Pijn zonder schade

Door Lucky23 gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

In het begin kunnen pijn en pijngedrag een logisch gevolg van de weefselschade zijn. Later kan de feedback uit de omgeving de regie geheel overnemen. Pijn en pijngedrag is dus erg afhankelijk van de feedback die de patiënt uit zijn omgeving krijgt op zijn of haar gedrag op de pijn.

Pijn

 

“een onplezierige sensatie en een emotioneel gechargeerde ervaring geassocieerd met werkelijk of potentieel weefselschade of is als zulks beschreven” (I.A.S.P.) Eén van de modellen die vaak bij pijn wordt gebruikt is het “model van Loeser”. Dit model integreert de lichamelijke, psychische en sociale aspecten van pijn. Nociceptie -> Pijngewaarwording -> pijnbeleving -> pijngedrag

Nociceptie is het fysische of organische aspect van pijn. Het is een perifeer proces (buiten het centrale zenuwstelsel) waarbij beschadiging leidt tot prikkeling van de zenuwuiteinden. Nociceptie is dus het omzetten van pijnprikkels in elektrische signalen (zenuwsignalen).

Pijngewaarwording of pijnsensatie. Het centrale zenuwstelsel registreert de signalen van weefselbeschadiging. In deze fase wordt je bewust van de pijn.

Pijnbeleving, deze fase geeft het emotionele aspect van pijn weer. Hoe ervaart iemand de pijn die hij heeft. Ontstaat als gevolg op lichamelijke pijnsensatie maar ook bij bijvoorbeeld angst en/of eenzaamheid. Meerdere factoren zoals ook de omgeving hebben invloed.

Pijngedrag, dit staat voor het (non)verbale gedrag dat voort vloeit uit de pijngewaarwording en pijnbeleving. Het is dus uiteindelijk de interactie tussen de persoon met pijn en zijn omgeving.


Pijn is een subjectief gegeven. Dit betekent dat pijn voor iedereen anders is en kunnen we onderverdelen in 2 soorten. Acute en Chronische pijn.

Acute pijn,

Hierbij bestaat er een verband tussen weefselschade en het pijnsignaal. Bijvoorbeeld het stoten van de knie met daarop volgens pijn aan de knie i.v.m. een schaafwond. Een aantal eigenschappen van acute pijn zijn; een scherpe, duidelijk gelokaliseerde pijn en is kort van duur (uren tot dagen). Het wordt geleid door A-delta vezels die snel geleiden. Acute pijn heeft dus een erg betekenisvolle waarde. Het is een waarschuwing voor (dreigende) beschadiging. Als medicatie wordt in deze fase vaak een paracetamol of ubrofen ingenomen.

Chronische pijn,

er hoeft niet altijd meer een verband te bestaan tussen eventuele weefselschade en de pijn die ervaren wordt. Bij deze soort pijn kunnen een heel aantal andere factoren ook van invloed zijn op het voelen en in stand houden van de pijn. Een aantal eigenschappen van chronische pijn zijn; doffe zeurende pijn die langer dan 3 – 6 maanden aanwezig is (langer dan de verwachte hersteltijd). Deze pijn wordt door langzame C-vezels voorgeleid. Deze soort pijn verliest zijn functie als alarm en kan uiteindelijk zelfs zorgen voor het gevoeliger worden van het brein (sensitisatie). Emoties hebben een hele belangrijke relatie met het ontstaan en in stand houden van chronische pijn.

 

Respondente pijn "Pijn en pijngedrag als gevolg van een antecedent (schadelijke prikkel / voorafgaande gebeurtenis)". Wanneer pijn en pijngedrag worden gestuurd door stimuli of situatieve factoren. De reactie van een patiënt op noxische prikkels is NIET constant, het kan toenemen sensitisatie (gevoeliger worden) of afnemen (habituatie). De pijn verdwijnt vaak wanneer de weefselschade verdwijnt of wanneer de situatieve factoren veranderen. Maar als deze pijn langer blijft bestaan sta je langer bloot aan een eventueel leerproces. Het pijngedrag kan operant worden.

 

Operante pijn "Pijn en pijngedrag in stand gehouden door feedback (onder andere; gedrag) vanuit de omgeving". Hier is er spraken van een relatie tussen R en C (Respons <-> Consequentie). Pijn en pijngedrag worden gestuurd door de consequenties op dit gedrag. Als de omgeving relatief positief reageert op de pijn door bijvoorbeeld aandacht geven, zorg, belangstelling kan de pijn operant worden. Pijn en pijngedrag worden aangeleerd. “een troostende en begrijpende partner kan dus ook juist averechts werken.

 

 

Samenvattend:

In het begin kunnen pijn en pijngedrag een logisch gevolg van de weefselschade zijn. Later hoeft dit niet meer en kunnen reinforcement factoren (bekrachtende factoren uit de omgeving) de regie geheel overnemen. De wond kan genezen zijn maar het pijngedrag blijft bestaan. Het is dus erg afhankelijk van de feedback die de patiënt uit zijn omgeving krijgt op zijn of haar gedrag op de pijn.

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Pijn als een arts haarfijn uitgelegd. Duim taco