Het geheim van Sneeuwwitje

Door Moneyq89 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Ik heb je lief, zei de Prins, meer dan alles op de wereld. Kom mee naar t slot van mijn vader, dan zul je mijn vrouw worden. Haar hart had een sprongetje van vreugde gemaakt. Weg van dat armzalige huisje, naar een slot! Een waar kasteel! En ze zou een prinses worden. Men zou haar liefhebben en haar voeten kussen. Ze had er zo in geloofd.

Het had zo mooi geleken

“Ja! Ja, ik wil!”

Dat had ze geroepen toen hij haar die woorden zei.

Dat had ze geroepen toen de priester vroeg of zij hem tot haar ware echtgenoot zou nemen.

Natuurlijk werd de bruiloft uitgebreid gevierd. Zoals een prins en prinses het betaamde. Er waren sprankelende kroonluchters van diamanten gemaakt, buffettafels gevuld met eend in appelhoning saus en gevulde fazant uit de steenoven, en hofdames in luchtige gewaden van fluweel en zijde. Er was cider dat leek op vloeibaar goud en prettig bruiste in je mond, en overal goud. Zoveel goud had ze nog nooit eerder gezien. Het had zo mooi geleken.

“Wil je dat je stiefmoeder ook komt?” had de Prins gevraagd, en beslist had ze ja gezegd. Was het uit medelijden geweest? Of had ze enkel willen pronken met alles wat haar plotseling in de schoot was geworpen?

Ook de dwergen verschenen één voor één in de grote hal en konden hun ogen niet geloven. Gewend aan de kleine afmetingen van hun eigen huis, waren ze nauwelijks in staat te beseffen wat zij om zich heen zagen. Het was bovendien een grappig gezicht, die kleine mannetjes die enkel reikten tot aan de heupen van de “grote” mensen. Ze waren Sneeuwwitje gewend, maar zij was nog tamelijk klein geweest.

Maar het mooiste van alles was wel haar bruidsjurk. Gemaakt van zilverwitte zijde, gestikt met gouddraad dat haar deed denken aan heldere avonden met een hemel vol sterren. Zelfs haar sneeuwwitte huid leek er gekleurd bij. Haar ravenzwarte haren werden door de kamermeisjes gevlochten in een kroon op haar hoofd en ze droeg juwelen zoals ze niet geloofd had dat ze konden bestaan. Het had ze mooi geleken.

De avond verliep perfect. Er werd gepraat, gedanst en vooral veel gelachen. Sneeuwwitje was net zo verbijsterd door dit alles als de dwergen, maar zij had geleerd het te verbergen. Zelfs Grumpy stond met zijn mond wijd open om zich heen te staren. En ook toen haar stiefmoeder uiteindelijk op het toneel verscheen en een woedende kreet slaakte bij het aanschouwen van haar dochter, was de sfeer niet verpest.

Eigenlijk, moest Sneeuwwitje aan zichzelf toegeven, gaf het haar inderdaad een gevoel van voldoening om haar stiefmoeder het kasteel uit te zien stormen.

 

Twijfels

Oh, en de eerste dagen waren ook fijn geweest. Ze kroop graag tegen haar Prins aan. Gezeten bij het knapperend haardvuur geloofde ze wel dat ze van hem hield. Ja, ze kende hem nog maar enkele dagen, en ja, ze had zijn ouders alleen nog maar op het feest gesproken, maar kon dit geen liefde zijn?

Het was pas twee weken na haar bruiloft dat de eerste echte twijfels toesloegen. Wie was deze man? Waarom was ze met hem getrouwd? Kon ze wel voor altijd bij hem blijven? Was er niet meer?

En het besef drong tot haar binnen. Ze had zich gebonden met een man die ze amper kende, al was hij dan een Prins. Was de zogenaamde verliefdheid die ze in het aller begin had gevoeld toen ze hem voor het eerst aanschouwde niet enkel een moment van opluchting geweest omdat ze haar ogen weer had kunnen openen? Was het niet enkel de opwinding van dat moment dat haar ertoe had gezet om ja te roepen?

Ze kon er niets meer aan doen. Twijfels begonnen aan haar te knagen als de ratten die de oude kazen uit de voorraadkast wegvraten. En er waren te veel momenten om er bij stil te staan, want er was werkelijk niets te doen in het hele kasteel. Er waren bedienden en kamermeisjes die schoonmaakten en het eten verzorgden. Ze hoefde er niet meer de zeven kleine bordjes, de zeven meisjes, lepeltjes en vorkjes, en de zeven bekertjes te wassen. Ze hoefde niet langer meer zeven magen te vullen na een lange, zware dag in de mijn. Haar dwergen waren naar hun huisje in het bos wedergekeerd en konden enkel komen wanneer de mijn zou instorten en er geen werk meer voor hen zou zijn.

Sneeuwwitje voelde zich alleen. Haar Prins was er ook zelden, want hij had wel altijd dit of dat te doen. Dit was dan het luisteren naar zijn vader die hem uitlegde hoe je over een groot rijk als het zijne heerste, en dat was het praten met de bewoners van het slot over dingen als het beheren van de goudstukken tot over de kleine huishoudelijke kwesties. Ze kon hem niets vragen, want er waren altijd wel anderen met meer dringende vragen.

 

De stalknecht

En toen was daar Boudewyn. Hij had alles wat de Prins niet had. Zijn haar was donker en stug, terwijl gouden lokken tot op de schouders van haar Prins golfden. Zijn neus was schever en groter, zijn ogen donker als kersenhout in plaats van blauw, en zijn lippen vol en – ze kon het geen ander woord geven – sensueel. Hoe vaak had ze zich al niet afgevraagd hoe het zou voelen als, als… Veel verder durfde ze niet te gaan. Maar ’s nachts droomde ze erover dat ze zijn lippen op die van haar voelde en even was ze weer in het bos met haar dwergen en zong haar hart weer.

Ze vertelde niemand over haar droom, behalve Boudewyn, die er om lachte en grapjes maakte. Ze had gehoopt een bekentenis van hem te horen, maar ze wist niet hoe hij over haar dacht. Hij luisterde naar haar wanneer ze een traan liet over haar eenzame leven, en hij praatte wanneer ze dat wenste. Maar elke bediende zou dat hebben gedaan, dus dacht hij wel over haar zoals zij over hem dacht? Of was het enkel de verplichting die hij met zich droeg? Voorzichtig bleef ze hem peilen, maar ze kwam nooit veel dichterbij.

Eigenlijk moest ze het erbij neerleggen, wist ze, want ze besefte ook wel dat het niets kon worden. Voorzichtig gaf hij haar hints wanneer ze eens wat te flirterig naar hem glimlachte met haar kersenrode mond. Bovendien, hij was geen man van adel. Hij was slechts de stalknecht, nog lager van rang dan de kasteelbediende. Hij rook naar mest en aarde en menigeen haalde de neus op wanneer ze langs hem kwamen. Niet Sneeuwwitje, want zij hield van de geuren die haar deden denken aan het huisje in het bos dat ooit haar thuis was geweest.

 

Vragen

Sneeuwwitje trok zich terug naar haar vertrouwde woud. Nee, ze ging nooit verder dan tot de rand van het bos, waar de kasteelbedienden haar in het oog konden houden, maar draaide wel hen de rug toe. En liet haar tranen de vrije loop. De dieren uit het bos kwamen haar tegemoet en huilden met haar mee. Maar ook zij konden haar geen antwoord geven.

Moet ik dan alles opgeven wat ik heb opgebouwd? Moet ik zomaar weggaan van mijn Prins? Moet ik al mijn kansen vergooien? En wie zegt dat ik beter af ben bij Boudewyn? Misschien zal ik me over een tijd weer ongelukkig en alleen voelen… Misschien word ik wel nooit gelukkig… Misschien ben ik nooit tevreden.

Als hij me ook leuk vind dan, sprak ze zichzelf streng toe. Want daarvan was ze nog niet zeker. Want misschien was er wel helemaal niets waar ze op moest hopen. Misschien zag zij gewoon wat ze graag wilde zien, en had hij nooit meer in haar gezien dan de Prinses die hij behoorde te dienen. Maar waarom komt hij dan weer telkens naar mij toe? Geen enkele andere bediende geeft me zoveel aandacht en luistert naar mijn problemen.

De vragen tuimelden door haar hoofd als kleine eekhoorntjes die van boom tot boom sprongen wanneer er een brand woedde en het bos in rep en roer was.

Zal ik ooit het antwoord weten?

 

Nu of nooit

Het was tegen het eerste avondschemer dat ze terugkeerde naar het kasteel. Net voorbij de stallen kwam er opeens een schaduw om de hoek en met kloppend hart bleef ze stilstaan.

Boudewyn.

Hij zag haar ook en kwam onmiddellijk op haar af. Zoals hij altijd deed en altijd zou doen wanneer hij haar zag. Zonder aarzeling. Niet zoals haar Prins, die altijd weer leek te twijfelen of hij wel zin had in een gesprek. Glimlachend. Niet zoals haar Prins, die rondliep met een rimpel tussen zijn wenkbrauwen. Geïnteresseerd. Niet zoals haar Prins, die zoveel andere dingen aan zijn hoofd had.

“Prinses,” zei hij, en ze hoorde dat er iets was. Er was iets anders aan hem. Er was iets mis.

“Ja, Boudewyn?” Ze las wel eens in de boeken hoe speciaal het voelde om de naam van je geliefde uit te spreken, maar het had voor haar altijd dom en clichématig geklonken. Toch was het zo. Het zond een huivering door haar lichaam.

“Ik moet gaan, mijn Prinses.” En hij vertelde dat hij werd uitgezonden om met de zus van haar Prins naar een kleiner slot te verhuizen, zodat zij daar kon wonen en een rijke edelman kon trouwen.

Haar lichaam was ijskoud geworden. Boudewyn. Hij zou uit haar leven verdwijnen. Ze had nog niet eens besloten of… wat…

“Het ga je goed, Boudewyn,” hoorde ze zichzelf echter zeggen. Het waren woorden die ze niet had willen uitspreken. Veel liever had ze hem gesmeekt te blijven. Veel liever was ze in zijn armen gevallen. Veel liever was ze met hem meegegaan, of met hem gevlucht naar waar dan ook.

“Weet u het zeker, Prinses?” Nog nooit had hij zo lang zijn blik op haar gericht. Nog nooit had ze zo diep kunnen kijken in de donkere putten van zijn ogen. Zag ze twijfel? Zag ze vragen? Zag ze een verlangen dat ze zelf maar al te goed kende?

Nee, ik verbeeld het me. Het kan niet.

“Ze zullen je dankbaar zijn voor je hulp. De paarden zullen blij met je zijn.”

En voordat hij nog iets kon zeggen, of voordat ze zich kon bedenken, draaide ze zich om en liep van hem weg. Haar benen wilden rennen, maar ze bedwong zichzelf. Tranen kon ze echter niet langer tegenhouden, maar er was gelukkig geen mens die het zag.

Altijd, voor de rest van haar leven, zou ze zichzelf de vraag blijven stellen. Wat als?

Reacties (2) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
heel mooi geschreven!
zeer mooi en goed neergeschreven artikel ! dikke duim en fan erbij !