x

Inloggen

Je bent nog niet ingelogd. Aanmelden of een nieuw account Registreren

Het lelijk mooie eendje, Evie.

Door Laurarosierse gepubliceerd op Friday 28 September 12:08

Een kort verhaal over het lelijk mooie eendje Evie. Zij is jong, eigenwijs en slim.

Eendjes. 

Eenden met groene kopjes kijken naar me, en ze kwaken. Net als de meisjes op school, de meisjes uit 3a en de meisjes uit 3b. Ze kwaken naar me, ze lachen me uit. Ze vinden me stom en ze willen nooit met me spelen. Omdat ik altijd nette kleren draag. Omdat ik nooit in de zandbak mag van mama omdat de juffrouwen van de BSO me dan vies vinden. Maar ze zeggen juist altijd dat ik zo schoon ben, maar dat begrijpt mama niet. De juffen van de BSO vinden dat ik me meer uit moet leven en meer kind moet zijn. Maar ik weet niet hoe ik kind moet zijn, en mama vindt het niet goed als ik te veel kind ben. Ik moet me altijd netjes gedragen als mama’s vriendinnen komen in het weekend. En haar vriendinnen vinden me wel ‘een schatje’. Mama zegt dat de meisjes op school jaloers op me zijn omdat ik zo mooi ben. Maar ze vinden me niet mooi, of te mooi. Maar niet echt mooi. De eenden in het water kwaken nog eens naar me, om duidelijk te maken dat ik gelijk heb. Dat ik niet mooi ben, maar een lelijk eendje. Net als het enige eendje met een bruin hoofdje, dat in het water aan de zijkant zijn veren aan het schoonmaken is. Terwijl de eenden met de groene hoofdjes lekker aan het zwemmen zijn. Ik wil ook zwemmen! Als ik opsta om mijn witte zomerjurkje uit te trekken hoor ik iemand mijn naam roepen. 

Sandrine.

‘Evie! Eefje!’ Ik draai me om en zie de kinderoppas op me af komen rennen. ‘Waar is Janna?’ Janna is mijn grote zus, normaal is zij degene die me op komt halen naar school. Maar ze was er weer eens niet, dus ging ik de eendjes mijn middagboterham voeren. Bij de vijver tegenover school. Als ik dit aan de kinderoppas vertel wordt haar gezicht helemaal rood en ze trekt me aan een arm omhoog. ‘Is je jurkje niet helemaal vies?’ ‘Nee, ik ging op mijn tas zitten.’ Ik pak mijn zwarte East pack van het groene gras en hou hem triomfantelijk omhoog. ‘De BSO juf belde me om te vragen waar je was!’ ‘Ik was aan het wachten op Janna.’ ‘Je moet niet meer wachten op Janna, als de bel gaat en Janna is er niet ga je naar je juffrouw toe en die belt mij dan. Nu kan je net zo goed met mij mee naar huis.’ ‘Nee! Ik wil niet naar huis! Ik wil naar Mara!’ ‘Wie is Mara nou weer? Je gaat met mij mee naar huis. Kom.’ De oppas trekt aan mijn arm maar ik blijf koppig staan. Ik moet met Mara mijn dag nog bespreken, zij is de enige die naar me luistert. En de enige die me het gevoel geeft dat ik niet lelijk ben, of verkeerd mooi. ‘Kom op nou Eefje, je moet echt mee naar huis. Mama zal wel ongerust zijn.’ ‘Helemaal niet! Ze weet toch niet dat Janna me nooit meer op komt halen. Ze komt zelf ook nooit! Ze kent Mara niet eens, en Mara is mijn beste vriendin.’ ‘He Evie! Mama weet heust wel wie Mara is.’ ‘Nietes.’ Ik sla mijn armen over elkaar en kijk de oppas verontwaardigt aan. Ze heeft geen idee hoe moeilijk het is om kind te zijn. Een kind in groep drie nog wel. ‘Luister lieverd, mama wacht op je met thee en koekjes.’ Ze heeft geen idee… Arme kinderoppas, ik haat thee! En ik haat mama’s koekjes. En ik haat mama’s vriendinnen die er elke middag zijn om in mijn bolle wangen te knijpen en naar me te kijken of ik een kunstwerk van Van Gogh ben. Ik heb wel eens tegen hen gezegd dat ik een meisje ben en niet een standbeeld, en dat ik niet te koop ben dus dat ze niet zo lief tegen me moeten doen als ze het toch niet menen. Dat vonden ze schattig, en tegendraads. Ik weet niet wat tegendraads is, maar ik wil het niet zijn. Sindsdien zeg ik niets meer tegen hen en doe ik of ik een beeld ben… En te koop. De kinderoppas tilt me ineens op en neemt me mee naar haar fiets. De fiets die ze van mama heeft gekregen zodat ze altijd op tijd zou zijn om mij op te halen. ‘Hoe heet jij eigenlijk?’ Ik leg expres de nadruk op jij omdat ik van mama U moet zeggen. ‘Ik ben Sandrine.’ ‘O.’ Ik ben er even stil van. Sandrine is best een mooie naam, waarom wordt ze dan kinderoppas?! 

Kinderoppas worden, vast niet zomaar.

Mama zegt altijd dat die meisjes niet veel beters te doen hebben dan kinderen van andere mensen naar school te brengen en ook weer op te halen. ‘Bevalt dat je?’ ‘Wie bevalt er?’ ‘Vind je het een mooie naam?’ ‘Ja, ik vind het een mooie naam. Waarom ben je eigenlijk kinderoppas geworden?’ ‘Ik moet wat geld bij verdienen en jouw mama geeft mij dat geld.’ ‘Ben je daarom kinderoppas geworden?’ ‘Dit is niet voor altijd. Jij hebt toch ook elke maand een andere kinderoppas? Als ik klaar ben, over twee weken ga ik weer een andere baan doen.’ ‘Word je dan weer wat anders?’ ‘Ja dan word ik weer wat anders.’ ‘O.’ Deze informatie moet ik even laten bezinken. Ik kijk om me heen terwijl we op de fiets zitten. De lucht is heel mooi blauw en het gras is groen van de regen. ‘Waarom wordt het gras groener als het geregend heeft?’ Ik kijk nog eens om me heen naar het groene gras. ‘Dat leer je als je groot bent.’ ‘O, is dat al snel?’ ‘Natuurlijk is dat snel. Je bent nu al op weg om een grote meid te worden.’ ‘Gelukkig.’ ‘Hoezo gelukkig?’ ‘Ik wil geen kleine meid zijn, ik wil uit groep drie. Ik vind groep drie niet leuk.’ ‘Waarom niet? Je hebt toch leuke kinderen in je klas?’ ‘Nee, ze zijn allemaal stom, ze lachen me uit, en ze kwaken… Net zoals de eenden.’ ‘Kwaken ze je uit? Net zoals de eenden?!’ ‘Ja dat zeg ik toch.’ Mompel ik koppig. ‘Ja, dat zei je inderdaad ja. Maar waarom lachen ze je uit dan?’ ‘Omdat ik niet mooi mooi ben.’ ‘Je bent prachtig lieverd! Je bent het mooiste meisje dat in groep drie zit dat ik ooit heb gezien. Iedereen is jaloers op je honingblonde haartjes, en je snoezige gezichtje. En het littekentje boven je wenkbrauw geeft je iets interessants.’ ‘Dat is allemaal lariekoek. Ik heb niks interessants. Mama’s vriendinnen vinden me ook alleen maar schattig. Maar ik wil niet schattig zijn. Ik wil gewoon vriendinnetjes hebben, en die een keer mee naar huis kunnen nemen. Maar toen Marleentje een keer hier op school was lachte iedereen haar uit en daarna lachten ze mij uit!’ Roep ik verontwaardigd. Zie je wel dat Sandrine het ook niet begrijpt. Niemand begrijpt het. Iedereen vindt me mooi en schattig maar daar bereik ik niets mee. En daar maak ik geen vriendinnen mee. ‘Wie is Marleentje?’ ‘Een vriendin van mama. Ze kwam mijn brood brengen. En toen dacht de juf dat ze mijn mama was en toen zei die stomme Joran dat ik twee mama’s had en nul papa’s. Maar eigenlijk heb ik ook geen papa… Toch?’

Papa.

‘Je hebt wel een papa, iedereen heeft een papa.’ ‘Waar is die van mij dan?’ ‘Die is…’ Zie je wel, Sandrine weet ook niet waar mijn papa is. ‘Die is bij zijn eigen papa en mama.’ Antwoord Sandrine dan, waarom moest ze daar zo lang over nadenken?! ‘Waarom? Hij is toch volwassen, hij moet nu een papa zijn voor mij. Niet terug gaan naar zijn eigen papa en mama…’ Ik kan wel huilen. Ik heb mijn papa twee keer gezien. Bij mijn geboorte, maar toen zag ik hem niet echt. En toen ik 1 jaar werd, maar toen zag ik hem ook niet echt. Daarna zei mama dat hij niet meer langs mocht komen. Maar ze wil mij niet vertellen waarom. En dat vind ik niet eerlijk. Ik wil ook gewoon een papa hebben, net als de andere kinderen in mijn klas. ‘Wat ik nu ga zeggen is heel stom, en het mag eigenlijk niet… Maar ik weet waar je papa is. We kunnen hem in de vakantie wel een keer bezoeken. Als mama naar het buitenland is.’ ‘Maar als mama naar het buitenland is komen opa en oma. En die mogen het niet weten!’ Ik word helemaal enthousiast en met fonkelende ogen kijk ik Sandrine aan. We hebben een geheimpje dat niemand mag weten. Ik leg mijn vinger op mijn lippen en zeg: ‘Sssst! Niemand mag het weten.’ Sandrine kijkt me glimlachend aan en herhaalt: ‘Niemand mag het weten, alleen wij.’ Het is goed om een geheimpje te hebben met Sandrine. Al is ze de kinderoppas die verder niets beters te doen heeft. Als we thuis zijn ga ik gauw naar mijn kamertje om in mijn dagboek te schrijven. 

Hallo lieve Dagboek.Vandaag was weer een rotdag op sgool. Ik weet eindelek hoe de kinderopas heet, ze heet Sandriene. Ik snap niet dat ze zoon mooie naam kan hebben als ze kinderopas is … snap jij dat nou? Mijn hand wordt moe. Ik moet so naar beneden. Naar mamas stomme vriendinnen , tot snel
Groetjes Evie  

Ik doe mijn dagboek dicht en doe hem op slot met de speciale sleutel die de winkeljuffrouw me daarvoor had gegeven. Als ik naar beneden loop kijkt Sandrine me boos aan. Ze staat in de hal te bellen en gebaart dat ik andere kleren aan moet doen. Ik loop terug naar boven en pak mijn zwarte jurkje met spaghettibandjes die nog op mijn bed lig en trek het aan. Nu lijkt het net of ik naar een begrafenis ga, maar dat maakt niet uit. Want de vriendinnen van mama vinden me toch wel schattig.

Gezellig doen bij mama’s vriendinnen staat gelijk aan een begrafenis.

Ik schuif een clipje in mijn haar en bekijk mezelf in de spiegel die heel de lengte heeft van mijn muur. Niet alleen mijn kleding is zwart en triest ook mijn ogen staan een beetje droevig en mijn mond is een smalle streep. Ik pak de geheime lippenstift die ik in mijn ondergoed la had verstopt en die ik had gekregen van de kinderoppas van vorig jaar; Sofie. Sofie en ik hadden het altijd heel gezellig, ze kocht voor mij allemaal spulletjes die ik van mama niet mocht kopen. Zoals lippenstift, en schuifspeltjes met hele grote doodshoofdjes erop. Sofie vond ze ‘cool’. Ik doe een beetje rode lippenstift op en tuit mijn lippen zoals Sofie ook altijd deed als ze zich in mijn kamertje opmaakte voordat ze uitging. Vandaar dat ze niet erg lang mijn kinderoppas bleef. Mama vond haar ‘te rebels’, al heb ik geen idee wat dat betekend. Met de lippenstift en mijn zwarte jurkje aan loop ik naar beneden en ik ren gauw langs Sandrine die waarschijnlijk met haar liefde staat te praten. Gelukkig staat Sandrine met haar rug naar me toe. Ik loop de huiskamer in en loop meteen door naar de keuken. Mama staat koffie te zetten en als ze zich omdraait veranderen haar ogen in schoteltjes. ‘Lieve hemel! Evie wat zie je eruit, die jurk is toch niet voor in de middag als mijn vriendinnen op visite zijn?!’ Ik haal mijn schouders op en pak een koekje uit de koektrommel die open op het aanrecht staat. Mama geeft me een tik op mijn vingers. ‘Dat mag niet.’ ‘Weet ik. Ik vind Sandrine leuk.’ ‘Waar komt dat nou weer vandaan?’ ‘Ze is aardig… Alleen begrijpt ze me niet. Maar niemand begrijpt me dus dat is niet zo gek.’ ‘Lieverd…’ Mama knielt voor me neer en pakt mijn handen in de hare. Haar handen zijn groot en zacht en haar nagels zijn mooi roze gelakt met een wit randje. ‘Ik begrijp je ook, ik ben je moeder. Alle moeders begrijpen hun dochters!’ ‘Nietes, je begrijpt me niet. De enige keer dat ik je echt spreek is als je me een kusje komt geven nadat Sandrine of wie dan ook me ingestopt heeft. En meestal slaap ik dan al bijna dus heb ik niet eens energie genoeg om tegen je te praten…’ Ik voel dat ik bijna moet huilen maar ik verdring de tranen. Mama zou het toch niet begrijpen als ik nu zou huilen. Mama zucht alleen maar en geeft me een knuffel. ‘Zeg even hallo tegen de dames en trek dan boven wat anders aan.’ ‘Dan kom ik toch niet meer naar beneden.’ ‘Dan niet, weet jij waar Janna is?’

Mama’s vieze koekjes, en niets is voor altijd…

Boos draai ik me om en stamp de trap op. Die stomme vriendinnen van mama stikken maar in hun vieze koekjes. Mama heeft nooit lekkere chocoladekoekjes, altijd met een vies smaakje! Ik ruk mijn schuifspeldjes ui mijn haar en gooi ze op de grond. Boos ga ik op mijn bed zitten en rol me om met mijn gezicht naar de muur. Er wordt op de deur geklopt. ‘Mag ik binnenkomen?’ Vraagt Sandrine. ‘Ja.’ Grom ik. ‘Lief, lief meisje… Ik had net papa aan de telefoon.’ ‘Wie ze papa? Jouw papa?’ ‘Nee, jouw papa.’ Ik draai me naar haar om. Ze wijst met haar lange vinger naar me. Ik spring omhoog en geef haar een stevige knuffel. ‘Wil je asjeblieft meegaan? En ik wil niet dat je weer weg gaat.’ ‘Ik kan niets beloven lieve Evie.’ ‘Vind je me echt lief?’ ‘Ik vind je heel lief, en daarom zal ik langer blijven… Maar niet voor altijd.’ ‘Want niemand blijft voor altijd…’ Mompel ik zachtjes. ‘Wat zeg je?’ ‘Niets.’

Copyright © 2010 Laura Rosierse. All Rights Reserved.

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Heel mooi geschreven