Schilderijenroof en hoe ik daarmee weg kom

Door Blue-Raven gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

`The perfect crime`. Tot in de puntjes voorbereid, en door een stommiteit loopt het mis. Ik was er gloeiend bij. OK. Enne... hoe lul ik me er uit?

Uitspraak over 14 dagen

Als je dit hoort, zit degene die mij dit verteld heeft achter slot en grendel.
Je moet je voorstellen, iemand die vanuit zijn bureau organiseert dat mensen bij elkaar komen om te praten over technische standaarden. Swingend? Flitsend? Interessant? Nee. Doodsaai.
Maar daarover gaat het niet. Laat nou één van die grijze muizen de kennis gebruiken voor een plannetje. Nee, ik zeg het verkeerd. Een meesterplan…

Het was zo goed voorbereid. Midden op de dag rond de wisseling van de wacht liep ik zelf in donkere kleding rond. Behalve het ontbreken van mijn badge was ik nauwelijks van het beveiligingspersoneel te onderscheiden. Precies 10 seconden had ik om het alarm af te zetten. Ik had het in gedachten al wel honderd keer geoefend. Brandblusser van de muur, borgpen eruit, richten op het kastje met de code, en dan zou de koolzuursneeuw zo koud zijn dat er geen alarm afging. Ik had dit al uitgeprobeerd op een trainingscentrum voor bedrijfshulpverlening op de Maasvlakte, en daar werkte het steeds net binnen de tijd. Ik moest snel handelen, maar het zou lukken.
Le moment suprême voor “the crime of the century”. Brandblusser van de muur, borgpen eruit, richten op het kastje met de code, en dan…
Niets. Geen klik, geen schok, geen druk, geen koolzuursneeuw, niets.
De seconden tikten weg, en het alarm was oorverdovend. Kennelijk was de brandblusser niet volgens de regels onderhouden, anders was ik nu allemachtig rijk geweest. Ik griste de wereldberoemde ets van de muur maar werd bij de uitgang netjes opgewacht door de politie. Ik was er gloeiend bij. Koortsachtig ging ‘plan B’ in werking: de verdediging. Vluchten kon niet meer, ‘k zou niet weten waar, schuilen kon alleen nog in een liedje (maar ik was de sigaar). Met fysiek verzet had ik geen schijn van kans, dus mijn enige hoop was de rechtszaal.
De rechter keek mij meewarig aan, zo van “kleine jongens moeten geen dingen doen die grote jongens doen”. Hij vroeg wat ik zoal deed in mijn dagelijks leven. Ik vertelde over mijn werk bij NEN in Delft en ik vertelde over de bedrijfshulpverlening. Hij leek het wel komisch te vinden dat iemand die zich met normen bezig houdt, zo in het beklaagdenbankje moest plaatsnemen. Met gevoel voor drama vroeg hij naar de laatste norm.
“Dat is NEN 4000, edelachtbare, dat is het nummer voor de norm voor bedrijfshulpverlening”.
“Gaat dat over het redden van mensen?”
“Niet alleen, het gaat ook over het redden van zaken. De norm moest meer beschrijven dan wat in de Arbowet staat, dus de insteek is de continuïteit van het bedrijfsproces. Ik bedoel…”
“Wat zegt die norm over brandblussers en alarmsystemen?”
De rechter keek mij onderzoekend aan.
”Niets, edelachtbare. Maar ik ben wel bedrijfshulpverlener, en dan weet je hoe dat werkt.”
“Daar zijn zeker andere normen voor?”
Dat klonk spottend, maar ik deed net of het een serieuze vraag was.
“Ja, edelachtbare, maar niet iedereen voldoet altijd aan de norm”
“Dat begrijp ik, daarom staat u hier”.
“Wat ik bedoel, edelachtbare, is dat de brandblusser niet werkte, terwijl dat een keiharde eis is in de gemeentelijke bouwverordening”.
“Dus daarom nam u de ets maar mee onder uw arm”?
“Ja edelachtbare”.
Nu kwam ik pas op dreef. EEN groot vraagteken was te lezen op de gezichten van de rechter, de officier van justitie, de griffier, zelfs de parketwachten en de bode leken met stomheid geslagen. Ik maakte gebruik van de stilte om mijn relaas voort te zetten.
“Toen het alarm afging, nam ik de blusser om de brand te blussen. Ik zag niet precies waar het brandde, dus toen ik zag dat de blusser het niet deed, legde ik die neer en pakte ik het schilderij. Het was mijn lievelingsets en ik zou mijzelf nooit van mijn leven vergeven als ik geen reddingspoging had ondernomen. Ik heb nog geschreeuwd, maar dat is mogelijk door het alarm niet gehoord. Daarna liep ik rechtstreeks met de door mij geredde ets naar de uitgang. Daar heb ik de ets overgedragen aan het bevoegd gezag. Jammer dat de politie aan mijn goede bedoeling twijfelde.”
De Officier kwam met de eis. Zes jaar achter slot en grendel, waarvan twee jaar voorwaardelijk.
Voordat de rechter de zaak sloot, kreeg ik als verdachte het laatste woord.
Ik handelde geheel in de geest van NEN 4000”.
“Uitspraak over 14 dagen”.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Heel leuk geschreven, al ben ik ook wel benieuwd naar wat de uitspraak zou zijn geweest.