Wie was jij in een andere tijd
Schrijfopdracht! Stel je eens voor... wie was jij in een andere tijd in een ander leven? Of wie had jij graag willen zijn? Een uitdagende schrijfopdracht, doe je ook mee?
STEL JE EENS VOOR....

Leven zonder inlogcodes, sofinummers, pinpassen of stapels paperassen... Geen tv, geen internet, geen telefoon, geen social media, geen agenda. Auto's of vliegtuigen waren er nog niet, geen kachel, geen wasmachine of lampen. Terug in de tijd naar een ver verleden....
WAAR WOONDE JE EN WELK JAARTAL WAS HET?
Misschien krijg je visioenen van het “Het kleine huis op de prairie”. Woonde je in de bergen of aan zee? Of in een klein stadje of een afgelegen dorpje. Welk jaar is het, is het een eeuw geleden of twee eeuwen? Welk beroep zou jij kiezen; was jij een timmerman die doodskisten maakte? Schaapsherder, baron of non, dominee of prostituee? Bewerkte je het land of was je een plattelandsdokter? Wat zou jou het meest aanspreken?
WIE WAS JIJ?
Of wie had je graag willen zijn? Was je een man of een vrouw en wat dacht je, wat voelde je, in welke omstandigheden leefde je en welke verlangens had je? Haalde jij je aardappelen en groenten van het land? Of had je een spinnewiel en bakte je zelf je brood. Of was je van adellijke afkomst en woonde je op een kasteel?
Misschien stond jouw huis ergens tussen de heuvels of was je een zwerver. Laat je fantasie eens met je op de loop gaan en probeer jezelf eens in een leven te plaatsen van 1 of 2 eeuwen terug.
Probeer eens een stukje van dat leven te beschrijven. Als hulpmiddel kun je ook nog op internet kijken om te zien hoe mensen b.v. 100 jaar geleden leefden en wat hun gewoonten waren. Hier zou je eventueel iets van in je verhaal kunnen gebruiken. Ik kreeg de volgende fantasie dat ik een jonge vrouw was die afgelegen woonde in een heuvelachtig landschap; dat ik taarten bakte en deze verkocht om van te leven.. 's Avonds schreef ik in mijn dagboek mijn belevenissen en hier een fragment ..

Vrijdag 24 september 1899
De houtblokken op het vuur sissen hun lied in laaiend oranje. Er is niet zoveel inkt meer, maar waarschijnlijk nog net voldoende voor deze bladzijde in mijn dagboek.

Afgelopen zondag naar de kerk geweest in mijn zelfgemaakte nieuwe jurk. Ik mag gerust zeggen dat deze erg geslaagd is ; het Brussels kant is o zo fijntjes langs de hals en de mouwen. Het lichtblauw weerspiegelt mijn ogen die soms stralen van geluk. Maar vandaag niet. De herfst is begonnen, het jaargetijde waar ik niet van houd. Zonet hout uit de schuur gehaald en het vuur aangemaakt. De gure wind doet de takken tegen de ramen zwiepen en ik heb een vest aangetrokken vanwege de tocht. Vanochtend weer opnieuw appelmoes gemaakt. Deze week heb ik maar liefst 20 taarten gebakken:
5 appeltaarten
4 bosbessentaarten
5 frambozentaarten
6 aardbeientaarten

Deze zijn bestemd voor het najaarsfeest wat de vrouw van de dominee heeft georganiseerd. "Jij maakt de beste", zei ze. "Zo heerlijk met dat frisse fruit en die krokante bodem, hoe doe je dat toch?" Ik glimlachte want ik verklap mijn geheim nooit. Vanmiddag heeft ze de taarten opgehaald. De dikke room die je op de taart serveert maak ik morgen vlak voordat het feest begint en neem het mee. Het moet vers zijn, dat smaakt hemels.

Ik wou dat het nog zomer was, wat mis ik het zonlicht dat de meubels doet glimmen en de stofdeeltjes die in de lichtbanen dansen. Gisteren naar de markt geweest. Gelukkig had ik nog genoeg geld om weer meel en suiker te kopen. Net toen ik een pond meel en suiker in mijn mand had gelegd zag ik hem weer.... Mijn wangen gloeiden en ik sloeg mijn ogen neer. Ik voelde dat zijn donkere ogen over mijn gezicht en boezem gleden. Toch zegt hij nooit iets tegen me. Hoe lang moet ik nog wachten? Zodra ik mijn ogen weer opsloeg keek hij snel de andere kant op en ging in gesprek met de marktkoopvrouw van wie hij verse makreel kocht. Ik weet niet waar hij vandaan komt. Wie is hij?

Elsa zegt dat ik naar hem moet lachen. Maar dat durf ik niet, dat durf ik echt niet. Dat ligt niet in mijn aard; ik ben verlegen. Toch was ik blij dat ik net mijn nieuwe jurk droeg en een bijpassende omslagdoek. Misschien zie ik hem morgen op het feest. Ik hoop dat het lot mij gunstig gezind is en dat ik met hem in gesprek kom. Mijn hart is vol verlangen; ik weet zeker dat vader en moeder in de hemel het toe zouden juichen als ik een man vond. Hoe schrijnend is het dat ze er niet bij zullen zijn als ik zou trouwen en ook dat ze nimmer mijn taarten hebben geproefd. Wat zou moeder trots zijn.... Per slot van rekening heb ik het van haar geleerd.

Ik stel me hen voor als twee kleine sterren aan de hemel die zo dicht mogelijk naast elkaar staan. Ze flonkeren van geluk en zijn zonder zorgen. Iedere avond tuur ik door het raam naar boven. En daar, hoog aan de hemel knipogen ze naar me alsof ze zeggen dat ik alles goed doe en dat ze over me waken. Een sereen gevoel komt dan over me, een lieflijke rust vleit zich in mijn borst als een tedere hand op mijn hart. "Het is goed meisje, alles is goed zoals het is", fluistert mijn innerlijke stem.
Heb je al inspiratie gekregen? Ik hoop van wel. Veel schrijfplezier en succes!
(tip: het is makkelijker jezelf te verplaatsen in iemand als je het verhaal in de ik-vorm schrijft)
http://www.schrijfatelieralicia.nl





















Reacties