Lange Kerle gezocht

Door Rickm123 gepubliceerd op Friday 28 September 12:12

Lange Kerels gezocht

Lange Kerle gezocht

 

Grenadier garde bataljon van de Lange Kerle in gevecht, 1745.

Geruchten                                                                                                                                                                                “Gibt es beim euch im Ort  lange Kerle, mein Herr”, deze standaard vraag werd door ronselaars van het Pruisische leger regelmatige gesteld aan de plaatselijke herbergier waar ze verbleven. Deze ronselaars trokken van streek naar streek op zoek naar mannen met een boven gemiddelde lichaamslengte. Daarbij gingen ze als volgt te werk door middel van informanten, ze luisterden naar geruchten of naar lokale roddels. Zeker als er werd gesproken over d’r  lange Thys of Joep in onze streken. Niet alleen bezochten de rondselaars de streek van het huidige Parkstad, zij bleken zelfs te reiken tot in Transsylvanië in het huidige Roemenië op zoek naar “Lange Kerle”.

De oorlogsvoering in de 18e eeuw
De oorlogsvoering in de 18e eeuw was vooral gericht op het behoud van machtsevenwicht tussen de grootmachten. Daarbij wisselende de verschillende grootmachten regelmatig van kamp om het machtsevenwicht te behouden. Voor Parkstad betekende dat, dat de streek ongevraagd werd gebruikt als slachtveld van de grootmachten. Een vernietigende spoor kon dan getrokken worden van Hasselt tot Aken. Een spoor van doodslag, plunderingen en verkrachtingen teisterde de streek. Praktisch iedere hoeve van betekenis kon door het oorlogsgeweld beschadigd zijn. Ongeacht of dit nu de troepen van de Republiek of Frankrijk waren. Bevoorradingsdiensten bestonden er praktisch niet, dus de soldaten moesten van het land leven, dat betekende  hun eigen voedsel in de streek gaan zoeken of opeisen met alle gevolgen van dien. Een dienstplicht zoals wij die kennen bestond nog niet, dat zou pas onder Napoleon ingevoerd worden. In Pruisen een koninkrijk in het noordoosten van Duitsland was er wel al sprake van dienstplicht. Sinds de kroning van koning Frederik II (1712-1786), beter bekend onder de naam Frederik de Grote voerde dat landje vanaf zijn regeringsperiode aan een stuk oorlog met allerlei Europese staten.

Lange Kerle als paradetroepen 
Die constante staat van oorlogen kostte een enorme tol aan materiaal en mensen. Het Pruisisch leger stond bekend als het meest gedisciplineerde leger van Europa. Niet enkel werden de Pruisische mannen tot de krijgsdienst verplicht, de toen nog kleine staat ronselde overal mannen voor de legerdienst. Regelmatig werden krijgsgevangen ingelijfd in het Pruisisch leger om tekorten aan te vullen. Het was dus niet vreemd, dat de onmenselijk discipline en gedwongen dienst veel mannen ertoe aanzetten om ieder moment aan te grijpen om het leger te ontvluchtten. Daarnaast bestond er in het Pruisische leger een heel regiment uit grote mannen. Dit regiment stond ook wel bekend als de “Potsdamer Riesengard”om lid te worden moest je als man minsten 6 Pruisische voet lang zijn, dat kwam neer op ongeveer 1,88 of 1,90 meter. Een lengte die in die tijd door weinige mensen werd bereikt. De achterliggende gedacht was dat lange mannen beter in staat waren om handmatig het lange musket te bedienen. Men dacht ook dat deze mannen met gemak een doelwit van een lange afstand konden raken. Echter als we met een kritisch blik naar deze reuzen kijken, dan kunnen we concluderen dat deze lange mannen lichamelijk kwetsbaar waren vanwege hun enorme lichaamsbouw. Het is eerder aannemelijk dat deze eenheden werden gebruikt als paradetroepen, om pas ingezet te worden op het slagveld als het niet anders kon.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vader van Frederik de Grote schouwt zijn Lange Kerle eenheid.

Sommige van deze soldaten kreeg de koning van Pruisen geschonken door bevriende vorsten. Echter door de vele oorlogen en inzet van de troepen was de koning steeds op zoek naar nieuwe rekruten. Door de verliezen werd het regiment van 3.000 man naar een bataljon van rond de 1.000 man teruggebracht. Tevens liepen  de onderhouds- en wervingskosten de spuigaten uit. Kortom, de koning moest goedkopere middelen vinden om aan “Lange Kerle” te komen.

Pruisische ronselaars in Palemig
Om de eenheid van Lange Kerle betaalbaar te houden werden allereerst de minimumeisen verlaagd naar 1,80 meter. Daarbij hoefde men niet per se vrijwillig lid te worden, en daar maakten de ronselaars gretig gebruik van. In de omgeving van Herzogenrath in het jaar 1771 vernamen de ronselaars het geroddel over een buitengewoon lange jongeman. Zij hoorden een verhaal over een zekere Johannes Muyters woonachtig in Palemig. Volgens de bronnen zou deze man 2,17 meter groot zijn geweest. Deze lengte is voor die tijd niet geheel ongewoon in de “Lange Kerle” eenheid was al sprake van een Ier genaamd James Kirkland, die een lengte van 2,20 meter had. De ronselaars spoeden zich naar Palemig om met zilver munten de man vrijwillig dienst te laten nemen. Helaas voor de ronselaars mislukten alle vriendelijke pogingen om Muyters te overreden. Maar bij vriendelijkheid alleen hoefden de ronselaars het niet te houden. Ze keerden met een groep sterke mannen terug op die zelfde avond van 14 april op 15 april. Ze maakten gebruik van de duisternis en ze ontvoerden de jongeman uit zijn ouderlijk huis. Om de reusachtige jongeman zonder problemen mee te nemen, kreeg hij ook de benodigde pak slaag. Het nieuws van deze grofheid verspreidde zich door het omliggende gebied; “d’r lange van de Muyters hebben ze gepakt…”. Uit angst voor meer rooftochten probeerde het bestuur van Schaesberg de jongeman uit handen van de ronselaars te krijgen. Helaas vermelden de bronnen niet hoe dit verhaal is afgelopen. Het is aan de lezer om zelf een einde voor dit verhaal te bedenken. Het moge wel duidelijk zijn, dat als Muyters lid werd van een eenheid van de “Lange Kerle”, dat hij dan wel meer rantsoen kreeg dan de gemiddelde soldaat, een mooi uniform en een strenge militaire opleiding. Het nadeel voor Muyters in dienst van het Pruisische leger zou zijn, dat Pruisen na de dood van Frederik de Grote praktisch 1,5 miljoen soldaten had verloren aan alle gevoerde oorlogen tijdens zijn bewind. De kans is dan groot, dat hij ook deel is geworden van die 1,5 miljoen gevallenen.

R. Moermans                                                                                                                                                                     Redactie M. van der Weerden

LGOG Kring Parkstad
 

Bronnen:
Gemeentearchief Kerkrade en Heerlen, Ach lieve tijd, Twintig eeuwen mijnstreek.
R. Vocke, Frederik de Grote, Tussen verlichting en absolutisme, Amsterdam 1979.
 

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Mooi en uniek! Welkom hier!
Leuk en mooi artikel...dikke duim!
Heel mooi, slaan we op bij de favo`s.
Heel goed geschreven artikel , je hebt er een fan bij !
Leuk artikel,duim en fan erbij.