Peter post - de duif

Door 974 gepubliceerd op Sunday 01 September 13:45

(kort verhaal - geschatte leestijd 5 min.)

‘Mam, hebben we nog brood?’ Mijn dochter komt thuis van school. De fietshelm nog op haar hoofd, deur wijd open. We wonen in Frankrijk waar fietshelmen kinderhoofdjes beschermen tegen het chaotische verkeer. Ik kijk op van mijn tabelletjes op de computer.

            ‘Ja, in de diepvries, waarom?’

            ‘Er zit een duif voor de poort.’

            ‘Pak maar wat kippenvoer dan, lust’ie ook wel.’ Mijn dochter is weer naar buiten gehold, deur nog open. Ik kijk vanaf mijn werkplek door het raam maar kan de duif niet zien. Wel zie ik dat ik het gras weer zou moeten maaien.

            Mijn aandacht gaat terug naar de Excelsheet, de nette kolommetjes de identieke cijfertjes tot maximaal twee achter de komma. Niets springt in het oog en alles is rechtlijnig en strak in het pak zoals sommige gazonnetjes in Nederland. Mijn blik gaat weer naar het lange gras en de fietshelm die tussen de madeliefjes is beland.

            Zo is mijn dochter, één met de natuur. Ze gedijt in een chaotische samenleving zoals zoveel kinderen. Paardenbloemen en plastic vormpjes duiken vlak voor de maaier op in een onwillekeurig patroon. Bloemen schieten op waar ik ze niet gezaaid had en een lang verloren gewaande bal duikt op tussen de uitschietende oleanders. Het gras groeit waar ik het niet gepland had maar gaat juist dood waar ik het zaai.

            ‘Mam, hij zit voor de garagedeur en heeft bijna alles opgegeten. Ik heb hem kunnen aaien.’ Dit keer spring ik op van mijn stoel.

            ‘Kunnen aaien?’

            ‘Hij heeft een ringetje om zijn poot.’ Ik loop mee naar buiten en zie het diertje lekker in het zonnetje zitten.

            ‘Het is een postduif. Die gebruiken ze om wedstrijden mee te doen door heel Europa. De duif die het eerste thuiskomt heeft gewonnen.’ Mijn dochter kijkt me bevreemd aan.

            ‘Maar als hij nog nooit naar Frankrijk is gegaan, hoe weet hij dan waar hij heen moet vliegen?’ Ik begrijp haar verwarring.

            ‘Nee, ze brengen ze ver van huis met een vrachtwagen, laten ze los en dan vliegen ze terug naar hun huis. Ik denk dat hij erg moe is.’ Ze knikt ernstig.

            ‘Gelukkig maar dat ik hem heb meegenomen tot in de tuin hè mam?’ Ik knik. Mijn oog wordt getrokken door kleine gele bloemetjes in het gras die ik daar nooit gezet had. Ik zal eromheen maaien, ik vind ze wel mooi.

            Terug achter mijn computer vergelijk ik de resultaten in mijn strakke witte kolommen. De zwarte cijfers vullen mijn scherm, monotoon, fantasieloos en precies. Eigenlijk houd ik niet van mijn werk. Misschien had ik iets meer chaos moeten zoeken in mijn streven een baan te vinden. Buschauffeur in Frankrijk zou misschien wel iets zijn geweest.

            Het maakt me altijd weer aan het lachen, hoe die accountants, managers en directeuren in hun grote sleeën wedijveren met vakkenvullers of monteurs in hun afgetrapte Renault 19 om wie de meest slinkse manier heeft, die veel te trage vrachtwagens in te halen. Links of rechts, snijdend, vloekend en zonder enig respect voor de prachtige strakke lijnen op het wegdek. De openbare weg is één van die laatste plekken waar chaos nog in de praktijk gebracht wordt door iedereen.

 

            ‘Mam, kijk je af en toe of hij er nog zit?’ We lopen naar buiten, ze plukt haar witte helm uit het gras.

            ‘Tot dadelijk hè?’ Even kijkt ze om naar haar nieuwe lievelingsdier en slingert dan over de hele breedte van de weg terug naar school.

            Buschauffeur in Frankrijk is eigenlijk toch nog te georganiseerd. Je moet een route volgen, mag niet zomaar stoppen waar je zin hebt, volgt een strak tijdschema. Misschien een botanist, of een bioloog maar volgens mij werken ook zij met statistieken, strakke grafieken en lijsten met gegevens waaruit ze conclusies proberen te trekken.

            Zuchtend stuur ik mijn overzicht naar de directie en pak mijn volgende taak op, geld innen bij de klanten. Een nieuwe Excelsheet, bedragen tot op de cent nauwkeurig. Ik knip en plak keurig van één vakje naar het andere vakje. Het kan me niet bekoren, zoveel rigiditeit.

Even loop ik naar buiten om te kijken of Peter Post, zo ben ik de duif gaan noemen, er nog zit. Hij is weg, genoeg aangesterkt om de rest van zijn traject af te leggen, neem ik aan. De kippen eten de rest van het voer op dat Peter Post had laten liggen.

Misschien had ik lerares moeten worden op een basisschool. Omringd door complete anarchie. Maar als lerares moet je structuur leren brengen in kinderlevens, de virtuele kaders aanreiken waarbinnen ze mogen evolueren. Ik mag dan juist niet gecharmeerd zijn van fout geschreven woorden, afwisselend boven of onder de lijn alsof er storm op zee is. Roze bloemen of piratenschepen midden in een saaie optelsom zijn dan ook te fantasievol.

           

            Het is acht uur ’s ochtends en bijna tijd om naar school te gaan. Mijn dochter pakt haar tas en we lopen naar de garage.

            ‘Waar is je champignon?’ De helm is vuil wit van buiten en zwart aan de binnenkant. Haar fietstas is leeg. Vragend kijkt ze me aan en samen gaan we op zoek.

Het dak van het kippenhok blijkt de logische plek te zijn. Ze zet de champignon op haar hoofd en wil wegfietsen als Peter Post terugkomt. Met de tas op haar rug rent ze naar de ton met kippenvoer en geeft een handje aan de duif voor ze slingerend de straat uitrijdt.

Ik start mijn computer, werk me door mijn met kleurcodes geklasseerde mailtjes heen, drink een kopje koffie en open Excel. Een van mijn buren is echt één met de chaos van de natuur. Zijn motto is dat je gras maar één keer per jaar maait. Hij moet zich dan een weg ploegen door jonge boompjes, gras dat tot aan zijn heupen komt, de buurman is niet zo lang, stekende planten en insecten die hun herwonnen ruimte verdedigen en de egels die een klein paradijs op aarde hebben gevonden in die brute wereld van strakke perkjes, mooi afgerasterde tuinen en ongedierte werende middelen.

Een belletje dwingt mijn aandacht terug naar het werk van afgebakende kolommetjes, strakke cijfertjes in het zwart en rechte virtuele lijntjes die iedere accountant met bijna heilige overtuiging respecteert. Ik neem nog een kopje koffie en staar uit het raam.

 Misschien had ik schrijver moeten worden. Natuurlijk zit je dan nog altijd vastgekoekt aan Times New Roman 12, regelafstand 1,5 en zwarte letters keurig recht op een onzichtbare lijn maar verder is het complete chaos. Een paarse lucht of vliegende bomen, de Paus op een racefiets in de Tour de France, alles kan, alles mag en op de meest onverwachte momenten. Geen wetten of ongeschreven regeltjes.

Peter Post komt aangevlogen en gaat lekker in het zonnetje zitten op het muurtje bij de garage. Hij wacht tot mijn dochter thuiskomt, net als ik.

Misschien is de natuur toch iets minder chaotisch dan ik het me voorstel.

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.