Donder en bliksem

Door Bengeltje gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het verhaal gaat over het ontstaan van de donder en de bliksem. En hoe ze zo angstaanjagend geworden zijn. p.s. de tekeningen waar ik mee bezig ben voor dit verhaal volgen nog.

 

Donder en Bliksem

Er gaat een gerucht de ronde dat op een vreemde wijze donder en bliksem is ontstaan. Een verhaal over een goddelijke tweeling, over ruzie, woede en leugens en plaatsen waar je vast nog nooit van hebt gehoord. Ik zal je het verhaal vertellen.

Lang geleden was er in de hemel een jonge man Nasir en een jonge vrouw Veresé. Zij kregen een tweeling. Donder en Bliksem genaamd. Vanaf de dag dat ze konden spelen speelde ze met elkaar. Nasir en Veresé waren trots op hun kinderen. Dat ze zo lief tegen elkaar deden, ze waren altijd samen, speelde samen en er was nooit ruzie. Ze konden heet echt heel goed met elkaar vinden.

Vanaf dat ze vijf jaar waren speelden ze elke dag tikkertje. Donder was hem bijna altijd, want hij kon niet zo snel rennen als Bliksem maar donder vond dar helemaal niet erg. Hij vond het gewoon leuk om met zijn zus te spelen. Het ging goed totdat ze beide 10 jaar waren. Ze renden over de wolken toen Bliksem zo snel ging dat Donder haar niet meer zag. Donder ging even uitrusten. Hij kon echt niet meer. Toen kwam de god van de ruzie Quarrel bij Donder en zei: ‘Dit is toch niet eerlijk Donder? Jij bent hem altijd.’ En dat zei hij vanaf die dag elke dag tegen Donder, het begon Donder te irriteren. Tot op een dag, toen ontplofte hij en begon hij tegen Bliksem te schreeuwen: ‘Het is oneerlijk, ik ben hem altijd en we gaan nooit eens een ander spel doen, het is altijd dat stomme tikkertje en jij bent hem nooit.’ Zo ging hij een tijdje door. Elke dag probeerde Bliksem het goed te maken met Donder, maar donder was te boos om het weer goed te willen maken. Op een dag kwam de god van de ruzie bij Bliksem en zei: ‘Dit is toch niet eerlijk Bliksem? Hij wil je niet eens vergeven en jij kan er toch niks aan doen dat hij zo sloom is?’ en dat zei hij elke dag tegen Bliksem. En toen op een dag ontplofte Bliksem. Ze ging naar Donder toe en schreeuwde tegen hem: ‘Het is oneerlijk, ik heb gezegd dat het me speet, maar je wil mij niet eens vergeven, ik kan er toch ook niets aan doen dat jij zo sloom bent.’ Toen begon Donder terug te schreeuwen.

Beneden op aarde klonk het als donder en de mensen zagen allemaal lichtflitsen, ze waren erg verward, dit kenden ze helemaal niet. Wat was daarboven aan de hand? De natuurgod Herne was op dat moment op aarde en zag het vreemde verschijnsel ook. Hij ging naar boven om te kijken wat er aan de hand was. Toen hij boven was zag hij de twee ruzie maken en vroeg ze: wat is er aan de hand?’ Ze vertelde hem alles tegelijk en Herne werd er niet veel wijzer van. Opeens rende Bliksem huilend naar huis. Herne vroeg Donder nog maar eens wat er nu eigenlijk gebeurd was. Donder zei tegen Herne dat Quarrel had gezegd dat het oneerlijk was wat Bliksem hem aandeed. Herne wist meteen dat Quarrel de ruzie tussen Donder en Bliksem had veroorzaakt. Herne ging opzoek naar Quarrel. Hij vond hem bij de grot van de Despair. Daar sprak hij hem aan op wat hij gedaan had. Herne was zo boos dat Quarrel bang voor hem werd en vluchtte naar Aarde. Herne keerde terug en vertelde Donder en Bliksem alles wat er was gebeurd. Donder en Bliksem maakte het weer goed met elkaar. Bliksem was zo blij dat Donder weer met haar praatte en Donder eigenlijk ook wel. Hij had Bliksem echt wel gemist. Maar ja dat kan je moeilijk toe gaan geven, je bent een stoere man. Zo dacht Donder erover. 

Nu ze alles van Herne hadden gehoord waren ze zo boos op Quarrel dat ze hem met hun Donder en Bliksem achternagingen. Zo jaagden ze Quarrel met z’n tweeën de hele wereld door. Maar Quarrel had een gemeen plan bedacht om van Donder en Bliksem af te komen. Hij verspreide allemaal gemene leugens over Donder en Bliksem, zodat alle mensen bang voor ze werden en ze vervloekte. De mensen gingen de goden om hulp roepen en baden om te zorgen dat Donder en bliksem hun niks aandeden. Herne dacht dat Donder en Bliksem dat allemaal op hun geweten hadden. Hij dacht dat Donder en Bliksem de mensen bang hadden gemaakt met hun kracht, dat ze te veel macht hadden en het kwade in hun een huis had gevonden. Hij voelde zich verdrietig, want die twee waren hem net zo dierbaar als zijn eigen kinderen. Op een dag stak Quarrel een dorp in de brand en Donder en Bliksem kregen de schuld. De mensen vervloekte ze nu nog meer en smeekte de goden op hun knieën om een eind te maken aan deze hel en alstublieft Donder en Bliksem uit te roeien. Volgens hun waren Donder en Bliksem duivels gestuurd uit de hel om de mensen die in goden geloofden het leve zuur te maken en te doden. Herne vond dat ze te ver gegaan waren, zo konden ze echt niet verder gaan. De hele wereld was doodsbang voor ze. Herne vond het genoeg. Ook al waren ze zo dierbaar voor hem, dit kon zo niet verder. Ze hadden hem echt teleurgesteld. Hij had ze toch echt anders geleerd. En hij had ook anders van hen verwacht. Dat hij het niet gezien had! Hij was woest op zichzelf. Dat hij dit had kunnen laten gebeuren! Hij blies de donderwolken en bliksem in een keer weg. Hij verbande ze naar het land waar nog nooit iemand van teruggekeerd was. Het land van de Exiled.

Aan de rand van het land van de Exiled kwam Quarrel hun nu uitlachen en pesten. Hij lachte en pesten hun elke dag. Hij zei: ‘ha is het niet oneerlijk? Jullie hadden gewoon tikkertje moeten blijven spelen., maar nee jullie moesten elkaar zo nodig kleineren. En nu zitten jullie hier haha.’ Zo ging hij elke dag door. Maar op een dag ging hij te ver. Hij zei: ‘En die domme Herne dacht echt dat jullie de mensen bang hadden gemaakt en dat jullie dat dorp verbrand hadden. Haha maar dat heb ik gedaan. En hij gaf nog wel zo veel om jullie. Haha.’ Quarrel lag helemaal in een deuk van het lachen. Het leek eerst wel of hij er in zou stikken. Toen Herne dit hoorde was hij blij, boos en verdrietig tegelijkertijd. Hij was dan toch niet zo gek. Ze hadden hem helemaal niet verraden. Hoe kon hij dat nou geloven! Ze hadden helemaal geen kwade geesten. Hij zou Quarrel eens goed laten schrikken, die sluwe vos. Hij zou hem nog wel eens laten schrikken.

En dat gebeurde ook. Hij schrok zich een hoedje toen hij bijkwam van het lachen, want voor hem zag hij Donder en Bliksem staan. In levende lijve. Donder was een jonge man van twintig en Bliksem een Jonge vrouw van twintig, ze waren allebei erg sterk en erg woedend. Woedend om wat Quarrel ze allemaal had aangedaan. Quarrel werd bang en zette het op een lopen. Onder het rennen hoorde hij de donder en zag de hemel verlichten door de bliksem. Boven al dat lawaai hoorde hij de stem van Herne: ‘Dacht je nou echt dat ik gek was? Ik ben dan wel oud maar de bomen en de wind zijn niet doof. En het zijn mijn oren. Daar schrok je wel even van he?’ Er was een lawaai alsof de wereld in zou storten. Alle mensen stonden te kijken. Je had mensen die vonden het interessant, mensen die er doodsbang voor waren, mensen die het heel mooi vonden, mensen die het lawaai verschrikkelijk vonden, mensen vielen op hun knieën en smeekte de goden om het te stoppen, mensen die de goden gingen aanbidden voor het wonder dat ze gekregen hadden. Sommige mensen schreeuwde om genade, sommige mensen vluchten omdat ze dachten dat hun stad vervloekt was. Mensen begonnen kruiden te plukken waarvan ze dachten dat ze niet meer bang hoefde te zijn, zolang ze die kruiden maar bij zich hadden. De mensen bedachten de gekste dingen. Sommige mensen gingen zelfs zo ver dat ze zich in gingen graven. Ze lieten alleen maar een gaatje open waardoor ze konden ademen. Kortom ze bedachten echt de gekste dingen. Maar een ding was zeker, het was heel erg indrukwekkend en er was veel lawaai.

Herne riep de mensen toe: ‘rustig maar. Jullie hoeven niks te vrezen. Ze doen jullie niks. Het was allemaal een leugen. Donder en Bliksem aanbidden de duivel niet  en hebben het kwade niet in zich. Quarrel heeft alles gelogen.’ Herne riep ook Donder en Bliksem terug: ‘Donder, Bliksem’ riep hij ‘Zo is het wel genoeg, hij heeft zijn straf wel gehad.’ ‘Hij kan nooit genoeg gestraft worden’ zei Donder. ‘Nee hij heeft ons uit elkaar gedreven. Hij moet er voor boeten, hij moet worden verbannen.’ ‘Nee!’ Riep Herne ineens heel boos. ‘We verbannen niemand. Dat zal hij zelf wel doen, als jullie hem achterna blijven gaan zal hij zichzelf naar de aarde verbannen en als hij dat niet doet komt hij in het land waar niemand van wederkeert. Als ik zie of hoor dat jullie hem zelf hebben verbannen gaan jullie allebei naar het land waar niemand van wederkeert en dan keren jullie er echt niet meer van terug.’ Dus van die dag af aan jagen ze op Quarrel, maar ze verbannen hem niet. Dat heeft hij zelf al gedaan. Hij is naar de aarde gevlucht.

Nu is het zo, waar Donder gaat daar gaat bliksem ook. En waar Bliksem gaat daar gaat Donder ook. Je kunt er bijna zeker van zijn dat als er onweer is dat Quarrel daar ook ergens rond loopt. Dan kan het nog wel een heftige achtervolging zijn, met veel lawaai en veel lichten. Als je dan goed luistert hoor je in de bulderende wind de stem van Herne, die Quarrel achtera roept. Een ding is zeker, Quarrel zal altijd blijven vluchten. Hij weet dat ze hem niet doden, want hij is een god. Die kun je helemaal niet doden. Maar hij wil niet in het land waar niemand van wederkeert komen. Voor ons is het een groot nadeel dat Quarrel op aarde is gekomen, want sindsdien kwam er ineens veel meer ruzie op aarde. En niet meer van die kleine onzinnige ruzietjes. Nu ook ruzies waar oorlogen uit voort komen en er was ineens veel meer geweld. De donder en bliksem was op aarde uitgebroken, letterlijk en figuurlijk. Na dit alles gingen ze hun ouders eindelijk weer eens opzoeken. Na de tijd dat ze in het land waren geweest, het land Exiled. Wat waren Nasir en Veresé  blij dat hun zoon en dochter terug waren. En dat het allemaal een leugen was geweest. Zij waren verschrikkelijk woest op Quarrel. Veresé zei: ‘Wij zullen hem eens laten zien dat hij niet zomaar met onze kinderen kan sollen. He Nasir.’ ‘Nee mama. Hij heeft zichzelf al verbannen en wij jagen hem de hele wereld door. Dat is zijn straf en reken er maar op dat hij dat echt niet leuk vind.’ ‘Onze kinderen zijn wijze kinderen Veresé. Heel wijs. Herne is een goede leermeester, hij heeft ze goed opgevoed.’ Zei Nasir. En zo leefde ze nog lang en gelukkig. Nou ja niet iedereen was gelukkig, maar lang, ja lang leven ze. Ze zullen altijd leven, het zijn immers goden. Die gaan niet dood. Of ze willen of niet ze zullen blijven leven, voor altijd en eeuwig.

En natuurlijk wil het niet zeggen dat Donder en Bliksem nooit iemand doden. Als je in de weg loopt dan kan het wel eens gebeuren dat ze je in hun woede niet zien. En dan helpt een bosje kruiden niet, niet tegen hun woede. Maar wees gerust als je door de bliksem gedood word kom je bij de goden terecht. En zal je goed behandeld worden. Tenzij je iets verschrikkelijks op je geweten hebt. Maar dat is logisch.

Zo ontstond de donder en de bliksem, door een simpele ruzie tussen twee goddelijke kinderen die nog nooit ruzie hadden gehad. Daardoor brak de oorlog uit op aarde en in de lucht. De donder en de lichtflitsen blijft de men interesseren, ook hebben ze er veel theorieën over bedacht. Dat het ontstaat door luchtdrukken en warmte en koudeverschillen, maar wij weten wel beter!

 

 

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi geschreven, maar zoals merel hierboven al zei: gebruik wat meer alinea's en koppen in je artikel.
Als je ook nog wat plaatjes erbij zet, gaat het cijfer van je artikel vanzelf omhoog.
duim voor je werk.
Tip: Werk met alinea's en koppen om de tekst beter leesbaar te maken. Maak eerst het hele artikel, compleet met afbeeldingen voordat je publiceert, nu zullen bezoekers sneller afhaken en niet terug komen om te kijken of je al verder gewerkt hebt.