Wat is de verwachting/voorspelling voor de komende winter 2013-2014? Krijgen we net als vorig jaar een winter met veel sneeuw en relatief lage temperaturen of is de kans op een typisch Nederlandse kwakkelwinter het grootst ? Er zijn tekenen die wijzen in de richting van strengere winters de komende jaren. Ook de verwachting voor de komende winter 2013-2014 past al in dit koude scenario.

 

Voorspelling  winter van 2013 – 2014.

Na de fraaie zomer van 2013 gaan de gedachten voorzichtig al weer uit naar de komende winter. We herinneren ons nog het extreem koude voorjaar dat tot ver in juni als het ware de uitloop vormde van de afgelopen winter.De winter van 2012-2013 was een relatief koude winter – de gemiddelde temperatuur was 2,9 gr.C oftewel een halve graad lager dan het langjarige gemiddelde van 3,4 gr.C. Hiermee wordt de afgelopen winter de 4e winter in de afgelopen 5 jaar, die kouder is dan normaal.

Ook opvallend is dat er de laatste winters vrij veel sneeuw valt. De afgelopen winter telde 18 dagen met een sneeuwdek, terwijl het langjarig gemiddelde op 13 sneeuwdagen staat. De winters van 2010 en 2011 hadden resp. 43 en 28 sneeuwdagen.

Het begint er dan ook steeds meer op te lijken dat we te maken hebben met een trendbreuk, waarbij de zachte winters van 1998 t/m 2008 ( m.u.v. 2003 )plaats maken voor winters met bovengemiddeld lage temperaturen.

Op grond van deze feiten is het bepaald niet onlogisch om te voorspellen dat de komende winter 2013-2014 best wel eens een koude winter kan gaan worden met –voor de liefhebbers – een aanzienlijke kans op meer sneeuw dan we gewend zijn.

De vraag rijst natuurlijk of er verklaringen zijn voor de veranderende weerpatronen. Die zijn er in principe wel degelijk ; we hebben namelijk de laatste jaren te maken met een versneld smeltproces van de Noordpool en er is sprake van relatief weinig zonnevlekken. Een steeds grotere groep weerkundigen is van mening dat er met name voor West- Europa een scenario op gang komt waarin koudere winters centraal staan.

 

 

Activiteit van de zon (zonnevlekken).

Op de zon vinden in meer of mindere mate explosies plaats, waarbij zeer veel magnetische straling vrijkomt. Het hart van deze plaatsen noemen we zonnevlekken. Vanaf de aarde zien deze zonnevlekken er donkerder uit dan het overige oppervlak; de temperatuur is daar dan ook minder hoog.

Bij een "actieve zon"hebben we te maken met veel zonnevlekken, waarbij meer magnetische deeltjes door de dampkring van de aarde dringen. Het gevolg daarvan is dat er zich minder wolken ontwikkelen, dus meer opwarming van de aarde.
Uit statistieken blijkt dat dat het aantal zonnevlekken met een cyclusperiode van ongeveer 11 jaar steeds een maximum en een minimum bereikt.
Er zijn theorieën ontwikkeld dat het weer mede bepaald wordt door de activiteit van de zon. Dus in een periode met weinig zonnevlekken zouden de temperaturen lager zijn dan in periodes met veel zonnevlekken. De afgelopen vijf jaar zaten we in een periode met weinig zonnevlekken; theoretisch zouden we hiermee de koudere winters kunnen verklaren. In tegenstelling tot eerdere verwachtingen is de zon in het voorjaar van 2012 weer duidelijk actiever geworden. Het maximum in de curve, dat in 2013 zal worden bereikt is echter duidelijk minder dan "normaal". Na 2013 zal weer een dalende lijn ingezet worden tot ca. 2017. Wat daarna het verloop van de grafiek zal worden is weliswaar onzeker, maar er zijn aanwijzingen dat de zonne- activiteit voorlopig op een laag niveau zal blijven. Er zijn zelfs theorieën dat we aan het begin staan van een nieuwe "kleine ijstijd", conform de periode van globaal 1645 tot 1715, waarin de zonne- activiteit heel gering was en de de temperaturen in Europa essentieel lager waren dan normaal. Strenge winters waren toen eerder regel dan uitzondering. 

Wat ook een sterke aanwijzing is voor het verband tussen weinig zonne- activiteit en koude winters, is het feit dat verreweg het grootste deel van de Elfstedentochten is gehouden in perioden dat er sprake was van weinig zonnevlekken.
 

Ook een aantal Duitse en Zwitserse onderzoekers kwam tot de conclusie dat er statistisch gezien wel degelijk gronden zijn voor de veronderstelde invloed van zonnevlekken op het weer en het klimaat.

De onderzoekers keken in de periode van de afgelopen 230 jaar naar jaren waarin het zo extreem koud was, dat de Rijn volledig dichtvroor tussen Mainz en Düsseldorf. In totaal vonden ze veertien extreem koude perioden. Vooral in de 19e en begin van de 20e eeuw vroor de Rijn regelmatig dicht. De onderzoekers ontdekten dat tijdens die perioden er meer koude lucht van het Noordpool- gebied en Scandinavië westelijk en centraal-Europa binnenkwam. Maar liefst tien van de veertien perioden vielen samen met een periode waarin een gering aantal zonnevlekken voorkwam.

 

Smelten poolijs.

Er zijn aanwijzingen dat het versneld smelten van het poolijs op middellange termijn gaat zorgen voor koudere winters in West- Europa. Doordat er ’s zomers minder ijs als isolatiemateriaal aanwezig is, zal de warmte dieper in het water van rond de Noordpool dringen. Deze warmte zal  in najaar en winter weer opstijgen en zorgen voor een verhoogde luchtdruk, waardoor er een op West- Europa gerichte koude Arctische stroming zal ontstaan. Een dergelijke stroming zal in principe de komende decennia zorgen voor koude winters in onze regio

 

Conclusie.

Op grond van het feit dat de afgelopen vier winters kouder dan normaal waren, met als waarschijnlijke verklaring het versneld smelten van het Noorpoolijs en de geringe activiteit van de zon, is het bepaald niet hypothetisch om te voorspellen dat de komende winter 2013-2014 een bovengemiddeld strenge winter gaat worden.

 

18/09/2013 17:56

Reacties (2) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
01/10/2013 09:10
"is het bepaald niet hypothetisch om te voorspellen...."
Misschien een lesje Nederlands?
18/09/2013 19:02
De kleine ijstijd is reeds begonnen en die kan wel 80 jaar gaan duren. Dan had ik persoonlijk toch liever het broeikaseffect gehad :)