Fighting Back (1.1)

Door Prizz gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Een nieuw verhaal, een nieuw begin. Lees hier hoe het jonge Rachel. Lees hier over haar leven vol geheimen. Zal ze overleven tussen de wereld waar de vampieren, mensen als bloedzakken gebruiken en weerwolven openlijk vermoord worden.

Na de vampieren en weerwolven, is er nog steeds één soort dat zichzelf nog nooit kenbaar heeft hoeven te maken. Zichzelf altijd schuil heeft gehouden. In der loop van der jaren, zijn de weerwolven terug gedrongen door de vampieren. Bloedzuigers beter genoemd. Hun aantallen zijn in der loop van de jaren erg vergroot. Van honderden naar duizenden. Weerwolven werden openlijk vermoord door de vampieren, mensen werden gebruikt als slaven. Als levende bloedzakken. Tot de dag op vandaag, hebben geen van de drie partijen, ooit van hun bestaan geweten. De grootste vijand van de vampieren, de grootste vijand van de weerwolven, de grootste vijand van de mens. Hun aantal had zich in de jaren langzaam aan vermeerderd. Langzaam aan. Veel van hun waren er niet, wel twee verschillende soorten.

1.

Bomen zijn hun beste vrienden, hoog heide gras zorgt ervoor dat ze minder zichtbaar zijn op de open vlaktes van hun terrein. Bekend zijn ze gelukkig niet, nog niet. Tot op de dag van vandaag, waar alles zou veranderen. Door een beslissing, die nog nooit eerder genomen is. Deze beslissing, zal de wereld die bekend staat voor hun allemaal veranderen. Geshockte reactie’s worden verwacht. Vijanden zullen gecreeërd worden. Vrienden zullen gemaakt worden, verdragen zullen gesloten worden.

Mijn licht blauwe ogen – die ik van mijn vader geérfd had – streken over de omgeving heen. Elke dag moesten ze opletten. Als er een vampier – of zoals wij ze noemde één bloedzuiger – op ons terrein kwam, moest deze meteen vernietigd worden. Verscheurd worden met onze vlijm scherpe tanden, ze tegen de grond drukken met onze grote klauwen. Niemand wist iets over ons bestaan, jaren lang was ons soort al onder gedoken. Hoe meer tijd verstreek, hoe moeilijker het leek om geheim te houden. Het werd allemaal veelste gevaarlijk, voor zowel ons als voor de weerwolven waarbij de mensheid ook betrokken werd. De bloedzuigers werden sterker. Hun aantallen hadden zich de laatste jaren verdubbeld. Van honderden bloedzuigers naar duizende. Mensen worden gebruikt als bloedzakken. Ze werden opgesloten in kleine donkere cellen, langzaam aan werden ze leeg gezogen terwijl hun bloed in zakken verdween. Dit werd uiteindelijk weer verkocht aan andere bloedzuigers. Voor de weerwolven was het nog erger, hun werden openlijk vermoord. In een arena. Ontsnappen was onmogelijk. Meestal werden er drie weerwolven gevangen genomen, dagen lang werden ze uitgeput. Gemarteld en uitgehongerd werden met het resultaat dat ze minder sterk zouden zijn. Drie vampieren werden ook in de arena gezet. Deze mochten zichzelf aangeven om in de arena te vechten tegen hun verraders. De vampieren speelde alleen vals. Het was bekend bij iedereen. Vlak voordat ze hun entree in de arena maakte, kregen ze namelijk menselijk bloed. Hun krachten namen daardoor toe. Ook werden ze sneller. Uiteindelijk werden de weerwolven gedood in een gevecht dat niet eens eervol was. Een langzame pijnlijke dood, terwijl hun familie’s en vrienden toe keken en niks konden doen tegen dit afschuwelijke ritueel. Het aantal weerwolven nam daardoor ook met de dag af, terwijl de bloedzuigers elke dag sterker werden. Ik bond mijn witte haren – die normaal gesproken tot over mijn schouders los hingen -  in een staart. Kort checkte ik de omgeving, ademde diep de lucht om me heen in. De lucht was schoon en vrij van geuren die hier niet geaccepteerd werden. Namelijk de stankende geur van een bloedzuiger. Rustig liep ik op de holle boom af.
 



Er stonden nog veel meer bomen om heen, maar al jaren lang werd er één speciale boom gebruikt. Daarin was een grote opening gemaakt zodat iedereen daardoor naar boven kon klimmen of naar beneden kon klimmen, Soepel klimde ik naar boven terwijl ik nog één keer om me heen keek. Niemand te bekennen. Ik liet me door de brede opening heen glijden. De tunnel was door de jaren heen erg ruim geworden. Dat was gekomen omdat sommige van ons erg lang waren in vergelijking met vroeger. Ons soort leefde niet boven de grond maar juist er onder. Het was de enigste manier om te overleven namelijk. Soms kwamen we boven de grond, om te veranderen, om te jagen of om te kijken of de kust nog steeds veilig was. De laatste tijd kwamen er namelijk steeds meer bloedzuigers op ons terrein waardoor het steeds onveilig was om boven de grond te komen. Vroeger leefde we samen met de mensen, deze mensen konden onze kleine merken die ons soort aangaven niet eens opmerken. Ieder had namelijk een litteken op zijn linker schouder, een soort brandmerk. Als het ware. Ik moest vandaag met mijn vader spreken, er moest iets ondernomen worden. Dit kon niet langer zo door gaan. Als het zo door ging, zouden er straks geen weerwolven meer zijn. Misschien zelfs geen mensen meer. Wie zou het weten, het waren allemaal dingen die in de toekomst konden gebeuren. Donny, mijn beste vriend kwam al op me afgelopen. Zijn licht bruine haren zaten zoals altijd heel erg rossig door elkaar heen. Zijn licht bruine ogen waren al op de mijne gericht terwijl ik warm glimlachte. ‘Rachel, wat is het plan voor vandaag?’ Kort dacht ik na, eigenlijk wilde ik het liefst vandaag al vertrekken. Onmogelijk. Eerst moest ik mijn vader overtuigen, hem duidelijk maken dat is serieus had nagedacht over mijn beslissing. Morgen. Misschien konden we dan vertrekken. ‘Eerst moet ik met m’n vader spreken Donny. Als hij er mee akkoord gaat, dan zouden we eventueel morgen al kunnen vertrekken. Vanavond roepen we het roedel bij elkaar.’ Ik was niet in me eentje, we hadden een kleine roedel. Totaal waren we met z’n zessen, met mij erbij. Onze roedel was klein, maar boven dat heel erg sterk. ‘Sander doet vast niet zo moeilijk.’ Serieus keek ik hem eens aan. Dan kende hij mijn vader waarschijnlijk toch niet zo goed als hij dacht. Sander, dat was de voornaam van mijn vader, maar ik noemde hem altijd gewoon vader of pap. ‘Ons soort verstopt zich al jaren onder de grond Donny. Ik denk niet dat we zomaar toestemming krijgen.’ Donny knikte één keer. ‘Je hebt gelijk. Ga met hem praten, misschien kan je hem overtuigen.’ Ik knikte terwijl Donny zijn sterke armen om me heen sloeg voor een knuffel. Sommige mensen dachten wel eens dat er meer tussen ons speelde, maar dat was absoluut niet zo. We waren alleen maar hele goede vrienden. Donny liet me los terwijl hij weg liep. Met mijn ogen zocht ik naar m’n vader terwijl ik hem vond bij onze zelf gebouwde tent. Heel erg veel was het niet.
 



Enkele doeken waren aan elkaar gebonden waardoor het een vorm van een tent had. We werden er tenminste door afgescheden van de rest van de familie’s die hier ook leefde. We hadden zelfs een kleine keuken met daarbij een kleine douche en een wc. Alles hadden we zelf gebouwd. Het leven onder de grond was niet altijd fijn. Ik zelf woonde hier al zestien jaar, dus met andere woorden. Mijn hele leven al. Het was niet altijd fijn onder de grond. Zonlicht was er nauwelijks, we hadden meestal kaarsen branden die zo afentoe gehaald werden in grote aantallen. Als nieuweling, was het bijna onmogelijk om eraan te wennen. Als je het gewend was, dan viel het eigenlijk allemaal wel mee. ‘Pap, kan ik met je praten?’ Zijn donker bruine wenkbrauwen werden iets omhoog getrokken terwijl zijn licht blauwe ogen op de hare gericht waren. Onderzoekend. ‘Vertel het is Rachel.’ ‘In de tent, het is belangrijk.’ Het was niet altijd goed om alles in het openbaar te vertellen aangezien er altijd wel luistervinken waren. Een klein stukje in hun tent was afgezet als woonkamer. Er lag een stoffe zwarte doek op de grond waarbij twee zwarte kussens lagen. Meestal zaten we daar op, net zoals nu gingen we erop zitten. Mijn vader ging tegen over me zitten. ‘Vertel het maar.’ Zacht waren zijn woorden. Diep ademde ik één keer in. Verzamelde ik al mijn moed terwijl ik begon aan m’n discussie. ‘Pap, ik wil samen met de roedel een verdrag sluiten met de weerwolven.’ ‘Geen spraken van.’ Viel hij me meteen in de reden. ‘Het is onze enigste kans om te overleven pap! We kunnen niet voor altijd onder de grond leven vanwege die bloedzuigers. De bloedzuigers nemen met de dag toe, weerwolven worden met de dag in de minderheid gebracht. Mensen worden gebruikt als bloedzakken. We moeten iets doen! We kunnen ons niet voor altijd verschuilen terwijl de andere ons nodig hebben.’ Kort leek het erop dat mijn vader hier over na moest denken. ‘De bloedzuigers nemen inderdaad toe, daar heb je een punt in. Hoe denk je dat de weerwolven zullen reageren? Niemand heeft ooit van ons gehoord, de mensen die ons ooit hebben gezien, zijn allemaal vermoord Rachel.’ Kort knikte is. Zo geheim was ons geheim dus. ‘We kunnen het toch proberen? Wie niet waagd wie niet wint, dat waren ooit jouw woorden pap.’ Hopelijk zouden deze woorden hem op andere gedachten brengen, zodat hun roedel toch kon gaan. Kort leek hij te peinzen over het idee om hen te laten gaan, als ik het goed zag tenminste. ‘Dat waren inderdaad mijn woorden Rachel. Helaas was ik net zo eigenwijs.. Vroeger. Alleen was onze groep kleiner.’ ‘Desnoods nemen we de vier nieuwelingen ook nog mee, dan zijn we met een roedel van tien. Dat maakt ons nog groter en sterker.’



M’n vader leek nog een keer zijn hersens te kraken. ‘Ik geef je het voordeel van de twijfel Rachel. Ga met de roedel, zorg ervoor dat je niet gezien word. Blijf zoveel mogelijk onder de mensen, dan is de verassing later groter.’ Ik keek verbaasd naar m’n vader voor een seconde. Mijn armen werden om zijn nek geslagen. ‘Bedankt, bedankt, bedankt! We zullen je niet in de steek laten, dat beloof ik!’ M’n vader keek me lachend aan terwijl hij opstond en me overeind trok. ‘Ga je klaar maken Rachel. Jullie hebben maanden lang getraind, jullie zullen er klaar voor zijn, maar doe voorzichting.’ Ik knikte. ‘We zullen morgen vertrekken, ik ga de roedel het nieuws vertellen. Een avond training kan ook geen kwaad voor het vertrek denk ik.’ M’n vader knikte weer. ‘Ga Rachel, bereid je voor. Zorg ervoor dat alles in orde komt.’ Ik knikte terwijl ik onze tent uitliep. De meeste mensen hadden een eigen stukje, sommige hadden net als ons een tent, andere hadden kartonnen muren als afscheiding van de rest. Het was allemaal gekomen omdat mijn vader de vroegere leider van de roedel was. Sinds enkele jaren veranderde hij al niet meer. Zo’n zestien jaar lang kon je blijven veranderen, tenminste. Dat was in het algemeen. Sommige konden langer dan zestien jaar blijven veranderen, sommige korter. Je bleef in die tijd nog steeds jong kwa uiterlijk. Dat kwam voor mij alleen maar goed uit, denk ik. Donny zat enkele meters verder op samen met Damian. De macho man van de roedel, soms was hij een echte verleider van de dames, wilde hij alle aandacht hebben. Niet dat het altijd zo was. Ik was namelijk heel erg blij om Damian in de roedel te hebben. Donny kwam meteen naar me toe gelopen terwijl Damian hem volgde. ‘En?’ Ik keek hem met een glimlach aan. ‘We moeten de roedel bij elkaar roepen, ik wil ook de vier nieuwelingen erbij hebben.’ Donny keek me vragend aan even als Damian. ‘Damian, kan jij Bo halen? Stefan en Tristan zullen daar ookwel zijn. Laat Tristan maar Liam,Tim, Vincent en Dean halen. Die zijn als het goed is nu aan het eten.’

Einde van deel 1 van dit spetterende nieuwe verhaal!

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.