Een eigen boek schrijven #10 slot

Door Gerben gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Het laatste deel uit de serie. Hoe knoop je een einde aan een verhaal? Ik heb duidelijk nog een hoop te leren. Ik heb al wel besloten om er een extra dimensie aan toe te voegen, maar daarover meer in mijn artikel over het proces van het schrijven van mijn eerste lange verhaal. Dan nu deel 10, het slot. De delen zijn afzonderlijk te lezen, maar voor een compleet beeld kun je het beste bij deel 1 beginnen.

Tessa
Na het bezoek van Fleur ben ik een dag in de wolken. Daarna begint het doemdenken weer. Waar is Fred toch, ik heb heb niet meer gezien en ik begin me zorgen te maken. En dan Fleur... De tijd die ik haar niet heb gezien zorgde automatisch voor een grote verwijdering. Ik heb haar nooit mogen zien opgroeien. En dan die Paul, die eikel, die Tessa slaat. Ik moet iets doen. Een dag of drie later gaat de telefoon. Als ik op het scherm van mijn mobiele telefoon kijk, zie ik dat het Fleur is. Ik neem op en het is lang stil. “Ik ben het. Het spijt me zo dat het allemaal zo gelopen is. Hoe gaat het met je?” Het is Tessa. Ze is zenuwachtig merk ik. “Ik wil je graag weer eens zien en met je praten. Het is allemaal zo lang geleden.” Ik probeer me een houding te geven, maar ben geraakt over wat Fleur me vertelde dat Paul zijn handen niet thuis kan houden. “Zullen we morgen in het begin van de avond afspreken?” vraag ik. “Ken je café Malle Eppie bij mij in het dorp?” Ik wil in het café afspreken. Ik ben er vaker dan thuis en eerlijk gezegd is het daar ook netter dan bij mij. We spreken af om 7 uur in de avond,

De laatste dingen
Ik heb besloten dat ik Paul vlak voor dat ik Tessa zie ga opzoeken op zijn werk. Hij werkt op de basisschool aan de rand van stad. De dag van de ontmoeting ruim ik mijn huis op. Het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn dat ik er ben. Ik leg alle belangrijke papieren in een keukenla en plak er een memo op. BELANGRIJK staat erop. In het dorp pin ik al mijn geld en stop tot op vijftig euro in een envelop. Dat leg ik bij de papieren. Op de envelop schrijf ik de naam van Fleur. Als ik de deur uitga, kijk ik naar de zon in de lucht alsof het de laatste dag van mijn leven is. Ik snuif de buitenlucht op door mijn neus. Ik ben op alles voorbereid, zelfs op het ergste. Ik calculeer graag de dingen goed in, dus als Paul sterker is dan hij eruit ziet en hij zou het leven uit me zou slaan, dan laat ik in ieder geval de boel goed achter.

Het schoolplein
De rit naar de school is lang, dus ik mompel wat krachttermen en doe net alsof ik die tegen Paul zeg. “Je hebt het recht niet om te leven klootzak!” Als ik parkeer bij de school, zie ik een man lopen met een bezem. Het is dezelfde man die ik vorige week met Tessa heb zien lopen. Ik stap op hem af. “Ben jij Paul?” vraag ik. “Wie wil dat weten,” zegt hij nors. Ik kijk hem aan. Als ik hem een klap geeft tegen zijn kin, zeg ik: ”Deze is voor Tessa.” Ik sla hem daarna nog vijf keer en al snel ligt hij op de grond. Ik kijk om me heen of er niemand is en druk de bezem op zijn keel. “Deze is voor Fleur klootzak!” De krachten lopen uit hem en langzaam staakt hij zijn verzet. Hij raakt buiten bewustzijn. Als ik opsta maak ik voor mezelf een afweging wat ik ga doen. Ga ik weg? Of maak ik het karwei voor eens en altijd af? Ik kijk op mijn horloge. Het is inmiddels half zes. “Ik spuug op je!” schreeuw ik hem nog na, terwijl ik naar mijn auto loop.

‘Malle Eppie’
Aan een tafel in het café zit de vrouw die ik een week ervoor heb zien lopen in de stad. Als ik binnenkom ziet ze me. Terwijl ze naar me toe komt lopen zegt ze: ”Het spijt me allemaal zo. Ik had mijn vader door moeten hebben. Die man is altijd doortrapt geweest.” De excuses gaan langs me heen. We drinken wat en ze verteld honderduit over Fleur. Hoe ze is opgegroeid en hoe geweldig ze wel niet is. Het voelt als een klap in mijn gezicht. Nadat ik eerst 15 jaar van Fleurs leven heb moeten missen, krijg ik nu een bloemlezing over hoe geweldig die tijd is geweest. Maar als we elkaar diep in de ogen kijken, zie ik dat er in haar hart nog steeds een lichtje voor me schijnt. “Wat er ook is gebeurd, ik heb altijd van je gehouden.” Even recapituleren. Nadat ze me eerst in de steek heeft gelaten en nu met een man is die haar slaat, die ik zojuist het licht uit zijn ogen heb geslagen, zegt ze me dat ze nog steeds van me houdt?
Het zweet is me inmiddels uitgebroken. Na 10 minuten gaat haar mobiele telefoon. Aan haar ogen zie ik wie het is. Paul! Met één beweging gooit ze haar drankje en in mijn gezicht en loopt snel het café uit. Door de ramen vol met regen keek ik de avond in en vroeg me hoe het allemaal zo heeft kunnen lopen.

-slot-

© Gerben

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Helemaal gelezen en erg genoten van zowel het verhaal als de schrijfstijl. Ik zie uit naar een nieuw vervolgverhaal.