Overal op het internet merk ik dat mensen het moeilijk vinden, wanneer gebruik je nu een d, dt of een t? Uitleg op het internet is vaak moeilijk en lastig te begrijpen. Hieronder een simpele uitleg met een ezelsbruggetje!

Het kofschip
Deze regel is een makkelijk ezelsbruggetje om te gebruiken bij zwakke werkwoorden, zowel in de verleden tijd als in de voltooide tijd.
Voorbeeld: Maken > Ik maakte > Ik heb gemaakt

Dit ezelsbruggetje gebruik je nooit in de tegenwoordige tijd. Gebruik nooit kofschip of fokschaap in de tegenwoordige tijd!

’t sexy fokschaap
Een aantal letters zijn onderstreept, dat zijn de medeklinkers (t, s, x, f, k, c, h en p)

Hoe ga je te werk?
1. Zorg dat je ten alle tijden weet of het werkwoord zwak of sterk is
2. Kijk naar de laatste letter van de stam van het werkwoord
Voorbeelden
spitten = laatste letter is een t
ritsen = laatste letter is een s
faxen = laatste letter is een x
blaffen = laatste letter is een f
raken = laatste letter is een k
juichen = laatste letter is een h
kloppen = laatste letter is een k

Wanneer je een woord in de verleden tijd of voltooide tijd wilt gebruiken, kijk wat de laatste letter van de stam is, kijk of deze in ’t sexy fokschaap of kofschip taxi zit. Zit de laatste letter inderdaad in dit ezelsbruggetje dan plak je er te(n) of t achter!

 

29/01/2013 21:29

Reacties (0) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.