De kleine rode kater

Door GHopman gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

De kleine rode kater

 


De kleine rode kater


Nieuwe vriendjes

Mmm, wat is het lekker warm. Ik lig tegen mijn moeder aan en die is zo heerlijk zacht en groot. Aan de andere kant van mijn moeder ligt mijn zus. Zij en mijn moeder lijken heel veel op elkaar. Wij zijn drie cyperse katten, mijn moeder en zus zijn bruin met wit en ik ben een helemaal rode kater. Zelfs mijn wimpers zijn rood, alleen mijn snorharen zijn wit.
Ik doe mijn oogjes open en hé dat is gek, het blijft donker? Hoe kan dat nou, ik hoor toch vogels fluiten? Die fluiten alleen als het licht is. Waar ik ook kijk, het is donker.
Maar wat is dat? Ik hoor mensen praten en wat gebeurt er? Alles beweegt om me heen, ik glijd van mijn moeder weg. Ik schuif een andere kant op. De wereld staat ineens scheef. Ik ben behoorlijk bang, maar ik ben ook héél flink, dus miauw ik gewoon heel hard zodat die mensenstemmen vast bang worden!.
Dan... staat alles weer stil en er gebeurt iets. Ik zie ineens licht, veel licht. En wat denk je, we zitten in een doos en iemand maakt die doos open!
Een mevrouw praat tegen ons. "Ach jé" zegt ze, "hebben ze jullie zomaar aan de weg gezet? Ik breng jullie wel naar een goede plek". En ze neemt ons op de arm en één voor één gaan we naar een nieuw huisje. Een best wel groot huis, wel met tralies ervoor, een hok dus. Mama, mijn zusje en ik kunnen nu lekker liggen en eten en er staat een bak waarop we kunnen poepen en plassen. Gelukkig maar, want ik moest al zo nodig.
Ik hoor nog meer poezen miauwen en ik hoor ook honden blaffen. Hé dat is gek, dat geluid van die beesten komt niet dichterbij, ik zit dus veilig. En ik kan lekker de hele tijd naar buiten kijken. Door het raam van het hok waar we zitten zie ik de wei en bomen. Een meisje komt bij ons en praat met ons. Ze gaat voor ons zorgen zegt ze en ze hoopt dat er iemand komt die ons wil meenemen. Hoe zit dat? Ik wil blijven, het eten is goed en het meisje is lief. Af en toe neemt ze me op de arm uit het hokje, maar ik mag niet naar buiten van haar. Ik hoor wel dat de honden naar buiten mogen en door het raam zie ik ze rennen en hoor ik ze blij blaffen. Ik wil best met de honden spelen, buiten spelen lijkt me leuk. Ik wil vriendjes worden, maar het meisje zegt steeds maar dat ik nog zo klein ben. En ik ben al zo groot als de poten van mijn moeder!
Er komt een auto aan, dat kan ik horen en er stappen mensen uit met kinderen. Dat gebeurt wel vaker, die mensen komen dan naar ons kijken. Natuurlijk zien ze hoe mooi ik ben en dat ik al heel flink ben. Ik ben ook al vijf weken oud. Maar het blijft gelukkig bij kijken, ik vind het wel prima hier. Al zou ik toch graag, heel graag, buiten willen spelen. De vreemde mensen gaan toch vaak met een hond of een kat weer weg, dan is het weer wat stiller. Maar al gauw komt er weer een nieuwe hond of kat binnen en die wordt dan misschien wel mijn nieuwe vriendje. Mijn zusje wil nog helemaal niet buiten spelen en blijft het liefst tegen mama aan liggen. Ik klauter over mama heen, ik wil spelen.
Op een middag komt er weer een mevrouw kijken en weet je wat zo gek is, ze komt alleen voor mij. Ze vraagt of ik lief ben en gezond en of ik al zelf op de bak kan. Nou mevrouw dat kan ik zeker en ik ben lief en zo en al héél groot. Maar waarom wil ze dat weten?
Dan praat die mevrouw met het meisje wat me altijd goed verzorgd en ons eten en drinken brengt. Het hekje gaat open en ik word er uit gehaald. Die mevrouw haalt me aan, mmm die mevrouw ruikt lekker en ruikt naar andere katten. Ze tilt me op en ik mag mee naar buiten. Joepie, nu mag ik vast buiten spelen. Ik mag mee, maar alleen in een hele grote doos met een raampje ervoor. Voor het eerst in de auto, dat vind ik een beetje eng. Ik miauw daarom heel hard.
Bij die mevrouw thuis mag ik er weer uit. Wauw, wat is dit allemaal? De mevrouw houdt me goed vast want ze denkt dat ik het allemaal wel een beetje eng vind. Maar dat is niet zo hoor, ik ben eigenlijk heel stoer. Ik mag op de vensterbank, als ze me er op zet, want ik ben nog maar klein. De plant in de pot naast me lijkt wel een grote boom! Ik kijk mijn ogen uit.


En dan, dan zie ik ze, de twee grote poezen. Jemig wat een grote poezen, net zo groot als mama is. Een is net als ik gestreept en de ander is grijs met wit. Die grote poezen blazen naar me, maar dat kan ik ook en blaas lekker terug. Ik zet gewoon een hoge rug op, doe mijn haartjes allemaal overeind. Nu lijk ik dus héél groot en kom bijna tot de rand van de plantenpot. De poezen vertrekken meteen de kamer uit. Ha, dat is dus al gelukt.
Dit worden je nieuwe vriendjes, zegt de mevrouw, die zich steeds vrouwtje noemt.
Van het vrouwtje krijg ik een naam en ze noemt me Tijger! Nou dat past wel bij me.
Het is hier lekker warm en gezellig en ik vind het prima zo. Ik val op schoot bij het vrouwtje in slaap. Poeh wat ben ik moe. Wat een avontuur.

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Leuk geschreven!
Lief geschreven.
Pork vond dit een mooi verhaal hier wil hij er wel meer van lezen.
Pork geeft de dikke DUIM.
FAN wordt hij ook.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.
Heel leuk geschreven, duim en fan.