Analyse van het gedicht 'De maan glijdt langs de ruiten' van Piet Paaltjens

Door Rabarbara gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Een korte bespreking van het gedicht 'De maan glijdt langs de ruiten' van Piet Paaltjens.

Een van mijn favoriete gedichten is het gedicht 'Immortelle I'  ofwel 'De maan glijdt langs de ruiten'  van Piet Paaltjens, pseudoniem van François Haverschmidt. Het gedicht staat in de bundel ‘Snikken en grimlachjes’ uit 1867. Uiteraard is dit gedicht onderdeel van een geheel en moet het in de context van de bundel geplaatst worden. Toch is het op zichzelf staand ook heel mooi. Vandaar dat ik het eruit licht en kort bespreek.

 

 

 

Eenvoud

Het gedicht is geen moeilijk gedicht. Het verhaalt van de maan die naar een ‘bleeke zanger’ kijkt en zich afvraagt waarom hij huilt. De ‘bleeke zanger’ moet niks van deze vraag hebben en maakt daarbij de woordgrap ‘loop naar de maan, dat gaat niemand wat aan’. Hij kan echter niet zeggen tegen de maan dat ze naar de maan moet lopen, want de maan is de maan zelf.

Wat mij aanspreekt in het gedicht is de eenvoud. De glinsterende traan die wordt opgemerkt en de verwensing van degene met de traan naar degene die het opmerkt. Het verdriet dient onopgemerkt te blijven. Liever is de ‘bleeke zanger’ eenzaam met zijn verdriet dan dat hij het deelt. Zelfs een abstractie als de maan mag het niet opmerken. Niemand mag het opmerken. Niemand mag de traan zien en zeker niemand mag weten wat de reden van de traan is. De zanger houdt dit het liefst voor zichzelf.

 

 

Herinnering

Toen ik dit gedicht voor het eerst las was ik ongeveer 14 jaar. Een echter puber dus. Ook ik vond het verschrikkelijk om mijn verwarde gevoelens te moeten delen met ouders en leerkrachten. Het liefst kroop ik achter het behang. De vervloeking van de zanger aan het adres van de maan was vergelijkbaar met mijn vervloeking aan mijn opvoeders: het gaat niemand wat aan wat ik voel! Ik wil het liefst alleen zijn! Laat me allemaal met rust!

Nu vind ik het gedicht vooral mooi door de klanken en de beeldspraak. Ook door de herinnering die ik eraan heb. De herinnering aan mijn puberteit.

 

 

 

De maan glijdt langs de ruiten

Immortelle I

 

De maan glijdt langs de ruiten
En blikt mij vragend aan.
“Wat moet dat, bleeke zanger,—
In uw ooghoek glinstert een traan?”
 
Zoo gij de maan zelf niet waart
’k Zou zeggen: loop naar de maan.—
Wat mij het oog doet glinsteren,
Dat gaat er geen schepsel aan.
Uit: Immortellen, 1850-1852.

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Bij mij roept het ook wat op van mijn prille jeugdjaren. Met mijn 4 jaar lag ik in een vreemd bed, op een vreemde kamer in een vreemd huis bij vreemde mensen onder een schuin dak met een dak raam en zag de maan komen en langzaam over het dakraam glijden, ik had alleen meer dan 1 traan... onvoorbereid lag ik daar, mijn moeder was voor vele maanden opgenomen, mijn broers waren elders onderbebracht...

je hebt het gedicht goed uitgelegd en ik heb het graag gelezen, opvallend dat je zulke dingen al las op je veertiende! ;)