Een eigen boek schrijven #8

Door Gerben gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Een eigen boek schrijven vereist misschien toch wel een plan. In het wilde weg schrijven zorgt er voor, dat verbanden gaan ontbreken en dat het schrijven het constant voortbewegen is van de hoofdpersoon. In plaats daarvan zou ik met een plan meerdere lagen lijnen kunnen bedenken waardoor het spannender wordt. Ik heb daarom besloten om deel 10 het laatste deel te maken. Daarna ga ik een ander verhaal maken waarvoor ik me ga voorbereiden. De verhalen zijn apart te lezen, maar voor het complete beeld kun je het beste bij deel 1 beginnen.

Genialiteit
08/04/2012 - Het moment stilte dat na zijn vraag valt in de inmiddels uitgelopen straat lijkt een eeuwigheid. Wat zei Evert ook alweer? Aangereden en oversteken. Ik haal alles door elkaar door de drank. Terwijl ik op de vensterbank van een huis leun en een zo serieus mogelijk gezicht probeer te trekken zeg ik: “Ik heb niks gezien. Echt niet. Als ik wat zou hebben gezien zou ik het zeggen. Maar ja, ik heb dus niks gezien. Dus kan ik het ook niet zeggen.” Ik kijk hem vragend aan. Vragende blikken verraden de leugen. Zeker als je zoiets stoms zegt. Als deze diender, een jaar of vijfentwintig hooguit, niet door zou hebben dat ik aan het liegen was, zou hij direct ontslag op staande voet moeten krijgen. “Kom maar mee naar het bureau, dan kun je er nog eens rustig over nadenken,” zegt de vleesgeworden Sherlock Holmes-imitator. Ik slaak een zucht. Fred is een eikel. Hij kan me waarschijnlijk een tijd lang niet meer vermaken en ik moet nu voor hem gaan liegen of hem verraden. Welke keuze ik ook zal maken, leuk vind ik het niet.

Lola
Als ik naar de politiewagen loop zie ik Evert zijn hoofd schudden. Hij ziet zijn omzet van deze maand in elkaar storten door het tijdelijke vertrek mij en Fred. Uit mijn ooghoek zie ik Lola staan tussen de rij ramptoeristen. Ik zou zoveel kunnen vertellen over Lola. Lola is mijn favoriete hoer. Ze is heel knap, een jaar of dertig en neukt niet voor het geld. Het is hobby zeg maar. In haar carrière heb ik haar al vaak bezocht en als ik mijn volgende vrouw mocht uitzoeken, dan zou zij het zijn. Ik merk dat ze me blind maakt, het begin van mezelf verliezen. Dat ik naar de hoeren ga vind ik allemaal prima, maar als een andere vent op Lola staat te geilen of bij haar naar binnen gaat, dan is het een klootzak. Tengels af van mijn hoer!
Als ik mijn huis ooit gezellig ga maken, dan zou ik dat voor haar doen. En dat wil ik mijn geval veel zeggen. Al jarenlang probeert Rogier me te redden, maar dat kan niet als alleen hij denkt dat ik in zee lig en dreig te verdrinken. Ik red me prima. De knipoog van Lola is het laatste dat ik zie voordat ik het aftandse busje wordt ingeduwd.

Het bureau
De rit naar het bureau duurt lang. Als één van de agenten zich omdraait vanaf de bijrijderstoel om te kijken of ik niet per ongeluk ontsnapt ben of omgevallen, zeg ik: “Ik heb niks gedaan. Laat me nou gewoon naar huis gaan. En waarom heb ik eigenlijk handboeien om? Ga boeven vangen joh!” De agent lacht. In zijn loopbaan zal hij al honderden types als ik hebben gezien. Getekend door het leven, stinkend naar de drank. Het lijkt me een leuk idee om het de agenten niet al te makkelijk te maken. “Hé, ik moet plassen. Heel erg. Ik kan het echt niet meer ophouden hoor” De agenten blijven onaangeroerd door mijn woorden.
Langzaam vult mijn broek zich met warme urine en het loopt via mijn been op de grond van de bus. De handboeien die ik om mijn handen heb zitten veel te los. Vroeger toen ik nog bij mijn ouders woonde had ik een paar gekocht in zo’n winkel met tweedehands spullen. De truc is om tijdens het vast maken van de boeien je duimen te gebruiken, zodat ze niet te strak zitten. Ik ben nogal lenig, dus die boeien waren zo af. Eenmaal op het bureau, word ik uit de bus gehaald. Terwijl ik uitstap blijf ik mijn handen op mijn rug houden, het paar boeien losjes om een vinger. Ik haalde mijn handen tevoorschijn, hield mijn hoofd schuin en vroeg: ”mag ik nou naar huis?”
De jongste van de agenten pakte de handboeien en zei: ”Mee naar binnen grapjas, je stinkt”

Het blauwe hotel
Ik heb heerlijk geslapen. Of het nou door de drank kwam of omdat het bed in mijn cel lekkerder sliep dan het mijne thuis weet ik niet zo goed. En wat maakt het ook uit? Toen ik wakker was en me afvroeg waarom ik hier ook al weer was, dacht ik aan Fred. Hoe zou het met hem zijn? En hoe groot was het zwaard van Damocles dat door zijn stomme actie boven zijn hoofd hing? Een uur later zat ik, in schone kleren, in een verhoorkamertje. Ik was er alleen en vroeg me af wat ik zou gaan zeggen. Aan één van de wanden van het kamertje was een ruit. Eentje waar je niet doorheen kon kijken. En ineens had ik het. Als ik nou bizar gedrag ging vertonen was mijn verklaring waarschijnlijk net zo waardeloos als mijn leven.

Mijn act was grandioos en ik claim nog steeds de eerste niet opgenomen Oscar voor buitengewoon acteerwerk. De agent die me moest verhoren wist niet wat hij met me aan moest en binnen een uur stond ik buiten. Ik was net de hoek van de straat om toen mijn mobiele telefoon ging. “Kom hier naartoe en neem een biertje mee.” Ja. Fred had humor. Hij vertelde dat hij in het St. Elisabeth ziekenhuis lag op de afdeling neurologie. “Ik denk dat ik hier maar blijf,” vervolgde hij, “ik heb een hele mooie zuster.”

De paden op, de lanen in
Onderweg naar het ziekenhuis herinnerde ik me plotseling dat ik om elf uur een afspraak had bij het CWI. Ze proberen me al jaren aan het werk te krijgen. Ik had per ongeluk één van hun verstuurde enveloppen opgemaakt toen ik de berg post achter de voordeur aan het opruimen was. In mijn leven blijken enveloppen een vloek te zijn. Evenals briefjes.
Aangezien ik wel vaker niet op kwam draven bij mijn geldschieter liet ik ook deze afspraak varen. Ik had wel was belangrijkers te doen. De gangen van het ziekenhuis waren saai. De mensen ongelukkig. Ik voelde me er dus ook helemaal thuis. Het trieste aanblik van de eerste mensen die ik zag op de afdeling neurologie maakten me vrolijk. Ik heb een kutleven, maar het kan dus altijd nog slechter dacht ik. Bij de kamer van Fred aangekomen haalde ik twee blikjes bier uit mijn jaszakken om als trofeeën van de bierjacht in de lucht te steken. Toen ik in de deuropening stond, keek ik de kamer in. Vier bedden stonden er en drie waren gevuld, behalve het bed dat bij het raam stond. “Godverdomme Fred…”

Einde deel 8

© Gerben

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.