Fotografie voor dummy's

Door NathalietjeB gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Sommige mensen lezen niet graag hun handleiding voor hun camera en snappen niet waar al die afkortingen voor staan. dit is een makkelijke handleiding voor iedere persoon die een camera in ze hand wil hebben.

Fotografie voor dummy’s 

Diafragma
Diafragma of makkelijker gezegd de sluitertijd van de camera. Met je diafragma stel je de snelheid in van je sluiter. Diafragma bestaat uit getallen met de letter f ervoor. Diafragma kan je instellingen vanaf f.0.1 tot f.20 en meer. Hoe hoger het getal ( bv. F.16) hoe langzamer jouw sluitertijd is. Hoe lager het getal ( bv. F 3.0 ) hoe sneller de sluitertijd is. Met je diafragma stel je in hoeveel licht er op de spiegel komt, hoe lager het getal hoe minder licht. Hoe hoger het getal hoe meer licht er op de spiegel komt. Met het diafragma kun je de scherptediepte instellen op een onderwerp of object. Hoe kleiner het getal hoe scherper het onderwerp wordt en hoe waziger de achtergrond word. Hoe hoger het getal hoe meer ruimte er scherp blijft.
In donkere omgevingen moet je diafragma omhoog om zo genoeg licht op de lens te laten komen. In zonnige omgevingen moet het diafragma omlaag om zo geen overbelichting op je foto te krijgen.

Iso
Iso vroeger op je rolletje ook wel asa genoemd. Iso staat voor lichtgevoeligheid, het beïnvloed de licht instelling op de foto. Iso geeft aan hoe snel de sensor reageert op licht wat door de lens op de sensor valt. Iso bestaat ook uit waardes wat van 100 naar 3200 en hogere waardes gaat. 

Hoe lager de iso hoe langer het duurt om de foto te maken. Hoe hoger de iso hoe sneller de foto genomen kan worden. 

 

 

 

 

 

 



Let er wel op hoe hoger de iso hoe meer ruis er op de foto te zien is. De iso wordt vaak veranderd in donkere omgevingen, bv in een kerk of in een aquarium. Met een hoge iso kan je beter fotograferen met een statief zo krijg je geen kwaliteit verlies van je foto.

 Bokeh
Bokeh komt van het japanse woord bokeaji, wat onscherp betekent. Bokeh word meestal gebruikt als de achtergrond storend is. Dit zie je vaak terug in portret fotografie, daarbij is vaak het onderwerp scherp en de achtergrond wazig.
















Bokeh is een vorm van scherptediepte op een foto. Voor bokeh heb je een achtergrond nodig die veel licht doorlaat. Denk bijvoorbeeld aan een bos waar de zon doorheen schijnt. De lichtpuntjes worden door het diafragma onscherp in beeld gebracht. 

Witbalans
Witbalans of anders gezegd de kleur temperatuur. Door je camera aan het licht van de omgeving aan te passen kan je een andere kleur in je foto krijgen.
Je hebt daarvoor de volgende keuzes:

  • zon
  • Bewolkt
  • Huis licht
  • Tl licht


Je kiest je witbalans op het moment dat je foto's wil gaan schieten. Dan bepaal je in welke licht omstandigheden je fotografeert en maak je een keuze. Mocht je kleur temperatuur niet in orde zijn dan kan je dat altijd nog bewerken op een foto in een bewerkingsprogramma

Contrast
Contrast is het verschil tussen donker en lichte delen van je foto. Met contrast kan je de intensiteit van de kleuren van de foto verharden of verzachten. Contrast instellen kan op 2 manieren via het menu of met het contrast knop op de camera.
In het menu van je camera krijg je het volgende contrast keuzes:

  • portret
  • Zonsondergang/opgang
  • Levendig
  • Macro
     

Als je via het menu het contrast aanpast hoef je niet het contrast aan te passen met het contrast knop op je camera. Pas je contrast aan via het contrast knop dan kan je zelf de intensiteit instellen van -3 naar +3. Hoe meer naar de -3 hoe fletser je foto's worden, hoe meer naar de +3 hoe heftiger je kleuren worden op je foto.

Raw
Een raw bestand is enkele direct ruwe weergaven van wat de sensor van de camera heeft geregistreerd. Geen enkele compressie of andere bewerkingen worden toegepast door de camera op de foto. Dit levert op dat raw de hoogst mogelijke kwaliteit foto’s oplevert. Doordat er geen bewerking heeft plaatsgevonden door de camera zelf zien raw foto’s er in eerste instantie veel minder goed uit dan jpg foto’s, die de camera al verbeterd heeft in de body.
Fotografen kiezen vaak om in raw foto's te schieten omdat er meer kleuren per pixel kunnen worden vastgelegd. Je kunt alleen in raw foto's maken als je de instellingen zelf instelt op de camera. Dit kan alleen met standen a, s, m, p. Met automatische standen word er enkel in jpg gefotografeerd. Met raw foto's heb je minder snel kwaliteit verlies, in tegenstelling met jpg.

Jpg


Jpg is een foto die door de camera bewerkt en gecomprimeerd is. Als er in jpg geschoten word kan je veel meer foto's op je geheugenkaart kwijt. Jpg bestanden zijn minder groot dan raw bestanden. Jpg bestanden zijn ook minder simpel te bewerken in een foto bewerkingsprogramma. 

Reacties (3) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Duidelijk, heb echter een digitaaltje waar ik leuke foto's mee maak.
dankje wel
Een heel goed artikel. Duidelijk uitgelegd.