Zonaanbidding: de zon als het middelpunt van alles
De zon heeft zon invloed op de mens dat ze al van oudsher door vele volkeren als een god werd vereerd. Ze maakt de aarde vruchtbaar en laat planten en dieren gedijen.
Maar ook de mens heeft baat bij de zon. De indeling van de tijd in dagen en nachten, en in jaargetijden wordt door de baan van de zon bepaald. Aan de hand hiervan heeft de mens in de loop der tijd een kalender leren berekenen.
De zonnewende was van oudsher een geschikte gelegenheid voor de meest uiteenlopende feesten. Er zijn in alle culturen verschillende mythen ontstaan naar aanleiding van de loop van de zon. Men geloofde dat tijdens een zonsverduistering een of ander monster bezig was de god van het leven te verslinden. Vaak beschouwde men de zon als een tegen de duisternis strijdende goddelijke held.
Van alle natuurverschijnselen waar de mens mee te maken heeft, is de zon in vele culturen als het machtigste ervaren. Als bron van het leven werd de zon zelfs als godheid vereerd.
In zijn beroemde lied over de zon, dat hij in de zomer van 1225 maakte, prees de heilige Franciscus van Assisië het werk van God, voor alles ‘de edele heer, broeder zon, die de dag naar ons toebrengt, en ons licht geeft met zijn stralen, prachtig in een schitterende glans: van U Allerhoogste, is hij een gelijkenis.’
Duizenden jaren voordat de katholieke heiligen in de zon het evenbeeld van God zagen, hadden al vele mensen de almacht van de zon ervaren: ze zagen in de zon, die in de meeste talen overigens mannelijk is, een alles overheersende god. Veel heersers hadden dan ook een naam die betrekking had op of was afgeleid van de zon.
Egypte en de zon
De naam van de zonnegod was Re. Later werd deze naam met de naam van de hoogste god Amun tot Amun-Re samengevoegd. De naam verloor toen zijn directe relatie met de zon en Achnaton voerde de naam Aton in.
Farao Amenohotep IV (1365-1348 v.Chr.) stelde de verering van de zonneschijf Aton in. Hij zette haar als enige god op de plaats van de vele goden van het oude Egypte en vernoemde zichzelf naar haar: Achnaton (Aton heeft welbehagen). Hij liet alle tempels van andere goden sluiten en bouwde in Amarna zelfs een geheel nieuwe hoofdstad Achet-aton (lett. "de horizon van Aton") genoemd, om zich geheel aan de Aton-dienst te wijden. Hij was daarvan de enige priester en trok zo alle macht aan zich. Na een aantal jaren mislukte zijn hervorming totaal en ging Egypte terug naar het oude.
De verering van de zon was in Egypte in principe al oeroud. Farao Chephren die de tweede grote piramide van Gizeh liet bouwen, noemde zich al ‘Zoon van de Zon’, een titel die later iedere farao zou krijgen.
De zon in Peru
In het oude Peru werd altijd de regerende Inca als de zoon van de zon vereerd, want in het Rijk der Inca’s gold de zon als de hoogste god.
De zon in Japan
In het land van de ‘rijzende zon’ waar de vlag met de zon is getooid, wordt keizerlijke familie beschouwd als afstammeling van de zonnegodin Amaterasu (天照). Haar volledige naam is Amaterasu-ō-mi-kami (天照大神) hetgeen betekent: glorieuze godin die in de hemelen schijnt of doorluchtige die de hemelen doet schijnen. Tot 1945 werd zij als stammoeder vereerd; de spiegel waarmee ze wordt afgebeeld, is het embleem van het Japanse keizerlijk huis.
De zon in de rest van de wereld
Zo zijn er over de hele wereld verspreid tekenen van de verering van de zon te vinden, te beginnen bij de heiligdommen en zonne-observatoria van Stonehenge en Avebury in het zuiden van Engeland. Elk jaar komen hier nveel mensen bijeen om samen de zonnewende te ervaren, de zon komt dan achter de Heel Stone op. Ze vinden hun oorsprong in het Nelithicum, via de zonnewagen van het Noordeuropese Bronzen Tijdperk tot de zonnedans van de Noordamerikaanse Indianen van de Prairies.
De Grieken vereerden de zonnegod Helios. Hij was de zoon van de titan Hyperion en zelf in feite ook een titan. In een schitterende, met vier vuurspuwende paarden bespannen wagen die door de god Hephaistos was vervaardigd, trok Helios dagelijks van oost naar west (zonsopgang-zonsondergang). Bij zonsondergang daalde hij neer in de oceaan die de wereld omgaf. Helios werd in het bijzonder vereerd op Rhodos. In 290 v. Chr. verrees in de haven van de stad Lindos op dit eiland een reusachtig beeld van hem, de Collosus van Rhodos, dat in de Oudheid werd beschouwd als een van de zeven wereldwonderen. In 226 v.Chr. viel dit beeld echter in zee door een aardbeving. Ook de zonnebloem wordt in verband gebracht met deze god, aangezien deze plant zich telkens naar de zon keert.
De Latijnse equivalent, Sol, Sol Invictus (Latijn voor "onoverwinnelijke zon") of meer volledig Deus Sol Invictus ("onoverwinnelijke zonnegod") was een religieuze titel die voor drie verschillende goden gebruikt werd ten tijde van het late Romeinse Rijk. Onder de latere Romeinse keizers werd Sol het middelpunt van een staatscultus. Het festival van de onoverwinnelijke zon Dies Natalis Solis Invicti ("verjaardag van de onoverwinnelijke zon") werd gevierd kort na het lengen van de dagen na de winterzonnewende, tijdens de "wedergeboorte" van de zon, op 25 december. De katholieken namen later enkele delen over van deze zonneverering: Christus wordt afgebeeld met een zonnekroon of in de zonnestrijdwagen van Apollon-Helios; en hij krijgt de titel van "zon van gerechtigheid". Ook werd later het winterzonnewende festival omgetoverd tot het kerstfeest.
Samen met de cultus van de Perzische god van het licht,Mithras, die vooral onder de Romeinse soldaten veel aanhangers vond, vormde hij de laatste grote religieuze beweging in de Oudheid voor de komst van het christendom.
De zon in de klassieke Oudheid
In de klassieke Oudheid liet men het echter niet alleen bij de goddelijke verering van de zon. Herodotus (484-425 v.Chr.), de vader van de geschiedenis, maakt melding van het feit dat de schedels van de in een veldslag gesneuvelde Egyptische en Perzische krijgers, onderling in dikte verschilden. De schedels van de Perzen zouden zo dun zijn dat ze met een steentje zouden kunnen worden doorboord. De schedels van de Egyptenaren zouden echter zo dik zijn dat ze zelfs met een grote steen nauwelijks konden worden verbrijzeld.
De Griek was van mening dat de Egyptenaren vanaf hun vroegste jeugd hun hoofd kaal lieten scheren. Ze werden hierdoor niet kaal en het zonlicht maakte hun schedels hard. De Perzen droegen daarentegen vilten hoofddeksels, die het zonlicht weerden.
Het is bekend dat de Grieken naakt aan lichaamsbeweging deden. Dit blijkt uit het feit dat men het tegenwoordig nog steeds over gymnastiek heeft: dit woord is afkomstig van het Griekse woord gymnos, dat naakt betekend. De grote Griekse arts Hippocrates beval zonnestralen aan als therapie bij botbreuken. Hij wees er ook op dat een arts de invloed die de ligging van een stad op de gezondheid van haar bewoners kan hebben, in het oog moet houden. Men gaf de voorkeur aan droge, heldere lucht, die ontstaat na voldoende zonneschijn.
Een andere Griekse arts, Antyllos, die in de 2e eeuw na Christus leefde, vond mensen die zich om zonneschijn instelden sterker en opgewekter van aard. Hij schreef zonnebaden en lichamelijke oefeningen voor.
Met de ondergang van de klassieke Oudheid verdween niet alleen de verering van de zon, maar ging ook de wetenschap dat de zon een genezende kracht heeft verloren. In de Middeleeuwen en daarna, tot aan het begin van de 20ste eeuw, keerde men zich van de zon af. Hoe witter de mensen waren hoe groter men in aanzien was en hoe rijker. Immers, alleen de arbeiders kwamen veelvuldig met de zon in aanraking, waardoor hun huid bruin verkleurde.
Zonaanbidders anno 2012
Pas aan het begin van de 20ste eeuw veranderde dit en werd zonnebaden en genieten van de zon een modeverschijnsel. Veel mensen zijn op een andere manier zonaanbidders geworden...



Reacties