Analyse van het gedicht 'Antipode' van Komrij

Door Rabarbara gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Komrij heeft verschillende gedichten geschreven. Een van de mooiste vind ik het gedicht Antipode.

 


Het gedicht Antipode staat in de bundel ‘De os op de klokketoren’. Eigenlijk kan het gedicht alleen goed geïnterpreteerd worden als ik heel de bundel erbij neem. Het is namelijk een onderdeel van een geheel. Ik heb er echter voor gekozen het gedicht ‘los’ te bekijken. Dit omdat het op zichzelf staand ook een heel grote impact heeft.

 
Ik leef in schaduwen

Antipode is in mij ogen een verlangen van de dichter om er niet te zijn. Lees de volgende woorden maar: ‘Ik leef in schaduwen, ben nameloos.’ Ook spreekt niet aan het leven deel te willen nemen. Hij wil niet gezien worden, want dat doet hem pijn.

Wat heel belangrijk is dat hij niet wil weten wat er echt speelt, dat blijkt al uit de eerste zin. Hij wil de helderheid van de dingen niet meemaken. Vervolgens geeft hij in zin twee aan niet deel te willen nemen aan zaken die de meeste mensen vreugde schenken. Nee, hij doet aan dit alles liever niet mee, doet liever het tegenovergestelde (spiegelbeeld) en koestert bij voorkeur het verleden (herinneringen).

  
Zomer versus winter

Daarnaast spreekt de dichter de wens uit niet deel te willen nemen aan het leven: Laat me verdorren in het wintertij. Hij kan niet tegen de vrolijkheid van de zomer. Dat is voor hem een hel (hels gehoos). De blijheid en helderheid doet hem pijn. Hij wil het tegenovergestelde van dit alles ervaren. Geen beeld van welbehagen en hij wil het zeker niet vastleggen met een camera. Mensen maken immers altijd foto’s van zaken die ze aanspreken?

De tegenstelling van vrolijkheid en dorheid wordt doorgetrokken in de vergelijking van zomer en winter. De zomer staat voor volop leven, de winter staat voor de dood. Eigenlijk is dit gedicht een groot verlangen naar de dood, of misschien iets milder gezegd: naar een staat van ‘niet-zijn’. Dit laatste gaf ik aan het begin van deze analyse al aan.

Het thema van dit gedicht is weliswaar niet erg rooskleurig, toch wil ik het niet een depressief gedicht noemen. De woordkeuze is vrij postitief en de beeldspraak ook. Het gebruik van zomer en winter is minder beangstigend dan de woorden leven en dood. De dichter wil ook niet letterlijk dood. Hij wil de ‘antipode’ van de zomer zijn, hij wil domweg niet bij het leven zijn.

 




Ritme

Wat me erg aanspreekt in dit gedicht is het ritme, de kadans waarmee de woorden geschreven zijn. Lees het maar eens hardop, de woorden zingen.

 


Antipode*

Bewaar me voor de helderheid der dingen,
Het schone hemd, de reidans en de zon.
Geef mij het spiegelbeeld, herinneringen,
De vale schutskleur van het kameleon.
Ik ben er niet. Geen bloedbaan ruist in mij.
Ik leef in schaduwen, ben nameloos.
Laat me verdorren in het wintertij,
Ver van de zomers met hun hels gehoos.

Ik kan de lichte stormen niet verdragen.
Kijk niet naar me. Behoed me voor die pijn.
O camera. O beeld van welbehagen.
Laat me van dit de antipode zijn.

© Gerrit Komrij
uit: 'De os op de klokketoren',
Amsterdam, De Arbeiderspers 1981.

*
1. tegenvoeter (ook aardrijkskundig)
2. persoon met geheel tegengestelde aard of meningen

 

 

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooie analyse, mooi gedicht ook, kende het heel niet!
Mooie, duidelijke analyse, erg mooi gedicht.
Goed geschreven, een mooie naam voor het stuk tekst ook. Antipoden zijn toch mensen die volgens ons aan de andere kant van de aarde lopen maar dan op kop geloof ik, vandaar de tegenstellingen :)
mooi,
duim erbij