Schaken - de schaakstukken, de opstelling en korte spelregels

SCHAKEN
de schaakstukken en de opstelling

 

De schaakstukken:

Het schaakspel bestaat uit 16 WITTE en 16 ZWARTE schaakstukken.
Er zijn 6 verschillende types:
 

De koning (1) - De Koningin (1) - De toren (2)
    De loper (2) - Het paard (2) - En pionnen (8)

   

Koning:

De koning mag één veld opschuiven. Hij mag naar voren, achteren, diagonaal en opzij.
De koning mag nooit direct naast de andere koning staan. Er moet altijd een veld tussen blijven.

 

Koningin: (of Dame)

De koningin mag alle kanten op lopen en meer dan een veld verder gaan. Wel altijd in één rechte lijn.
De koningin mag niet over de andere schaakstukken heen springen.


 

 

Toren:

De toren mag alleen rechtdoor lopen.
Dit mag recht naar achteren en recht naar voren of opzij.
De toren mag niet over andere schaakstukken heen springen en kan meer dan een veld verder op een ander veld gaan staan.



Loper:

De loper gaat diagonaal over het bord.
De witte loper staat op een wit veld en de zwarte loper staat op een zwart veld. Zo kan de loper de koning op elke veldkleur aanvallen.
De loper kan ook verder lopen dan een veld.

 

Paard:

Het paard maakt een paardensprong. Hij gaat één veld schuin en dan recht. (dus een opzij - twee naar voren)
Het paard mag als enige over andere schaakstukken heen springen.

 


Pion:

De pion mag maar één kant op: naar voren naar de overkant van het bord. De eerste zet van de pion mag twee velden vooruit zijn. Daarna mag de pion telkens maar één veld naar voren. De pion mag alleen schuin (diagonaal) een schaakstuk verslaan. Als een pion aan de overkant is mag deze omgeruild worden voor een (extra) koningin, toren, loper of paard.

 

Het schaakbord.

Is verdeeld in 8 x 8 velden.


Het bord heeft nummers en letters. Dit is om elk veld een naam te geven.
Het eerste veld links boven heet A1, rechts daarvan heet B1, C1 enz.
Boven A1 staat A2, A3 enz.
De rechterbovenhoek heet dus: H8.
Op de velden bijvoorbeeld vanaf A1 komen de witte schaakstukken.
Aan de andere kant van het bord komen de zwarte stukken.
 

Zo staan de schaakstukken op het bord:
Wit:  
A1 t/m H1  - een toren, paard, loper, dame, koning, loper, paard en toren.
A2 t/m H2  - de witte pionnen
Zwart:
A7 t/m H7  - een toren, paard, loper, dame, koning, loper, paard en toren.
A8 t/m H8  - de zwarte pionnen

De dames (koningin) staan in de beginopstelling altijd op velden van hun eigen kleur staan.

spelregels:
 

Het doel van het spel:

Het is de bedoeling dat de koning van de tegenstander schaakmat wordt gezet.

 

Schaak is dat je met een schaakstuk de koning aanvalt (kunt slaan).
Als de koning schaak staat moet hij zijn plaats veranderen. Dat kan door:
1. de aanvaller te slaan
2. de koning te verplaatsen
3. een ander schaakstuk tussen de aanvaller en de koning te zetten.

 

Schaakmat is dat de koning aangevallen wordt (hij staat schaak) en met de bovengenoemde mogelijkheden kan het niet meer veranderd worden om
‘het schaak’ op te heffen. Het spel is afgelopen. De tegenpartij heeft gewonnen (dus de andere kleur).

28/09/2012 12:11

Reacties (4) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
03/07/2012 09:45
Dank je. Ook ik vond dat de uitleg eenvoudiger moest kunnen. Het klinkt altijd zo ongewikkeld bij schaken.
03/07/2012 09:45
Prima uitleg!
03/07/2012 09:45
Leuke info, ik hou ook enorm van schaken !
03/07/2012 09:45
Leuke info, misschien dat ik zo ook schaken kan leren. Duim en fan erbij.