Samenvatting boek: Piratenbloed

Door Dovod gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Een heel erg spannend piraten verhaal over hoe jonge matrozen het piratenleven doorstonden.

Piratenbloed

Hoofdstuk 1 “ De boodschappers “
1697 - De boeg van de Katharina ( een groot VOC schip ) doorklieft de golven die tegen de romp van het schip spatten.
Sebastiaan werkt als matroos op het schip met meerdere bemanningsleden .
Ze varen naar de Kaap de Goede Hoop waar ze hun voorraden inslaan en hun water verversen.
Sebastiaan heeft de pech dat de kok Adriaan Gort hem altijd moet hebben voor de vervelende klusjes zoals het dek schrobben, afwassen en nog veel meer van dit soort klusjes.
Steeds als Sebastiaan er aan probeert te ontkomen vind Gort hem steeds weer en moet dus steeds die vervelende klusjes doen.
Sebastiaan staat op een dag laat in de middag langs de reling van de boot kijkend over het water als hij ineens een zwarte stip op het water ziet.
Als hij goed gekeken heeft ziet hij dat het een sloep is met 3 mannen in het zwart gekleed die op de Katharina af komt geroeid.
Als de 3 mannen aan boord zijn doen ze heel merkwaardig ze zeggen niks als ze iets wordt gevraagd en staan maar stil zonder iets te doen.
Zelfs als de kapitein Van Straeten vragen aan de vreemdelingen stelt krijgen ze geen antwoord.
Maar dan zegt de kapitein dat ze eerst maar beter wat kunnen uitrusten en daarna pas zullen de 3 mannen vertellen wat ze hebben meegemaakt.

Hoofdstuk 2 “ Koorts ”
De volgende dag krijgt Sebastiaan te horen dat er verschillende mannen aan koorts leiden waaronder Simon een oude man die al lang op zee heeft gereisd.
Sebastiaan gaat bij Simon kijken of alles wel goed gaat met hem, maar dan vertelt Simon dat de 3 vreemdelingen gezanten van het spookschip De Vliegende Hollander zijn.
En dat elke ontmoeting met De Vliegende Hollander of met bemanningsleden van het spookschip een verloren zaak is voor hun eigen schip.  
De volgende dag wordt Sebastiaan gevraagd door de kwartiermeester of hij de 3 vreemdelingen naar de kajuit van de kapitein wil brengen, maar als hij bij hun gastenhut aankomt en de deur open doet ziet hij dat er niemand meer is.
Sebastiaan denkt gelijk aan het verhaal van Simon en schrikt enorm. Zou het verhaal dan echt waar zijn of niet? Hij houdt het toch maar een tijdje stil van wat Simon verteld heeft.
Iedereen aan boord is na lange tijd nog steeds geschrokken van wat er allemaal gebeurd is en wil nu weten waar de 3 mannen dan voor kwamen.
Dan ineens steekt er een hevige storm op terwijl het in het begin nog zo rustig weer was. Iedereen is verbaasd maar toch probeert iedereen het schip nog te redden.
Sebastiaan valt flauw en hoort als laatste dat de grote mast afbreekt en dan valt hij weg.
Hoofdstuk 3 “ Drenkelingen “
Als Sebastiaan zijn ogen weer open doet ziet hij dat hij op de bezaansmast ligt met een dikke snijwond is zijn arm en ziet dat hij alleen is, maar dan ziet hij nog een mast voorbij drijven met een heel groot en dik iemand en een heel klein mager iemand.
Het dikke lichaam is Gort de kok en het magere lichaam is Victor Eilander een jongen van Sebastiaans leeftijd.
Hij roept naar de twee lichamen maar krijgt geen antwoord hij gaat liggen met vreselijke pijn en valt weer weg.
Als hij weer wakker wordt is het donker en hij heeft het ijskoud.
Hij roept nog een keer de duisternis in naar Victor en Gort maar krijgt dit keer antwoord.
Als hij naar Gort en Victor is gezwommen is hij blij dat hij niet alleen is overgebleven en zijn zo 3 schipbreukelingen.
Na een tijd op de mast gedreven te hebben horen de 3 schipbreukelingen een sloep vlak bij en roepen om hulp ze worden aan boord gehesen en zijn blij dat ze gered zijn.
Maar als ze met de sloep bij het schip wat bij de sloep hoort komen blijken ze niet gered te zijn maar gevangen genomen door piraten en worden gevangen gezet.
Na een tijdje in hun gevangenis knalt er iets keihard tegen het piratenschip de 3 gevangenen schrikken erg maar willen wel weten wat het was.
Ze horen geschreeuw en geschiet, zwaarden die tegen elkaar slaan en het lijkt erop dat er wordt gevochten aan dek.
Ze ontsnappen en gaan aan dek kijken wat er aan de hand is.
Het schip waarmee het gevecht aan de gang is wordt geënterd door het piratenschip maar vecht terug.
Sebastiaan heeft besloten tegen het piratenschip te vechten en het andere schip te helpen.
De kapitein van het piratenschip Tempest vecht tegen de kapitein van het andere schip Barendregt maar er ontstaat brand op het schip van Barendregt in het ruim waar de twee kapiteins tegen elkaar vechten.
Door de rook ziet Tempest niet waar de kapitein Barendregt is en geeft de zoektocht op hij neemt wat er nog te redden valt een deel van de buit mee naar zijn eigen schip samen met de bemanning.
Maar net als iedereen aan boord is van de Intrepid komt kapitein Barendregt naar buiten en staat helemaal in brand en roept ` je bent vervloekt Tempest en dit zal je altijd achtervolgen`.
Tempest schrikt erg maar laat zich niet gek maken en vaart weg even later horen ze een harde knal wat het schip van Barendregt moet zijn.
Ook Sebastiaan blijft niet achter op het brandende schip en gaat mee met de piraten.

Hoofdstuk 4 “ Madagaskar “
Sebastiaan is er achter gekomen dat ze vlak bij Madagaskar zijn en dat daar de schuilplaats is van veel piraten en varen met de Intrepid ( de piraten bood van Tempest ) naar Madagaskar.
Daar leert hij veel andere piraten kennen die al jaren op Madagaskar leven van de piraterij.
Die avond wordt er een feest gehouden voor de geslaagde overwinning van de Intrepid er wordt veel gedronken, gegeten en er worden veel verhalen verteld over de verhalen op zee.
Sebastiaan vind het leven op Madagaskar geweldig hij voelt zich eindelijk vrij en wil hier voor altijd leven als piraat.
Als Victor en Sebastiaan nog een keer op het schip gaan kijken vinden ze een jongen van hun leeftijd die erg gewond is, Sebastiaan schrikt want het is de jongen die hij heeft neergestoken en voelt zich erg schuldig.
Ze helpen de jongen die Florentijn blijkt te heten, maar veel verbetering zien de twee jongens niet.

Hoofdstuk 5 “ Op de scheepswerf “
Als de 2 jongens uitgeslapen door het dorpje lopen komen ze Tempest tegen die hun wat eten aanbied.
Dat wilden de twee jongens erg graag en ze eten met Tempest in het restaurant De Stille Papagaai.
Gort heeft in dat restaurantje een baantje gekregen en voelt zich helemaal thuis.
De twee jongens krijgen een baantje op de scheepswerf waar Knoet de baas is.
Dat baantje doen ze alleen als ze niet uitvaren en op Madagaskar zijn.
Als ze een schip moeten repareren komt Tempest kijken hoe het gaat.
Maar als Sebastiaan goed kijkt ziet hij dat Tempest schrikt als hij naar een gat in de boeg kijkt.
Sebastiaan vraagt wat er is en dan gaat Tempest ineens schreeuwen dat er brand is terwijl dat niet zo is.
Sebastiaan fluistert tegen Victor dat het de vloek moet zijn die Barendregt over hem uitsprak.
Tempest bedaart weer en Victor en Sebastiaan gaan weer verder met het werk zodat ze vandaag toch nog wat kunnen verdienen.
Hoofdstuk 6 “ De verdeling van de buit”
De volgende dag wordt de buit verdeeld op het marktplein iedereen van de bemanning mag één voorwerp uit de stapel pakken en dat meenemen, niet meer.
Als Sebastiaan daar met Victor aankomt zien ze dat ze de laatsten zijn.
Er staan bewapende mannen om de schat heen om te zorgen dat niet iemand alvast iets kan pakken.
Sebastiaan ziet heel veel mooie spullen. Victor´s aandacht licht vooral bij een heel erg mooi pistool.
Maar net als Sebastiaan weg wil lopen om te wachten tot je wat mag pakken ziet hij dat een man met twee gouden oorringen en een groot litteken op zijn gezicht alvast een gouden beker onder zijn jas stopt.
De man zag Sebastiaan kijken en zei dat als Sebastiaan iets zou zeggen hij er van zou lusten dus zei hij niks.
Als het dan zo ver is wordt alles verdeeld. Sebastiaan neemt een kwadrant en Victor´s pistool ligt er nog en neemt het mee.
Daarna gaat iedereen naar de kroeg en daar ziet hij de man die de gouden beker stal en die nu ook met een fraaie sabel aan een tafeltje zit.
Ze komen Gort tegen die vertelt dat hij door een potje kaarten De Stille Papagaai heeft gewonnen en dat hij nu de baas is.
Denys Hugo ( de man die de gouden beker en de sabel pakte ) wordt gesnapt op fraude en wordt met zijn hand aan de mast van de Intrepid gespietst.


Hoofdstuk 7 “ James Fenmore”  
Als Victor en Sebastiaan weer eens langs Florentijn gaan komen ze daar een meisje tegen die Kahlo heet en een vriendin is van Florentijn.
Kahlo pakt het kwadrant op en vraagt wat het is. Sebastiaan legt het uit en vertelt dat het een instrument is voor op zee om goed te kunnen navigeren.
De volgende dag gaat Victor weer naar de werf om te werken en Sebastiaan gaat eerst even naar Florentijn.
En na een tijdje doet Florentijn ineens zijn ogen open en begint te praten, maar het duurt niet lang of hij valt weer in een koortsachtige slaap.
Sebastiaan loopt richting de werf maar komt dan James Fenmore tegen die de kapitein blijkt te zijn van een schip wat de Black Joke heet.
Fenmore nodigt Sebastiaan uit om mee te gaan naar De Stille Papagaai om wat te drinken.
Dan krijgt hij te horen dat James Fenmore de vader is van Kahlo.
Fenmore hoorde van Kahlo dat Sebastiaan goed overweg kon met zijn kwadrant en daar was Fenmore erg van onder de indruk.
Fenmore nodigt Sebastiaan uit om een keer op de Black Joke langs te komen om een praatje te maken en dat vindt Sebastiaan goed.
Fenmore verlaat de kroeg nadat hij Sebastiaan gedag had gezegd en Sebastiaan gaat weer aan het werk.
Hoofdstuk 8 “ Het verhaal van de Black Joke “
Sebastiaan  gaat de volgende dag kijken op de Black Joke van Fenmore.
Hij heeft gevraagd aan Knoet waar hij het schip kan vinden.
Hij moest de rivier aflopen en dan zou je het schip van zelf wel zien.
Maar als hij een tijdje langs de rivier gelopen te hebben ziet hij niks, maar hoort dan een bekende stem boven hem roepen het is Fenmore.
Sebastiaan had het schip helemaal niet gezien en staat er nu ineens voor.
Het schip is helemaal zwart zelfs de zeilen zijn zwart.
En doordat het schip tussen veel bomen ligt valt het helemaal niet op in de schaduw van de bomen.
Als ze samen een tijdje aan boord hebben gepraat vraagt Fenmore of Sebastiaan bij hem in de leer wilt komen als stuurman.
Sebastiaan is erg blij met dit voorstel en neemt het aan.
Daarna vertelt Fenmore van alles over het schip bijvoorbeeld waarom het schip de Black Joke heet.
Doordat het schip zo zwart is zien de tegenstanders het schip pas als het vlak voor hun neus vaart en dan is het voor hun tegenstanders meestal al te laat.
Het schip heeft 24 kanonnen terwijl de Katharina minstens 4 keer zo groot is als de Black Joke en maar 20 kanonnen aan boord had.
Sebastiaan is erg onder de indruk en nadat Fenmore uitgesproken is vertrekt Sebastiaan van het geweldige schip terug naar de scheepswerf waar Victor aan het werk is.
Hij vertelt aan Victor dat hij in de leer mag tot stuurman en het geweldige verhaal over de Black Joke wat Fenmore aan hem verteld had.
Victor vindt het ook geweldig en is een beetje jaloers op Sebastiaan.
Hoofdstuk 9 “ Op strooptocht “
Florentijn gaat met sprongen vooruit hij eet en drinkt weer.
Elke middag gaat Sebastiaan nu naar Fenmore om te leren voor het vak als stuurman.
Sebastiaan leert steeds meer en begint het steeds meer te begrijpen.
En dan is het zover Sebastiaan mag mee op de Black Joke om zijn vaardigheden die hij tot nu toe kent toe te passen op het schip.
Na twee dagen op het schip zien ze eindelijk een prooi in zicht een groot VOC schip wat makkelijk te overmeesteren is.
Als ze de buit overgeladen hebben naar hun eigen schip blijft de bemanning achter.
Net voordat Fenmore het bevel geeft om de bemanning van het VOC schip te doden houdt Sebastiaan hem tegen.
Sebastiaan zegt tegen Fenmore dat hij ze niet moet vermoorden maar hun kleren uit doen en in zee gooien en dan achterlaten.
Fenmore vindt het een grappig idee en zo blijft de bemanning van het schip achter in hun blootje.
Hoofdstuk 10 “ Bonno en Snelgrave “
Nadat ze het schip beroofd hadden ging de Black Joke weer naar Madagaskar om hun overwinning met veel drank en eten te vieren.
Maar als Sebastiaan een rondje door het schip maakt en door het ruim loopt hoort hij gekraak van iets achter in het ruim.
Eerst dacht Sebastiaan dat het een rat was maar gaat toch kijken.
Ineens ziet hij een valluik en opent het en ziet Kahlo zitten die zich op het schip van haar vader verstopt  had.
Fenmore vind het helemaal niks als Kahlo mee gaat op strooptocht.
En als ze dan meegaat verstopt ze zich in het valluik.
Als ze thuis komen wordt er veel gefeest en iedereen is dronken.
De volgende dag wordt eerst de buit weer verdeeld op het marktplein.
Florentijn is weer helemaal de oude en wil een rondje door het dorp lopen met Sebastiaan.
Florentijn wil langs bij zijn vriend Bonne een rum stoker.
Sebastiaan stelt zich voor aan Bonne en kunnen het goed met elkaar vinden.
Als ze vertrekken en langs een paar huizen lopen hoort Sebastiaan ineens geschreeuw en stokslagen.
Sebastiaan en Florentijn kijken door het raam en zien dat een man een jongen met een stok op zijn rug slaat.
De jongen heet Tom en de man heet Snelgrave.
Snelgrave was een bemanningslid van de Black Joke maar doordat hij zich slecht had gedragen werd hij van de Black Joke verbannen.
Met een smoesje lokt Sebastiaan Snelgrave bij Tom weg.
Sebastiaan en Florentijn verzorgen de wonden van Tom en maken vrienden.
Hoofdstuk 11 “ Maatjes “
De volgende dag gaan Sebastiaan, Florentijn en Tom zwemmen bij het strand.
Tom leert Sebastiaan hoe je vissen moet vangen maar Sebastiaan lukt het niet om een vis te vangen.
Tom moet weer terug naar Snelgrave anders krijgt hij weer straf dus vertrekt hij van het strand.
Florentijn en Sebastiaan blijven nog een tijdje tot de avondschemer over het strand neerkomt en gaan dan ook terug.
Hoofdstuk 12 “ Het Spookschip “  
Sebastiaan krijgt te horen dat de Black Joke weer uitvaart en heel snel weer.
Sebastiaan is erg blij met dit nieuws en maakt zich klaar voor de reis.
Na een paar dagen op het schip zien ze weer een prooi om aan te vallen.
Ze vallen pas aan als het donker is zodat de tegenstander niet weet waar het zwarte schip is.
De buit die erg groot is omdat het een Engels koningsschip is wordt overgeladen naar de Black Joke.
De bemanning vond het grapje van Sebastiaan wel leuk van de vorige keer om de bemanning van het andere schip in hun blootje achter te laten.
Dus vlak voor dat ze weggaan geeft Fenmore weer de opdracht om hun kleren over boord te gooien en varen daarna weg.
Maar als ze een tijdje op het schip gefeest hebben steekt er een hele erge mist op.
Als Sebastiaan goed kijkt door de mist heen ziet hij het silhouet van een ander schip recht op hun af komen.
Het schip is reuze groot en vaart recht op de Black Joke af.
Iedereen denkt dat het schip keihard tegen de boeg van de Black Joke aanvaart, maar ze verwachten gekraak van het hout maar horen niks.
Als ze ontzet omhoog kijken zien ze hoe het schip dwars door de Black Joke heen vaart zonder dat iets stuk gaat.
Het schip is ineens weg en iedereen aan boord van de Black Joke is verschrikt.
Maar dan denkt Fenmore aan de buit in het ruim, maar als hij daar komt is alles weg.
Het spookschip heeft alles meegenomen roept Fenmore boos naar boven.
Sebastiaan denkt weer aan het verhaal van Simon over De Vliegende Hollander en weet het gelijk.
Dit was De Vliegende Hollander en verteld dit aan Fenmore.
Teleurgesteld omdat ze geen buit hebben keert de Black Joke terug naar Madagaskar.
Hoofdstuk 13 “ De terugkeer van Alan Singleton “  
Na een tijdje weer op het eiland te zijn slaat iemand ineens alarm.
Er komt een marineschip uit Engeland op het eiland af gevaren.
Iedereen rent naar hun eigen schip en ze gaan met 5 schepen van Madagaskar op het Engelse marineschip af, waaronder de Black Joke.
Als ze zien dat het schip niet van plan is om te gaan schieten houden alle schepen van Madagaskar zich ook nog even in.
Fenmore roept vanaf de Black Joke naar het Marine schip en krijgt antwoord met een bekende stem het is Singleton.
Singleton is een piraat van Madagaskar die al jaren niet meer is terug gekomen omdat hij gevangen zat in Engeland.
Iedereen is blij en als ze aan wal komen verteld Singleton met zijn bemanning hoe hij ontsnapt is.
Hij ontsnapte uit de gevangenis en stal een Engels marineschip waarmee hij is terug komen varen.
Het schip heet de The Peril of the Seven Seas.
Iedereen is blij en er wordt veel gedronken, gedanst en gegeten die avond.
Hoofdstuk 14 “ Sabotage “
Sebastiaan krijgt te horen dat de Black Joke morgen weer uitvaart.
De volgende morgen gaat Sebastiaan vroeg in de morgen al naar de Black Joke.
Hij denkt dat hij als eerste is maar ziet dan dat Fenmore er al is.
Het eerste wat Fenmore tegen Sebastiaan zegt is dat ze niet uitvaren.
Dat komt omdat er een heel groot gat in de boeg is gehakt.
Iedereen is boos van de bemanning van de Black Joke en willen weten wie hun schip gesaboteerd heeft.
De volgende nacht houden Kahlo, Florentijn en Sebastiaan de wacht op de Black Joke.
Rond middernacht horen ze stemmen en vlak voor ze weer willen toeslaan schiet Kahlo een man door zijn been.
Alle mannen rennen verschrikt weg het woud in en komen niet meer terug.
De saboteurs worden gepakt alleen de Black Joke is niet zomaar weer gemaakt.
Nu moeten Fenmore en de bemanning wachten tot het schip weer gemaakt is en dat duurt erg lang.
Hoofdstuk 15 “ De aanval “
Vroeg in de morgen een paar dagen na de sabotage wordt Sebastiaan wakker van kanonschoten.
Als hij kijkt wat er aan de hand is ziet hij op het water allemaal Engelse marineschepen maar nu niet met Singleton maar met echte vijanden.
Het zijn er wel 15 en op het eiland hebben ze maar 5 schepen om mee terug te kunnen vechten.
Van land wordt er ook op de marine schepen geschoten.
Maar Sebastiaan moet naar de Black Joke om op zee tegen de vijand te vechten.
Elk schip van Madagaskar wordt neergeschoten behalve de Black Joke die besluit om terug naar het land te gaan om te overleven.
Hoofdstuk 16 “ Het cactuswoud “
Als de Black Joke gestrand is op het achterste deel van hun eiland besluiten ze te vluchten.
Door het oerwoud naar hun woonplaats aan de andere kant van het eiland.
De schade van de Black Joke is zo erg dat het niet meer terug kan varen.
Iedereen camoufleert het schip en ze laten het daar op het strand achter.
Sebastiaan, Florentijn, Kahlo en Victor die ook bemanningslid van de Black Joke zijn geworden lopen achteraan de rij die door het oerwoud teruggaat naar hun woonplaats. 
Als ze halverwege hun reis zijn komen ze voor een soort cactus bos wat erg groot is.
Ze hakken zich er doorheen en komen er zo uit.
Iedereen van de bemanning heeft overal sneeën en doornen in en op hun lijf, maar ze zijn uit het cactuswoud.
Als ze bij hun woonplaats aankomen zien ze dat het helemaal is plat gebrand.
De Engelsen hebben heel hun kamp vernield en zijn daarna vertrokken.
Er hangt nu al dagen een vraag rond bij iedereen in zijn hoofd.
Wie heeft hen verraden ?
Hoofdstuk 17 “ De keuze “ 
Als ze die avond allemaal om een vuur zitten stelt Fenmore eindelijk de vraag waarom nu juist die aanval kwam.
Zijn ze verraden of iets anders, niemand weet het totdat Denys Hugo opstaat en Sebastiaan de schuld geeft van alles.
Als ze de mannen van de VOC schepen gedood hadden in plaats van uitgekleed hadden ze niks kunnen zeggen over de aanval op hun schip.
Sebastiaan ziet dat iedereen ineens aan hem twijfelt zelfs Fenmore ziet hij twijfelen.
Maar als het uit de hand dreigt te lopen grijpt Fenmore toch in.
Dan zegt Fenmore dat het er wel iets mee te maken had om de bemanning van de verliezers uit te kleden maar bewijzen kunnen we niet zegt hij dan.
Fenmore besluit dat Sebastiaan moet bewijzen dat hij een piraat is.
Fenmore laat Sebastiaan als spion rond varen over de zee rond de kust van Afrika.
Hij moet dan informatie zien te krijgen over de Engelse marine en zien of hij iets komt te weten over de aanval.
Vroeg in de morgen als iedereen nog slaapt wordt Sebastiaan wakker van Fenmore die aan zijn schouder schud.
Loop met me mee zegt hij en vertelt Sebastiaan dat hij nog een missie in het geheim moet doen.
En dat de bemanning daar ook niks van mag weten.
Hij moet informatie krijgen over het spookschip De Vliegende Hollander.
De volgende morgen vertrekt Sebastiaan met het schip De Lorenzo om zijn missie te vervullen.

Deel 2 van het boek “ Het spookschip “
Hoofdstuk 18 “ Een vreemde ontmoeting “
Sebastiaan wilde altijd al kapitein zijn van zijn eigen schip maar niet op zo’n manier.
Sebastiaan heeft besloten om een logboek over De Vliegende Hollander bij te houden, hoe het er uit ziet, wanneer het op komt dagen, hoe groot het is enzovoorts.
Als ze bij het hun eerste stop komen moeten de mannen die bij Sebastiaan aan boord zijn gelijk proberen informatie te krijgen over de Engelse marine.
Sebastiaan heeft niet gezegd dat ze ook op zoek zijn naar De Vliegende Hollander en daarom gaat hij alleen erop uit om aan die info te komen.
Die avond gaat iedereen weer aan boord en varen weg uit de haven van de tafelbaai ( hun eerste stop ).
Maar na een tijdje op zee te hebben gevaren hoort Sebastiaan ineens Florentijn iets schreeuwen.
Hij hoeft niet te horen wat hij schreeuwde want zelf ziet hij het al.
Voor hem doemt De Vliegende Hollander op uit de mist of toch niet.
Als ze aan boord gaan van het schip zien ze dat het helemaal verlaten is.
Echt helemaal niemand is aan boord Sebastiaan schrok erg en dacht dat het, het spookschip was.
De mannen zijn opgelucht van de Lorenzo, maar Sebastiaan denkt nog steeds dat het iets met De Vliegende Hollander te maken had.
Hoofdstuk 19 “ De storm “
De Lorenzo vaart nu al maanden over zee op weg naar nieuwe havens om antwoorden op de aanval te krijgen.
Bij hun laatste haven vertelde een man dat de Portugezen, Engelsen, Spanjaarden en de Nederlanders een verdrag hebben gesloten en nu samen de piraterij proberen uit te roeien.
In de havens waar ze zijn geweest heeft Sebastiaan veel nieuwe informatie over De Vliegende Hollander gekregen.
Sebastiaan is er achter gekomen dat het schip steeds opdoemt bij stormen en ook dat het schip heel vaak wordt gezien bij de Kaap de Goede Hoop.
Sebastiaan wil het schip ontmoeten. Hij is het zat om alleen maar verhalen te horen over het spookschip en wil het weer met zijn eigen ogen zien.
Als ze weer op zee zijn steekt er een erge storm op.
Het duurt maar een uurtje en net als ze denken dat het niet erger kan is het ineens doodstil.
De storm is gaan liggen er is geen zuchtje wind en het schip ligt doodstil op het water.
Sebastiaan vind het maar raar en wacht af.
En dan ineens komt de storm terug zo erg was het nog niet.
Sebastiaan wil niet over boord vallen en bindt zichzelf vast aan de mast.
Hij ziet dat zijn bemanning ineens naar zijn kajuit rent.
Sebastiaan weet gelijk dat ze in zijn logboek gaan kijken waarom ze zolang op het schip moeten blijven.
Als de storm helemaal weg is ziet dat zijn bemanning boos op hem afloopt.
We moeten het spookschip opsporen dat is die geheime missie van je roept de bemanning naar hem.
Sebastiaan legt het allemaal uit, maar de bemanning denkt dat hij gek is. Het spookschip zoeken dan kan je maar beter gelijk met schip en bemanning al zinken vinden ze.
Hoofdstuk 20 “ De Vliegende Hollander “
De volgende morgen loopt Sebastiaan het dek op maar ziet daar niemand.
Al het werk ligt onafgemaakt op de grond.
Waar is zijn bemanning vraagt Sebastiaan zicht af.
Ze zijn weggegaan. Sebastiaan wacht nog een paar dagen op zijn bemanning.
Als hij ziet dat ze niet meer komen besluit hij in zijn eentje op het spookschip te jagen.
De volgende dag vertrekt hij in zijn eentje op de Lorenzo.
Maar als hij een tijdje alleen alles moet doen op het schip merkt hij meteen dat hij zij bemanning erg nodig heeft.
Er steekt weer een storm op. Sebastiaan vliegt van het schip en belandt op een zandbank.
Terwijl hij op de zandbank ligt ziet hij hoe de Lorenzo verder vaart zonder iemand aan boord.
Hij kijkt het na tot dat het niet meer te zien is.
Hij zit een dag op de zandbank tot dat er een sloep op hem af komt varen.
Hij schreeuwt om hulp en wordt gered.
Maar ziet dat het de mannen in het zwart zijn die ook op de Katharina waren voordat het schip zonk.
Een van de mannen zegt je wordt verwacht Sebastiaan op ons schip.
Sebastiaan’s mond valt open van verbazing en schrik.
Voor zijn neus ligt De Vliegende Hollander.
Als hij aan boord is verlaten de mannen in het zwart de boot en vertrekken.
Hoofdstuk 21 “ Het logboek “ 
Als hij daar staat aan de reling van het schip kijkend naar de mannen uit de sloep weet hij niet wat hij moet doen.
Hij ziet dat het schip mega groot is met rode zeilen en om het schip hangt een blauwachtige mist.
Als hij wil vluchten en het water in springt verwacht Sebastiaan een plons, maar valt op de houten planken van De Vliegende Hollander.
De kapitein roept als je er op bent geweest kom je er nooit meer af.
Als hij naar het roer loopt ziet hij een spookachtig persoon staan met lang wit haar.
Als hij naast de gestalte staat ziet hij dat het geen levende is maar een dode man die tegen hem begint te praten.
Sebastiaan rent weg naar de eerste hut die hij ziet en draait de deur op slot.
Hij ziet een stoel en gaat zitten om bij te komen van wat hij net zag.
Dan ziet hij op het bureau voor zich een logboek liggen en beseft nu dat het de kajuit van de kapitein is.
Op de voorkant leest hij Willem VanderDecken, waarschijnlijk de man die achter het roer stond.
Hij leest in het logboek over het schip De Hollander dat uitvoer op een heilige dag.
Het schip werd vervloekt die dag en nu moet VanderDecken voor altijd op het schip blijven tenzij iemand hem aflost van de vloek.
Door de jaren heen werd het schip van VanderDecken oud en begon er spookachtig uit te zien.
Door de vloek had VanderDecken ook een voordeel want hij beheerste de elementen op zee en in de lucht.
Hij kon vliegen met zijn schip en noemde het sindsdien De Vliegende Hollander.
Sebastiaan sluit het boek na dit punt en gaat terug naar de kapitein VanderDecken.

Hoofdstuk 22 “ Verraad “
Na een soort van raar gesprek te hebben gehad met VanderDecken wil Sebastiaan weleens weten of de buit van de Black Joke bij de schat van De Vliegende Hollander ligt.
Als hij door de schatten loopt vindt hij niks wat hij herkent van de buit van de Black Joke.
Net als Sebastiaan wil weg lopen ziet hij een klein uurwerkje liggen wat Sebastiaan had afgenomen van één van de schepen die ze hadden beroofd op de Black Joke.
Sebastiaan had het aan Fenmore gegeven maar nadat De Vliegende Hollander hun had beroofd hadden ze ook het uurwerkje meegenomen.
Dat kan hij dan teruggeven aan Fenmore.
Hij ziet ook een kistje met een stuk perkament.
Hij leest het en zijn gezicht verstard.
In de brief staat de oplossing van zijn probleem.
In de brief staat de opdracht van Singleton dat hij de piraten moest bezighouden zodat alle piraten van het eiland aan land waren.
Dan zou Singleton een brief schrijven aan de Engelse marine waarin stond dat iedereen aan land was.
Dat is de verrader nu is zijn missie afgelopen. Hij heeft het mysterie opgelost van De Vliegende Hollander en hij heeft de verraders te pakken gekregen.
Hij is onschuldig.
Hoofdstuk 23 “ Bevroren tijd “
Sebastiaan is er achter gekomen dat de tijd op De Vliegende Hollander om hun heen stil staat.
Hij weet ook niet hoelang hij al op het schip zit misschien al een jaar of langer.
Als ze met het schip langs de kant varen zien ze een haven.
VanderDecken vind het even leuk om de mensen in de haven bang te maken en vaart er vlak langs.
Hoofdstuk 24 “ Ontmoeting in de Tafelbaai “
Maar dan ziet Sebastiaan ineens de Black Joke liggen met Fenmore aan dek samen met Victor en Kahlo.
Sebastiaan schreeuwt keihard naar Fenmore als Fenmore hem ziet zet hij gelijk alle zeilen bij en zet de achtervolging in op De Vliegende Hollander.
Dan denkt Sebastiaan ineens aan het uurwerk. 
Hij ziet dat het opgehouden is met tikken en het staat stil.
Als hij het weer laat tikken voelt hij zich ineens heel slap en valt zowat flauw.
VanderDecken rent naar hem toe en omhelst hem.
Sebastiaan snapt er niks van en vraagt waarom VanderDecken zo blij is.
VanderDecken vertelt dat als je de tijd laat lopen op het schip je de vloek opheft.
De vloek is weg en VanderDecken kan weer van zijn schip.
De Black Joke houdt makkelijk De Vliegende Hollander bij en Sebastiaan zegt als jij me van je schip laat krijg jij het uurwerk tegen VanderDecken.
Ze hebben een deal en zo verlaat Sebastiaan het spookschip en gaat weer aan boord bij de Black Joke.
Na korte tijd is De Vliegende Hollander uit het zicht verdwenen en blijft de Black Joke op het water achter.
Hoofdstuk 25 “ Een nieuw begin “
Sebastiaan was aan boord van de Black Joke flauw gevallen van de honger.
Als hij wakker wordt eet hij zoveel als vier man dat zouden doen.
Hij vraagt hoelang hij is weggeweest en krijgt als antwoord anderhalf jaar.
Doordat de tijd stil stond op het schip had hij al die tijd ook niks gegeten of gedronken.
Toen hij de vloek verbroken had kwam al die honger van die anderhalf jaar in een keer terug.
Op Madagaskar was het Fenmore en zijn mannen niet gelukt om de nederzetting weer op te bouwen.
Iedereen ging een andere weg met hun eigen schip.
Als Sebastiaan hem de brief geeft waarin staat wie de verrader is kan hij zijn ogen niet geloven.
Dat Singleton zoiets zou doen zou Fenmore nooit denken.
Hij is boos en teleurgesteld tegelijk maar wil wraak op Singleton.
Hoofdstuk 26 “ De wraak van Claude Tempest “
Als ze langs een dorpje varen zien ze midden op het pleintje de afgebroken mast van het schip van Singleton staan.
Ze gaan kijken en horen van een man uit het dorp dat Claude Tempest het schip van Singleton in de brand had gestoken.
Singleton verbrandde vlak voor de neus van Tempest.
Tempest wilde af zijn van de vloek die Barendregt over hem had uitgesproken.
En wilde een einde aan zijn leven maken maar in plaats daarvan overleefde hij het met nog 3 mannen van de bemanning.
Het laatste wat hij aan het schip deed was de mast om kappen en die als herinnering van het schip in het dorp te zetten.
De man vertelde dat Tempest een week geleden vertrokken was met een ander schip.
De bemanning hoefde zich niet meer te wreken op Singleton want die was al dood.
Ze zijn eindelijk vrij de Engelse marine heeft zich terug getrokken en zo kunnen de piraten van de Black Joke een nieuw leven op bouwen.
Einde.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Behoorlijk je best op gedaan zie ik :)