Mantelzorgers voor sandra.

Door 020Binjamin1946 gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Iedereen die mantelzorger is doet dat vanuit eigen kracht en met eigen specifieke eigenschappen. Bij goede samenwerking kan de moed er niet alleen ingehouden woden, maar ook vreugde bereikt worden bij alle betrokkenen.

Ik ontmoette Sandra zo'n vijfentwintig jaar geleden in een inloopcentrum waar ik wekelijks twee uren mee draaide en in het bestuur zat. Sandra was vast en kwam samen met haar hond,genaamd. Snoes. Sandra was niet alleen verstandelijk beperkt, maar ook zwaarmoedig. Ze had altijd wel reden om een klaagzang aan te heffen. Ze deed me denken aan het volgende mopje:Meneer Jansen die mevrouw Pietersen belt en zich had voorbereid om een klaagzang aan te horen. Wanneer mevrouw Pietersen opneemt en hij haar vraagt hoe het met haar gaat, hoort hij tot zijn stomme verbazing "goed". Hij raakt zo van streek en zegt: "Dan ben ik verkeerd verbonden".

Duidelijk werd dat Sandra een klein inkomen had en ik bood haar aan om jaarlijks de belastingpapieren voor haar in te vullen, want volgens mij had zij recht op teruggave. Dat bleek ook het geval te zijn. Elk jaar een bedrag van zo'n 300 gulden en later zo'n 150 euro was mooi meegenomen.

Sandra leed duidelijk aan een eenzaamheidsproblematiek.  Zij stootte nu eenmaal mensen af door Sandra was er wel tevreden over, maar. Na contact gezocht te heb ben met Humanitas  kwam er elke maandagochtend een vrijwilligster om bij haar thuis een babbeltje te maken.  Sandra was tevreden, maar. Dat maar bestond er uit dat de vrijwilligster haar niet altijd begreep.  Sandra toch maar uitgelegd dat als niemand haar begreep dat dit ook wel een beetje aan haar zou kunnen liggen en dat ze dat maar moest leren te accepteren. Vond ze niet leuk om te horen. Er was een goed contact tussen mij en de vrijwilligster. Ik heb grote bewondering voor haar dat ze elke week komt. "Oh, Binjamin", verzuchtte ze soms: "Na een uurtje met Sandra praten ben je helemaal op. Ze klaagt en het ligt altijd aan anderen. Soms isze boos op jou omdat je kennelijk iets gezegd hebt wat haar niet beviel". 

Sandra en ik zijn nooit vrienden geworden. Ik voelde me wel betrokken op haar, maar vriendschap zat er niet in. Ondanks dat zij mij uitriep tot haar vriend en grote broer, behalve dan wanneer ze dingen te horen kreeg die haar niet bevielen.

Zo'n vijf jaar geleden ging Sandra geestelijk erg achteruit. Ze kon zich minder concentreren en ook lichamelijk kreeg zij steeds meer klachten. Stelde haar voor om samen met haar naar de sociaal psychiatrische verpleegkundige te gaan, waar ze al jaren liep, om te bespreken of zij extra ondersteuning kon krijgen. Dat lukte. Er werd voor haar dagopvang geregeld zodat zij vlak bij huis dagactiviteiten aangeboden kreeg en een warme maaltijd. Dat beviel haar goed, maar de mensen hadden wel eens commentaar op haar en haar hond en ze kreeg te weinig vitaminen.  Uitgelegd dat dit bij het leven hoort en de vitamine kwestie was geen probleem. Gewoon fruit kopen en twee maal daags een stuk fruit eten. Dan draait ze met haar ogen, kijkt je verbaast aan en roept dan: "ooo". "Ja", zei ik: "Waarom zou je het gemakkelijk doen als het moeilijk kan". Ze begreep de hint toen ik lachte. 

Ze beklaagde zich over het feit  dat ze geen goed contact had met haar zus die haar niet begreep. Haar toen duidelijk gemaakt dat ik me daar niet mee wilde bemoeien dat ze dat zelf met haar zus moest regelen.

Op een gegeven moment ontmoette ze een man op de koffieochtend in de flat. Deze man hielp haar met technische klusjes en die "begreep" haar helemaal. Die mand belde me op een gegeven moment op dat ik moest stoppen met Sandra "telkens aan te vallen". Hem duidelijk gemaakt dat ik op mijn manier met Sandra omging en geen zin had om daar met hem over  te spreken of verantwoording af te leggen. Legde de hoorn neer en het probleem was opgelost.

Plots grote paniek. De vrijwilligster trof een doodzieke Sandra aan. Hoge koorts, vuurrode borst. Ze belde me op en ik was snel ter plekke omdat Sandra en ik op dezelfde etage woonde en slechts acht woningen van ons scheidde. De arts gebeld. Die weigerde aanvankelijk niet te komen, pas na het spreekuur. Hem werd duidelijk gemaakt dat er binnen een half uur er een arts moest komen anders zou hij aardig in de problemen komen. Binnen een half uur was er een art. Direct werd ambulance gebeld en op naar het AMC. Snoes, de hond, werd opgevangen door een medewerkende van de dagactiviteiten.

Na het huis opgeruimd te hebben met elkaar en de planten water gegeven, wat gedweild was het huis aan kanten en de was maar meteen in de machine gestopt. Daarna haar zus gebeld. Besloten werd om gezamenlijk Sandra te gaan bezoeken. De zus en haar man waren oprecht bezorgd. Sandra was daar blij mee  maar was  bang dat haar haar zus zich overal mee zou gaan bemoeien en zij daardoor haar zelfstandigheid zou verliezen. Dat werd goed uitgepraat en Sandra gaf aan dat ze blij was dat ze gekomen waren en hoopte dat ze vaker zouden komen.

Bij haar thuis bleek dat de administratie een 'puinhoop' was. Haar zus nam alles mee en zou alles ordenen en in mappen opslaan. Ik beloofde Sandra dat als ze niet wist welke post in welke map moest, ik haar daar bij zou helpen.  In de papieren vond haar zus dat Sandra recht had op individuele ondersteuning, voor 12 uur per week. Dit heeft Sandra nooit laten aanvragen, omdat, zo vertelde zij: "Ze" bang was "dat deze man of vrouw zich overal mee zou gaan bemoeien" en zij haar zelfstandigheid zou gaan verliezen. Haar voor de zoveelste keer uitgelegd dat wij allemaal hulp nodig hebben en daardoor onze zelfstandigheid niet verliezen. Na haar uitgelegd te hebben dat zij zo'n man of vrouw het beste kan beschouwen als een "maatje" viel met haar te praten om een nieuwe aanvraag in te dienen bij de CIZ.


Sandra zo werd besloten kon beter naar een aanleunwoning en geen eigen hond meer. Ze was op haar manier goed voor de hond, maar zodra de hond ziek werd ging het helemaal fout. Ze vergat regelmatig de medicijnen op te halen en had grote problemen met de mond de hond de medicijnen in te laten nemen zodat de hond pijn bleef houden. Daar kwam bij dat de hond door haar niet zindelijk kon worden gehouden omdat zij de hond op de meest vreemde, onregelmatige tijden uitliet. 

Ze heeft er erg om  moeten huilen, want een hond is alles voor haar. Maar nu gaat het goed. Ze woont in een aanleunwoning vlakbij haar oude woning zodat ze gemakkelijk elke maandagochtend naar de koffie kan komen en verder mag zij in het dagactiviteitencentrum de honden die er komen verzorgen en wandelen, onder toezicht. Ze heeft haar "maatje" die samen met haar het huis schoon houdt en voor haar een en ander regelt, zoals samen naar de huisarts, ziekenhuis, naar de sociaal psychiatrische verpleegkundige. Zij fungeert tevens als contact persoon.

Sandra is veel rustiger en minder gespannen. Haar klaagzangen zijn een stuk minder geworden.
Ze vertelde dat er veel "last en zorgen" van haar zijn weggenomen en zij toch zelfstandig is gebleven.  Ze belt regelmatig haar zus en voor het eerst van haar leven zijn wij samen bij haar zus en man op bezoek geweest. Ze genoot. 


Ze had ergens gelezen dat je met de bus mee kon, een weekend naar Valkenburg en het Drielandenpunt. Ze wilde daar graag heen, want ze was nog nooit in Limburg geweest, maar durfde niet alleen. Ij ben met haar mee geweest. Ze zat als een prinses in de bus, zoel op de heeneis als de terugweg en geen geklaag. Ze genoot volop en zaterdagavond, muziekavond in het hotel, klapte ze vrolijk in haar handen. Ik leerde een Sandra kennen die mij onbekend was. Ze vertelde: "Ik ben nooit zo gelukkig geweest sinds het overlijden van mijn ouders, meer dan twintig jaar geleden".

De nieuwste ontdekking was dat Sandra fantastisch kan tekenen. Besloten werd dat haar tekeningen veilig opgeborgen worden en volgend jaar daar een expositie aan gaan wijden. Ze straalt nu al. We nodigen uiteraard haar zus en haar man uit, alle mensen die zij kent en zorgen voor een hapje en een drankje. De tentoonstelling wordt geopend op haar verjaardag.

Het is heerlijk voor ons, mantelzorgers, om te zien  hoe Sandra opgeknapt is door een goede samenwerking en soms doortastend op te treden. Het doet Sandra en ons goed dat wat onmogelijk leek toch mogelijk werd.    

Nu ze veel minder klaagt en duidelijk blijer en gezelliger is trekt zij ook mensen aan en is haar eenzaamheidsproblematiek ook stukken minder en haar leven een heel stuk aangenamer. Dat is Sandra meer dan van harte gegund.

Binjamin Heyl  

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Goede artikel