Simone van der vlugt - de slavenring Boekverslag

Door Koen21097 gepubliceerd op Friday 28 September 12:14

Een boekverslag over ''de slavenring'' van Simone van der vlugt

Inleiding

Ik heb dit boek gekozen omdat ik een boek nodig had voor mijn boekverslag. Ik ging dus in de lijst krijgen van boeken die de juffrouw had gegeven als tip. Ik had wel is van deze schrijfster gehoord en de onderwerpen achter haar boeken sprak mij wel aan, dus ging ik in de bibliotheek op zoek naar de boeken die op de lijst stonden van deze schrijfster. Van die boeken leek De slavenring mij het leukst. Toen heb ik dit boek gekozen voor mijn boekverslag.

 

Samenvatting

Het boek begint in 2 verhaallijnen over twee mensen die in de eerste eeuw na christus slaaf zijn geworden. Het eerste verhaal gaat over een jongen, Folkrad. Hij is de zoon van het hoofd van een stam (sibbe) in het Rijnland. Dit land is nog niet overgenomen door de Romeinen, en de sibbe is dus een vrije stam met hun eigen (strenge) regels. Op een dag wordt een meisje uit de sibbe verkracht door 2 Romeinen, Folkrad ziet dat en vermoord de 2 mannen. Hij verteld dit niet tegen zijn vader omdat anders het verkrachte meisje niet meer toegelaten word tot de sibbe. Zo brengt hij de hele sibbe in gevaar, omdat de Romeinen een paar dagen later daardoor binnenvallen en de hele stam vernietigen. Folkrad wordt meegenomen als slaaf.

De 2e verhaallijn gaat over een meisje dat Chloe heet en woont bij een pleegfamilie. Het gezin bestaat uit haar zusje Elena, haar pleegmoeder Julia en haar pleegvader Anthnus. Chloe werkt samen met haar zusje in de herberg van haar vader, waar de zaken slecht gaan. Op een dag komt er een slavenhandelaar in de herberg die Chloe wel ziet zitten. Haar pleegvader verkoopt haar genoodzaakt en Chloe word ook een slaaf.


Na deze twee aparte verhaallijnen komen ze samen, Folkrad wordt via de boot naar zijn nieuwe meester, heer Lucien gebracht. Waar Chloe ook naar toe was gegaan. Samen werken ze met nog veel andere slaven bij het stadje Pompeji. Folkrad is niet blij met zijn leven als slaaf en wil weer vrij zijn, hij ontsnapt. Terwijl de mensen naar hem op zoek zijn barst ook de vulkaan bij Pompeji uit. Alles in de wijde omtrek wordt verwoest, of Folkrad het nog red?...

 

Personages

Noem de hoofdpersonen en bijfiguren.

De hoofdpersonen zijn: Folkrad en Chloe.
De bijfiguren zijn: Heer Lucius, Mama Constina, Philos, Valeria, Marcus.

Vertel van de hoofdpersonen kort iets over hun karakter en uiterlijk.

Folkrad is een stevige, gespierde blonde jongen van rond de 17 jaar, hij is goed in jagen en is daarom ook een slaaf die zijn meester beschermt. Toen hij nog rustig in zijn sibbe woonde was hij heel zelfverzekerd en had hij ook veel respect voor wat zijn vader moest doen als stamhoofd. Nadat hij is weggevoerd als slaaf heeft hij veel schuldgevoel en angst. Hij is als slaaf heel ongelukkig en daarom ontsnapt hij ook.

Chloe is een mooi meisje met donker haar en bruine ogen dat al vanaf het begin van haar leven verlaten is door haar ouders, ze heeft met haar pleeggezin een beetje een rare relatie. Ze weet dat haar moeder en zusje van haar houden, maar haar vader ziet haar helemaal niet staan. Daarom lijkt het alsof ze een klein beetje bang is voor haar vader. Toen ze werd verkocht als slaaf voelde ze zich heel bang, omdat ze zo mooi was werd Marcus verliefd op haar, waarmee zij onbedoeld een kind kreeg. Chloe was al een beetje stil, maar toen het kind wat ze kreeg ook nog is werd afgepakt heeft ze de rest van het verhaal nauwelijks wat gezegd en alleen maar met gebarentaal gepraat. Ze was heel erg op zichzelf en heel stilletjes.

 

Verandert het karakter van de hoofdpersonen in het verhaal? Leg je antwoord uit. 

Ja, Folkrad wordt opeens heel angstig als hij wordt meegenomen als slaaf en hij krijgt dan ook heel erg een schuldgevoel, eerst was dat niet. Ook verandert hij van het type dat gewend was de baas te zijn, naar een type dat gehoorzaam moet zijn als slaaf. Chloe verandert in het boek van een type dat niet heel veel zegt, naar een type dat niks zegt. Ze raakt ook in shock omdat ze haar kind kwijtraakt. Je ziet bij beide hoofdpersonen, dat ze steeds meer veranderen in de loop van het boek.

Beschrijf de relaties tussen de personages.

Toen Folkrad aankwam in het slavenverblijf, vond hij Chloe meteen al mooi. Als het verhaal vordert, beginnen ze elkaar steeds meer te mogen. Chloe helpt Folkrad dan ook met ontsnappen. Ook hebben de 2 slaven veel banden met andere slaven. Zo is de band tussen Chloe en een andere slaaf genaamd Mama Constina ook heel goed, Chloe vertelt Mama Constina alles wat er gebeurt. Marcus, de zoon van Heer Lucius is een beetje de slechterik in het verhaal. Hij gaat slecht met zijn slaven om, en hij verkracht Chloe ook, waarbij zij haar kind krijgt. Niemand mag Marcus, maar bij de rest van zijn familie hebben de slaven het goed.

 


Verhaalanalyse

Verklaar de titel.

De titel ` De slavenring `, gaat over de ring die alle slaven om hun nek dragen. Als je die ring niet meer draag ben je dus eigenlijk geen slaaf meer. De slavenring is dus het verschil tussen slaaf zijn, en de vrijheid. En vrijheid daar gaat het in dit boek veel over. Folkrad ontsnapt van zijn slavenring.

Beschrijf het motto en leg dit uit. (Er is niet altijd sprake van een motto.)

Er is in dit boek geen sprake van een motto

Beschrijf de ruimte(s) waar het verhaal zich hoofdzakelijk afspeelt en waarom dit/deze belangrijk is/zijn voor het verhaal.

Het verhaal speelt zicht af in het Rijnland, waar Folkrad woonde, en waar hij in de natuur heeft leren jagen, waardoor hij weer een goede bewakingsslaaf werd van Heer Lucius. In Rome, waar Chloe woonde en zij haar dingen over schoonmaken en huishouden leerde in de herberg. Maar hoofdzakelijk in Pompeï, de plek Pompeï is belangrijk voor het verhaal omdat Pompeï een Romeinse stad was, waar ook slaven werden gehouden. Maar vooral omdat naast Pompeï de Vesuvius ligt. De vulkaan de Vesuvius barst uit in het verhaal een heeft een grote invloed op de verhaallijn. Daarom is de plek Pompeï belangrijk in het verhaal.

Beschrijf in welke tijd het verhaal zich afspeelt. Ondersteun je antwoord met voorbeelden uit het boek.

Het verhaal speelt zich af in de eerste eeuw na christus. Om precies te zijn, in 77 t/m 79 na christus. In die tijd leefde de Romeinen en hadden zij slaven. Je kunt dit heel makkelijk zien in het boek, omdat de eerste verhaallijn begint met: Het Rijnland, 78 na christus. En de 2e verhaallijn begint met: Rome, 77 na Christus.

Beschrijf of de beschreven ruimte(s) en de gebeurtenissen en/of gevoelens van de personen parallel lopen of dat er contrast is. Leg dit uit.

Het loopt parallel, omdat als het dorp van Folkrad wordt aangevallen, en alles in puin ligt, hij zich meteen rot voelt. Ook als hij wordt meegenomen op een slavenboot, waar hij niet goed behandeld word, voet hij zicht heel erg slecht. En als Chloe word meegenomen als slaaf in de droge woestijn, voelt ze zicht ook slecht. En als laatste, als de Vesuvius uitbarst en alles verwoest word, ligt iedereen te huilen en voelt iedereen zich ongelukkig. Het loopt dus eigenlijk heel erg parallel.

Beschrijf of het verhaal chronologisch is of niet. Leg dit uit.

Het verhaal is niet chronologisch, omdat er 2 verhaallijnen zijn. Ieder verhaallijn speelt zicht weer af in een net andere tijd. Als de verhaallijnen dan door elkaar gaan lopen, moet je steeds overschakelen naar een ander tijdstip.

Beschrijf of er in het verhaal flashbacks en/of flashforwards zitten. Beschrijf wat er gebeurt in deze en wat de functie is van deze.
( wanneer er geen flashbacks en/of flashforwards in het verhaal zitten, wordt er een terugblik en/of vooruitwijzing beschreven en toegelicht)

Er zitten veel Flashbacks in het verhaal, omdat Folkrad en Chloe steeds terugdenken aan hoe hun leven was voordat ze slaaf werden. Folkrad denkt bijvoorbeeld vaak terug aan dat hij stamhoofd had kunnen worden, en dat hij vind dat hij zijn sibbe in de steek heeft gelaten door niets te vertellen over de 2 vermoorde Romeinen. Door het steeds terugdenken aan hoe hun leven had kunnen zijn, krijg je steeds meer medelijden moet hoe hun leven nu is.

Beschrijf of er sprake is van een tijdversnelling en/of tijdvertraging en geef hierbij voorbeelden.

Er zijn niet zo veel tijdsversnellingen en/of tijdsvertragingen in het verhaal. Het enige wat ik heb kunnen opmerken is dat soms de tijd als slaaf een beetje versneld wordt. Zo is Chloe al een paar maanden slaaf van Heer Lucius als Folkrad daar pas aankomt. Dit merk je alleen niet echt.

Beschrijf van wat voor vertelwijze (perspectief) er sprake is en leg dit uit.

Er is soms sprake van een hij/zij verteller en soms van een objectieve verteller. Zo zie je in een deel van het verhaal steeds Chloe knikt, Chloe zakt neer op…, …fluistert Chloe. En in een ander deel van het verhaal zie je steeds: Zegt hij, Hij vind het… Er is dus sprake van steeds een andere vertelwijze. Dit doet de schrijfster denk ik ook om in het begin meer contrast te maken tussen de twee verhaallijnen, door verschillende vertelwijzen te gebruiken.

Noem minimaal drie motieven en licht ze ieder met één zin toe.

- Aardbevingen, er komen steeds aardbevingen van de Vesuvius voor in het boek, daarbij gebeurt er meestal iets ergs.
- Marcus, hij is vaak weg voor zijn werk en als hij er dan weer wel is gebeurt er meestal ook iets met Chloe.
- Chloe ‘s baby, steeds als Chloe terugdenkt aan haar baby gebeurt er iets, vaak word ze alleen maar verdrietig maar soms gebeurd er ook iets spannends.

 


Beschrijf het thema van het verhaal en licht deze toe.

Het thema van het boek is: vrijheid van slaven. Dit is omdat eigenlijk het hele verhaal hier over gaat. Folkrad, Chloe en vele andere slaven willen namelijk de hele tijd hun vrijheid terugkrijgen. Zo ontsnapt Folkrad van het slavenleven omdat hij zijn vrijheid terug wil en terug wil naar zijn Rijnland.

Beschrijf de hoofdgedachte van het verhaal en licht deze toe.

De hoofdgedachte van het verhaal is: Slaven willen hun vrijheid, omdat je uit het boek goed kan leren hoe de slaven het vroeger hadden. Je snapt uit het boek helemaal waarom de slaven hun vrijheid wilden.

 

 

 


Stijlfiguren en beeldspraak

Geef een voorbeeld van een stijlfiguur in het boek. Geef aan van welk soort stijlfiguur er sprake is ( herhaling, tegenstelling en/of opsomming).

Er wordt in het verhaal gebruik gemaakt van herhaling, omdat Folkrad en Chloe steeds opnieuw terugdenken aan hoe het was voordat ze slaaf werden, ook zie je hier het contrast tussen het leven toen en het leven nu, zodat er meer nadruk ligt op hoe slecht de slaven het nu hebben.

Geef een voorbeeld van beeldspraak in het boek. Geef aan van welk soort beeldspraak er sprake is (metoniem en/of vergelijking).

In het boek gebruiken ze soms een metoniem. Een voorbeeld: Heel even blijven ze doodstil op de grond liggen. Dan komt Folkrad overeind en trekt een bevende Branthild omhoog. ´Wat was dat? Romeinen! Waren het Romeinen?´ In het maanlicht lijkt haar gezicht spierwit.
In dit stukje uit het boek wordt een geheel genoemd in plaats van het deel. Ze zeggen de Romeinen, maar ze bedoelen: de troepen die horen bij het Romeinse leger. Het is dus een metoniem.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
goed gedaan (zegt de juf hier)