Verhaal seksueel misbruik - Verlost

Door Dlavinia gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Mijn eerste verhaal dat ik op Xead post. Het is een heftig onderwerp, dat weet ik, maar dat betekend niet dat er niet over gepraat moet worden. Ik wens jullie geen plezier met lezen want het is geen leuk verhaal. Wat ik wel hoop, is dat jullie het mooi vinden.

  -|Verlost|-

Donderdag. 18.54
Hotelkamer. Kamer 214. Tweede verdieping, achterste kamer. Een man en een meisje. Vader en dochter. Dicht bij elkaar. Té dicht bij elkaar. Zelfs voor een vader en een dochter. Meisje huilt, man geniet. Niet van het huilen, maar van haar. Vanaf de overkant van de straat kijkt een vrouw naar binnen. Ze ziet zijn grijzende gezicht. Wanneer hij haar ziet, betrekt zijn gezicht. Boos trekt hij de wit linnen gordijnen van het goedkope hotel voor het raam. De vrouw kijkt argwanend weg en loopt verder, de verlichte straat in. Niet veel later trekt er een ijzige gil over de tweede verdieping. Gevolgd door lange uithalen.

Ik hoor de deur dichtslaan. Ik pak mijn T-shirt, mijn vest en mijn joggingbroek en strompel de trap op naar mijn kamer. Ik voel me vies, en zwaar. Ik loop naar de badkamer. Als langs ‘onze’ slaapkamer kom blijf ik even staan. Een bekneld gevoel overvalt me. Het tweepersoonsbed. Ik stap de badkamer in. Ik gooi mijn kleren op de grond. Viezer dan dat ze nu al aanvoelen zullen ze toch niet worden. Als ik overeind kom blijven mijn haren in mijn gezicht plakken, door mijn tranen. Ik kijk in de gebarsten spiegel. Een meisje, gewoon standaard, blond haar, blauwe ogen, met een hatelijke moedervlek, in het midden boven haar rechter wenkbrauw. Heel normaal. Ik haat spiegels, ze laten niet zien wie iemand echt is. Je ogen. Nu ben ik er wel blij mee. Ik kan mijn ogen niet goed zien, tenminste de waarheid die zich daarachter verschuilt. Ze stralen meer uit dan wat er in de spiegel te zien. Ik kleed me uit nadat ik de deur op slot heb gedaan en de wasmand ervoor heb geschoven. Ik wil nooit meer dat hij mij naakt ziet. Dat iemand mij naakt ziet. Ik stap onder de douche in en zet de kraan zo heet dat ik wil gillen, maar dat doe ik niet. Langzaam overspoelt het water mijn hele lichaam. Via mijn rug, naar mijn heup totdat ik het via mijn enkel op de grond kan stromen en het verdwijnt in het afvoerputje. Het water klettert op mijn hoofd. En als ik mijn hoofd buig en naar voor kijk zie ik de druppels uit mijn haar vallen. Op mijn armen zitten striemen van toen hij me vastpakte. Daar geeft het water het meest branderige gevoel. Ik laat veel water over die plekken spatten. Mijn lichaam schreeuwt dan, of ik, alsjeblieft, wil gillen. Maar dat doe ik niet. Dat wil ik niet. Zo straf ik mezelf en misschien kan ik de schaamte zo weg halen. Door het weg te branden. Na tien minuten gedoucht te hebben, zet ik de kraan uit en stap uit de douche. Ik sla een handdoek om me heen en ruik hem. Ik word misselijk en gooi de handdoek van me af. Ik kijk. Naar de handdoek. Hoe hij daar ligt. Ik kokhals. Zelfs op een plek waar niets van hem is, ruiken dingen naar hem. Eindeloze minuten gaan voorbij. Ik kijk uit het raam. Ik zie een merel op de rand van het raamkozijn zitten. Ik loop naar het raam en doe het open. De merel vliegt verschrikt weg. De wind die naar binnen waait snijdt op mijn huid. Het doet pijn, net als het water alleen doet dit pijn van de kou.

Met een nieuwe handdoek om me heen gerold loop ik naar mijn slaapkamer en trek mijn pyjama aan met een trui en mijn sloffen. Ik plof neer op mijn bed en staar naar het plafond. Mijn hoofd is vol. Vol met vieze, beschamende herinneringen. Aan hem. Het is net alsof hij al mijn blije, fijne gedachten eruit heeft getrokken. Uit mijn hoofd, met zich mee naar de supermarkt. Ik stel me voor hoe hij nu op straat loopt. Bijna waggelend door zijn gewicht. Haastig. Hij kijkt niemand aan. Hij is bang dat mensen in zijn ogen kunnen zien dat hij wat fout heeft gedaan, dat hij het leven van zijn eigen dochter verandert in een hel. Zo makkelijk. Puur eigenbelang. Genietend, terwijl zij bijna over haar nek gaat, alleen al als ze eraan terug denkt. Als ik eraan terug denk.
Ik draai me op mijn zij. Ik doe mijn ogen dicht. Ik wil niet denken aan het feit dat hij mijn vader is. Dat hij misschien dit ook ander mensen aan doet. En wie. Ik zie een klein meisje voor me in het park met een emmer en een schepje, bij de zandbak. En dan komt  hij  eraan. Ik doe mijn ogen weer open. Nergens kan ik mijn hoofd leeg maken. Overal zijn herinneringen. Overal waar ik kijk. Zelfs als ik niet kijk. Nooit zal ik meer iemand zomaar kunnen vertrouwen. Altijd het wantrouwen wat ik door hem heb opgebouwd. Ik stel me voor hoe het zou zijn als ik dood ben. Nooit meer aan hem denken. Nooit meer pijn. Nooit meer iets horen. Voelen. Ik doe mijn ogen weer open. De witte muur schreeuwt ernaar om beklad te worden. De pen die met een ijzeren ketting naast het gastenboek bungelt. Als ik de ketting tot het uiterste span kan hij net boven het gedeelte boven zijn hoofdeind. Ik schrijf ‘Help!’, in het klein.
Ik draai weer terug. Ik voel me vies, klein, zielig, leeg. Ik voel met m’n hand onder mijn kussen. Ik voel het plastic zakje door mijn vingers heen glijden. Ik sta op. Ik trek mijn pyjama uit en pak het zwarte jurkje dat hij voor me heeft gekocht. In de la vindt ik het kanten ondergoed. Wat hij zo mooi vindt. Een rilling over mijn rug. Ik trek het aan. Mijn jurk eroverheen. Mijn zwarte pumps eronder. Ik til het kussen op en pak het zakje. Het witte poeder. Als een robot. Ik loop de kamer uit. De gang door. Als ik sta te wachten op de lift, besef ik dat ik hem tegen kon komen. Ik loop naar het trappenhuis. De geur doet me denken. Aan al de vakanties. Samen met mama. En hem. Dat hij mijn kamer binnenkwam. En ik alleen een hemdje aan had. Want het was warm. In Spanje, Turkije. Griekenland. En hij kwam naast me liggen. De geur die er hangt ruikt hetzelfde als alle hotels waar we zijn geweest. Met mama. Met hem.
Ik kijk strak voor me uit. Wanneer ik langs de receptie loop word ik niet opgemerkt. De tranen lopen over mijn wangen. Over het hoogpolige tapijt. Naar de automatische schuifdeur. Het lampje springt op groen en de deur gaat open. Over de straat. Recht voor me uitstarend. Ik besef zelf niet eens goed wat ik aan het doen ben. Laat staan dat ik kan uitleggen waarom. Als een voorgeprogrammeerde robot. Links. Rechts. Rechts. Totdat ik in een donker steegje kom. Een plek waar het op het lichtste punt van de dag, stikdonker is. Met een zachte klik open ik het zakje. Ik laat het poeder uit het zakje mijn mond in stromen. Het poeder maakt mijn mond droog aanvoelen.

November, vrijdagmiddag 16:53
Een druilerige namiddag, tegen vijven in November. De maand die niemand leuk vindt. Geen feestdagen, geen mooi weer, geen zon. Alleen regen. De bladeren zijn al van de bomen. De wereld is grauw. Af en toe een zachte windvlaag, die je alleen doorhebt als je er op let. De man van de kiosk probeert zijn kranten te verkopen aan de weinige mensen op straat. Een dikke man koopt de krant. De man van de kiosk is blij, dat hij op een dag als deze toch nog iets heeft weten te verdienen. Met een glimlach op zijn gezicht geeft hij de man de krant. Met een nors gezicht pakt de man de krant aan. Hij loopt door en blijft op een afstandje staan. Bladert de krant door, scheurt een artikel uit en gooit de rest van de krant weg. Over de schouder van de man is nog net de titel van het artikel te lezen. 'Meisje dood gevonden in een steegje bij hotel Kuypers na een overdosis.' Hij propt het artikel op en stopt het in zijn broekzak. Met zijn handen in zijn zakken en zijn nek ingetrokkken in de kraag van zijn jas loopt hij wagelend verder. En wanneer er door de grijze bewolking een klein straaltje zon doorbreekt, is het niet alsof je haar hoort lachen.

Eindelijk. Van hem.

Verlost.

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Wat een angstaanjagend artikel, wel goed geschreven. Duim taco
Dit zijn zeer heftige verhalen over misbruik, er zijn meer xead leden die er over schrijven misschien kunnen jullie elkaar hiermee helpen.

Pork geeft de DUIM.

FAN is hij al.

DRIMPELS.
Ik zie het zo voor mij gebeuren, ik kan er al behoorlijk woest van worden dat lees je ook geregeld terug in mijn artikelen. Een pluim verdien je om dit zo rieel te brengen.
Beklemmend, goed geschreven.
Goed geschreven zeg! En zeker over z'n heftig ondewerp.
Duim en fan!