Scoutingverhalen (6): wat je zoal meemaakt op Scouting

Door Ad gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Scoutingverhalen deel 6: Wat je zoal meemaakt bij Scouting.

Hier weer maar eens wat verhalen uit het onuitputtelijke scoutingleven.


1. De dropping

We hadden met de groep een weekend gepland op onze eigen stek en bij een weekend mag een dropping niet ontbreken. De afstand was (en dat is voor jongens tussen 10 en 14 best al ver) tussen de 15 en de 18 kilometer. Zorgvuldig bepaalde we als leiding de plaats van de dropping, het noodnummer en de te verwachten aankomsttijd. Zo ook deze keer…

Eén groep nam ik onder mijn hoede en dat is meestal de groep die het verste moet lopen. Als leider weet ik inmiddels dat je nooit tegen de kinderen moet zeggen dat je niet weet waar je bent en dat deed ik ook niet. Natuurlijk wist ik waar ik was, maar het was hun taak via kaart, kompas, sterren en lichtbundels uit te zoeken waar ze stonden (uiteraard met een klein beetje hulp). Nadat ze het uitgezocht hadden, konden we dan op weg naar waar hun dachten onze woonplaats was. Nu wordt een dropping voor kinderen pas spannend als je ook spannende (geen beangstigende) verhalen kunt vertellen en ook die dropping kwamen de boze boer, het extra opletten van politie e.d. weer aan de orde.

 

Op een gegeven moment, we waren zo een 7 kilometer onderweg, kwamen we bij een bosgebied. Kort hiervoor waren we een weiland overgestoken,met gevaar voor eigen leven, wat stel je eens voor dat de boer ons zou betrappen…dat zou hagel in je kont betekenen. Bij het bosgebied stelde ik twee keuzes voor; of we gaan om het bos heen, wat zo een 4 kilometer om was, of we gaan door het bos heen. Wijselijk koos de groep voor het tweede besluit. Maar nog geen 200 meter het bospas oplopend begon ik het verhaal over een boswachter die daar leefde en die veel last had van stropers en dus bijnacht en ontij in het bos aan het controleren was. Oei….dat wordt opletten dus, zei ik , goed kijken of je iets verdachts ziet. Enkele jongens wilden eigenlijk nu het liefst omlopen,maar die keuze kregen ze niet meer. Het werd pas helemaal spannend toen ik meldde dat de boswachter vaak alleen was, maar van de stropers niet wist met hoeveel die waren…..

Zoals ik al eens eerder vermeld heb, er gebeurt altijd iets wat het verhaal versterkt, zo ook deze keer. Alleen wist ik zelf nu niet wat er aan de hand was…

We liepen zo een halve kilometer in het bos, toen ik het geluid van een auto opmerkte, het leek op een jeepje. Ik vertelde de jongens het geluid goed te volgen en wanneer het dichter bij zou komen, ook naar achteren op te letten voor eventuele koplampen. En ja hoor, nog geen 15 minuten later zagen we koplampen aankomen en werd het teken ‘rennen’ gegeven. We renden een paar honderd meter verder en kozen het bospad wat links lag. We liepen enkele tientallen meters en doken toen de bosrand in (helaas voor sommigen met brandnetels) en hielden ons stil. De wagen stopte bij het pad aan de rechterkant wat we gepasseerd waren en er stapten 2 personen uit. Beiden schenen met hun zaklamp zowel links als rechts en na het fluisterteken ‘bukken en stil’, dook de groep nog dieper naar beneden en was het muisstil.
De twee personen mompelden wat tegen elkaar, liepen het rechtse pad in en kwamen even later terug. Ze stapten de auto in en reden door…..

Even later kwam de groep tot leven en werd gelijk de vraag gesteld wie dat waren. Ik kon er geen antwoord opgeven, want ik wist het niet, maar al gauw had de groep verzonnen dat het die boswachter wel moest zijn.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kort daarna liepen we het bos uit en op de weg aangekomen, zagen we die auto voorbij rijden, behoorlijk snel. Ik bedacht dat wanneer deze wagen niet zou stoppen, het de boswachter nooit kon zijn, maar de jongens begonnen vragen te stellen en dus verzon ik dat de boswachter op de openbare weg ons niets kon maken. Ik bleef wel met één vraag zitten….wie waren het dan wel, maar daar kwam antwoord op.

We kwamen bij een dorp aan (het was al bij twaalven) en in het dorp bevond zich een shoarmazaak. Omdat de jongens dorst hadden na dit spannende avontuur, vroeg ik wie er een blikje drinken lustte en na het lijstje opgemaakt te hebben, ging ik met één van hen naar binnen om het te halen. Binnen aangekomen zitten twee leiders van een andere groep die ik kon en ik maak een praatje. Tussenneus en lippen vraag ik wat voor auto ze hebben, want ze hadden ook een dropping en je raadt het al…..een jeep. De dropping verliep wel iets anders dan die van ons, want het was een districtsdropping voor de ouderen van scouting en er zouden wagens rondrijden die groepen gingen zoeken. Vonden ze een groep, dan werd die ingeladen en verder weggezet.

Dat horende zei ik of ze niet een groep in het nabij gelegen bos hadden gevonden. Ze hadden wel iets gezien, maar die groep bleek hen te slim af te zijn, want ze hadden dat groepje niet meer kunnen vinden, maar besloten in de shoarmazaak te wachten tot dat groepje langskwam. Ze hadden op de weg ons wel zien lopen, maar wisten dat wij er niet bij hoorden.

Nou, zei ik, het groepje wat jullie in het bos niet konden vinden, dat waren wij ook. Ik voelde me gelijk trots op mijn jongens….

2. Zum Geburtstag viel Glück.

 

We schrijven ergens in de jaren 90. We gaan dat jaar op kamp in Wiltz te Luxemburg. Het is een nationaal terrein met vele groepen, geen afzetting van terreinen (dat is nu wel anders) en een gemoedelijke sfeer.
’s Morgens als er mensen wakker zijn (en meestal zijn een leider en ik de eerste, heerlijk die rust als er bijna niemand wakker is en nog geen jongens om je heen) hoor je de ochtendgroeten zoals Gutentag, Bonjour en Hello.

Een van mijn jongens was dat kamp jarig en de avond ervoor hadden we afgesproken dat hij op zijn verjaardag bij de leiding mocht meedraaien. Het ventje rookte al (stiekem) en vroeg dus gelijk of hij dan ook alles wat de leiding deed mocht doen. Onnozel, niet wetende wat hij bedoelde, zei ik ja…maar ik blijf uiteindelijk de baas. Mooi, zei hij…..dan mag ik ook roken….
Hoewel het tegen mijn principes is, dat een kind rookt (ik ben zelf wel roker), heb ik liever dat het op een zomerkamp gecontroleerd gebeurt, dan stiekem in een tent of houten gebouw. Dat is al wel bekend met een eerder verhaal over hout halen. Bovendien ben ik gecharmeerd van truckjes om iets voor elkaar te krijgen en deze jongen had dit goed overwogen….dus mijn antwoord was: oké, maar alleen aan de leidingtafel en als wij vinden dat je genoeg gerookt hebt, is het klaar.

Toch moest ik een manier bedenken om die jongen terug te pakken en al gauw bedacht ik, dat ik hem samen met die andere leider als eerste zouden wekken, hij was immers die dag ook leider. Nu betekent als eerste wekken dat we om half 7 ’s morgens opstaan, dus zo ook hij. Daar het die avond pas tegen twaalven was (inderdaad, net voor zijn verjaardag) en hij dus maar heel weinig slaap had gehad en het al de vijfde dag van het kamp was, stemde hem niet blij. Maar zo zeiden we…leiding is leiding.

Wij, de echte leiders, zaten aan de koffie en toen hij terug kwam, zette hij zich bij ons neer. Een bakje koffie, zei ik en verwonderlij keek hij naar me. De jongens krijgen normaal gesproken geen koffie, zo ging ik door, maar jij bent nu leider. Genietend van zijn voorkeursbehandeling en zijn bakje koffie nestelde hij zich in een stoel van een leider.

Die ochtend was het toevallig druk met vroege vogels en iedereen die voorbij kwam moest van ons de jongen feliciteren. En dat gebeurde ook. Meestal een hand, soms zo, maar in één geval ging het wel heel anders.

Een Duitse leidster kwam voorbij en we vertelde dat de jongen jarig was en 13 werd. Ze liep naar hem toe en pakte plukjes haar vast, liet die door de vingers glijden en dat deed ze herhaaldelijk. Daarbij zingend een variant op Happy Birthday:
Zum Geburtstag viel Glück (2x)
Zum Geburtstag lieber .......
Zum Geburtstag viel Glück

 

Een jongen van 13 die toch wel op een internationaal terrein een beetje op wil vallen met zijn uiterlijk en dan een leidster die aan zijn haar zit…..hij schaamde zich rot en wij……onze dag kon niet meer stuk en het liedje hebben we nog vaak gezongen die dag, maar aan zijn haar zitten…nee dat liet hij niet meer toe.

 

 

3. Sigaren op de casinoavond.

Eens per twee jaar organiseren we op de laatste draaidag een casinoavond. Vooraf worden alle voorbereidingen getroffen om het zo leuk mogelijk te maken. De jongens krijgen een reglement mee, worden geacht een identiteitskaart te maken, dienen goed gekleed te komen, zich te gedragen en bij binnenkomst tekenen ze een schuldbekentenis bij de bank om aan fiches te geraken. Fiches op betekent bijtekenen voor schuld, fiches teveel betekent inleveren en wordt er weer afgehaald. En op het eind van de avond, zo tegen kwart voor elf, wordt berekend wie een schuld heeft aan de bank of aan wie de bank schuld heeft.

Black Jack, Roulette, Hoger Lager, Poker, allerlei spelen worden gedaan met in stijl geklede croupiers die het spel machtig zijn en het ook uitleggen aan de jongens. De aankleding is grandioos: er hangen overal platen met de naam van het casino, er hangen kandelaars, de tafels zijn netjes. Kortom een echt casino.

Aan alles is gedacht: limonade wordt geschonken in plastic wijnglaasjes, zowel koude als warme hapjes worden tijdens de avond rondgedeeld en voor de liefhebber is er een sigaar.

Oei….dat hadden ze niet verwacht de jongens…sigaren. Jawel sigaren, maar je mocht er wel ééntje pakken, maar niet aansteken. Nou, de stoere mannen onder ons zagen dat wel zitten. Stoer aan de Roulettetafel met een sigaar in je mond.
En, want zo hoort het, dachten de jongens, dat ding moet ook in je mond blijven.


 

 

 

 

 

Alleen steeds later op de avond werd de sigaar minder lekker…….het bittere van de sigaar kwam bij hun smaakpapillen terecht en dus was die sigaar in één keer minder aantrekkelijk…..

 

Ad.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.