Een serveerster vertelt: vaste klanten in vechtscheiding

Door Niet-gereserveerd gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Koks, consumenten, recensenten van restaurants en cafés, de afgelopen jaren komt iedereen aan het woord. Wat moeten we eten en bij wie, waar haal je de mooiste en lekkerste ingrediënten vandaan, wie heeft de beste service, welke tent moet je boycotten en waar wil je gezien worden? Het is allemaal in overvloede te vinden op het net. Vanaf vandaag is daar een ervaringsdeskundige bijgekomen: een serveerster verhaalt van haar jarenlange ervaringen in de Amsterdamse horeca.

Vaste klanten in Vechtscheiding

‘Eh... mevrouw?’ hoor ik zachtjes, en ik kijk op van het servetten vouwen. Er staat echter niemand voor me aan de bar. Het stemmetje klonk wat kinderlijk en ik ga op mijn tenen staan om over de hoge bar heen te kijken. Er staat een jongetje achter verscholen. Hij kijkt me niet aan en staart strak voor zich uit, naar het roestvrije staal van de bar voor hem. Ik zie een wit smoeltje en herken het oudste kind van een stel dat hier om de hoek woont.
‘Hé, Jonathan, hoe gaat het?’ vraag ik. Ik leun op mijn handen om hem te kunnen blijven zien.
Hij haalt zijn schouders op maar kijkt me niet aan. ‘Uhm, mijn moeder die wou... eh, nou ja... eh...’ Hij haalt even diep adem. ‘Of mijn vader hier was. Vanochtend. Ik bedoel...’
Ik kijk naar buiten en zie de moeder van het jongetje verdekt opgesteld voor het raam van de banketbakker hiernaast staan. Voor iemand die ik wekelijks haar kinderen hoor wijzen op de verwoestende gevaren van suiker, kijkt ze wel erg geïnteresseerd naar de bergen zoet in de vitrine voor haar. Haar jongste kind sjort aan haar arm. De wat gedrongen vrouw staat onbeweeglijk, alsof ze in beton is gegoten.
‘Je vader?’ Ik kijk weer naar Jonathan en doe net of hem niet begrijp.
Zijn wangen hebben ineens rode vlekken. ‘Ja,’ zegt hij dan snel en iets te hard. ‘Of hij hier was, met een vreemde mevrouw.’
Ik bijt mijn tanden en kiezen even hard op elkaar voor ik hem rustig antwoord geef. ‘Je vader? Nee, die heb ik nog niet gezien.’
‘Oh.’ Het jongetje klinkt opgelucht. ‘Bedankt, hè?’ Hij loopt naar de deur.
‘Als hij komt, moet ik dan iets aan hem doorgeven?’ zeg ik vlug.
Jonathan stopt abrupt. Alsof ik hem ergens op betrapt heb. Zonder zich om te draaien, zegt hij losjes: ‘Nee, hoor!’
En hij schiet de deuropening door naar buiten. Ik zie hem zijn moeder voorbij spurten, die meteen roepend de achtervolging inzet. Het kleine meisje aan haar arm kan haar moeder nauwelijks bijhouden.
‘Tsssss,’ klinkt het afkeurend uit de keuken. Rosa steekt haar hoofd om het muurtje van de afwasmachine en kijkt me fronsend aan. ‘Dat mens heeft wel lef, zeg!’
Ik zeg niets en ga verder met servetten vouwen. Natuurlijk was de vader van Jonathan hier wel, vanochtend. En uiteraard was hij hier met een vreemde mevrouw. Een lange, slanke en vooral veel jongere vreemde mevrouw. Zo eentje waar geen man zijn ogen vanaf kan houden, Jonathan’s vader niet uitgezonderd. Stapelverliefd kroop hij nog net niet op haar schoot. Toen ik haar vroeg wat ze wilde drinken, keek ze mij stralend aan. Ze had een plaatjesbeugel in, boven en onder. ‘Doe mij maar een koude chocomel,’ zei ze.
Ik zucht even en vouw de stapel voor me weg. Het is vandaag niet aan mij om kleine jongens teleur te stellen. Dat doen hun ouders wel.

Een paar maanden later zet ik een koffie verkeerd met een stuk appeltaart voor de moeder van Jonathan op tafel. Ze heeft zich boven in een hoek aan het raam teruggetrokken, met een stapel kranten voor zich. Het is zaterdagochtend. De ochtend dat ze normaliter met haar man en kinderen de kranten en tijdschriften doorspitte.
‘Dank je,’ zegt ze zachtjes tegen me. Ze ziet er niet goed uit. Bleek, en een beetje pafferig. ‘Mag ik daar slagroom bij?’ Ze wijst naar de taartpunt.
Ik knik en loop terug naar de bar om de slagroomspuit te pakken. Juist als ik terug wil lopen, zwaait de deur van de zaak open. Er stuiven twee kinderen naar binnen, gevolgd door een overspelige echtbreker en zijn veel te jonge vriendin.
‘Goedemorgen!’ zegt de vader van Jonathan vrolijk. Zijn kinderen denderen de trap op.
‘Goedemorgen!’ zeg ik terug, en ik werp een snelle blik in de spiegel schuin tegenover de bar, op de vrouw aan het tafeltje bij het raam boven. Ik zie alleen een omhooggehouden krant, waar twee kinderen voor langs schieten. Ze zien hun moeder niet. Ook de man en de jonge vrouw zien niets. Zij zien alleen elkaar en verdwijnen dan de hoek om, naar de andere kant van de zaak. Ik hoor ze lachen.
Ik sjok de trap op met de slagroomspuit en loop naar het raam. De krant zakt geen centimeter naar beneden als ik voor haar sta. Ik weet dat ze me gehoord heeft. De knokkels van haar handen zijn wit. Stil buig ik me over haar krant en spuit de slagroom op het bordje naast de taart. Dikke tranen stromen over haar wangen. Ik sluip weg, om de bestelling van haar dierbaren op te nemen.
Lang nadat haar kinderen weg zijn, komt de vrouw naar beneden om bij me af te rekenen. Ze ziet eruit alsof ze elk moment in stukken uiteen kan vallen.
Ik wuif haar weg. ‘Laat maar.’
‘Nee, nee, niets ervan,’ protesteert ze krachteloos.
‘Ik heb je koffie en taart bij hem op de rekening gezet,’ zeg ik zacht.
Ze kijkt me verschrikt aan en weet niets te zeggen.
‘Ja,’ zegt Rosa, die achter me langs naar het koffieapparaat loopt. ‘En ik heb in zijn cappuccino gespuugd. Of was het nou die van haar? Ik weet het niet meer.’
Het gezicht van de vrouw voor me vertrekt. Van de pijn, lijkt het wel. Ze begint weer te huilen. Zonder een woord loopt ze de zaak uit. Ze ziet er nog kleiner uit dan ze al is.
Ik hoor Rosa naast me alweer een sissend geluid geven, en ik hef een vinger naar haar op. Ze klapt meteen haar mond dicht.
‘Ik hoef het niet horen,’ bijt ik haar toe.
Op een dag als deze kunnen mensen hun gewoonten beter afzweren. Om teleurstelling te voorkomen.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Intriest verhaal, maar zo gaan de dingen helaas.Duim.