Eenzaamheid van een dubbele man

Door Leny gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Dit vertelt het verhaal van Gerard, er zijn zoveel Gerards om ons heen dat wij het zelf niet eens in de gaten hebben. Maar ze hebben ons wel degelijk nodig.

GERARD

 

Terwijl Gerard zijn koffie ongegeneerd opslurpt en uitdagend naar Kees kijkt om vooral te wachten op commentaar, wordt zijn geslurp beloond.
“Wat ben jij toch een asociaal”, moppert Kees. “Kun je nou eens niet normaal je koffie drinken en niet alsof je een emmer aan je bakkes hebt hangen als een paard?”
“Goh”, pareert Gerard: “hebben paarden dan nog een emmer onder hun bakkes hangen?” daagt hij Kees lachend uit en neemt nog luid en vol in de mond een slok koffie.
“Jij kunt nou nooit eens normaal doen hè, het is bij jou altijd het een of het ander, maar normaal doen kun je niet. Erger nog, je bent niet normaal.”

Kees staat op en loopt door de rommelige kamer die vol ligt met lege blikjes bier en lege frisdrankflessen, overal vies ondergoed, strijkgoed gepropt in een wasmand op de driezitsbank die verder vol ligt met oude kranten, reclamefolders, een vuil bord en opgedroogd en verrot eten. Kortom een viezere kamer als deze zie je alleen in films, maar ze bestaan echt. Zeker in het leven van Gerard die de bezitter is van deze uitdragerij. Een nepschilderij aan de muur van het altijd huilende jongentje met die ene traan, het schilderij dat altijd en eeuwig bij een aula hangt siert de muur. Het enige dat je hier mist is een klok. De tijd schijnt hier stil te staan. Welke tijd? De tijd van gezond leven? De tijd van persoonlijkheid? De tijd van dolende geesten in een niemandsland?

Gerard kijkt naar Kees en zegt spottend ”Die verpleegster in het ziekenhuis was ook een lekker ding, goh wat zou ik die graag willen pennen zeg!”
“Te uwer informatie, die dame is getrouwd en dat pennen van jou werkt allang niet meer zoals wij beiden  weten”, ketst Kees hatelijk terug.

Vaak is Gerard degene die Kees continue uitdaagt, treitert tot op het bot, zijn ego tart, zijn woordenschat belachelijk maakt. Gewoon omdat Kees ooit gestudeerd heeft en Gerard nooit zijn studie heeft afgemaakt. Dus de jaloezie tussen Gerard en Kees is vooral te danken aan het gezeur van Gerard en zeker niet van Kees die toch zijn beste vriend niet laat vallen ondanks dat hij overal en voor iedereen een paria, een aso, kortom een vieze kerel is die niet eens voor zichzelf kan zorgen. En de instanties?

Die vinden het nog niet nodig om in te grijpen. Zolang Gerard nog voor zichzelf kan koken, nog zelf zijn was doet, netjes zelf zijn rekeningen op tijd betaalt (niemand weet dat Kees dat allemaal doet) grijpt er geen instantie in. Want dat deze kerel niet spoort vind Kees al een reden om hem op te laten nemen.
“Wat weet jij nou van mijn leuter af man, die doet het nog goed hoor, totaal geen klachten. Ik zou eerst maar eens bij mijzelf te rade gaan. Trouwens, wanneer ben jij het laatst met een vrouw de koffer ingedoken?”

Kees kijkt hem woedend aan en schopt wat lege blikjes over de vloer.
“Kijk dat bedoel ik nou, je weet het zelf niet eens meer, nou mocht het een troost zijn, ik ook niet hoor, maar dat neemt niet weg dat mijn snikkel het nog aardig als een vlaggenstok doet. Alleen de vlag wil niet meer wapperen, maar de dokter zegt dat dit door de medicatie veroorzaakt wordt. En wat is jouw reden?’
Kees blijft woedend kijken en krijgt de neiging om de keel van Gerard dicht te knijpen. Oké, zijn vlaggenstok kwam nog wel omhoog maar daar was ook alles mee gezegd en die knakker die wist dat omdat Kees dat ooit in een dronken bui vertelt had. Wist hij veel dat Gerard dat juist onthouden had?

‘Ja hou er nou maar over op. Die verpleegster is te hoog gegrepen voor jou en als ik jou was, maar dat ben ik niet, zou ik maar eens lekker een douche nemen, deze hele teringzooi eens opruimen een wasje in de trommel gooien en eens in de keuken kijken wat voor troep je er van gemaakt heb. Je bent nog te lui om je ogen open te houden. Over een uur of twee komt die dame van de Sociale Dienst om te kijken hoe het er hier nou aan toegaat, dus van je luie reet af en boenen met die lamme klauwen van je!”

Gerard kijkt vol verbazing naar Kees en schrikt van zijn uitval. Straks kwam die ouwe trut van de Soos om te kijken op of hij nog wel recht had op een uitkering. Elk jaar hetzelfde geouwehoer of hij wel alleen kon blijven wonen, controles van al die instanties gingen hem goed de keel uitgangen. Kees waarschijnlijk ook hoewel hij altijd wél zijn rommel achter zijn reet opruimde en Gerard er altijd een pokkezooi van maakte.
“Nou jij durft zeg in mijn huis”, brulde Gerard tegen Kees.

“Wie denk jij godverdomme wel dat je bent, jij maakt hier de dienst niet uit ik betaal de huur geef jou je vreten en zuipen, wie denk je dan verdomme wel dat je bent stuk ellende!” En gooiend met zijn halflege kop koffie naar de muur waar Kees staat knalt het kopje met luid gerinkel tegen het al lang vervuilde behang.

Kees bukt en roept naar Gerard”Gooi maar, die vlek koffie valt niet meer op, weer een schilderij op de muur!” “Rot op uit mijn leven Kees, ik heb genoeg van jouw eeuwig gezeur over hoe alles nou echt moet. Ik wil leven en niet in een keurslijf lopen zoals men mij wil hebben. Altijd alles maar netjes, wasjes gedaan, gasstel schoon, nette kleding. En verdomme voor wie! Voor jou, stuk ellende!”

Gerard kijkt om zich heen en ziet de ellende die hijzelf veroorzaakt heeft. Kees heeft niet al die kranten laten liggen, Kees is niet degene geweest die hem elke avond dronken heeft gevoerd en de lege limonadeflessen zomaar overal heeft laten slingeren.
Hij ziet zijn fout in wil zijn excuus maken. Het laatste wat hij wil is grote bonje met Kees terwijl hij regelmatig Kees op de kast jaagt met zijn gedrag.
“Kees gozer het spijt me, ook van die koffie net, ik zal wat opruimen voordat die dame van de Soos komt. Anders heeft die weer wat te zeiken.

Gerard draait zich naar Kees maar Kees is nergens te bekennen.
“Kees kom op man, doe niet zo lullig, waar zit je nou, kan je me niet even komen helpen met opruimen?”
Paniek welt op in het hoofd van Gerard, Kees die ineens de benen neemt, terwijl die vrouw van de Sociale Dienst komt? Dit redt hij nooit in twee uur, Kees moet hem komen helpen.
“Kees gozer, kom op nou, ik heb toch al sorry gezegd, wat wil je nou nog meer!”
Zijn toon was bijna wanhopig en ineens plofte hij weer in zijn stoel neer en begint als een klein kind te huilen.

Het was weer zover. Kees was niet de Kees die hij had willen zijn. Kees was een tijdloos figuur. Daarom ook nergens een klok in het huis van Gerard. Kees was zijn Alter Ego. Kees was zijn boksbal, zijn eenzame vriend op grote hoogte. Maar Kees had hem nooit verlaten, ook niet toen hij in het verleden zijn medicatie niet innam. Kees was altijd in de buurt om hem te corrigeren, om hem de juiste weg te wijzen, om dat beetje mens dat hij nog in zich had te behouden en voor de buitenwereld als een soort van verwaarloosd figuur toch te laten zien dat hij het allemaal eigenlijk wel alleen kon. Maar nu wordt hij ineens bang, zit als een baby te janken om een tijdloos en wegtikkend figuur die zijn hoofd heeft verlaten.
Hoeveel uren er zijn verstreken weet Gerard niet als de huisbel doordringt in zijn slaperig brein. Hij loopt naar de voordeur en ziet de dame van de Sociale Dienst.

“Sorry, ik was in slaap gevallen, excuses. Komt u binnen”, nodigt Gerard haar uit.
De dame kijkt direct om zich heen in de gang, stoot zich tegen diverse oude fietsen die her en der tegen de muren staan en loopt voorzichtig achter de enigszins waggelde duffe Gerard aan.
In de voorkamer gekomen schrik de dame zichtbaar. Het is tijd. Het is tijd om Gerard te wijzen op het feit dat hij niet meer alleen kan functioneren. Dat zo leven het leven van een dakloze in een paleis is. Dat de ratten en de muizen gratis voedsel hebben als niemand hier ingrijpt. Nu Gerard nog overtuigen.

“Mijn beste vriend heeft mij verlaten”, begint Gerard het gesprek terwijl hij een stukje schoonmaakt op de bank zodat de dame kan gaan zitten. Ze denkt er niet aan, de vlooien spelen tikkertje op de zitting. Geen vuurpeloton dat haar op die bank krijgt.
“Gerard vertel eens, hoe gaat het nou?”

“Dat zeg ik toch net dooie kraai”, valt hij ineens uit “Mijn beste vriend heeft zich teruggetrokken die is niet meer, ik moet nu alles  doen alles maar dan ook alles, snap je niet wat ik bedoel?’ klinkt het nu dreigend naar haar toe. De dame deinst wat achteruit en heeft gelijk door wat hij bedoelt.
“Dus Kees heeft je verlaten!”
“Gossie, wat ben jij een slimmerd zeg, vind je kerel dat ook of blijf je voor altijd vrijgezel!”

Zijn beledigingen negerend kijkt zij om zich heen om toch enigszins een plaatsje te maken voor zichzelf en de hele papierhandel, hoewel zij wel inziet dat hier de GGD bij moet komen. Als zijn vriend hem verlaten heeft is de tijd voor deze man voorbij. De tijd van samenzijn is over en de tijd om eens wat te doen aan zijn eigen persoonlijkheid is nu wel degelijk aantoonbaar. Hier valt niet te leven voor die man, hoe gelukkig hij ook was of nog kan worden met zijn Kees.

Hoewel de dame alle gevoelens van medelijden voor zich uitschuift vind ze het toch in en in triest dat er in deze tijd van welvaart toch nog mensen zijn die nog lang niet de hulp krijgen die ze echt nodig hebben.
“Ik heb een kop koffie naar zijn kanis gegooid en hij was er niet eens boos om”, pruilt Gerard tegen de vrouw
Ze had de koffievlek al gezien.

“Het is tijd hè dame, het is tijd om mij op te ruimen, om mij maar eens een tijdje in een buitenhuisje te sturen, zodat dit huis het huis voor een gewoon gezin wordt.
“Gerard, besef je zelf wel wat je zegt?’’
“Ja dame, ik weet heus wel dat ik niet spoor, maar zonder Kees kan ik niet leven dus voordat ik de hand aan mezelf sla, slaan jullie mij dan maar in de dwangbuis. Ik weet heus wel dat ik alleen ben.
Maar je kunt zeggen wat je wilt, ik heb altijd lol met Kees gehad, en wie weet komt hij ooit nog wel eens langs als alles goed met mij gaat……

©leny kruis

Reacties (4) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
ja je bent er klaar mee, zo gaat het wel
Door de tekorten in de tehuizen lopen er meer patiënten buiten dan er binnen.
Dat is een slechte zaak en een teken aan de wand dat het hard achteruit gaat met dit land.

Pork geeft de Partij DUIM,en blijft verder strijden zie deel 2.

DRIMPELS.
@Karazmin, als je het goed leest komt de verwarring van de hoofdrolspeler in deze Gerard, de verwarring zit in het gehele verhaal in het hoofd van die man, zo is een schizofreen nooit alleen. Dit is zeker niet spottend bedoelt, heb met die mensen gewerkt, er is niet uit te komen zo moeilijk als deze materie is...Dank voor je reactie, enne die animaties zet ik juist altijd bij elk verhaal vaak in de verkeerde context, zodat men denkt; Waar gáát dit over!"
Groetjes van leny
mooi en een beetje verwarrend. Wat het nog beter maakt, de afbeeldingen passen er goed bij.