Leven met Rsi

Door SeeTekst gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Marielle heeft RSI en dat heeft een behoorlijke impact op haar dagelijks leven.

Marielle heeft RSI
‘Ik geniet nu vooral van de dingen die ik nog wel kan’

Het gaat vanzelf wel over, dacht Marielle (35) toen ze in 2000 last had kreeg van haar handen en armen. Maar haar klachten gingen niet vanzelf over. Sterker nog, de klachten werden steeds erger. ‘De knop ging bij mij pas om toen ik soep wilde eten en ik de lepel uit mijn handen liet vallen.’

‘RSI, voordat ik ermee te maken kreeg vond ik het onzin, een aandoening die tussen de oren zat. Een prachtig excuus voor mensen die gewoon geen zin hadden om te werken. Het moment dat de WAO-papieren op de deurmat vielen was voor mij dan ook echt een dieptepunt. Het voelde alsof ik gefaald had en ik wist zeker dat mensen mij vanaf dat moment met heel andere, argwanende ogen zouden bekijken. Maar de RSI zat niet tussen mijn oren! Ik kon niet meer werken, ik kon het huishouden niet meer aan. Ik kon vrijwel niks meer. Een kopje thee moest ik met twee handen vasthouden. BH’s droeg ik niet meer, omdat ik de sluiting niet vast kon maken en ik hees mezelf alleen nog maar in joggingbroeken, om ritsen te vermijden. Langzaam kwam het besef dat ik écht RSI had. Vanaf moment begon het acceptatieproces en leerde ik met heel andere ogen naar de wereld kijken.’

De eerste klachten
‘Als ik terugdenk zijn de eerste klachten begonnen in 2000. Als secretaresse werkte ik veel met de computer en ik verzorgde regelmatig mailings, waarbij je veel dezelfde handelingen met je handen doet. Ik had wel eens last van mijn handen, maar veel aandacht schonk ik daar niet aan. Gewoon even wat anders doen, dan ging het vanzelf over en kon ik weer verder met mijn werk. Ik kreeg een aangepaste muis en een ergonomisch toetsenbord en dat werkte prima. Niks aan de hand dus.
In juli 2001 gingen mijn man Wim en ik verhuizen. Ik begon enthousiast met klussen. Behang afsteken, schuren, schilderen. Ja, ik had last van mijn armen, maar dat kwam natuurlijk door het vele klussen. Na een paar dagen rust was het weer over en ik ging met goede moed aan de slag bij mijn nieuwe opdrachtgever. Vrijwel direct kreeg ik weer klachten. Ik vroeg om een muis en toetsenbord, alleen deze opdrachtgever wilde geen enkele werkplekaanpassing doen. Mijn klachten verergerden daardoor snel, maar nog altijd wilde ik niet toegeven dat er meer aan de hand was. Achteraf snap ik niet hoe ik zo mijn kop in het zand heb kunnen steken. Wim heeft zelfs een paar keer aangegeven dat ik rustiger aan moest doen en dat het wel eens RSI zou kunnen zijn. Dat schoof ik direct van tafel. Nog altijd zei ik dat er niets aan de hand was.’

Soeplepel
‘Het keerpunt kwam voor mij toen ik eind 2001 na een dagje winkelen thuis kwam. Ik had de hele middag een plastic tasje aan mijn pols laten bungelen. Toen we gingen eten en ik mijn lepel oppakte om een hapje van mijn soep te nemen, viel de lepel met dezelfde vaart zó uit mijn handen. Ik probeerde het opnieuw, maar het lukte me niet. Het was een hele rare ervaring. In gedachte pakte ik die lepel, maar mijn hand deed niet wat ik wilde. Ik ben daar enorm van geschrokken en moest toen wel toegeven dat er misschien toch meer aan de hand was. Maandagochtend zat ik dan ook direct bij de huisarts. In eerste instantie dacht hij dat ik het Carpaal Tunnel Syndroom had, waarbij een zenuw in de pols beklemd kan raken, wat ook de uitval van mijn hand kon verklaren. Ik werd doorgestuurd naar een neuroloog en al snel bleek dat dat het niet was. Maar wat was het dan wel? Ik zat in de ziektewet en het enige waar ik aan dacht was hoe ik daar zo snel mogelijk weer uit zou kunnen komen. Al na een paar dagen kwamen de muren op me af.’

RSI
‘Mijn Arbo-arts liet als eerste de term RSI vallen. RSI is een aandoening die niet door middel van onderzoek is aan te tonen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van de klachten die je hebt. Ik ben me in het ziektebeeld gaan verdiepen en het was al snel duidelijk: ik had RSI. Doordat ik mijn klachten zo lang had genegeerd, was het allemaal veel erger dan eigenlijk nodig is als je RSI-klachten ontwikkelt. Als ik direct aan de bel had getrokken, had ik de klachten ‘in toom’ kunnen houden. Maar ik ben veel te lang door blijven gaan met als resultaat dat ik mijn hele leven wel last zal blijven houden. Dat ik RSI had kon ik accepteren, maar altijd klachten, dat nooit! Ik startte met fysiotherapie en het ging daardoor ietsje beter. Zie je wel, dacht ik, het gaat wel over. Het was een gevecht met mezelf, of beter gezegd tegen mezelf. Eigenwijs als ik was wilde ik alles blijven doen. Ik wilde kostte wat kost voorkomen dat ik in de WAO terecht zou komen. Na vier maanden thuiszitten ben ik via een reïntegratie proces weer aan het werk gegaan. Het was voor korte duur. De pijn kwam onverbiddelijk terug en ik kon niet anders dan accepteren dat werken er voorlopig niet in zat. Werken ging niet, maar mijn eigen huishouden runnen, dat kon ik best… Dus stofzuigde ik het hele huis, terwijl ik al had moeten stoppen als ik de halve woonkamer had gedaan. Continu zocht ik mijn pijngrens op en ging dan telkens een stapje over die pijngrens heen. Na een periode van 2 jaar vol met reintegreren en weer thuis zitten, bleek dat het gewoon niet ging. Ik had enorm veel pijn en kon niet goed functioneren. En dus werden de WAO-papieren aangevraagd en ingevuld en zat ik thuis.’

Genieten
‘Langzaam zette ik de negatieve gedachte van het ‘in de WAO zitten’ van me af. Vanaf dat moment ging ik met kleine stapjes vooruit. Ik werd rustiger en leerde genieten van kleine dingen. Dingen die ik door mijn drukke bestaan nooit écht had gezien of beleefd. Het aaien van de kat bijvoorbeeld. Gewoon op de bank zitten en alle aandacht geven aan dat beestje. Heerlijk! Een wandeling maken in het bos. Maar dan een echte wandeling. Dus niet in een half uur het hele bos bekijken en dan weer naar huis. Nee, rustig wandelen, even uitrusten op een bankje en echt om me heen kijken. Een paddestoel, aparte plantjes, insecten. Ik was intussen ook de troste moeder geworden van mijn zoontje Lars (nu 1,5 jaar) en ik kon volop van hem genieten, omdat ik niet werkte. Maar het was ook zwaar. Hem tillen deed ik vaak met tranen in mijn ogen. Toch ging het langzaam ietsje beter en nam ik de stap om te gaan solliciteren. Ik wilde weer meedraaien in het ‘normale’ leven. Dat een baan als secretaresse er niet meer in zat, had ik toen wel geaccepteerd. Maar een baan vinden ‘beneden je opleidingsniveau’ bleek nog niet makkelijk. Uiteindelijk werd ik aangenomen bij een call-center en ging daar met veel plezier aan de slag.’

Positief
Ook nu bracht de RSI me weer veel positiefs. Ik leerde nieuwe mensen kennen, mensen in alle soorten en maten, om het maar even te zeggen. Van Gothic tot punk, van katholiek tot moslim. Allemaal even aardig en voor het eerst in mijn werkende leven had ik een leuk contact met mijn collega’s. In andere banen was ik alleen maar bezig met werken, de uitdaging in het werk en met carrière maken. Contact met collega’s was er wel, maar dat had voor mij absoluut geen prioriteit. Helaas bleek al snel dat het werken zwaarder voor me was dan ik had verwacht. Ik hield vol, tot het moment dat ik mijn zoontje uit mijn armen liet vallen. Het was weliswaar boven zijn bed, dus hij kwam ‘goed’ terecht, maar de schrik en het schuldgevoel waren enorm. De andere dag heb ik meteen mijn ontslag ingediend en zat ik weer thuis, alleen dit keer met een goed gevoel. Werken was vanaf dat moment niet meer mijn eerste prioriteit. Dat was Lars. Al na een paar weken voelde ik me stukken beter en merkte ik dat ik vooruit ging. Ik leerde doseren, plannen en keuzes maken. Ramen zemen? Dan niet stofzuigen. Met Lars een eind wandelen, dan niet te veel autorijden. Boodschappen doen? Liever vijf keer een klein beetje dan in één keer vier zware tassen. In het begin ging het nog vaak mis. Als ik me goed voelde deed ik toch te veel en moest ik dat de andere dag bezuren. Dat is nu nog zo, overigens. Gelukkig heb ik enorm veel steun van mijn Wim. Hij doet de zware klussen in huis. Sinds kort gaat het wel veel beter met me. Zelfs zo goed, dat ik vorige week weer aan het werk ben gegaan als winkelmedewerker bij een grote meubelgigant, al is het voor een paar uur per week. Omdat Lars nu zelf kan lopen, hoef ik hem niet meer zo veel te tillen en dat scheelt enorm in belasting van mijn handen en armen. Bij mijn nieuwe baan weten ze van mijn RSI en dus houden ze er rekening mee. Alles gaat in goed overleg. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat het goed zal gaan! Ik heb leren leven met RSI en ik durf zelfs te zeggen dat ik dankzij de RSI intensiever leef en meer geniet van de kleine dingen in het leven.’

De nieuwe term voor RSI is tegenwoordig CANS of KANS (Complaints of arm, neck and shoulder of Klachten van arm, nek en schouders). Elk land heeft zo een eigen afkorting of term voor eigenlijk dezelfde klachten. RSI is in Nederland de meest gebruikte en bekendste term.

Wie op of na 1 januari 2004 ziek is geworden, valt onder de nieuwe regeling WIA, Wet Werk en Inkomen. Naast de WIA is ook de WAO (Wet Arbeidsongeschiktheid) blijven bestaan, voor mensen die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Marielle valt nog onder de oude regeling.

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
RSI is vreselijk en wordt niet echt begrepen. Ik had indertijd RSI aan mijn rechterarm; kon er niets mee. Mijn werkgever had een andere insteek:
Ze kan toch ook alleen met links typen en muisen......Er zijn toch ook mensen met één arm?
Tja...soms is niet alles even logisch..

Vreselijk dat je er zo lang mee 'rondloopt'
Doe je ontspanningsoefeningen? meditatie? Dat helpt soms te verzachten..

Sandra, bedankt voor je reactie. Ik heb Marielle over haar RSI geinterviewd. Ik zal haar tippen dat ze hier kan meelezen, zodat we wellicht iets heeft aan de tips die gegeven worden!