Public

Ziel van Vera - 11 – Dinsdag 27-09-2016 – Gezin Savic – deel 5, uitvaartcentrum

VeraSoul > VeraBio

Iedereen is netjes aangekleed, de kinderen en de vrouwen, Saša heeft een pak. Het is een zonnige dag, meer dan 25 graden en ik heb alleen maar een hemd en jeans. Het uitvaartcentrum is van ons niet ver, misschien twee kilometer, paar honderd meter van het winkelcentrum Brusselse Poort. De afspraak was dat wij daar rond twee komen en als familie voor de laatste keer mijn overleden moeder zien. Ik ben niet blij dat mijn kinderen hun overleden oma zien maar…in het leven zijn er dingen die wij niet willen meemaken, ook las kinderen. Ik twijfelde daarover, dat zijn traumatische ervaringen, moet je dat als een kind hebben: grote vragen over leven en dood, moet dat? Traditie? Ja, regels wil ik liever zelf maken als het over mij gaat.

Toch, daar zijn wij. Parkeerplaatsen vinden wij snel, tien, twintig meter van het centrum, een, van buiten, netjes en in wit geverfde huis met twee deuren en grote ramen. Ik klop rustig paar keer op de deur en snel opent de meneer met wie ik afspraak heb gemaakt en nodigt ons binnen. Hij legt ons uit in welke kamer mijn moeder is en dat wij kunnen daar zijn maar ook in andere kamers in het object als wij pauze willen maken. Er is nog een man met de meneer die alles heeft geregeld en zijn gedrag is ook rustig en professioneel. Ik ga als de eerste in de kamer met mijn moeder en ik zie meteen dat zij hun werk goed hebben gedaan, dat haar gezicht anders was dan de laatste keer dat ik har zag toen zij net overleden was. Zij heeft de kleding die ik bij het maken van de afspraak heb voor de uitvaart genomen. Ik zoen haar op haar voorhoofd, zij is koud. Ook nu, dood, nog steeds, natuurlijk zwarte haren, met paar grijze haren bij haar oren. Dat was voor mij altijd eigenschap die veel over haar karakter zei, zelf de natuur verdedigt haar hier met een statement:  ik ben nog steeds jong, maakt niet uit hoe ziek of dood ik ben. De lichte muziek, instrumentaal, die volgens de mensen van het uitvaartcentrum bij de situatie hoort, begint. Het is van Nino Rota, uit de film “The Godfather”. Echt mooi, hoewel ik gezegd heb dat muziek niet nodig is. Ik heb begrepen wat de mensen met muziek wilden: gevoel van familie en herinneringen, pieken en dalen…Ik ga aan de kant staan zodat anderen ook mijn moeder kunnen zien en begroeten. Ik heb mijn kinderen niet gezegd wat zij hier moeten doen en ik kijk naar hun reacties en houding. De oudste Nikita, 14, en Damjan, van Saša, 16, onder de indruk van de muziek en dode lichaam van hun oma beginnen met tranen, de vrouwen ook. Mijn jongste zoon, Roman, 11, is serieus en ik weet dat hij `n beetje bang is van de situatie en ik ga richting de deur en ik zeg tegen hem dat wij ook aan de tafel in de andere kamer kunnen zitten.

Ik vraag een van de mannen van de uitvaartzorg hoe is het met de procedure verder, om nog een keer te herhalen dat wat wij eerder afgesproken hebben. Nadat hier alles klaar is, wordt mijn moeder met een uitvaartauto naar de crematorium in Eijsden, enkele kilometer buiten Maastricht. Wij kunnen de auto volgen als wij dat willen, zegt de man. Nee, wij gaan daar komen en op de auto met mijn moeder wachten. Zij gaat met de meneer binnen de crematorium en wij gaan buiten wat tijd doorbrengen tijdens de crematieproces. En, dan gaan wij weg, de andere verplichtingen in verband met de as van mijn moeder ga ik later regelen zoals eerder afgesproken.

Ik was met mijn moeder alleen in de kamer in het ziekenhuis en ik wil nu niet te veel druk rond haar bed maken, er zijn anderen die bij haar zijn. Af en toe, kom ik naar binnen om iets onbelangrijks te vragen en dan ga ik terug bij Roman die het liefst zo snel mogelijk weg wil.

Ik kijk naar Saša, met mijn vraag in de ogen of dat genoeg is qua tijd en dat wij naar de crematorium gaan, en hij knikt en langzaam legt zijn vrouw en zoon dat wij verder gaan. Ik ga naar mijn vrouw en Nikita en zegt hetzelfde. Nikita zegt tegen mij dat hij blij is dat hij veertien jaar, zijn hele leven zijn oma Vera kende en dat dat voor hem veel betekent. Roman kan niet wachten dat wij allemaal naar buiten gaan, en hij ook, hij is echt opgelucht. Ik heb met mijn vrouw afspraak gemaakt dat zij hoefden niet naar de crematorium te gaan, het is te veel voor zij, en dat zij brengt zij verder naar alledaagse verplichtingen, in dit geval, is het ijshockey training, in Geleen. Saša werkt morgen, en na de crematie, gaan wij bij ons thuis komen voor nog een koffie of , misschien iets, eten en dan moeten zij terug na Braunschweig, nog 500 km rijden.

Saša, zijn vrouw Klaudija, Damjan en ik nemen afscheid van mijn vrouw en kinderen en wij vertrekken met auto van Saša naar Eijsden. Het is echt een zonnige dag, de zoon is zo hoog alsof het voor altijd daar zal blijven, er zijn geen wolken. Wij hebben geen haast, de auto met mijn moeder zal pas later komen. Saša en ik gaan verder over familie van mama praten, over haar zus, Olga, tante Caca (Tsatsa). Zij is een jaar ouder dan mijn moeder(Cica, Tsitsa). Zij had helemaal een andere karakter dan mijn moeder. Mijn moeder was altijd onrustig, snel en onberekend en haar zus was rustig en soms sloom. Mijn moeder vertelde mij altijd dat als zij als kinderen speelden dat zij sneller was dan haar zus. En ik weet het zelf, als mijn moeder ging eten, at zij altijd snel, zij kon noot wachten dat eten afgekoeld was. Zij gingen samen naar middelbare school, richting economie, maar mijn moeder was geen goede leerling en kreeg veel straffen, haar zus was middelmatige leerling maar had de school afgemaakt. Mijn moeder moest later extra examens doen om dat af te maken. Zij gingen naar de school met trein, half uurtje in een richting, en zij moesten uit de treinwagons springen en volgens mijn moeder was dat voor haar altijd makkelijk maar voor tante Caca was vaak met gescheurde knieën en benen.

15942282_10211823281958874_1586750220_n.

Beneden,zus van mijn moeder, Olga                                                                                     (tante Caca) en mijn moeder, middelbare school

Wij zijn bij de crematorium, auto geparkeerd en wij wachten op de uitvaartauto  met mijn moeder. Er zijn nog paar auto`s op de parkeerplaats. De omgeving is rustig, buiten Eijsden, geen huizen. Saša en ik praten verder over tante Caca, Klaudija en Damjan luisteren `n beetje maar vaak kijken zij richting de weg of de uitvaartauto komt.

15935908_10211823282038876_1132745754_n.

Tante Caca, oma Magdalena en mijn moeder 1953

 

Toen ik niet meer kind was vertelde mij mijn moeder dat tante Caca had een huwelijk die niet lang duurde. Ik kende heel goed haar tweede man, oom Milivoj, uit noorden Servië. Dat was een rustige man, die niet rookte, niet dronk. Hij was elektro ingenieur maar oorspronkelijk was hij uit een boerengezin, uit een dorp, Sivac, dichtbij stad Sombor, dichtbij de grens met Hongarije.

15970163_10211823281998875_1819928613_n.

Tante Caca 1963

 

Met mijn moeder gingen wij vaak bij zij op bezoek in Sombor, vaak in de winter, maar ook paar keer in de zomer. Een heel mooie stad, met brede straten, daar, in Vojvodina, praten mensen langzaam, alsof zij nooit haast hebben. Het gebied is bekend qua goed eten, daar woonden veel Hongaren en  de grond is daar vruchtbaar. Veel mensen uit Dalmatië, in Kroatië, uit Bosnië gingen door de roerige geschiedenis van Balkan daarnaartoe emigreren. Dat was paar eeuwen in de handen van Oostenrijk(Oostenrijk-Hongarije)  naar beleg van Wenen waar Turken waren gestopt met hun opmars in Europa. De grens met Turken was rivier Sava en alles boven(ten noorden) van Sava was in handen van Oostenrijk, beneden(zuiden) in handen van Turken. In de hongerige jaren na de Tweede Wereldoorlog, in Joegoslavië, was ook zo een migratie geweest. Meestal  kregen migranten grond en huizen van autochtone Duitsers die in de oorlog, als Volksduitsers, voor Duitsland waren en als zij de oorlog overleefden, gingen zij naar Duitsland vertrekken(of zij werden daarnaartoe gestuurd).                                                                                                                                Oom Milivoj en tante Caca hadden geen kinderen, zij waren allebei  `n beetje gesloten personen en soms, tenminste voor mij, te serieus, maar dat waren blije en goede mensen en als zij wat grapjes niet konden maken waren zij blij met grapjes van anderen. Oom Milivoj had veel boeken en ik was blij met bezoek bij zij in de winter, hij had veel encyclopedieën over verschillende onderwerpen. Hij had paar vrienden die waren paar keer  bij zij op bezoek tijdens ons verblijf in Sombor en wij gingen paar keer op bezoek bij zijn oude familieleden in de stad.                                                              Tante Caca was enkele keren op bezoek bij ons in Zenica. Zij kwam altijd met hele mooie cadeaus en, wat voor ons, kinderen, meest belangrijk was, veel gebak. Zij was een meester voor gebakken en taarten. Zo veel verschillende soorten en smaken, vormen. Een kunstenaar! Bij haar, in Sombor, had ik haar ijs gegeten. Zo een ijs kon je nergens kopen en proeven!                                                                                                     Na mijn middelbare school in 1981 moest ik een jaar dienstplicht doen en ik kreeg als de locatie Sombor. Het was een kazerne met half jaar zwaar drillen,  en de uitgaan in de weekenden bij tante Caca en oom Milivoj hielp mij veel. Na half jaar kreeg ik de locatie in Slovenië, een militaire vliegveld, en daar was geen discipline en helemaal een andere wereld. Hoe dan ook, nog steeds denk ik dat dat jaar van mijn dienstplicht was een van de stomste jaren uit mijn leven.

15935973_10211823282078877_580388261_n.j

Tante Caca 1990

 

In 1991 was oorlog in Joegoslavië begonnen, eerst in Slovenië, kort en daarna in Kroatië. Ik begon te werken op en een middelbare school paar jaar daarvoor en in 1991 mei kreeg mijn moeder een zware heersen aanval, paar maanden daarna kreeg oom Milivoj longkanker. Ik had geen tijd wegens vele verplichtingen thuis en op mijn werk om hem te bezoeken en ik vind dat nog steeds  als een van de grootste missers in mijn leven. Hij overleed begin maart 1992 en ik ging dag of twee daarna tante Caca te bezoeken. Zij was alleen, ik kon niet lang blijven, de oorlog in Bosnië was nog niet , maar bijna, begonnen, je geloofde niet dat dat zouden gebeuren maar je kon dat in de lucht voelen, het was zo veel negatieve energie. Tante Caca overleed in de zomer van1994, wij waren in de oorlog, eigenlijk waren wij net eruit gekomen, uit gebied met de grootste gevechten.

De uitvaartauto met mijn moeder komt en wij, Saša en ik, knikken richting de man achter de stuur. De afspraak was dat wij buiten wachten tijdens de crematie en na de korte tijd gaan wij terug naar huis. Wij kijken hoe hij de moeder naar de crematorium brengt, in de stilte roken wij nog paar sigaretten en gaan naar huis. Thuis drinken wij nog koffie en ik maak paar boterhamen voor Saša en zijn gezin, hij is tevreden hoe alles is verlopen. Zij moeten nog lang rijden maar gelukkig is een goede weer.

Nuon als energieleverancier

Help deze website mogelijk te maken en stap over naar Nuon als energieleverancier.
05/01/2017 10:38

Reacties (0) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.