In de eerste sollicitatieronde en gelijk knock out.

Door Conamore gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Hoe het gebrek aan voorbereiding van een sollicitatiegesprek zonde van de tijd wordt en voor de een nog pijnlijker dan de ander.

Kansloos onderspit


Optimistisch als ik nog steeds was, ging ik goedgemutst op pad naar een plaatsje zo’n 40 kilometer verderop gelegen ergens in Zuid Holland. Met in mijn tas mijn schone zakdoek, mijn c.v., wat van internet geknipte zaken over de vacature en ook nog mijn afstudeerscriptie. Ik had mij zo goed mogelijk op het gesprek voorbereid en was weer eens veel te vroeg op de plek waar ik verwacht werd, nu en hopelijk ook in de toekomst.
Via de contactpersoon van het UWV had ik de tip gekregen over deze vacature teamleider diensten en daarbij de extra informatie dat ze haast hadden om de vacature in te vullen.  In de wachtkamer van deze instelling kon ik nog wat extra aan info lezen over hoe deze gemeente al actief en geslaagd was in de nieuwe ontwikkelingen, die de al dan niet tijdelijk zwakkeren te verwachten hadden, in de vorm van hulp en advies om er weer uit te komen. Op eigen kracht dan wel met vereende andere krachten.


Net na de lunch zou ik de ruimte binnen stappen waar het eerste sollicitatiegesprek zou plaatsvinden. Het tweede gesprek, met een aantal uitvoerende medewerkers, stond voor later in de middag gepland.


Aan de gesprekstafel zat de manager diensten en een teamleider indicatie en beoordeling en als derde persoon kwam – zij het te laat - de dame binnenvliegen die zich personeelsadviseur mocht noemen. Deze laatste dame was direct in staat om de gemoedelijke sfeer, die er in eerste instantie echt wel hing, duidelijk negatief te beïnvloeden. Het bekende praatje pot over het mooie weer en de ventilatie in de ruimte waar wij zaten, kreeg geen kans op een vriendelijke afloop. Alleen al omdat de personeelsadviseur daar - in haar snibbige performance - blijkbaar totaal geen zin in had. 


Haar verschijning had sowieso al een aantal kritische bedenkingen bij mij opgeleverd. Sluik peper-en-zout haar, in een uitgegroeid bob-modelletje, een gedateerde bril, een wit hoog gesloten t-shirt met daar overheen een dichtgeknoopt en veel te warm (voor de tijd van het jaar) donkerblauw wollen colbertje.

Het groepsproces bepaalde dat bijna onmiddellijk werd ingezet op de inhoudelijke kant die mijn aanwezigheid als sollicitant legitimeerde. De manager stelde de aanwezigen aan mij en zichzelf voor en blijkbaar had de personeelsadviseur de status toegewezen gekregen om de eerste vraag te mogen stellen. En dat deed ze dan ook. Heel direct legde ze haar bedenkingen op tafel over de door mij opgesomde ervaring als leidinggevende.

Het was geen vraag maar een feitelijke conclusie op basis van de papieren waarin alle  drie de vrouwen tegenover mij nu ineens heel geconcentreerd zaten te bladeren. Op zoek naar bewijslast. Voor de voortgang van het gesprek werd de conclusie alsnog door haar vertaald naar een vragende vorm en ik zag twee priemende ogen beschuldigend mijn kant op kijken.


Ik probeerde mijn hachje te redden en deze directe aanval, op gelijk al drie van mijn vier stoelpoten, dapper te pareren. Als leidinggevende had ik immers een stevig team van HBO’ers uit de grond gestampt in een periode van krap twee maanden tijd maar, vervolgde ik mijn verweer,  “een goede leidinggevende zal toch vooral zijn of haar sporen verdienen door via een overtuigende manier van denken en doen in te zetten op motivatie om daarmee de beoogde succesvolle resultaten te bereiken en wel met alle neuzen dezelfde kant op”…


Ik realiseerde mij heel goed dat een dergelijke definitie van leiding geven natuurlijk niet heel direct zou aanslaan binnen een instelling waar de uitvoering door ambtenaren gedragen werd. Om het wat meer zwart wit te stellen: men zou daar pas dan uitstekend kunnen functioneren als, heel nauwgezet en tot achter de komma, de te formuleren dienstopdrachten zouden worden voorgelegd. Zo ongeveer in de sfeer van “befehl ist befehl..”, maar dat zei ik natuurlijk niet hardop. In mijn hoofd zocht ik verder naar wat andere argumenten die zouden kunnen onderstrepen dat ik heel goed in staat was om alle taken uit te voeren, zoals zij die (al dan niet met zijn drieën) omschreven hadden.


Eigenlijk vond ik, en zeker voor deze baan, dat alle nieuwe trends gevolgd zouden moeten worden. Dus ook vanuit de aanbodzijde door de werkers nagedacht moest zijn over vooral ook de eigen regie. Een eigen regie die  een “out of de box” denken mag veronderstellen, gebaseerd op inventiviteit, vertrouwen en betrokkenheid. En een die voor een gedeelte gebaseerd zou kunnen zijn op het uitgangspunt “als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan”.

Een vernieuwende aanpak die de stroperigheid in algemene ambtelijke oplossingen wellicht positief zouden kunnen keren. En daarbij nog eens kosten zou kunnen besparen en klantvriendelijker zou kunnen overkomen.


Maar feitelijk kwam ik niet verder in mijn verdediging en daarmee zag ik eigenlijk mijn vooronderstelling, over het willen vastleggen aan leibanden en dan voornamelijk eenzijdig bij de leidinggevenden, hier op een indirecte manier volledig bevestigd worden.


Ik denk dat er nog zeker drie keer, door de zich overtreffende zuurpruim, werd vastgesteld dat ik onvoldoende ervaring had in het hiërarchisch leiding geven en dat “we” dat natuurlijk in het voorliggende c.v. hadden kunnen lezen. Daarbij keek ze weer met haar priemende ogen veelbetekenend, maar deze keer naar de twee andere ambtelijke gesprekspartners.


In de volgende ronde van het gesprek werd door de manager stevig doorgepakt op een of andere vage praktische casus. Vaag voor mij tenminste, omdat ik mij redelijk doch onverbiddelijk van mijn stuk gebracht voelde en eigenlijk niks meer scherp kon zien. Zelfs achteraf had ik geen enkel idee wat het voorgelegde thema eigenlijk was geweest.

Ik zag alleen nog maar een paar functionarissen tegenover mij die net de cursus “hoe overrompel ik een sollicitant” hadden gevolgd en het afrondende examen met vlag en wimpel hadden afgelegd. Mijn antwoorden op en oplossingen voor de casus sloegen dan ook nergens op en ik was zelfs bereid om, na een paar subtiele aanwijzingen, gemakzuchtig met alle winden mee te waaien. Hiermee was ook de vierde poot onder mijn stoel weggezaagd en zat ik als aan de grond genageld.


De dame van de indicatie had zich nog niet eerder in het gesprek gemengd maar zag ook nu haar kans schoon om mij in te wrijven dat ik niet voldeed aan de eisen die aan deze belangrijke functie gesteld werden. “Nee”, zo zei ze, in de richting van haar beide collega’s, “deze ervaring sluit meer aan in de richting van een gewone medewerker”, en hoopte duidelijk op instemming bij deze toch wat arrogante poging om mij van harte te degraderen. Daarmee vast vooruitlopend op een evaluatie die toch echt op een later tijdstip had moeten plaatsvinden.

De indruk die zij overigens op mij maakte, was er een van een zoutloze medewerker die – gezien haar postuur ook – al 100 jaar de verschillende fel begeerde doorgroeimogelijkheden had zitten afwachten. En steeds als een krokodil had toegehapt op die momenten dat er zo snel geen betere kandidaten voor handen waren geweest. En wie weet zouden er op heel korte termijn voor haar opnieuw weer kansen volgen.


Ik keek om mij heen en probeerde de situatie te snappen en ook de consequenties. Natuurlijk wilde ik heel graag aan het werk. Een leuke baan met uitdagingen en leuke collega’s. Door de criteria die hier echter in de selectie werden aangelegd, kon ik mij niet voorstellen dat die leuke collega’s binnen deze dienst überhaupt te vinden waren.

Mijn rudimentaire eigenwaarde ontpopte zich en met de mededeling “dat ik ook uit de non verbale communicatie nou niet bepaald het gevoel kreeg dat ze op mij zaten te wachten”, verzamelde ik de paperassen die ik voor mij had neergelegd en schoof ze in een vloeiende beweging in mijn tas. Ik stond op met een ten overvloede uitgesproken toelichting, dat “een gesprek in de andere geplande setting een beetje zonde zou zijn van ieders energie”. 


De zuurpruim pruttelde nog wat door in een paar onduidelijke verwijten en ik besloot de inmiddels opgeheven zitting met een persoonlijke conclusie “dat er hier toch wel wat ontbrak in de basale communicatie”, en daar kon de zuurpruim het dan weer wel mee eens zijn. Ook weer bedoeld om mij nog eens te bevestigen in het ongetwijfeld vastgestelde falen en dan vooral en alleen van mijn kant dus.


In de loop naar de uitgang met de manager heb ik nog eens samengevat dat ik dit voor mij een hele vreemde ervaring was en ik zo’n slecht sollicitatiegesprek nog nooit  eerder had meegemaakt. Ook zij noemde het een vreemde ervaring en gaf daarbij geen verdere uitleg, maar haar onbestemde glimlachje sprak boekdelen.


In de trein terug probeerde ik de Kafka-achtige beelden te verruilen voor die van de mooie uitzichten op de weilanden en van de passagiers die regelmatig in en uitstapten. Wat is er toch aan de hand in banenland, vroeg ik mijzelf vertwijfeld af. Wordt het niet eens tijd dat er net als voor de financiële markten een soort toezichtorgaan in het leven geroepen wordt? Eentje die verbiedt dat sollicitanten opgeroepen worden zonder dat vooraf een c.v. gewoon gelezen is en dan bij voorkeur enigszins zorgvuldig?

En dat niet langer een volledige kudde aan kandidaten hun kunsten mogen komen vertonen in een run op slechts één bestaande en vaak tijdelijke vacature? En dat de lat niet zo hoog gelegd wordt dat alleen mensen in aanmerking komen die voor God gestudeerd hebben?

En dat verzuurde personeelsadviseurs ook zelf eens gaan meedoen in de pool aan bijscholing en dan toch in ieder geval die workshop  “maken van flierbessensap” verplicht gaan volgen?

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Sow, jij schrijft wat af in een dag! Je flapt je gevoelens bijna letterlijk op papier! Goed van je!