Gedichten maken is niet saai. Het biedt je de mogelijkheid om zoiets complex als gevoelens op een wit blaadje weer te geven met slechts een setje van 26 letters! Maar spelen met de Nederlandse taal is ook gewoon leuk.

Ongetwijfeld heb je ooit in de Nederlandse les een gedicht gelezen en misschien ook moeten schrijven. Maar wat maakt een gedicht anders dan een gewone tekst? Hoe begin je eraan? Moet een gedicht rijmen? Gedichten kunnen over de banaalste dingen gaan, die gewoon leuk zijn omdat erin met taal gespeeld wordt, of ze kunnen het equivalent zijn van een hele tanker vol vloeibare emotie. Hier een korte handleiding met een voorbeeld van een banaal gedicht.

Onderwerp

Stel, je moet een gedicht schrijven voor school of je wil een (moeilijke, verborgen) emotie, zoals verliefdheid, angst, blijdschap of kwelling kwijt. Hoe begin je aan een gedicht?
Ten eerste moet je natuurlijk een onderwerp hebben, en dat kan waarlijk over álles gaan. Mijn gedicht gaat over ... verwarming. Een radiator, een chauffage, wat jij wil.

Associëren

Denk nu aan je radiator en laat je fantasie de vrije loop. Schrijf kernwoorden op een kladblad. Voorbeelden: drogende winterkledij, buizen, heet, energiefactuur, huis, kachel, metaal, ... Zoek bij deze woorden nog andere woorden. Bij buizen denk ik aan: loodgieter, tekort, lek, ... en bij kachel denk ik aan: hout, as, vuur, roet, warmte, winter, kerstmis, schoorsteen, haard, ...
Zo, nu kunnen we met deze kernwoorden een bepaald verhaaltje schrijven. Je kan dit doen door het voorwerp op een onverwachte, originele manier te beschrijven of vergelijken met iets anders.

Rijm

Moet een gedicht rijmen? Neen. Het is te zeggen, er moet niet per se eindrijm aanwezig zijn om een goed gedicht te vormen. Er bestaat ook zoiets als binnenrijm. Hiervan zijn er drie vormen. Men kent alliteratie, assonantie en acconsonantie. Beer en bier; beker en beek allitereren bijvoorbeeld, want de beginletters zijn hetzelfde. Dit geeft een leuk effect wanneer je het uitspreekt. Er is ook assonantie, zoals koud en stout. Nu zijn het niet de eerste letters die op elkaar lijken of overeenkomen, maar de klanken. Acconsonantie is assonantie, maar dan niet met klinkers, maar met medeklinkers, zoals gelijk en beleefd.
Verder kan je een gedicht taalkundig nog merkwaardiger maken door tegenstellingen en contrast. Twee woorden die een tegenstrijdige betekenis hebben, worden dicht bijeen geplaatst, zoals in de zinnen: 'de kille kamer wordt stilaan warm' of 'vergeten tegen de muur, maar onmisbaar'.

Creativiteit

Enkele regeltjes bij poëzie: er zijn betrekkelijk weinig regeltjes.
De 'dichterlijke vrijheid' zegt dat je gerust een dialectisch of zelf uitgevonden, creatief woord mag gebruiken. Voorbeeld: een 'cotelet in spe' is een varken.

Regels

Nu je een al dan niet rijmend, kort verhaaltje hebt geschreven, schik je de regels zo, zodat rijmende woorden, zoals 'zijn' en 'schijn' onder elkaar komen. Het splitsen van lange zinnen in regels kan er ook voor zorgen dat de tekst soms een heel andere richting uitgaat dan de lezer denkt wanneer hij aan de eerste regel bezig is. Voorbeeld:

nu een buis
en dan eens een tien

Eerst lijkt de zin ergens naar toe te gaan naar iets over loodgieters of in die aard, maar eigenlijk wordt met 'buis' een tekort bedoeld. (Ik weet niet of men dat in Nederland kent, maar buis is dus een Vlaams woord voor een tekort op schoolresultaten.)

Afwerking

Wanneer je gedicht af is, laat je het enkele dagen rusten, en herlees je het. Voor elk woord probeer je een synonym te vinden dat hier beter past door assonantie of alliteratie, en je hebt vast en zeker een taalkundig pareltje als eindrezultaat. Synoniemen kan je vinden in woordenboeken of internetwoordenboeken. Voorbeeld: de natte doorweekte handschoenen winterwanten.

Mijn gedicht:

De doorweekte winterwanten
van hen die ik verwarm
bedruppen me, ocharm.
Die druppels druppen
door mijn doolhof
van bronzen buizen.
Vergeten tegen de muur,
maar onmisbaar in 't koude uur.

Ik ben waarschijnlijk
wel een dure vogel,
verbruik veel litertjes mazout,
maar 'k ben beter dan de kachel,
'k kuch ban al zijn zwarte roet.
Verschillende vriender ver-
gebruiken gas,
geven wel warmte,
maar gas kost ook.
Dan de haard
geef ik minder rook.
Kies dus voor dure gezelligheid
of gratis grauwe koude.
'k Ben maar van metaal,
niet van goude.
Betaal dus beter de factuur
of je zit in de koude
binnen een uur.

De eig'lijjke ketel
staat in de garage,
ik, ...
ik ben uw chauffage.

---

Gedicht:
Portus Ostiae,
14/01/11
Laatst bijgewerkt op 03/05/11

02/10/2012 07:37

Reacties (1) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
03/07/2012 09:00
Leuk artikel