Een drijvende pruik?

Door ZomaarIemandde1e gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Sommigen zullen zich hebben afgevraagd wat daar in het water dreef.

Een drijvende pruik?

Gelukkig had ik de wekker niet hoeven te zetten. In het verleden ging ik er nog wel eens vroeg naar toe maar de laatste zoveel jaar kan ik niet meer zo goed tegen die hete zon. Het was weer een nacht geweest waaraan ik zo’n hekel heb, warm en benauwd. Hoewel de ventilator de hele tijd op volle toeren staat te draaien kan hij het niet voor mij verzachten. Alles wat ik drink, lijkt rechtstreeks een weg te vinden naar de poriën in mijn huid, die in deze dagen een continu sprinklersysteem lijkt te zijn, om het lichaam niet in zelfontbranding te laten opgaan.

Wel wakker maar niet uitgerust, want het vele woelen in mijn eigen transpiratievocht om toch af en toe eventjes weg te dommelen, had zijn tol geëist. Zittend op de rand van mijn bed nam ik het eerste shagje. Het was opvallend stil om mij heen. Gewoonlijk ligt er ergens op mijn bed wel één van mijn twee katten. Voor hen is het ook te warm met mij als kachel in de kleine slaapkamer, op een warme zomernacht. ‘Lima!’, als gewoonlijk riep ik dit eerste woord na het ontwaken om de aandacht te krijgen van mijn viervoetige levensmetgezellin. Ik val altijd met haar in mijn armen in slaap maar als ik ben weggezakt zoekt ze een andere plek in het huis op. Steeds sneller en harder hoorde ik haar nageltjes tikken op het laminaat totdat ze voor me stond. Ze keek enthousiast als altijd maar ik kon zien dat het voor haar ook te warm was. Met een scheef koppie en klein beetje opengesperd bekje keek ze me hijgend aan en ging zitten. Ik wreef met één hand wat door haar vacht terwijl ze een paar likjes langs mijn arm gaf en kleine kreunende geluidjes maakte.

Onder het volgen van mijn standaard ‘begin van de dag’ ritueel, van mezelf trachten op te knappen tot het voeden van mij en mijn dierenschare, liep ze onafgebroken om mij heen te huppelen. Ze wist het, ik was er zeker van. Noem mij gerust een dwaas maar ik praat vaak tegen mijn dieren. Gelukkig nog altijd tegen ze en niet met ze want de dag dat ik antwoord meen te krijgen ben ik waarschijnlijk rijp, vergezeld te worden van mannen met witte jassen. Hoewel, één van mijn papegaaien: ‘Spock’, lijkt redelijk vaak accuraat antwoord te geven. Bijvoorbeeld als ik hem groet voordat ik het licht uitdoe, laat in de avond, roept hij altijd even: ”Doei!”, en maakt een paar kusgeluidjes. Enfin, de avond ervoor had ik Lima verteld dat we deze dag naar het strand zouden gaan en dat leek ze te hebben onthouden. Nauwgezet volgde zij elk van mijn bewegingen om hiervan bevestiging te krijgen. Met opzet herhaalde ik het nu niet omdat ze anders zichzelf en vooral mij veel te moe zou maken met vrolijk gespring en geblaf.

Ik was zover dat ik de spullen kon inpakken. Bij het zien verdwijnen van enkele handdoeken, een waterbak en een flesje gekoeld water in mijn tas, had ze genoeg bevestiging verkregen. Met blije oogjes begon ze haar circusact op te voeren. Talloze rondjes draaide zij om haar as, afgewisseld met sprongetjes en blafjes. “Je hebt gelijk meid, je gaat mee naar het strand!” Nu was ze bijna helemaal niet meer te houden en tussen al haar drukte door wees ze me regelmatig met haar snuit op de riem die over een stoelleuning hing.

Even later zaten we samen op de achterbank in de auto van mijn zuster en zwager. Terwijl ze bij mij op schoot zat en ongeduldig in het rond keek had ik met één hand stevig haar blauwe tuigje vast. Ze mocht eens door de auto gaan springen. Behoedzaam bracht ze haar snuit naar het raampje dat net ver genoeg openstond, dat ze haar koppie naar buiten kon steken. Ze vindt het heerlijk als de rijwind langs haar snuit voorbij haar oren blaast. Op de snelweg vond ik dit iets te gortig worden. Tegen enig protest in trok ik haar langzaam terug en maakte de kier van het raampje wat kleiner. “Een half uur lang 120km/u wind in je snoet kan niet goed zijn wijfie.” Ze keek me eventjes wat onverschillig aan alsof ze zich afvroeg waarmee ik me bemoeide. Haar wraak was zoet. Opnieuw bracht ze haar neus naar de raamopening, van waaruit alsnog vors de wind blies. Snel nieste ze tweemaal achter elkaar waardoor ik de volle lading in het gezicht geblazen kreeg. Het was verkoelend en gelukkig ben ik niet vies van haar maar lekker is toch ook weer wat anders.

Er zijn niet zo heel veel plekken op de stranden langs onze kust waar je hond in de zomermaanden overdag welkom is. Gelukkig bestaat het etablissement Parnassia, aan de rand van de Bloemendaalse duinen. Op het terras van deze strandtent wordt de hond welkom geheten met een bak vers water terwijl de eigenaar zich kan laven aan allerhande verfrissingen. Aan de voet hiervan ligt een stukje strand waar mens en hond door elkaar heen vertoeven.

Ze vindt het heerlijk zich tussen al die mensen en kinderen te bewegen. Met haar mooie en lieve verschijning is ze bij de meesten een graag geziene gast. Zo gaat ze overal even buurten maar houdt mij scherp in de gaten. Als ze wat ver bij mij vandaan is hoef ik haar slechts eenmaal te roepen en dan komt ze naar mij toe gerend. Het is een prachtig gezicht de haren van haar vacht te zien wapperen terwijl ze in draf is. Af en toe gaat ze in de schaduw van mijn lichaam zitten en als ze iets meer verkoeling zoekt graaft ze een ondiepe kuil om in te liggen.

Lima heeft nooit echt van zwemmen gehouden en de zee maakt haar helemaal onzeker door de steeds op haar afkomende golven in de branding. Ik ben niet het type mens dat haar erin gooit, zo van opschieten dit is goed voor je. Dikwijls ga ik uitgebreid met haar spelen in het gebied waar zand en water elkaar raken en zo voetje voor voetje verder. Meestal is het einde van het verhaal dat ik haar in mijn armen dragend, terwijl ze twee pootjes om mijn nek heeft gesloten, mee de zee in neem. Zachtjes zakken we dan op een veilige diepte in het zoute vocht. Soms zwemt ze een rondje om mij heen maar wil dan weer snel de veiligte van mijn omarming voelen.

Deze keer hadden we mazzel. Bij het opkomen van de vloed, vulde een langgerekte ruimte tussen twee zandbanken zich langzaam met water. Hierdoor ontstond een meertje met een diepste punt van ongeveer 50 centimeter. Daar zag ik mijn kans schoon! “Kom maar meid!”, Ik sprong op en liep in hoog tempo op het ‘meertje’ af. Zoals altijd werd ik onmiddellijk door haar op korte afstand gevolgd. Langzaam liep ik erin. Ze bleef mij volgen maar keek nog even met een blik van: ”Dit is nat en ik hou niet van nat!”, echter mijn enthousiaste roepen van haar naam leek haar van gedachte te doen veranderen. Ze liep er in. “Goed zo, meisie! Kom maar!” Op een gegeven moment had ze geen grond meer onder de voetjes en zwom naar mij toe. Terwijl ik een beetje heen en weer bleef lopen en haar door het rustige water zag gaan, viel me op hoe d’r lange blonde haren naast haar lijfje aan de oppervlakte dreven. Het leek wel een drijvende pruik!

Zodra ze het water uitkomt is er nauwelijks een hond over. Een schriel, bibberend scharminkel is wat dan rest. Zo ook deze keer. “Heb jij lekker gezwommen? Haha, je ziet er niet uit!” Ze begon zich te schudden, rolde door het zand en bleef me daarna weer even aankijken. Dat was die blik weer. Zo’n blik waardoor je jezelf realiseert dat je weer eens iets doms hebt gezegd en eigenlijk een antwoord verdient van: “Nee hoor, ik liep net even door een zandhoop, vandaar dat ik zo nat ben geworden. Ben je wel goed bij je hoofd? Natuurlijk heb ik gezwommen, dat kon je toch zelf zien? Weet je wel dat ik speciaal voor jou helemaal door dat water ben gegaan en dat ik me nu door het zand moet rollen om droog te worden. Dan ga jij me nog belachelijk maken ook, domme dingen zeggen en lachen? De volgende keer krijg je me niet meer zo gek. Dan ga je maar lekker in je eentje het water in, pfff!”. Ze draaide zich om en ging verder met haar hopeloze pogingen zichzelf toonbaar te maken. Vijf minuutjes later lagen we samen op een handdoek in de zon totdat het tijd werd om te eten en daarna naar huis te gaan.

Op de terugweg ging ze al snel rustig naast me liggen op de achterbank. Af en toe keek ze even op maar zachtjes zag ik haar oogleden zwaarder worden en langzaam dommelde ze in. Ik woelde zoals altijd met mijn vingers door haar vacht die nog wat vochtig aanvoelde en waar overal zand tussen zat. Een beetje vermoeid begon ik wat te mijmeren. Ik zag vele goede momenten voor me die we al samen hebben meegemaakt maar ook hele verdrietige periodes. Ze geeft mij zoveel liefde, warmte en geluk. Dit ook als ik me ziek of te neer geslagen voel. Hoewel ik mijn uiterste best doe omdat ik zielsveel van haar hou, ben ik best wel kritisch op mezelf en stel mij vaak de vraag: “Is zij wel echt gelukkig?”

Deze dag in ieder geval wel!

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Een gelukkig beest dat is toch fijn.

Pork gaat niet zwemmen maar geeft wel de DUIM.

FAN wordt hij ook.

DRIMPELS zijn als dromen in het water.
Mooi verhaal. Lijkt me zeker een gelukkig hondje. Geniet er lekker van! Duim.