Tis een goud wijf echt waar
zomaar een ochtendje op het Leidse plein
Afgelopen week pikte ik mijn eerste terrasje het was heerlijk weer.
Na een winter binnenzitten is er niks zo lekker om als het weer het weer toelaat een kopje koffie te doen buiten in het zonnetje.
Een beetje mijmerend in het zonnetje je hoofd leeg aan niet al teveel dingen denken, ik doe het graag.
Schuin achter me hoorde ik in plat onvervalst Amsterdams, he vriend hep ie een vuurtje?
Ik draaide me om en keek recht in de bakkes van wat later Theo bleek te zijn.
Theo had een olijk gezicht met lachende ogen.
Aan zijn verweerde kop kon je zien dat hij een leven in de buitenlucht achter de rug had.
Ik gaf hem een vuurtje, Theo stak de brand in zijn shagje, Javaanse Jongens, genoeglijk nam hij een diepe haal.
Ik had me al weer omgedraaid maar Theo was niet van plan zijn nieuw verworven vriendschap meteen te beëindigen.
Ik ben met de AAOOWEE zei hij en wachtte op mijn reactie.
Toen die uitbleef ging hij vrolijk verder.
Van Cor mot ik pensioen zegge maar AAOOWEE klinkt veel deftiger.
Vrolijk ging hij verder 'sinds oktober vorig jaar werk ik niet meer.'
Aan de intonatie van zijn stem kon je horen dat hij er moeite mee had.
Ik heb mijn hele leven in de bouw gezeten, vanaf mijn twaalfde.
Maar ja aan alles komt een eind.
Ik moest er wel aan wennen niks doen ik kan niet stil zitten.
En ik mag me ook al niet met het huishouden bemoeien.
Opeens mompelt hij 'tering hé, das niet verkeerd'
Voor ons terras loopt een beeldschone dame op hoge hakken in een kittige draf voorbij.
'Die zal je tussen de lakens vinden, dan gil je toch ook niet om je moeder.'
Theo moest er zelf het hardst om lachen.
Nee ging hij verder het valt niet mee om niet meer te werken.
Man ik ben van hele leven nog geen dag ziek geweest, ik ging elke dag fluitend naar mijn werk.
En met Cor ging het ook prima, nou na de eerste week in de AAOOWEE hadden we elke dag bonje.
Ik mot me niet met het huishouwe bemoeie zei Cor, tis een goud wijf hoor.
En nou schopt ze me elke morgen de deur uit om half tien,
En dan mag ik pas om half twaalf terug komen.
Van de winter was er geen reet an, hartstikke koud ik voelde me net een zwerver.
Hij pakte zijn borreltje, nu viel me pas op wat voor grote handen Theo had.
Levensgrote kolenschoppen waren het.
Voorzichtig hield hij het kleine glaasje vast in die grote klauw, hij slurpte zijn borrel naar binnen, he lekker dat doet een mens goed.
Mot je kaike een kerel in een jurk das toch geen porum, zei Theo terwijl hij wees naar een voorbij fietsende onmiskenbare islamitische medelander.
D'r zijn er bij mij in de straat ook een zooitje komen wonen.
Das allemaal de schuld van de politiek, Theo keek me veelbetekenend aan.
Allemaal een hoop beloven maar doen ho maar, ging hij verder.
Stem jij nog? Vroeg Theo en zonder op een antwoord te wachten ging hij verder.
Ik stem al jaren niet meer allemaal 1 pot nat.
En ik ga niet meer stemmen ook, ook niet op Wilders ik heb het al weer gezien.
Die beloofd ook van alles, trouwens wist jij dat hij Indo is?
Ik wist het niet zei ik hem.
Ik zou nooit stemmen op een kerel die zijn haar verft, dat klopt gewoon niet.
De relevantie van haar kleuren en politieke stellingname ontging me enigszins maar om Theo te vriend te houden knikte ik beamend.
He Bert doe me nog jonkie riep Theo en doe deze keer maar van het huis, zijn bulderende lach schalde over het plein.
Uit de reactie van Bert was op te maken dat hij deze grap al vaker had gehoord.
Theo keek op zijn horloge o verrek is al zo laat.
Ik mot opschiete Cor heb macaroni gemaakt, dat vind ik lekker.
Ja Cor is een goud wijf echt waar, ze heb ook een goed hart alleen het zou gekookt op d'r rug motte hange.
Hikkend van de lach stond Theo op, hijste zijn vormeloze spijkerbroek op tot okselhoogte.
Nou tot de volgende keer maar he.





















Reacties