De Grond, de basis van uw Moestuin.

Voordat u begint te zaaien en te planten in uw moestuin moet u aller eerst aandacht besteden aan de bodem.

De grond houdt de wortels van de planten vast, maar dat is niet zijn enige functie, de grond bezit verschillende eigenschappen die van doorslaggevende betekenis zijn voor de vraag of er iets wil groeien.

Wat er wil groeien en met welk resultaat de gebeurt.

Hoewel de begrippen grond en bodem in de literatuur verschillende betekenissen hebben blijkt het onderscheid in de praktijk niet altijd even duidelijk te zijn.

 

De tuin bestaat voor het grooste deel uit grond, maar uit welke grond?

De verschillende grondsoorten in Nederland zijn door de eeuwen heen gevormd, aanvoer van gletsjerpuin, zand, schelpen, verweerd gesteente en afzetting die op verschillende plaatsen qua dikte varieren hebben ervoor gezorgd dat de samenstelling van de grond in Nederland sterk varieert.

 

Zandgrond.

Zand is verweerd graniet.

Het overblijvende kwarts vergruizelde tot zandkorrels, die qua groote varieren van 0,05 tot 2 mm. Via de grote porien die tussen de grote korrels zitten zakt het water snel weg en kan er maar moeilijk water uit de ondergrond worden opgenomen.

Hoe groter de zandkorrels hoe droger de tuin is.

Zandgrond kunt u gelukkig wel verbeteren door klei in de vorm van kleiminiralen en organische stof toe te voegen, pure zandgrond is niet geschikt voor een moestuin omdat er geen voedingsstoffen in zitten.

Zandgronden hebben van nature al een losse structuur die erg kwetsbaar is.

Het is daarom verstandig zandgronden pas in het voorjaar om te spitten.

Loop niet over de omgespitte grond, daar u het dan weer vast loopt en u weer overnieuw kan gaan spitten, voor het uitrijden van mest of compost en voor het uitvoeren van alle andere werkzaamheden kunt u het beste enkele planken over de grond heen leggen, voor u dit doet kunt u het beste de grond afmeeten voor de zaaibedden en de loop paden tussen de zaaibedden, dit komt u later goed van pas als u gaat zaaien of pooten.

 

Kleigrond.

Klei is ook verweerd gesteente maar van een geheel andere oorsprong dan zand.

In tegenstelling tot kwarts uit zandgronden bevat het verweerde gesteente waaruit klei ontstaat mineralen die als voedsel voor planten dienen.

Omdat dit verweringsproces nog steeds gaande is, blijven de voedingsstoffen vrijkomen.

Kleikorrels zijn veel kleiner dan zandkorrels en het water zakt door deze heel kleine porien maar moeilijk weg.

Kleigrond kan dus heel goed veel water vasthouden, maar laat slecht water door.

Als kleigrond eenmaal droog is stijgt het water maar langzaam uit de ondergrond op.

Droge kleigrond wordt hart en begint te scheuren, terwijl op natte kleigrond vaak meer verdichting van de grond plaatsvindt doordat de fijne kleideeltjes de porien verstoppen als gevolg van de regen.

Van nature is kleigrond heel rijk aan voedingsstoffen.

Spit kleigrond bij voorkeur voor de winter zijn intrede doet en laat de grond grof liggen.

Omdat water bij bevriezing uitzet barsten de kleikluiten uit elkaar tot kleineren kluiten en kruimels.

 

 

 

Veengrond.

Veengrond bestaat voor het grooste deel uit verteerd planten.

We onderschijden hoogveen ( dat is ontstaan door de vertering van planten boven water ) en laagveen ( dat zijn oorsprong vindt in de planten onder de waterspiegel ).

veengrond kan heel veel water vasthouden maar tergelijkertijd ook water doorlaten.

Veengrond die zich hoog boven het grondwaterpeil bevindt, blijft gewoon verder verteren en inklinken .

Op deze humeuze grond groeien de gewassen wel snel maar niet stevig.

Gebruik van basalt of rotsmeel, zorg voor een wat steviger groei, waardoor de producten langer bewaard kunnen worden.

Vanwege de meestal hoge grondwaterstand kunt u op veengrond alleen ondiep wortelende gewassen verbouwen.

Doordat de grond poreus is en heel veel water vasthoudt, vriest hij wel snel op met alle gevolgen van dien.

Tevens is deze grondsoort erg gevoelig voor late nachtvorst.

Als hoogveen of laagveen bevroren is duurt het langer om te ontdooien dan andere grondsoorten.

 

Zavelgrond.

Zavel, ook wel licht kleigrond genoemd, is een mengsel van klei en niet al te fijn zand ( 1 tot 2 mm ) en die delen bepalen dan ook de eigenschappen van deze grond.

Zavel heeft als eigenschap dat het meestal vruchtbaar en goed te bewerken is en vocht vasthoudend en goed doorlatend is.

 

Leemgrond.

Leemgrond is de naam voor een grondsoort die naast kleideeltjes ook veel uiterst fijne zanddeeltjes bevat ( 0,002 – 0,050 ).

als we leem vergelijken met klei in leemgrond stugger, minder goed doorlatend en ook minder vruchtbaar vanwege het vele, zeer fijne zand.

Leemgrond staat als het waren in het midden op de weegschaal tussen zandgrond en kleigrond.

 

Het is heel goed mogenlijk dar u, na dit gelezen te hebben, bepaalde eigenschappen van de hier boven genoemde grondsoorten in uw tuin herkent.

En dat is helemaal niet vreemd, want het blijkt dat bovengenoemde grondsoorten in de praktijk maar zelden ongemengd voorkomen in Nederland.

 

Oppervlakkig spitten.

 

Oppervlakkig spitten is meestal nodig om onkruit, mest, compost en dergelijke goed door de grond te werken en vaste grond losser te maken, zodat hij van meer zuurstof voorzien.

Let er echter wel op dat u geen wortelonkruiden en geen vers groen materiaal onder spit, vers materiaal trekt bodeminsecten zoals ritnaalden en emelten aan.

Steek alle groenbemsters en onkruid daarom liever af en gooi het groen op de composthoop.

Spit onkruit nooit onder want het kan dan zo zijn dat het heel snel terug komt dat de wortels dan nog dieper in de grond zitten waardoor het nog moeilijker is om het te verwijderen en werk mest en compost licht door de bovenste grond laag ( 5 tot 10 cm ).

Komt de mest en compost dieper in de grond terecht dan zullen veel van de vrijkomende voedingsstoffen uitspoelen naar diepere lagen en verdwijnen.

Als uw toekomstige moestuin groot genoeg is kunt u de mest en compost ook door de bovenlaag heen werken met een grondfrees, let hier bij wel op dat u naast de machine loopt en er niet achter, mocht er een steen in de grond zitten die wordt dan met +/- 60 km naar achtere geworpen en als u er dan achterloopt dan heeft u een heel groot probleem.

 

Diepspitten.

 

Diepspitten ( 3 steken diepspitten ) kan nodig zijn om de ondergrond los te maken, zodat de plantwortels diep in de grond kunnen doordringen.

Probeer zodanig te spitten dat de goede tuingrond bovenop blijft liggen, verwissel de gondlagen dus niet.

Een steek schop of spade is in de meeste gevallen het beste gereedschap, maar voor zware kleigrond raad ik u een spitvork ( met 4 platte tanden ) aan te gebruiken, omdat de grond hier minder aan blijft plakken.

 

Noodzaak van bemesting.

 

De bodemtoestand moet in stand worden gehouden en zodanig verbeyerd, vooral wat betreft de structuur, de zuurgraad, het vermogen om voedingsstoffen vast te houden en de activiteiten van het bodemleven.

Uit een grond die bruist van het leven en die voldoende zuurstog bevat zijn planten beter in staat voedingsstoffen op te nemen.

Bemesting is niet alleen noodzakelijk om de toestand van de bodem te verbeteren, maar ook om tekorten aan voedingsstoffen in de bodem op te heffen en de humusvoorraad op peil te houden.van nature komen is de grond talloze voedingsstoffen voor.

Deze stoffen zijn gedeeltelijk opgelost is het bodemvocht en gedeeltelijk vasgehecht aan de klei en humusdeeltjes in de grond.

Dit voedsel is voor planten direct beschikbaar.

Verder ligt er nog een deel van de voedingsstoffen opgeslagen in vaste organische en anorganische verbindingen.

Doordat voedsel wordt opgenomen, maar ook doordat voedingsstoffen vervluchtigen en uitspoelen, kunnen tekorten ontstaan, deze tekorten kunt u aanvullen door de grong te bemesten met organische meststoffen en door groenbemesters te verbouwen.

Ook door het strooien van kunstmest kunt u eventuele voedseltekorten aanvullen.

 

De ligging van de moestuin.

 

Als het grondoppervlak rond het huis nog ingedeeld kan worden, moet u de moestuin op de zonnigste en meest beschutte plaats situeren.

De meeste groentegewassen hebben circa 6 – 8 uur zon per dag nodig.

Verder is het belangrijk dat de moestuin dicht bij huis ligt en goed berijbaar is.

De lol gaat er snel af als u uw felbegeerde worteltjes op een regenachtige dag uitsluitend via gras, borders en weilanden kunt bereiken .

Probeer altijd het meest doorlatende deel van de grond als moestuin te gebruiken.

En u weet inmiddels dat u met behulp van bemesting de vruchtbaarheid van de grond kunt beinvloeden.

( zie ook het vervolg )

20/12/2012 12:51

Reacties (0) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.