x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Zwijgend onkruid overwoekert helse heksennachten.

Door Weltevree gepubliceerd op Friday 28 September 12:13

Woensdagmiddag. Vier uur. Buiten schijnt een waterig April-zonnetje als hij de keuken binnen stapt.

Hij is expres later thuisgekomen dan hij haar die morgen beloofde.

 

 

Zoals verwacht zakt de zon meteen uit de sfeer en schijnt de maan in zijn stikdonkere nacht…
Laf onmachtig trekt hij onverschillig de muur op waarachter ze hem vraagt waarom hij speciáál vandaag zijn belofte verbroken heeft. Hij laat zich altijd intimideren, inpakken. Natuurlijk, logisch toch? Het kan hem niets schelen wat zij wil. Het is een dom wijf, met stomme niet haalbare plannen. Een vrouw van niets vergeleken bij… oef, niet aan denken, omdat ze meestal zijn gedachten leest en anders verraadt hij zich.

Hij laat haar zoals altijd kletsen, knikt en doet of hij het met haar eens is, om tenminste de rust te hebben stilletjes te genieten. In zichzelf, over en van zichzelf. Haar gezwets en al die zogenaamde positieve inzet voor hun leuke toekomst hangt hem mijlenver de keel uit. Achterlijk geouwehoer dat ze oppert met haar tot vervelens toe positieve blik in die afgestreken kop. Hij moet er niets van hebben, heeft haar eindelijk door want ze liegt dat ze barst, altijd over van alles en nog wat. Als rotte tanden vallen de leugens tussen haar lippen vandaan en ze denkt dat hij niets in de gaten heeft.

 

Liegen kan ze als de beste, alsof het gedrukt staat in een uit het hoofd geleerde rol waarmee ze hem treitert. Die onschuldige blik, dat mateloze vertrouwen is ergerlijk en soms kan hij haar zelfverzekerdheid wel van de bek rammen. Gelukkig weet hij zich te beheersen, maar vandaag of morgen maakt ze hem gek. Hij kan niet praten, niet met haar en zeker nu het niet meer hoeft. Vooral van dat eeuwige opgewekte wordt hij Gallisch. Alsof leven zo leuk is. Alsof zij eigenhandig hun geluk maakt. Jaja, precies zoals zij dat hebben wil. Hoe stom is ze dat ze niets door heeft en hem op zijn woord gelooft. Opdat ze beseft dat hij een slechte zin heeft beslist hij nors: “Nee ik ga niet met jou mee naar de badkamer.” Teleurgesteld speelt ze zielig verdriet en vertrekt in haar eentje naar boven.

Sinds ze getrouwd zijn is het zelfs erger geworden.

Hij begrijpt niet meer waarom hij het überhaupt heeft gedaan. Inmiddels weet hij wel waarom hij niet heeft geweigerd en haar in de waan liet. Hij dacht dat hij ooit wel weer van haar houden zou en dat die zekerheid geen kwaad kon. Het leek toen ook geen onaardig plan, want zij hadden al zolang verkering en zij verdiende goed. Beter dan hij. Ze konden alles doen wat ze wilden en ze deed over zijn rare bokkensprongen nooit moeilijk. Of liever gezegd, deden ze wat zij wilde en meestal vond hij dat verdorie ook nog leuk. Ze konden onbezorgd reizen, op wintersport, hadden inmiddels het huis picobello ingericht en hij liet haar begaan, want smaak had ze wel. Zijn collegae en vrienden vonden dat tenminste allemaal. Pfft, vrienden… Hij heeft er zelf weinig mee, maar zij vindt dat sociale gedoe belangrijk. Hij is erin gestonken. Er zat niets anders op dan die stap te zetten en zijn ouders, wat zijn die lui oerdom, had hij er een plezier mee gedaan. Die feestdag was goed gelukt, zag er goed uit. Dat had zij perfect geregeld. Dat wel, maar nu zit hij vast. Maanden lang hoopte hij daarna dat zijn ontevredenheid over zou gaan of dat het tenminste wennen zou, maar het tegendeel is gebleken. 

Zijn onvrede werd met de dag nijpender. Kotsneigingen kreeg hij soms als hij onder de douche stond en zich aftrok. Nu kent hij het truukje, is er onderhand net zo bedreven in als zijn pa. Haha. Hij laat geen woorden meer binnen komen. Tegenwoordig legt hij haar gelukkig makkelijk naast zich neer.... De weerzin. Hij had haar graag uit zijn bed geduwd, toen ze het voor het eerst zonder condoom deden, maar daar had zij natuurlijk niets van gemerkt omdat zijn pronkstaf het wel altijd naar behoren deed.

Hij slikt het maagzuur weg als zij met dat domme gelukkige hoofd de open trap af huppelt. Nee, hij wilde niet drie minuten op de wasmachine in dat bedompte hok wachten als een halve gare. Bah. Waarom zou hij naar pis kijken? Ze ziet spoken, loopt al weken te zeiken, dat het gelukt is. Dat ze het aan haar borsten voelt. Die pronte prammetjes waar hij bijna van kotst als ze eens vrijen. Het was een prestatie dat hij dat nog voor elkaar kreeg, drie weken geleden.

 

Nu staat ze verwachtingsvol voor hem en steekt hem het ding toe.

Nou en? Zorgvuldig opgespaarde haat slaat hem als een natte dweil in het gezicht. Afgrijselijk. Ze zal die predikt-dingesstaaf wel hebben gemanipuleerd, de uitslag mag hem niet raken nadat ze hem de laatste weken al zo hardnekkig heeft bestookt met die stomme stralende blik. Gelukkig houdt de muur stand als hij haar idiote mongolenkop ziet die trots naar hem opkijkt. Wat? Wil ze hem echt omhelzen? Onwillekeurig steekt hij de handpalmen naar haar op om haar af te weren en schuift vier stappen achteruit. Bijna struikelt hij vanwege de stroeve rubberzolen over de hoogpolige wollen vloerbedekking omdat onbeheersbaar woedende kolen toch plotseling door zijn lijf schieten. Misselijk gilt in hem een satanisch treiterende stem dat het te laat is. Dat hij gewaarschuwd is, dat hij te veel met vuur heeft gespeeld. "Nu ben jij voor eeuwig verloren, hahaha, jaha!"

Zijn slappe mond hangt vaak wat asymmetrisch open onder te lange snor, maar trekt nu vanzelf uit zijn verband alsof hij een hap levertraan heeft moeten slikken. In de neusbrug vouwt de afschuwrimpel tussen de diepe oogkassen, die pikdonker worden. Zijn donkerbruine ogen doorboren haar met stekende pupillen als speldenknopjes in een uitdrukking die veel wegheeft van doodsangst, vermengd met verwijtende ontzetting. Scheef verfrommelde wenkbrauwen drukken zijn blik bijna dicht als de hel losbreekt in zijn hoofd. Van het één op het andere moment. Hoe durft ze? De gestoorde gek, het idiote manwijf moet uit zijn buurt blijven want ze zal hem besmetten met de gekte die zij onder de leden heeft. Rattengif van weten vreet zich door de wild stromende bloedbaan, onherroepelijk op weg om zijn hart in een stalen klem te klauwen. Het eenzame hart dat stampend als een machine tekeer gaat, uit zijn borst wil klappen. Uit protest wankelt hij nog twee stappen van haar weg. Weer hoort hij de satan schreeuwen dat hij nooit meer van haar loskomt. Dat het zijn verdiende loon is vanwege het oneerlijke zwijgen, het stiekeme overspel.

 

 
 
“Tsssk,ha, jaha, jij bent gedoemd in schuld te leven, precies zoals ik dat wil, haha jaha.. lafaard!”

Het grauwe beest gromt venijnig zoals hij dat maar één keer eerder in zijn leven hoorde… Zestien jaar geleden, toen zijn dode broertje onder dat wiel van die vrachtwagen met oplegger lag. Nog ziet hij het bloed weg siepelen tussen de kieren van de leiblauwe klinkers. "Fijn he, ik heb je gebed verhoort, je bent van hem verlost." Hij had hem doodgewenst en zijn zin gekregen waarna de binnenwereld pikzwart is gebleven. Nu vliegen de wilde kleuren hem aan en dit alles gebeurt allemaal binnen zeven seconde.

 

 

Zie haar daar staan, met open armen en verschrikte ogen in die ontrouwe toverkollenkop.
“Jij bent gek," fluistert hij als ze op hem afkomt en wil dat hij haar omarmt, maar hij kan het niet verdragen haar blijdschap te zien en draait instinctief om. Krijgt hij een hartverlamming?

“Het is van jou," sist de duivel snerpend. “Haja, van jouwouw en nu zit je in het nauwauw.” Door deze waarzin gestoken draait hij zich abrupt om. Zijn bovenlijf van haar afgewend staart hij kwaad naar de verlopen liefde tegenover hem.

“Weet je wel zeker dat het van mij is?”

Als vanzelf barst dat zinnetje diep uit zijn keel met de krassende verwrongen stem die hij nooit eerder hoorde, niet van hem lijkt en ze kijkt hem met grote ogen aan, sprakeloos, volkomen overdonderd. De vrouw die hem behekst moet hij op afstand houden en woest schuift hij de schuifpui open om de tuin in te vluchten. Hij ziet niet hoe zij verstart, haar stralende lach vastgevroren lijkt op dat plotseling belachelijke geworden blije gezicht.

Terwijl in haar ooghoeken tranen prikken ziet ze hem achter het glas in duizend splinters uiteenvallen, maar hoort hem niet inwendig vloeken dat hij een verkommerde martelaar is, die zich niet aan haar zal binden. Omdat een veel liever feetje op hem wacht in die andere stad onder de schitterende blauwe zon.

 

 

Reacties (18) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Dank je Babbelaarster, wat een mooie feedback... daar smul ik echt van. Alle anderen uiteraard ook weer heel erg bedankt
knap gedaan. zelf kruip ik vaak in de huid van en dan schrijf ik...maar dan van ver afstaande verhalen of personen... ik geloof niet dat ik dit zo zou kunnen...durven... het is wel zo dat het een heel ander licht werpt... het wordt er sterker door, bijna nog heftiger. Erg mooi gedaan!
Sylvia!
Nou voor het slapen gaan? Ik ben blij dat ik het nu lees het zou me wakker houden...goed spannend verhaal. Duim Taco
Fantastisch somber verhaal! DD
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Mooi neergezet, echter niet mijn gerne.
Oef .... wat een naargeestig verhaal zeg. De kou valt over me heen tijdens het lezen. Wel weer heel erg mooi neer gezet!
Je kijkt maar lekker in mijn ziel San-Daniel.
Dora heeft niets te vrezen, weet je nog wel?
Allemaal weer erg bedankt voor de mooie complimenten.