Lammeren en oude fietsen

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Twee losse taalverhalen die hun eigen waarde bepalen. Men kan er veel in vertalen, zien misschien?

Jeugdige overmoed met ongewenste gevolgen 

 

Kent u ook zo'n schattig lief lammetje?

 

Het heet Jantje en hij wilde al over het hek op de dam springen toen hij amper op zijn ranke pootjes kon staan. Hij moet anders zijn dan anderen. Bijzonder. Groot en de baas.

Daar verder op de dam lijkt het gras groener, sappiger 

Veel geschikter voor aanstaande Koning Jan Ram IV. Jan is wijzer dan de schaapachtige kudde en zeker veel intelligenter dan zijn mekkerende familie. Daarom heeft hij voor hun achterlijke verhalen geen interesse. Wat moet hij met vroeger? Hij wil niets horen over wol en warme tevredenheid of hoe fijn het is als iedereen straks weer geschoren is. Het zal hem een worst wezen hoeveel lichter men dan lijkt. Hij verlangt dagelijks meer naar het gifgroene lenteweiland dat lonkt als was het met goud geverfd en hij wordt snel moedig, lenig en sterk. Zijn ouders krijgen geen grip op Janneman wiens zelfbeeld niet helemaal klopt. Hij is niet de sterkste ram van de nieuwe garde en zijn fantasie gaat vaak met hem op de loop. Jan en zijn hooghartige onervarenheid worden een gevaarlijke combinatie en dan, op zekere dag…

 

 

Hup, de toekomstige leider springt moeiteloos over het hek

Trots kijkt hij, overtuigd van zijn gelijk, achterom naar de zielige oude knakkers. Heerlijk vrij, buitengewoon dartel, huppelt daar de toekomstige koning Ram de Grote in de immense grensloze wei. Uitdagend speelt hij met het verse gras. Helemaal alleen, los en zelfstandig blaat hij vrolijk van zich af terwijl de wind fris en straf door de jonge vacht raast. Jan is het toonbeeld van geweldige opluchting die optreedt zodra men een zwaar juk heeft afgelegd. Nu zal hij iedereen versteld doen staan. Onaanraakbaar zelfingenomen leeft hij zich zelfverzekerd uit en proeft echter meteen dat het gras niet spectaculair anders smaakt. Om eerlijk te zijn is het precies als vroeger thuis, wat wel een teleurstelling is. Het is op de hoge dam ook veel kouder dan Jantje heeft bedacht. Niet getreurd, denkt hij, dat hoort nou eenmaal bij de vrijheid en hij zet vrijgevochten, lamstralend overdreven blij, alle ongemak met lichte minachting opzij. 

Tot het donker wordt en Janske bij het schijnsel van de maan merkt dat hij het te koud heeft, de warmte van familiaire veilige lijven mist. Dat valt hem vies tegen. Het slaat een lelijk wak in Jantjes ego en hij schaamt zich voor zijn zwakke lamlullige kinderverlangen. Als Jan eerlijk zou zijn, wil hij maar één ding: terug naar huis. Er weer bijhoren. Niet als koning, maar als simpel schapenschaap met de makke schapen. Graag zou hij de warmte voelen van pa en ma. Manmoedig houdt hij zich echter groot, gezichtsverlies is namelijk dodelijk en hij is niet dom, is zich er terdege van bewust wat hij zichzelf heeft aangedaan. 

 

De arme Jannuske weet niet dat vele moedige schapen hem voorgingen

Alle ooien en rammen waren ooit jong, weten wat hij doormaakt, maar op hun roepen houdt hij zich doof. Hij is niet slap, wil niet afgaan. Dat hij zich na weken eenzaam voelt mag de kudde ook niet weten. Meesterlijk speelt hij de familie voor hoe gelukkig hij is, onbeschut in de strakke wind, die steekt door zijn nog steeds niet volle vacht. Het besef brandt dat de oude schapen gelijk hebben gehad, verdorie. Wat een blamage. Overmoedige lammeren verliezen alle zelfrespect als ze een foutje toegeven. Kroonprins Jan de Ontnuchterde kan niet meer terug, al zou hij dat graag willen, want dat is gelijk aan schuld bekennen. De lef die Jan had om weg te komen slinkt dagelijks, tot er bijna niets van over is en hij wordt zelfs te laf om bij zichzelf te rade te gaan. Hij wist altijd alles beter en met zijn levendige verbeelding weet Jan dat iedereen nu kwaad op hem zal zijn, hem zal pesten als hij ooit terug zou willen. Soms kijkt hij hautain naar het domme volk achter het hek en lacht hen schamper uit. Dat is zijn manier om het noodot het hoofd te bieden. Ze laten hem begaan, ooit zal hij wijzer worden. Het lam kent steeds meer smoesjes om niet klein te lijken en weet zeker wat anderen denken. Ze zullen hartelijk blaten om zijn domheid, over hem roddelen, ervan genieten dat hij alleen staat op die hoge dam met zijn inmiddels veel te zware ongeschoren vette vacht. Zijn neefjes en nichtjes staan inmiddels heerlijk bloot in de zomerzon. Zij zullen stiekem mijn uiterlijk belachelijk maken, weet hij en Jan vindt dat eerlijk gezegd zelf een goede straf voor zijn grote mond. Hij zal worden weggestuurd zodra hij zich kwetsbaar opstelt en mochten ze hem wel toelaten met zijn bemodderde klittenvacht zal de meute hem openlijk uitlachen, denkt hij zeker te weten. Dat men hem graag terug wil heeft hij niet in de gaten, want hij is te druk in zijn kop om voor de anderen te denken en omdat hij nooit met iemand heeft gepraat over wat hem allemaal vanbinnen raakt kan hij niet met de anderen communiceren. Opgesloten in zichzelf wordt Jan een depressief schaap, dat zich verstopt opdat de herder en zijn leuke hond hem met rust laten.

 

Op een oude fiets moet je het soms leren. 

 

 

Onzekerheid wordt vaak onzichtbaar gecompenseerd


Door hoogmoed plus negatieve invullingen. Je anders voordoen is m.i hetzelfde als voor de ander een kuil graven waarin men uiteindelijk zelf verdwijnt. Ik kan me amper verplaatsen in die mensen. Niet iedereen is doortrapt genoeg om de eigen leugens te onthouden. Zulke lieden krijgen juist vaak waar men bang voor is en niet zelden creëert men daardoor de zichzelf vervullende droom.

 

 

Het zijn spannende dagen want oma zal sterven.


Het kleinkind doet het ondanks alles erg goed op school waar ze naartoe racet op de zoveelste simpele zwarte fiets met terugtraprem. Een tiendehansje om af te jakkeren. Deze zal niet snel, zoals de andere drie, worden gestolen, mits hij uiteraard wel aan de ketting wordt gelegd.
Mams wil er voor oma zijn en het komt goed uit dat het kleinkind belt.
“Ik ben bij Mieke en kom later thuis. Dat je dat even weet.”
“Dat is fijn, kan ik enkele uren ongestoord naar de Hospice om er voor ma te zijn.” zegt mams en zucht. Dat ze weg is scheelt toch een slok op de borrel van onnodig schuldgevoel als ik mezelf moet verdelen.
“Zo leuk mam, we zijn hier bezig om mijn fiets over te schilderen,” gaat dochterlief onverwacht verder.
Ze doet nooit uit zichzelf iets aan onderhoud. Wat verrassend! Komt ze straks met een opvallend vehikel voorrijden. Kleur, dat hoort bij de leeftijd … iets in paars en rood, stippen en sterren of zo?

“Oh ja? Wat goed van jullie, dan jat men deze niet zo gauw. Welke kleur krijgt hij?”
“Zwart.” Het woord ploft als vochtig veen binnen. Erg druk maakt ma zich er niet om. Haar kind doet nooit iets zoals alle anderen, gelukkig loopt ze ook niet in zeven sloten tegelijk.

“Dan zullen jullie wel vlug klaar zijn. Die paar schrammen en krassen zijn snel weggewerkt.”
“Nee mam, het duurt nog wel even hoor, want we pakken het héél goed aan.” Ma knikt onzichtbaar goedkeurend. Jij schijnt opeens eigen initiatief te hebben ontdekt? Fijn. Dat mag op je zestiende ook wel.
“We hebben er namelijk alles afgehaald. De kabels liggen eraf, de kettingkast en de handremmen en zo…” Ineens wordt mams alert. Wat gebeurt hier? Er zitten géén handremmen op je fiets! Ook geen kettingkast.
“Kettingkast? Het is alleen zo’n ijzeren beschermgevalletje?” Kind wuift mams opgetogen meteen weg.
”Ach nou ja, je begrijpt me wel. We zijn er maar wat druk mee, hoor.”
“Oh… zo… Nou, veel plezier. Ik zie je voor het eten wel thuiskomen, neem ik aan?” Daarna wijdt haar kind ongewoon enthousiast lang uit over hoe geweldige het daar is. Alle onderdelen liggen door de tuin, ze poetsen alles grondig op en, zo fantastisch ma, de vader van Mieke heeft zich er tegenaan bemoeid om al die ingewikkelde kabels en de bel er af te halen. Ma krijgt een raar gevoel in haar maag van het uitvoerige relaas en al die losliggende kabels! Ongekend uitbundig vandaag. Jij doet zo anders. Het klinkt mij te vrolijk allemaal…Kettingkast, handremmen die niet bestaan? Morgen doorvragen. Je weet dat liegen geen enkele zin heeft, want je valt zo door de mand. Kom ermee over de brug… dat lucht vast op!

De dagen daarna doet de zelfverzekerde tiener ongewoon schichtig

Het valt op hoe schuldbewust ze rondloopt. Ze geeft nors antwoord op iedere vraag over huiswerk, Mieke of het Kerstfeest dat ze op school organiseert met de activiteitencommissie. Als ma na vier dagen naar de bewuste fiets informeert glipt de schuldige. gehaast mompelend, de woonkamer uit. Ma wacht af, weet zeker dat er iets verzwegen wordt. Na een week ontrolt de waarheid zich vergezeld van dikke krokodillentranen plus te doorzichtige uitvluchten. Kindlief had haar oude brakkie niet met de ketting gezekerd en de vergezochte verklaringen voor hun daad doen het aardig in al het verdriet. Zo valt het minder op dat je mijn en dijn aan je laars hebt gelapt…. Ma kan het er eigenlijk niet bij hebben, oma heeft hulp nodig, maar dit vergrijp kan ze niet door de vingers zien. Opvoeden houdt niet op wegens een stervende ma. 
“Meid, iedereen maakt fouten om van te leren. Gedane zaken… Jij moet met jouw geweten door één deur.” zegt ma eenvoudig en samen met de dievegge zal ze de ouders van de medeplichtige op de hoogte brengen. Beiden zijn dominee, mams rekent erop dat ze gedrieën op één lijn zitten. Inderdaad: de meiden moeten zich de volgende dag bij de politie aangeven en het gestolen luxe vervoersmiddel (incluis kinderzitje) daar afleveren.

Op het politiebureau zijn de mooie meiden de bezienswaardigheid van de dag. Wat een mop. Van alle kanten komen agenten erop af om naar het stel kijken. Ze mogen zelfs een cel van binnen bewonderen. Niet om er een paar uur in te brommen. Nee, zulke uitzonderlijk brave meiden verdienen een luxe rondleiding. De meisjes hebben erg veel lol gehad die middag. Ma is er stil van. Daar houdt gewetensvol opvoeden mee op? Mams ligt innerlijk in een onmogelijke spagaat, dochter en moeder verkeert door nazaats stoute daad in een dilemma. Als de Hermandad zich zo laconiek opstelt houd ik mijn grote mond voorlopig over de dagenlange oneerlijkheid, bijeengeraapt leugens en smoesjes, die me zo makkelijk zijn verteld. Bewust, opzettelijk ben ik om de tuin geleid. Maar ja, de puberteit en ze is altijd te weloverwogen. Ooit komt dit ter sprake. Later... als oma... nadat ma... Laat ik mijn kind niet bij oma in verlegenheid brengen. Waarom zou ik hen beiden dat op de valreep nog aandoen? Ma heeft altijd puberteit ontkend... Ik ga haar er niet, met de dood voor ogen, nog even op trakteren dat haar lieverd de fout in is gegaan. Beter op de vlakte blijven. 

Uiteraard informeert oma wanneer haar kleinkind weer eens komt. Oeps. Ma kan moeilijk liegen, krijgt ook meteen een rood hoofd en schenkt met de rug naar haar moeder een glas drank in. "Je kent het wel ma. Ze zijn jong en je kleinkind is erg druk de laatste tijd. Vaag gedoe over die oude fiets die ze wil schilderen." 

 

 

Een week later ligt oma in coma

Haar kleinkind komt na het Kerstfeest midden in de nacht de sterfkamer binnen. Ze is door een taxi gebracht en wil mee waken. Alsof ze hierop heeft gewacht opent oma onverwacht de ogen en gaat kwiek rechtop in bed zitten. Het lijkt een mirakel. Zojuist was ma/oma volkomen van de wereld en alle aanwezigen kijken stomverbaasd toe. Oma doorziet glimlachend de schemerig verlichte kamer alsof ze nog een heel leven voor zich heeft, zo uit bed zal stappen en zegt dat ze blij is haar kleindochter te zien. Met vaste stem vraagt ze om de portemonnee. 

“Kind, dit is het laatste dat ik voor je kan doen. Neem er 25 gulden uit. Daar knap je die oude fiets echt goed van op zodat je er weer netjes bijrijdt. Zo denk je nog eens af en toe aan mij." Het kind wil weigeren, protesteert, maar oma valt haar vastberaden in de reden, heeft geen tijd voor tegenspraak. "Nee, ik stá erop en geef je nichtjes hetzelfde bedrag. Zo kan niemand zich misdeeld voelen,” zegt ze krachtig. Daarna zakt de stammoeder doodvermoeid terug in de kussens om drie dagen later te sterven zonder nog iets te hebben gezegd. Wat een onverwachte finale. Al is de leugen nog zo snel.... De snijdende pijn van deze laatste geste zal een onvergetelijke herinnering worden.

Het kind gilt daarna altijd woedend dat mams moet zwijgen, zodra ze eens iets leuks of kenmerkends over oma wil delen en haar moeder krijgt spreekverbod. Gelukkig is er tien jaar later internet. Zo kan ze haar dochter toch een beetje volgen en het is ook fijn voor haar kind om bij honderden vluchtige twitteraars de succesvolle zakenvrouw uit te hangen.

Veel veiliger om oppervlakkige fans tevreden te houden

dan jezelf intimiteit van vergeving te gunnen.

 

Reacties (17) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Als rechtgeaarde Ram laat ik weten me in dit verhaal niet te herkennen! Maar ik jammer of mekker niet! Ik ga nu bij de buren het gras bekijken. Mooi verhaal. DD
Iedereen weer bedankt voor het rouwe lezen
Anjam helaas... dat mag een ieder zelf zo verzinnen als men wil ...Maar weer bedankt
Trouwe lezen, haha, wat een rare toevallige verschrijving
Naast het mooi geschreven te hebben en dat het weer super interessant is, mis ik een het slotstuk bij Januske Schaap en wil wel weten hoe dat uit kan gaan pakken. Wat doet Januske dan zijn muur afbreken? Wat kan hem ooit weer menselijker maken? Kom op, je kunt ons zo niet laten zitten, ik wil blijven hopen Weltevree!

Het oude fiets verhaal is me duidelijk en compleet.

Mooie metaforische verhalen. Het is inderdaad nogal triest...
Het is indrukwekkend hoe jij van menselijke situaties mooie verhalen weet te maken en toch zo dat de les opgemerkt wordt.
duim!
Ik gebruikte pas eens het woord lammeren en toen keken ze me vreemd aan, maar ik merk nu dat het toch wel een bekend woord is.
Ja, ik vond het verhaal ook triest.
Ik vond dit erg verdrietig om te lezen.