Een Kort Verhaal

Door Ralphm gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Een man gaat op reis naar de V.S. voor het afstuderen van zijn zoon. Hij ziet erg uit naar dit tripje en geniet met volle teugen. Alleen, sinds zijn jeugd is hij ontzettend bang voor honden...

“Wraf, Woef” Daar was weer zo’n rotbeest. Dirk voelde een rilling over zijn rug. Hij keek achterom, beneden op de roltrap, met gelukkig een aantal mensen er tussen in, stond een oudere dame met een schoothondje in haar hand. Dirk veegde het zweet van zijn voorhoofd, het was pas maart, maar toch voelde het opeens erg warm aan.


“Pardon, ik heb haast.” Mensen lieten hem passeren en hij was boven: Schiphol.


Snel liep hij een eindje opzij, om uit de buurt van de mevrouw met haar hondje te blijven. Het was irrationeel, dat wist hij, maar hij kon gewoon niet tegen honden. Als kleuter was hij een keer aangevallen door twee honden terwijl hij in de voortuin zat te spelen. Hij kwam er af met wat kleerscheuren en een hechting in zijn been, maar de gebeurtenis heeft hij nooit helemaal kunnen verwerken.
Hij had Omgaan met angsten gelezen en andere boeken om over een angst uit de jeugd heen te komen, maar het hielp niet. Wanneer er bijvoorbeeld voor een slager een hond aan een lantarenpaal zat gelijnd stak Dirk de straat over. Hij had geprobeerd de angst te rationaliseren, per slot van rekening was hij nu een stuk groter en was hem al 50 jaar niets gebeurd, toch was hij nog bang.


Maar ja, het hondje was uit het zicht en het was een mooie dag, een bijzondere dag. Hij zou gaan vliegen. Dat had hij al bijna 30 jaar niet meer gedaan, en nog nooit zo ver. Vanavond zou hij in New York rondlopen. De V.S., daar was hij nog nooit geweest. Zijn zoon Wim had er een master gedaan en de diploma uitreiking was deze week. Ze hadden elkaar nu al meer dan een jaar niet gezien en ze keken beiden erg uit naar de ontmoeting. Dirk zou een weekje in de V.S. blijven. Eerst even rondkijken in New York, dan naar de universiteit van zijn zoon, wat festiviteiten daar bijwonen en dan nog een tripje met z’n tweeën naar de Niagara watervallen. Wim zou dan nog een paar weken in de V.S. blijven om nog wat te reizen met nieuwe vrienden.


Hij checkte in, hier geen honden gelukkig. Hij kocht een krantje om de uurtjes door te komen tot het boarden. De vlucht verliep goed, hij at, dronk, keek een filmpje en uit het raampje, landde en was in de V.S., waar het nog verrassend vroeg was.


Hij nam de metro naar de stad, het hotel was makkelijk te vinden. Hij checkte in, zette zijn koffer op de kamer, douchte en trok schone kleren aan, dronk een kopje koffie op de kamer en ging weer naar buiten. Leuk, een nieuwe stad! Een stad waar hij natuurlijk al veel over gehoord had en waar veel hem al bekend voor kwam uit filmfragmenten die hij zich kon herinneren.

 

 

 

 

 

 

 

Central Park, dat was niet ver zag hij op een kaart. Twee haltes met de metro. Hij daalde af, het was donker. Nog verder naar beneden tot het perron, een slecht verlichte vochtige en tochtige buis. Een stinkende man liep naar hem toe. “Give me a dollar”. Dirk negeerde hem. De man gromde wat en liep verder. Vast een drugsgebruiker, dacht Dirk. Wat doen die mensen zichzelf toch aan, dacht hij. Zijn broer was jarenlang verslaafd geweest en was uiteindelijk vorig jaar bezweken aan een hartstilstand. Hij voelde een brok in zijn keel, maar hij geloofde niet dat contant geld geven hielp. In plaats daarvan doneerde hij elke maand aan het Leger des Heils.

 

Een week later


Hij zat weer in het vliegtuig. Wat was de week snel gegaan, maar het was erg leuk geweest. Die Wim toch, afgestudeerd! En leuk om eens wat van de wereld te zien, normaal kwam daar zo weinig van. Het was echt een hele leuke tijd. En nu dan nog vliegen, voor mensen die dat veel doen is het misschien saai, maar Dirk zat te genieten. Hij kon niet slapen. Af en toe deed hij zijn schuifje open om naar buiten te kijken, de maan reflecteerde prachtig op de wolken. Wat kan het leven toch leuk zijn. Hij stond op, liep naar de drinkbar en pakte een flesje wijn. Lekker genieten, overmorgen begon het werk weer.


Ping. “Fasten your seatbelts” Hij schrok wakker. Het raamschuifje was open en hij zag flarden wolk naar boven glippen. Hij had een droge mond en voelde ontzettende wallen onder z’n ogen. Waren ze er nu al? Liever was hij nog enkele uren door blijven vliegen. Met een nat doekje wreef hij zijn ogen uit. Even doorzetten. Het was een half uurtje met de trein en dan kon hij thuis verder slapen.


Slaperig schuifelde hij het vliegtuig uit. Echt helder denken lukte nog niet. Even kijken, de andere passagiers maar volgen. Ja, paspoortcontrole, daar moest hij wezen. Even maakte hij zich druk om zijn koffer, maar aangezien iedereen naar de paspoortcontrole liep zou het wel goed zijn. “Dankuwel.” Hoorde hij en hij kon doorlopen. Ah, daar waren de bagage banden. De band van de vlucht uit New York was nog leeg. Met een duf hoofd stond hij daar te wachten, leunend tegen een paal. Ogen open, ogen dicht, open. He, waar was iedereen. Hij zag zijn koffer naast de band staan. Op het bord er boven had New York plaatsgemaakt voor Dubai.


Hij pakte zijn koffer en keek verdwaasd om zich heen. Wat nu? O, daar heen zeker. Groen, niets aan te geven. Met de koffer achter zich aan rollend liep hij naar de uitgang. “Een moment, meneer.” Hoorde hij een stem achter zich. Hij draaide zich om. Een jongeman in uniform. “Huh, is er iets?” Hij was geschrokken.
“Wij willen even in uw koffer kijken. Kunt u uw koffer hier neerleggen en openmaken, alstublieft.”
Nog een douanier liep naar hen toe, deze had een herdershond aan de lijn. Dirk zag de hond, zijn ogen werden groter, angstig op de hond gericht. Hij voelde zweet in zijn  nek. Hij liep naar de andere kant van zijn geopende koffer.
De eerste douanier keek hem verdacht aan. “Wilt u hier blijven, meneer.”
De hond begon nu aan de koffer te snuffelen. Dirk voelde hij hartslag omhoog gaan. Ongemakkelijk begon hij heen en weer te wiebelen. Nu kwam de hond ook naar hem toe. De neus van het beest raakte zijn schoen aan. Hij had het niet meer. Hij begon helemaal te trillen. De douaniers keken hem nu beiden serieus aan. “Heeft u iets om aan te geven, meneer.” Hij begon te hijgen, “Eh, nee, nee, nietssss” De hond deed zijn bek een beetje open en gromde zachtjes. Hij begon nu aan Dirks broek te snuffelen.

“Wraah” Dirk schreeuwde en rende weg, richting de uitgang. Zijn koffer kon hem gestolen worden, hij moest hier weg. “Staan blijven.” Werd er geschreeuwd. “Nu, staan blijven.” Hij rende naar de deur. Voor dat die gesloten kon worden glipte hij er snel door. Hij zag een groep verbaasde mensen staan met welkom-bordjes. Er werd op een fluitje geblazen. Links zag hij nog een agent met hond. Hij rende naar rechts, zijn gezicht was lijkbleek, zweet liep over zijn rug en tegelijk rilde hij.
“Wraf, Woef” Hoorde hij achter zich. “Pak hem, Nero.” De douane had de honden op hem losgelaten en deze gingen vol enthousiasme op in de jacht op hun bange prooi. Met getrokken pistool renden er een aantal agenten achter aan. Mensen in de terminal keken geschrokken op. Sommigen zochten dekking voor een terroristische aanslag. “Het is maar een drugssmokkelaar”, zeiden anderen.
Daar lag hij dan, uitgestrekt op zijn buik op de koude tegels, een hond grommend in zijn nek, de ander met zijn been in de bek. “Goed gedaan, Nero, Loebas” zei een agent.


“Sta op, en doe je handen omhoog.”
De man bleef liggen. Voorzichtig en met het pistool in de hand liep een agent naar hem toe. Hij draaide hem om. Twee angstige ogen staarden in de verte. De agent voelde zijn pols. “Hij is dood.”

 

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.