Ga ik tien geheimpjes verklappen?

Door Gildor Inglorious gepubliceerd op Tuesday 12 November 13:46

Nou, echt niet! Er zijn er minimaal tien die ik zeker nog een tijdje voor mezelf houd. Waarschijnlijk wel meer. Sommige dingen wil ik met een gerust hart delen. Bij deze dan…

 

Wisten jullie dit al?

 

1. Ik lust vrijwel alles en dat heeft een reden

De kreet: “Dat lust ik niet!”, zul je mij vrijwel nooit horen uiten. Volgens mijn moeder is er een hele simpele verklaring voor het feit dat ik alles eet. Ik had namelijk als baby bijna het loodje gelegd. Ik kon niet tegen moedermelk. Alles wat er in ging, kwam er ook groots en meeslepend weer uit. Aan de verkeerde kant, laat dat duidelijk zijn. Dat blijft niet zonder gevolgen. Na een paar weken kon de huisarts mijn buikvelletje gewoon optillen: duidelijk geval van ondervoeding. Dus, reisje ziekenhuis, voor een maand of drie. Maar niets bleef binnen. Zelfs WC-kokertjes om mijn armen, zodat ik niet kon duimen en dus ook geen braakreflex kreeg, hielpen niet. Nee, ik “duimde” gewoon op mijn tong, wat er natuurlijk niet al te nozel uitzag. Na drie maanden kreeg mijn moeder het bericht: “Het zal altijd een ziekelijk zorgenkindje blijven, achterblijven in de groei en verwacht ook maar niet teveel van zijn schoolprestaties.” Mijn moeder deed wat elke goede moeder zou doen: schijt hebben aan regels. Geen moedermelk? Misschien lust meneertje dan wel vlees, aardappelen en groente, fijngeprakt in een gehaktmolen, met extra grote gaten in de zuigfles. Nou, dat was andere kost. Dit beviel me zo goed dat ik in korte tijd de schade ruimschoots inhaalde. Op mijn eerste verjaardag zag ik er niet uit als een jonge god, maar wel als een miniatuur Boeddha.
Ik heb dus honger gekend! Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.
Het heeft zijn sporen nagelaten. Ik kan er niet goed tegen als voedsel wordt weggegooid. Ik moet me bedwingen om niet teveel te eten. En ik lust vrijwel alles. Behalve…karnemelk. Mensen, luister nou, het is toch ook gewoon bedorven melk? Die lucht en die smaak van rotting…nou, als je het aanzoet en je gooit er wat vruchtensap doorheen, dan valt het mee. Maar puur! En OK, roodbacteriekazen eet ik ook met lange tanden. Vooral de hele sterke. Het ruikt naar stront en de nasmaak kan me ook niet bekoren. Een levensgroot verschil met blauwschimmelkazen. Die zijn Hemelsch, zeker in combinatie met straffe wijn of port.

 

2. Ik ben afgekeurd voor militaire dienst

In ‘mijn tijd’ bestond er nog militaire dienstplicht. Daar had ik dus echt geen zin in. Ik had me voorgenomen om, als ik toch goedgekeurd werd, me vrijwillig te melden. Ik had het idee dat ik dan tenminste kon kiezen waar ik terecht kwam. Dan wilde ik wel iets nuttigs doen. Zelf dacht ik aan Unifil; ‘onze jongens’ zaten toen in Libanon. Leek me wel spannend. En als pacifist wilde ik wel de vrede bewaren. Desnoods gewapend. Mijn vader is ook nooit opgeroepen, vanwege een hersenoperatie. Een oom van me had maar één been en een andere oom deed iets wat ik absoluut niet mocht doen: zich laten afkeuren op S5. Voor wie het niet meer weet, S staat voor geestelijke Stabiliteit en 5 is de laagste score. Er werd verteld dat je met een S5-indicatie elke verantwoordelijke baan wel kon vergeten. Ach, mijn oom werd geneesheer-directeur, dus dat verhaal was ook gewoon een storm in een glas water. Overigens, in ‘mijn tijd’ kregen homofiele mannen regelmatig het stempel S3. Niet helemaal mesjokke, maar toch wel een beetje.
Ik wist van tevoren eigenlijk al mijn uitslag en ik stelde mezelf dan ook niet teleur: Z5. Z staat voor Zicht. Ik zie geen pest, zonder bril of lenzen. Als de Russen zouden komen en ik zou ’s nachts mijn bril niet kunnen vinden, dan had ik een probleem. Omdat ik op enkele meters afstand het verschil niet kan zien tussen een Speznaz-commando of mijn eigen sergeant, zou ik ze beide moeten trakteren op een regen van kogels. Gewoon alles wat beweegt afknallen. Niet echt constructief, dus ik begrijp de Defensie-jongens wel.

 

3. Ik ben een slachtoffer van gewapende overvallen, maar zo voel ik me niet

Als student neem je soms de vreemdste baantjes aan. Zo stond ik in de jaren ’80 bij diverse uitzendbureaus ook bekend. Als je iets raars hebt, bel Edwin dan; hij vind het vast een grappige baan. Wat dacht je van tribunes afbreken? Op de EO-jongerendag? Wat maken die lui er een zootje van. Ik kwam die avond thuis met zeven Bijbels, gevonden tussen de afgelikte boterhammen en lege blikjes cola. Inmiddels heb ik ze allemaal weggegeven, want ik had er al drie; zo heb ik als atheïst ook een rol gespeeld in de verspreiding van Het Woord…
Ik ben een tijdje nachtportier geweest, bij meerdere hotels. In een van die hotels maakte ik twee keer een overval mee. Het hotel was strategisch geplaatst, dichtbij de snelweg richting Den Haag en Rotterdam. Bij het tankstation tegenover het hotel was het ook regelmatig feest.
De eerste keer deed ik ’s nachts open voor een shabby geklede figuur, die meteen een mes trok en het op mijn keel zette. Omdat hij het nodig vond om er ook nog eens bij te slaan en te schoppen, was er geen plaats voor angst, maar juist veel meer voor kwaadheid. Ik werkte rustig mee, hij kon er vandoor met de inhoud van de kassa. Hij had nog een afscheidscadeau; met een ferme trap probeerde hij van mij een meisje te maken. Ik ben hem achterna gestrompeld, met een honkbalknuppel. Uiteraard haalde ik hem niet in. Achteraf verbaas ik me over het feit dat ondanks mijn woede de volgende gedachte door mijn hoofd spookte: ‘Niet op zijn hoofd!’
De tweede keer was ongeveer twee jaar later en een stuk heftiger. Ineens stond er een kerel voor mijn balie met een getrokken pistool. Ik kan je vertellen, een mes of pistool, het is een wereld van verschil. Bij een messentrekker heb je in je achterhoofd toch het idee dat je weg kan rennen. Maar niemand rent harder dan een kogel. Ik kon alleen maar wezenloos in dat gapende zwarte gat van de loop staren. Ik wist het zeker: als hij de trekker zou overhalen, zou ik het niet eens door hebben. Dan was het gewoon afgelopen. Wat het nog dreigender maakte was zijn eis dat ik de kluis moest openen. Ik weet niet waar ik het vandaan heb gehaald, maar ik heb hem recht in de ogen gekeken en gezegd dat ik als studentje echt niet de sleutel van de nachtkluis krijg. “Wat denk je nou, dan haal ik er toch zelf wat uit?” Het leek een eeuwigheid te duren, maar uiteindelijk zei hij dat hij me geloofde. Dat heeft mijn leven gered.
Hier heb ik echt last van gehad. Ik heb ongeveer een week lang ’s nachts door louche buurten van Utrecht gewandeld, met een mes op zak. Ik wilde revanche, kon me niet schelen op welk soort crimineel. Ik was er al een tijdlang overheen, een paar maanden, toen die revanche dan toch kwam. Op Hoog Catharijne werd ik aangevallen door een junk met een mes. Ik besloot onmiddellijk dat mijn grens nu bereikt was. Met een simpel marinierstrucje, afgekeken van Tour of Duty, kon ik hem ontwapenen. En vervolgens heb ik hem verbouwd. Ik ben er niet trots op. Als ik nu over Hoog Sjacharijne loop, heb ik nog steeds het idee dat de bloedspatten te zien zijn, op een bepaalde betonnen paal. De volgende dag nam ik contact op met Slachtofferhulp. Want wat ik gedaan had, zo wilde ik niet zijn. Na een aantal sessies ben ik er mee gestopt. Ik had geen zin in psychobabble en al helemaal niet over de scheiding van mijn ouders. Achteraf gezien moet ik toegeven dat de medewerkster me wel degelijk heel goed door had. Het heeft een aantal jaar geduurd voordat iemand me in het donker van achteren kon naderen zonder risico op een elleboog in maag of gezicht. En nu? Het voelt aan als een vreemde nachtmerrie van lang geleden. En dat is het ook. Geen enkele moeite om dit op te schrijven. Ik ben dus een ‘slachtoffer’ die niet ‘levenslang’ heeft.

 

4. Ik ben de God van mijn eigen werelden

Mijn jongere broer is afgestudeerd als economisch geograaf. Zijn interesse ontstond al vroeg. Zo klein als hij was, hij tekende het liefst heel ijverig landkaarten na, uit de Bosatlas. Heel anders dan ik. Ik verzon ze zelf wel. Hele continenten, bergketens, rivieren, landen en hoofdsteden. En dan namen verzinnen. En tijdens het verzinnen van die namen ontstonden verhalen. Sommige kaarten heb ik nog. Vooral de oudste bezorgen me glimlachstuipen. Als klein kind is het heel moeilijk om originele namen te verzinnen. Ik was overduidelijk geïnspireerd door Griekse Mythologie. Later werden mijn namen wat origineler. Ook hele stambomen en talen verzon ik er bij. En buitenaardse letters. En, hoe kan het ook anders bij mij, veel tekeningen van niet bestaande dieren. Vrijwel altijd dinosaurusachtig, met ontzettend veel tanden. Ik doe het nog steeds. Als ik een Fantasy-verhaal verzin, begin ik altijd met een landkaart. Ergens hoop ik dat die wereld ook daadwerkelijk ontstaat, ver achter de horizon, in een parallel universum. Geschapen door mijn gedachten. Als een soort God.

 

5. Ik had bijna mijn droombaan te pakken

Begin jaren negentig vond ik een heel klein advertentietje in de krant. Een mediaproductiebedrijf in Hilversum zocht een presentator. Voor een revolutionair TV-programma over dieren. De belangrijkste functie-eis was een bovengemiddelde kennis van dieren. Geen punt. Ik schreef een lekker bekkende sollicitatiebrief en was een van de 25 kandidaten, uit een speelveld van bijna 500. Het was even wennen, het gesprek. Niet alleen omdat ik de enige was met een stropdas, ook omdat het blijkbaar in de mediawereld normaal is om meteen te ‘jijen’ en ‘jouwen’. Een stuk losser dan ik gewend was. Het programma was me op het lijf geschreven. Het ging uit van het volgende: er zijn bedreigde diersoorten. Kunnen we ze nog wel vinden, in het wild? Nou, dan zoeken we ze toch gewoon op! Ik zag het al helemaal voor me, ik zwoegend door de jungle van Brazilië, in de Gobi-woestijn, een soort kruising tussen David Attenborough en Boudewijn Büch…Bijna nooit thuis, altijd op reis. Op dat moment had ik geen relatie, dus wat hield me hier? Ik kreeg een uitnodiging voor de screentest, met nog vijf andere kandidaten. Helaas, vlak voor de screentest kreeg ik het bericht dat het niet doorging. Het programma werd niet aangekocht door de omroep in kwestie. Dat was jammer. Soms, als ik programma's van Jeff Corwin of wijlen Steve Irwin (Crikey mate!) zie, steekt het nog wel eens. Ach, twee jaar later leerde ik mijn (inmiddels ex) vrouw kennen. Was anders nooit gebeurd. En dan was mijn zoontje nooit geboren. Zoals professor Cruijff zegt: “Elluk nadeel hep z’n voordeel.”

 

6. Ben ik wel geschikt voor een relatie?

Ik vraag het me regelmatig af. Ik heb vaak gehoord dat ik veel te gesloten ben, dat ik me onvoldoende bloot geef en dat ik, mede daarom, niemand echt tot me door laat dringen. Dat klopt. Het lijkt er op dat ik het wel lekker vind dat er, net zoals bij een ui, verschillende laagjes om me heen zitten. Het heeft veel te maken met vertrouwen, of, in mijn geval, met een gebrek aan vertrouwen. Ik heb in mijn jeugd de verkeerde levenslessen geleerd, ik schreef er al eerder over in een van mijn columns. Afgeleerd om op mensen te vertrouwen, afgeleerd om te luisteren naar mijn gevoel, mijn intuïtie. Maar het gaat beter, stukken beter zelfs. Door coaching en door dingen van me af te schrijven: je kan iets pas verwerken als je het benoemt en omschrijft. Bij mij werkt dat zo.
Toch zal ik altijd een grote persoonlijke ruimte willen hebben. Ik vraag me werkelijk af of ik ooit nog in staat zal zijn om met een vrouw in één huis te leven, 24/7. Misschien moet ik dat niet willen, misschien is een LAT-relatie voor mij op dit moment het hoogst haalbare. Maar er speelt nog iets anders mee. Sinds mijn eerste verliefdheid, toen ik vijf was, kijk ik op twee manieren naar vrouwen, in een soort haat-liefdeverhouding. Aan de ene kant wil ik me zoveel mogelijk onder vrouwen begeven. Ik geniet ontzettend van vrouwelijk schoon, ik hou van vrouwelijk gezelschap. Het gaat misschien wat ver om mezelf een echte vrouwenaanbidder te noemen, maar het komt in de buurt. Aan de andere kant haat ik het dat ze zoveel invloed op me kunnen hebben, dat ze me zo intens kunnen raken. Dan ga ik ze automatisch afstoten, dan heb ik behoefte aan een sterke verdedigingswal om mijn diepste gevoelens. Ik realiseer me dat dit de oude ik is, de persoon die ik niet meer wil zijn en van wie ik steeds meer afstand neem. Misschien moet ik gewoon eerlijk zijn en toegeven dat ik stiekem toch wel geschikt ben voor een relatie, maar dat het voor mij niet gemakkelijk is. Zeker als het niet zo lekker met me gaat, zal ik bewust moeten letten op mijn onbewuste drijfveren. Want dan schiet ik terug in mijn oude patroon en zonder ik me af. Fysiek en mentaal. Ach, weet je, eigenlijk is het gewoon de hoogste tijd dat ik weer tot over mijn oren verliefd word. Ik ben er misschien stiekem wel klaar voor. En een tweede huwelijk, ooit? Ik sluit niks uit.

 

7. Aparte eetgewoontes

Als je net als ik een Indische achtergrond hebt, dan is het vrij normaal om overal sambal doorheen te pleuren. Ik heb het gewoon nodig. Nederlandse kindertjes eten vaak een boterham met pindakaas en suiker, bij mij moest er een flinke lik sambal op. En dan niet die slappe sambal oelek, nee, het sterkere spul! Mijn ex gaf me pas geleden met een grote grijns een cadeautje: een pot sambal van Habanero-pepers. Ik kan je vertellen, ik heb mijn grenzen ontdekt: dit is gewoon eetbare pepperspray! Maar het kan nog gekker.
Ik heb altijd Thaise currypasta in huis. Rode, groene en gele. Uiteraard kook ik er mee, dat is ook de bedoeling van het spul. Maar veel vaker smeer ik het op een boterham met kaas. Gewoon zo, uit het vuistje, of als tosti. Lekker multiculti!

 

Tatanka Yotanka, a.k.a. Sitting Bull

8. Mijn aparte rechtvaardigheidsgevoel

Toen ik opgroeide, waren er nog regelmatig westerns op TV. Bonanza, Duitse verfilmingen van Karl May, films met John Wayne…jullie kennen ze misschien wel. Uiteraard speelden wij buiten cowboytje en Indiaantje. En ik had een Wild West fort, met heel veel poppetjes. Maar ik was de enige die altijd de Indianen liet winnen. Altijd. Want het was hún land dat werd ingepikt en dat was oneerlijk. Sitting Bull was een van mijn grote jeugdhelden. Net als Geronimo en Cochise. Toen ik in New York in The Museum of the Native American het oorlogsshirt van Crazy Horse zag hangen, voelde het bijna als een diep religieus moment.
Maar om nou te zeggen dat ik consequent was…Als ik verhalen verzon over Romeinen en barbaren, dan wonnen de Romeinen. En tijdens de Trojaanse Oorlog was ik gewoon voor de Grieken. Normaal ben ik altijd voor de ‘underdog’. In mijn tienertijd kon werkelijk elke vrijheidsbeweging en guerrillagroepering op mijn sympathie rekenen. Maar al snel bleek dat de wereld helemaal niet zo zwart-wit was. Veel eerder vijftig tinten grijs.
Nee, tegenwoordig ben ik minder scheutig met onvoorwaardelijke sympathie. Als ik de neiging heb om partij te kiezen, vind ik het mijn morele plicht om me goed te informeren. Native Americans blijven altijd een speciaal plekje in mijn hart houden. Net als Ambonezen. Ik geloof niet dat er ooit een Republik Maluku Selatan zal ontstaan. Maar dat Nederland een ereschuld heeft en dat ons land de Molukkers oneervol en slecht heeft behandeld, dat staat voor mij als een paal boven water.

 

9. Verzamelwoede

Ik ben mijn hele leven lang een ontzettende verzamelaar geweest. Schelpen, stenen, munten, noem het maar op, ik heb ze verzameld, om er na een tijdje gewoon mee op te houden. Wat ik op dit moment verzamel, zij het niet meer zo fanatiek als een paar jaar geleden, zijn boeken. Ik verzamel ze het liefst in eerste druk hardcover, als ik het kan betalen. Rommelmarkten, kringloopwinkels en Ebay, ik ben er heel actief geweest. Nu wat minder. Kwestie van ruimtegebrek. En ik wil natuurlijk ook nog de tijd nemen om ze te lezen, ik kan zeker een aantal jaren vooruit. Ik kan hier heel uitgebreide artikelen over schrijven en ben daar ook druk mee bezig. Om dit af te sluiten presenteer ik hier mijn ‘most prized possession’: De eerste Nederlandse druk van ‘In de Ban van de Ring’, uit 1957. De allereerste vertaling ter wereld, slechts 3000 exemplaren en vrijwel onvindbaar met onbeschadigde omslag. Maar ik heb ze.

 

10. Kleren maken de man

Wel eens een studentengala meegemaakt? Als je een rokkostuum draagt, ga je je ook anders gedragen, dat gaat vanzelf. En dat is niet alleen omdat het vestje stijf staat van de stijfsel. Toen ik in de horeca werkte, ‘deed’ ik wel eens een huwelijksreceptie. Dan zag ik mannen die blijkbaar voor het eerst van hun leven een pak droegen. Onwennig keken ze uit hun ogen, ze gedroegen zich stijfjes en probeerden, tegen hun natuur in, heel formeel te doen. Naarmate de avond vorderde en het bier rijkelijk vloeide, ging de broek op de vreethaak en hing hun das op half zes. En ze werden ook in hun gedrag een stuk losser.
Een mooie vrouw ziet er geweldig uit, zelfs in een juten zak. Of een jogging pak met Uggs. Maar als ze een strak zomerjurkje aantrekt, met mooie pumps en een elegant tasje, zie je de uitstraling volkomen veranderen. Alsof ze dan pas doorheeft hoe sexy ze is. Kleren doen dat met je. Ook met mij.
Ik hou zelf wel van wat opzichtige kleren, ik voel me er lekker in. Ik kan me heel formeel kleden, of lekker rondbanjeren in spijkerbroek en T-shirt, met ongeschoren smoel, al naar gelang mijn stemming. Maar als ik schrijf, of als ik in een creatieve bui wil komen, trek ik een extreem “loud shirt” aan, liefst van een van mijn favoriete merken: Duchamp London, Ted Baker of Etro Milano. En dan gaat het vanzelf.
Ik draag ze ook buitenshuis. Dat ik dan maar moet accepteren dat er omstanders zijn die uit mijn kledingkeuze een seksuele voorkeur denken te kunnen halen – waar ze dan overigens totaal naast zitten – ik heb er mee leren leven. Dat krijg je als je aan de voet van de Bible Belt woont; Amersfoort is nou eenmaal geen Amsterdam.

Ben ik nou ineens heel anders voor jullie, nu ik dit allemaal gedeeld heb?

 

Reacties (42) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Nee je bent precies zoals ik me je weer voor de geest kan halen.
Een echte man met eigen eigenschappen en die niet verkeerd zijn.
Behalve het alles eten dan. Maar ja, niemand is perfect.
Wat een grappig en leuk geschreven artikel! Ook erg interessant om zo iets te weten te komen :-)
Nice als usual (heb ff weinig tijd).....
Nice als usual (heb ff weinig tijd).....
De nummers 4 en 8 delen we met elkaar. Nummer 4 zonder tekening van dieren overigens (dieren lijken vanwege het ontbreken van ook maar enig talent meer op een Picasso dan op een Fantasy dier); en bij nummer 8 ben ik waarschijnlijk teveel consequent. Voor de indianen is nog tot daar aan toe, maar heb ook in de jaren '70 een vreemde sympathie voor de RAF gehad (ondanks de moorden die Andres en Ulrike op hun geweten hebben). Vreemd genoeg vond ik dat ze toen een punt hadden; maar intussen is dit wel enigszins bekoeld nadat Sartre een bezoek aan beiden had afgelegd en toen bleek dat Andreas een ongeïnteresseerde anarchist was en slechts Ulrike de ultieme gedachte achter het moordende protocol had ..... .
Mooi je wat beter te leren kennen; de eerste keer heb ik volgens mijn niet gelezen ...... .
Grappig dit! Ik was in de jaren '70 een behoorlijk ultralinkse activist, maar het was juist het gedrag van de RAF dat er voor zorgde dat het tussen mij en "de beweging" tot een definitieve breuk kwam. Dat wist ik niet, dat Sartre ze bezocht heeft. Heeft hij daar nog over geschreven? Ben ik wel benieuwd naar.
O ja, en natuurlijk mijn steun voor de Afghaanse rebellen tegen de Sovjet-inval. Dat was pas echt vloeken in de kerk. Toen was ik ineens een lakei van het westers kapitalistisch imperialisme. :-)
Er heeft een artikel over deze ontmoeting van Sartre in Filosofie Magazine gestaan; enkele jaren terug.
Men verweet Sartre toen dat hij de beide RAF leden in de gevangenis had bezocht. Het antwoord van Sartre was toen dat hij hun niet vanuit de sympathie voor de RAF hun had bezocht, maar dat hij wilde weten wat voor existentiële zaken deze mensen hadden meegemaakt om tot deze daden te komen in het kader van zijn geschreven uitspraak: "De hel, dat zijn de anderen".
Vooral dat hij wilde weten wat "de anderen" dan waren vanuit zijn positie over het "gesloten huis" gemeenschap. Na dit antwoord verstomde de kritiek, want uit wetenschappelijk filosofisch oogpunt zou het in een keer wel legitiem zijn dat hij hun had bezocht ... .
Overigens was het een deceptie voor Sartre omdat hij constateerde dat Andreas niet veel meer was dan een mens met psychopathische trekjes en slechts Ulrike kon beantwoorden aan zijn onderzoek. Extra wrang was het omdat hij meer met Andreas heeft gesproken en Ulrike tot zijn frustratie amper heeft gezien.
Ulrike was ook boos, want juist zij had Sartre uitgenodigd. Ik vond het artikel in die tijd om meerdere redenen boeiend. De eerste reden is uiteraard de oude sympathie voor de RAF, maar de tweede reden is voor mij belangrijker omdat dit artikel mij een beeld gaf op welke manier je het existentialisme ook kon benaderen.
Ondanks dat ik strikte regelgeving (mede door de beroepsdeformatie aanhang) blijf ik toch soms nog steeds een beetje die anarchist ...... .
Zal wel met mijn (soms vreemde) gevoel voor rechtvaardigheid te maken hebben ..... . :)
Wat fijn dat je dit met ons deelt!
Ik heb ervan genoten en ben blij te op deze manier beter te leren kennen. Wij kunnen samen aan tafel zitten, met de sambal oelek erbij. Door onze reizen in het verre Oosten leerde ik ook de curry's (uit Sri Lanka) en andere specialiteiten proeven en appreciëren.
Het rechtvaardigheidsgevoel .. die droombaan van jou ... de verzamelwoede die nu vermindert is ...dat is allemaal heel herkenbaar voor mij ...
of is dat eigen aan de 'Waterman' ? ik ben van 12 februari :-)
Amai, een Watervrouw! En dan ook nog een die van goed eten houdt. Ja, volgens mij zouden wij wel een geweldige maaltijd kunnen koken. De volgende keer, als je weer eens in de buurt van Weltevree's stulpje bent? :-)
Haha ... afgesproken en ik breng een pot sambal van Habanero-pepers mee als geschenkje :-)
Gildor is nog steeds Gildor na deze tien geheimpjes... ;) Ik kende er ook al wel wat van, maar dat maakte het niet minder leuk om te lezen. Geschikt voor een relatie? Ik vraag me ook wel eens af of ik dat ben. (Meid, je komt net kijken, hoor ik jou denken :) ) Maar ik vraag me af of ik me echt aan iemand zou kunnen binden. Ben ook best wel op mezelf en heb een akelig eigen willetje.. gewend aan mijn vrijheid :) Ach, de tijd zal het leren.
En kleren... zelf op zeilvakantie meestal uitgevoerd met pumps en redelijk 'elegante' kleding... praktisch? Nee. Voel ik me er fijn in? Ja! :) Gewoon lekker dragen wat je zelf wil, en lekker tegendraads kan best leuk zijn ;)
Grapjas! Meteen weer voor me gaan denken...Nou, je zit er lekker naast. Jij bent (correct me if I'm wrong) echt geen meisje dat afgeschermd in een gouden kooitje is opgegroeid.
Die liefde voor vrijheid en dat eigen willetje (tje?) vind ik juist heel goed bij je passen. En als een vent daar niet mee om kan gaan, schop hem met je elegante pumps van de zeilboot, zo de plomp in!
Maar even serieus, op het moment dat ik me realiseerde hoeveel ik van mijn kind hield, voelde ik voor het eerst hoe het is, volledig met iemand verbonden zijn, maar dan zonder ketenen. Dat moet in een relatie ook kunnen.
Oef, zal het nooit meer doen ;) Nee, ben opgegroeid met de wind in mijn haren... En lag dubbel om je volgende alinea, hihi! Dat 'tje' mag inderdaad weggelaten worden... Zal mezelf niet mooier voorspiegelen he ;) Die schop onthoud ik. En als hij dan sputterend weer boven komt, ga ik jou citeren, lol!
Denk dat dat in een relatie man-vrouw (even uitgaande van het gewone model :) ) toch altijd iets anders zal blijven. Kijk, een kind komt als afhankelijk wezentje in je leven en dat maakt het gelijk al anders. Ze krijgen later ook wel een eigen wil(letje), maar toch zijn ze ook altijd weer deel van jou. Met een partner is dat anders... je komt als twee totaal verschillende wezens bij elkaar en dan moet je samen gaan groeien... de balans zoeken tussen vrijheid en samengaan. En dat is in veel relaties een heikel punt, want de een heeft andere grenzen dan de ander... en daar ga je dan al... Ik weet het niet. Relaties... ;)