x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

De ware aard van Assepoester

Door Moneyq89 gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Astrid was nooit echt wat je noemt knap geweest. Volgens haar zussen had dat er allemaal mee te maken dat ze geboren was uit een have-not. Niet zoals zij: hun moeder was een ware barones. En waarschijnlijk hadden ze wel gelijk, dacht Astrid, want haar zussen waren beeldschoon, liefelijk en gewild.

In dat laatste school echter een kleine onwaarheid. Adelheid en Cathalijne zouden nooit hebben toegegeven aan hun jongere zus, die bovendien slechts een stiefzusje was, dat zij al jaren geen dates hadden gehad. Of dat hun laatste afspraakje nog stamde uit hun lagereschooltijd. De tijd dat ze nog zachte, ronde gezichten hadden en uiterlijk er nog niet zo toe deed. En misschien waren dat “beeldschoon” en “liefelijk” ook maar relatieve begrippen. Het was dat Astrid niet zo aantrekkelijk was, wat ervoor zorgde dat haar zussen een extra glans kregen. Zoals wanneer je als twintigjarige opvallend langer lijkt in een groep van zesjarige kinderen.

 

Astrid de poetsster

In ieder geval was Astrid niet moeders mooiste. Oké, technisch gezien, want het leek erop dat ze enig kind was. Zover zij wist dan. Of zover haar vader haar kon vertellen. Haar moeder had haar na haar dood alleen bij hem achtergelaten. Foto’s van haar waren niet nodig, want met haar te grote neus, scheve tanden, vale teint en haar grauwige ogen was Astrid een levende herinnering. Ze hoorde haar stiefmoeder wel eens hardop mijmeren hoe haar man ooit op zo’n vrouw had kunnen vallen.

“Maar hij was nog jong en naïef,” liet ze er dan op volgen, terwijl ze haar spitse kin nog een tikkeltje hoger hief. “Hij had mij nog nooit gezien.”

Haar stiefmoeder was voor Astrid als een moeder, hoewel niet in haar zorg en zorgzaamheid. Het was enkel zo dat haar stiefmoeder het enige vrouwelijke rolmodel was dat als moeder zou kunnen dienen. Dus geloofde ze, zoals elk jong kind dat doet, dat haar stiefmoeder de mooiste vrouw op de wereld was, met haar zwartgrijze haar en haar smalle gezicht. Zelf was haar gezicht bol met appeltjeswangen. Stiekem zoog ze altijd haar wangen naar binnen, in de hoop dat niemand zou zien hoe anders ze was. Dat leidde er dan weer toe dat ze zelden sprak, want dan moest ze haar ware gezichtsvorm tonen.

“As, doe jij de banken even af?” “Wordt het niet hoog tijd om de was op te hangen, Astrid?” “Moet het eten nu niet eens klaargemaakt worden?”

Met ingezogen wangen deed ze wat haar gevraagd werd en zweeg verder als het graf. Vriendinnen van haar stiefzusters zeiden dat ze verlegen was, en haar vaders vrienden noemden haar ingetogen.
“Op een dag zal zij een ware prins vinden,” zei een van hen, maar hij lachte erbij. Niemand geloofde werkelijk dat Astrid haar prins zou vinden. Zelfs Astrid geloofde het niet langer. En toch brak de dag aan dat de kansen voor elk meisje in het dorp werden verhoogd. Dat was de dag dat het bal werd gegeven. Het bal van de prins.


 

De prins

Het gerucht deed al een tijdje de ronde dat de prins op zoek was naar een huwelijkskandidate. Een jonge, keurige jongedame die aan zijn zijde zou staan wanneer hij de kroon van zijn vader over zou nemen. Tevergeefs werden vele ballen gegeven door het hele land heen, maar nooit was de prins tevreden over wat hij aantrof. Te groot, te klein, te dik, te dun, te blond, te bruin. Geen jonge vrouw leek te kunnen tippen aan de criteria.

Vanaf het moment dat bekend werd gemaakt dat de prins ook het dorpje van Astrid aan zou doen, was iedereen in rep en roer. Jonge meisjes dartelden door de straten, moeders struinden alle winkels af op zoek naar linten en muiltjes, vader pochten over hun dochters’ schoonheid, en zelfs de kleine broertjes beseften dat er iets te gebeuren stond.

Het was een dag voor het bal dat de prins zelf verscheen. Een grote menigte had zich verzameld bij de welkomsthal waar ook het feest zou worden gegeven, en stond al uren uit te kijken naar de koets. Er waren slechts enkelen die voldoende zicht hadden om de prins te kunnen aanschouwen.

“En hoe ziet hij eruit?” riepen mannen en vrouwen naar de voorste rij.

“Nog nooit zag ik iemand zo knap. Wat een charmes, wat een uiterlijk! Geen man zo mooi heb ik ooit gezien.” En daarmee stegen de al zeer hoge verwachtingen nog meer. Elk meisje wilde hem trouwen, elke moeder wilde hem trouwen, elke vader wilde hem trouwen.

Maar wie zou hem trouwen?

 

Een goede fee

Het leek dagen te duren, maar het waren slechts uren tot het bal aanbrak. Korsetten werden geregen, jurken werden dichtgeknoopt en linten in haren gebonden. Overal klonk gegiechel en gefluister. Wie was het mooist gekleed? Wie zou de grootste kans maken? Ieder meisje in het dorp had zich bij de hal verzameld.

Bijna ieder meisje.

Niet Astrid, natuurlijk, want er waren genoeg klusjes in huis om te doen. Bovendien was zij bij lange niet mooi genoeg om ook maar een minimale kans te maken. Geen man, en zeker geen prins, zou haar opvallen. Dus bleef ze achter in het huis en deed wat gedaan moest worden.

Nou kent iedereen het verhaal wel van de goede fee die plots verscheen. Zo is het ook gebeurd natuurlijk, maar niet alles verliep zo lieflijk en gezellig als het wordt verteld. Nadat ze goede fee met haar toverstokje wish en woesh deed, troonde ze Astrid mee naar de grote spiegel in haar stiefmoeders slaapkamer.

Astrid kon haar ogen nauwelijks geloven. Haar spiegelbeeld liet een taille zien die ze voorheen nooit had gehad. Blonde pijpenkrullen dansten om haar hoofd bij de kleinste beweging. En dan haar ogen! Het grauwe grijsblauw leek nu op een diepe poel van helder water. Zelf zou ze er al bijna in verdrinken; wat moest er dan wel niet gebeuren met die knappe jongemannen op het bal? Ze zouden aan haar voeten vallen en smeken om haar hand.

Ze zouden aan haar voeten vallen. Maar niet meer aan haar brede voeten – nee, ze zouden haar elegante, gelakte teennagels kussen. Ze zouden haar slanke handen in hun grote mannenhanden nemen en hoopvol naar haar vader opkijken. Wilt u uw schone dochter de mijne maken? Niemand zou meer lachen om haar te grote neus, en niemand zou haar nog snerend vragen of ze nog nooit de zon had gezien.

“Wat ben ik mooi!” riep ze uit, met moeite zichzelf losmakend van haar spiegelbeeld. Ze zou uren, dagen, weken naar zichzelf kunnen sturen. Nog nooit had ze zo’n mooi wezen gezien. Haar stiefzusters zouden verbleken. Ze tilde haar ruisende rokken op om richting de welkomsthal te rennen.

Maar rennen hoefde ze niet, want voor haar stond een prachtige, glazen koets te wachten. Van hetzelfde glas als de muiltjes aan haar voeten. Ze voelde zich werkelijk een prinses toen ze daarin verder reed.

 

Het bal

Ze stopten bij de grote poort, waar een aantal lakeien stonden te wachten. Bij het aanblik van de koets ontstond er enige commotie, want naast de prins werden er geen personen van adel verwacht. En al helemaal niet van Koninklijke bloede.

“Wie is dit?” werd er gefluisterd. Ook de inwoners van het dorp waren dichterbij gekomen.

“Wie is dit?” werd er nog steeds gevraagd toen Astrid uit de koets stapte. Want er was geen mens die haar herkende: ze was een gedaanteverandering ondergaan, zo leek het.

“Ik ben het! Astrid!” riep ze met geheven hoofd toen ze haar stiefzusters zag. Ook haar stiefmoeder stond in de menigte van gapende hoofden. Maar wie geloofde haar nog? Niet haar zussen, niet haar moeder. Zelfs niet haar vader, die iets verderop bij een groepje mannen stond.

“Dat kan niet,” lachte haar stiefmoeder schamper. “Astrid is thuis aan het schoonmaken. Ik snap niet waar je het over hebt.” En waarom zou iemand zich ook uit willen geven voor die Astrid? Zij zou wel beter weten.

Ook de prins was naar buiten gekomen en zag nu Astrid staan. Nog nooit had hij een meisje gezien dat ze beeldschoon was. Haar wil ik als mijn vrouw, moest hij gedacht hebben toen hij naar voren kwam.
“Wie ben je, mooie prinses?” wilde hij weten. “Waar kom je vandaan? Waarom heb ik jou nooit eerder gezien?”

En Astrid zag de prins. De man over wie iedereen had gezegd dat hij er zo knap uitzag. Maar zo knap is hij niet. Hij is eigenlijk maar heel gewoontjes. Niet gelijk aan mijn uiterlijk. Hij voldoet bij lange na niet aan mijn standaarden. Ik zou me schamen als ik met hem gezien zou worden!

Resoluut draaide ze zich om. Waarom zou ze ook nog langer bij dit bal blijven? Het was tijd om te gaan en iemand te vinden die haar zou evenaren in haar verschijning. Ze zou niet gaan voor iets minders.

 

Het glazen muiltje

Astrid rende terug naar haar koets en maakte duidelijk dat ze naar een ander bal wilde gaan. Een met echte mannen. Charmante mannen. Aantrekkelijke mannen. Dus vertrok ze, zo plots als ze even daarvoor gekomen was. Het enige dat van haar achterbleef was haar glazen muiltje, dat ze zowaar verloor bij het instappen.

Het ene bal na het andere bezocht ze, maar nergens was een man zo knap als zij. Ja, er waren vele knappe mannen, maar ze verbleekten bij haar komst.

Wat moet ik toch, zuchtte ze uiteindelijk, bijna in tranen. Waar vind ik ooit een man zo knap als ik?
Teleurgesteld verliet ze het zoveelste bal.

Tot ineens…

Bim, bam, bim bam. De klok sloeg twaalf keer. En haar taille dijde uit, haar neus sprong weer in zicht, haar handen waren niet langer slank en elegant. En daar stond Astrid weer, herkenbaar voor iedereen.
Verdrietig liep ze terug naar huis – want haar koets was nu niets meer dan een oranje pompoen – en sloot zich op in haar kamer. Hoe zou ze ooit nog gelukkig kunnen zijn?

 

Passen van het muiltje

Die dag leek echter nog aan te kunnen breken toen ze hoorde van het glazen muiltje.

“De prins is nog altijd op zoek naar zijn ware prinses,” fluisterden haar stiefzusters. “Hij gaat elk huis af om het glazen muiltje te passen.”

De prins kwam ook bij hun huis aan. Adelheid paste eerst, en vervolgens was Cathalijne aan de beurt. Maar geen van beide lukte het hun voeten in het schoentje te wringen.

Dit is mijn kans, wist Astrid toen. Het was haar schoentje! Glimlachend stak ze haar voet uit naar de lakei en wachtte tot het schoentje om haar voet zou glijden.

Maar nee…

Het schoentje paste niet!

Natuurlijk niet! Net als de rest van haar lichaam waren haar voeten ook weer teruggekeerd naar hun oorspronkelijke staat. Het glazen muiltje paste haar niet langer meer.

“Maar ik was het!” smeekte Astrid. “Ik was de prinses!”

“Het spijt me, jongedame,” antwoordde de lakei. “Dat hoor ik elke keer weer. Maar het bewijs lijkt me duidelijk.” En bovendien, dacht hij daarbij, wie denkt ze dat ze is dat de prins haar ook maar één blik waardig zou gunnen?

 

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
heel mooi geschreven!