Een huis vol interraciale liefde

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Het leven als kat en hond is zo erg niet als men vermoedt.

Een huis vol interraciale liefde

Met haar mooie bruine ogen ligt ze mij voortdurend gade te slaan. Zelfs als ik niet haar kant op kijk voel ik ze bijna prikken. Even ontmoeten onze blikken elkaar en het lijkt alsof ze mij een knipoog geeft. Een zachte zucht is hoorbaar terwijl zij zich uitrekt. Ik weet wat ze bedoelt. Het is midden in de nacht en ze vraagt of we eindelijk naar bed gaan. Een heerlijke lange dag ligt achter ons.

Het was zo’n dag waarop de lente leek aan te kondigen dat de zomer nabij is. Anka en Spock zongen al vroeg het hoogste lied terwijl ze genoten van eerste zonnestralen die de takken in hun volière bereikten. Zij zijn gelukkig samen.

Spock, een grijze roodstaart is de komiek van de twee. Ik weet nog goed dat ik hem voor het eerst zag. Ik was op weg naar de markt. Naast het park bevond zich een dierenwinkel. Een grote bruine kooi stond voor de deur waarin hij op één van de stokken zat. Hij leek hele eigen composities te fluiten, vol overtuiging. Ondertussen was hij aan het dansen voorzover je dit zo kunt noemen. Van links naar rechts bewoog hij zijn lichaampje op en neer wiegend. Ik bleef staan maar toen ik wat ging babbelen tegen hem was hij plots stil. Zijn kleine kraaloogjes bestudeerden de grote gestalte aan de andere kant van de tralies. Korte tijd later vervolgde ik mijn pad en hoorde achter mij: “Doeoei!”. Ik was meteen helemaal weg van hem en sindsdien ging ik regelmatig even langs om hem te zien.

Toen mijn oude hondje, Ricky, overleed was ik troosteloos. Ik keek eens naar mijn zeer oude katten en besefte mij dat ook zij niet lang meer bij mij zouden zijn. Een huisdier wat echt heel oud kon worden leek mij geweldig. Het duurde niet lang voordat ik besloot die lieve grijze roodstaart te gaan kopen.

Mijn moeder had Anka in huis, een kleine geelvoorhoofd groene Amazonepapegaai. Als ik bij mama op visite ging opende ik steevast het deurtje van de grote witte kooi. Ik stak mijn vinger naar Anka uit en zij klom erop. Vaak bleef zij gedurende uren bij mij ‘hangen’ terwijl wij knuffelden en zelfs een klein beetje stoeiden. Als ze moe werd ging ze zitten slapen op mijn schouder. Mijn moeder en ik hadden de afspraak dat wanneer zij zou overlijden ik de zorg voor Anka op mij zou nemen. Vanaf de vreselijke dag dat dit gebeurde is ze bij me.

Hoewel zij van een volledig ander ras zijn, leken ze elkaar vanaf de eerste dag aardig te vinden. Zij zaten in gescheiden kooien maar als ik de deurtjes open deed gingen zij bovenop zitten en begonnen te lonken en fluiten. Na een poosje gingen ze bij elkaar ‘op visite’. Mijn rol leek steeds minder belangrijk te worden toen zij elkander hadden gevonden. Anka werd met de dag nijdiger op me als ik haar in de avond terugzette in haar eigen kooi en Spock in de zijne. Ik heb besloten eenderde van mijn grote huiskamer af te staan aan hen en samen met mijn zwager heb ik een enorme volière gebouwd. Nadat mijn zuster en ik een landelijk en bosrijk tafereel op de muur aan de achterzijde van deze volière hadden geschilderd was hij klaar om door het vogelpaar te worden betrokken.

De verhuizing bleek veel onwennigheid op te leveren. De eerste dag hingen zij veel in de tralies omdat zij het interieur niet meteen konden vertrouwen. Als snel hadden zij echter hun eigen favoriete plekjes gevonden en gingen hun onderlinge relatie verder opbouwen. Spock verzorgt zijn vrouwtje uitermate goed. Hij slaat voedsel op in zijn krop, klimt naar boven en gaat Anka hiermee voeden. Vaak poetsen zij de veertjes van elkaar. In de avond scharrelen ze tussen de houtvlokken op de bodem. Urenlang kan ik ze soms bestuderen. Het is prachtig te zien hoe zij samen leven en doen. Wel is het jammer dat mijn rol is gereduceerd tot het wezen dat eten geeft en vriendelijk gedag gezegd wordt. Probeer ik nu Anka op mijn vinger te laten stappen wordt dit bestraft met een felle beet tot bloedens aan toe. Spock mag ik nog wel een beetje aaien en kusjes geven op zijn snavel maar meer wat hem betreft liever niet. Bovendien weet Anka niet hoe snel ze erbij moet komen om mij mores te leren. Onderschat nooit de furie van een jaloers papegaaienvrouwtje.

De twee oude katten zijn helaas overleden. Dr. Poekie op achttien jarige leeftijd in mijn armen bij de dierenarts, Mogwai was zestien jaar toen zij naast mijn hoofdkussen tegelijk met mij spinnend in slaap viel en nooit meer is wakker geworden. Al wat mij van hen rest zijn de kleine aardewerken urntjes met hun as en de vele mooie herinneringen.

Een poosje later heb ik broer Garfield en zus Pascha geadopteerd. Twee kleintjes van een kat die veel buiten bivakkeert en daar is zwanger geworden. Ze vonden het maar eng, de eerste week bij mij. Zoveel vreemde geluiden en geurtjes. Dicht tegen elkaar aan kropen ze dan in een hoekje van de keuken bij de verwarmingsbuizen. Garfield ging altijd als eerste op onderzoek uit Pascha volgde dan voorzichtig in zijn voetsporen. “Is het veilig broer?”, leek ze te zeggen met wijd opengesperde oogjes. Bij het eerste verdachte geluid zag je nog net een paar wolkjes kat voorbij schieten die terug naar het zelfgeclaimde nest roetsjten.

Daarna brak de periode aan dat ze graag op de aarde in de potten rondom mijn planten gingen liggen. Het zal wel vertrouwd zijn geweest voor de kleintjes die in de tuin geboren waren. Deze ‘afwijking’ hebben ze nog steeds zo nu en dan al passen zij niet meer in de potten hoe zij hun uiterste best ook doen.

Ik kan haast niet lopen door mijn huis of ik wordt gevolgd door één of meer van mijn diertjes. Na het douchen komen er altijd wel één of twee katten kijken of ik nog heel ben. Als ik de wc-deur sluit wordt er hevig aan gekrabbeld. “Maak nu onmiddellijk open!”, lijkt daarbij gemiauwd te worden.

De katten zijn weinig geïnteresseerd in de vogels. Af en toe staan ze op de leuning van een stoel wat schaapachtig naar ze te kijken maar het blijft een vreemde ervaring voor ze, het lachen, praten, blaffen en andere geluiden die vogels volgens hen helemaal niet horen te maken. Als Garfield de kooi iets te dicht nadert klimt Spock onmiddellijk naar beneden onder het geroep van: “Kom maar, kom dan!”. Een kattenpootje tegen de tralies wordt bestraft met een ferme pik van de snavel. Garfield loopt dan meestal weg met zo’n blik van dat er niets gebeurde en dat hij vooral niet is afgegaan.

“Je hebt gelijk Lima! Het is al laat, gaan we naar bed?” Ik sluit mijn pc af en sta op. Ze springt met vier poten tegelijk uit haar mand en volgt al mijn bewegingen. Ze weet dat er voor het slapen gaan altijd iets lekkers wordt gegeven. Wat is ze toch leuk, haar grote pluimstaart kwispelt hevig heen en weer. De oortjes van een vlinderhondje en de vacht van een schipperskeesje, wat is dat toch een prachtige combinatie. Toen we vanmiddag met het lekkere weer op het strand waren heeft ze in volle vaart gerend. Haar neus recht vooruit en haar vacht wapperend in de lentebries. Je kunt merken dat ze al negen jaar is want na zo’n dag is ze echt moe. Niet te moe echter om nog een aantal snelle rondjes om haar as te huppelen terwijl ik wat hondensnoep tevoorschijn haal. “Ja, ja, hebben, hebben!”, lijkt ze te roepen met een klein blafje en vonkelende oogjes.

Niet lang daarna lig ik op mijn rechterzijde in mijn bed en krult zij zich tevreden op tegen mijn borst. Het is haar plekje, al negen jaar lang. Garfield springt erbij en geeft met zijn ruwe tong een full-body massage door Lima haar vacht. Dit doet hij ook wel eens bij haar als ze op de grond of in haar mand ligt. Soms spelen ze daarna wat met zijn tweetjes. Gedurende de nacht word ik een paar keer wakker. Meestal zie ik dan steeds een andere combinatie van mijn dieren naast mij op bed liggen.

Grappig dat mensen mij soms vragen of dat wel goed gaat zo met die huisdieren door elkaar.  Met tekenfilms als ‘Tweety’ in het achterhoofd denkt men dat vogels, honden en katten toch echt natuurlijke vijanden zijn. Niet in mijn huis! We zijn met zijn zessen van verscheidene rassen en soorten. Onder ons heerst een respect over en weer en heeft liefde een interraciaal karakter. Waarschijnlijk omdat wij allen niet bedorven zijn door geloof en politiek, dat wij leven en laten leven in wederzijds vertrouwen, dat wij voelen dat dit de enige weg is om met elkaar te kunnen omgaan en allen profiteren van hetgeen we te bieden hebben, dat we onszelf kunnen zijn en met een paar eenvoudige regels kunnen zonder elkaar van alles op te hoeven leggen.

Was het overal maar zo!

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel leuk artikel. Prachtig, dit beestenspul. Inderdaad, was zo'n tolerantie tussen mensen onderling, mens en dier en dieren onderling maar gewoon. Duim.