel wat hij deed, die had lang wit haar, lang voordat al die Hippos er mee rond liepen.
Ja, Jan van Tongeren was allergies voor kunstzinnige krukken op krukken.
Ik vond dat genie van Firdgum, zo noemde ik die schilder uit Firdgum altijd, maar een vies, ondermaats mannetje, die er een soort van vlegelachtige niksnut als butler op na hield. Ze zaten de hele dag met van die belegen theetantes, in de tuin flikjes te eten en van die grote, bevroren Hema roze tompoezen, choco prinzen of froefroetjes.
Persoonlijk vind ik dat dekadent flikkervoer waar een echte man als Fred van der Wal van moet af blijven anders wordt hij ook nog zo’n zoon van Sodom en Gonorroe  en staat straks in een roze tutu op een homoboot te dansen in de Amsterdamse grachten.
Je kunt tegenwoordig alles verwachten van de beeldende kunstenaars.
Labiele mensen. Viespeuken ook. Hoerenlopers. Het is zonde dat ik het zeg, maar het moet toch maar eens gezegd worden…anders zegt niemand het.

Het enige dat fascineert is chaos, mislukking, moedwil en misverstand. Bakken vol ellende. En daar over moet vooral de kunst gaan, de literatuur en de popmuziek, maar vooral over goten door een pittige saus van sex, anders is het maar een dulle boel in het kunstenaars plantsoen.
'Ja, maar ook het leven moet het er pittig aan toe gaan. En niet alleen recht op en neer sex, maar ook graag slightly of heavy kinky om de moed er in te houden. Alleen zodra er te veel bloed gaat vloeien ben ik weg. Je hebt je liters niet voor niks gekregen. Zonder aangenaam tijdverdrijf voor het onderlijf is het leven te saai om los te lopen. Het moet boeiend blijven.
Daarom verveelde ik me ook dood als ik verjaardagen van de familie van mijn goed aan gepaste echtgenote moest bijwonen.
Ik val daar in slaap nog voor de Deca koffie.
De verhalen van die onbenullen: het gaat over het belang van het koningshuis, de baard van Prins Bernhard, die daarmee voor het eerst niet meer op een mof lijkt, maar meer op pappa Hemingway, de onnozele vakantietjes in bij voorkeur landen waar men Duits spreekt en in groene, loden jagersjassen en een hoedje met een gemzenveer rond loopt, voetballen en autos.
Stom vervelend dus, die middenklasse met hun konsumptiedrang.
Ze lezen niets, weten op kultureel gebied nergens van en leuteren het klokje rond onder een eindeloos durend potje bridge.
Leuk en toch gezellig, maar niet voor mij.
Ik ben een soort genie, hoorde ik laatst nog van mijn zeer goede, langzamerhand onafschei delijke web vriendin/taal kunstenares Isis Nedloni (ik wist dat niet en van de weeromstuit is Isis nu mijn Coco co-genie en eeuwige muze, want een genie kan niet alleen door het artistieke leven gaan omdat het daar ontzettend lonely at the top is volgens Randy Newman, (daar heb je vanzelfsprekend een echte vrouwelijke muze bij nodig om overeind te blijven) dus heb ik geen onzin van naas te familieleden, vooral die Haagse Hopjes, aan m’n moeie kop nodig.
Vandaar. U zult mij toch wel willen begrijpen in al mijn eenvoud? Ik zie U!

Fred van der Wal, Oldeboorn 1999. Gereviseerd 28 okt. 2006.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
amsterdam vind ik een fijne stad om uit te gaan ,om te shoppen, om typetjes te bekijken op het leidse plein maar niet om in te wonen.ik wil er nog niet begraven liggen.
hahaha, geinig stuk om te lezen als Amsterdammer uit De Pijp
ga zo door!