Een al opgegeven zoektocht, rare dromen, vreemde voorgevoelens en een eerste ontmoeting.

Dromen met een betekenis

Ik word wakker met een raar gevoel in mijn buik. Ik had weer zo’n rare droom. Ik snap nog steeds niet waarom. Na al die jaren nog niet. Op school ziet mijn beste vriendin Noah het meteen aan me. ‘‘Had je weer zo’n vage droom?,,. ‘‘Ja.,, zeg ik kortaf. Samen lopen we het klaslokaal in. Ze begrijpt dat het nu even geen zin heeft om door te vragen. De hele dag ben ik nog chagrijnig. Het ziet er vast grappig uit hoe ik met een zuur gezicht de school doorloop, want iedereen begint te giechelen als ik langsloop.

Als ik thuis kom zie ik mijn moeder over de tafel liggen. Het stuk van haar gezicht dat ik zie, ziet er slecht uit. Ze is spierwit en heeft opgezwollen, rode ogen. Ik ga naast haar zitten en pak haar hand, die voelt koud aan. Ik leg een deken over haar heen en loop de kamer uit. Ik gris mijn fiets van de grond waar ik hem had neergesmeten en race naar mijn atelier. Dat is de enige plek die helemaal van mij is. Daar leef ik me vaak uit op alle doeken en al het papier. Dit keer ben ik dat niet van plan. Ik ga m’n werk bekijken. Soms kan ik wel uren staren naar mijn eigen schilderwerk voordat ik de conclusie trek of ik het mooi of lelijk vind. Dat geeft me een goed gevoel. Ook vandaag zit ik uren te staren naar een van mijn houtskooltekeningen. Zelfs zo lang dat ik in slaap val.

Beelden flitsen door mijn hoofd, een man, heel vaag. Hij wordt steeds meer herkenbaar. Dan verschijnt er een vrouw naast hem. Ik herken m’n moeder in haar. Ik schrik, zou de man naast mijn moeder de man zijn waar ik al mijn hele leven over nadenk? Waar ik samen met mijn moeder al zoveel jaren om heb gehuild? Zou dit hem zijn? Ik schrik wakker en sta op. Ik sluit mijn atelier af en fiets naar huis. Mijn hoofd zit vol. Vol gedachtes. Vol gevoelens. Ik heb nooit naar hem durven vragen. Ik heb altijd gewacht tot mijn moeder over hem begon.

Ik lig in bed. Ik heb naar hem gevraagd bij mijn moeder. Ze werd er emotioneel van. Ook zij had de laatste tijd veel over hem gepiekerd. Ik had een woedeaanval verwacht, die uiteindelijk niet kwam. Ze begreep mijn gevoelens even goed als die van haar. Dat vond ik fijn. We hebben twee uur gepraat. Toen we klaar waren, waren we heel opgelucht. Eindelijk, het was eruit. Toen we naar de tafel keken zagen we daar twee borden met koud eten staan. We schaterden het uit en uiteindelijk hebben we ontdooide poffertjes gegeten. Druk peinzen val ik in slaap.

De beelden beginnen dit keer waar ze gebleven waren. Het herkenbare beeld van mijn moeder en de man. Het beeld wordt steeds scherper en er verschijnt iemand bij. Een kleine, huilende baby in de armen van mijn moeder. Dan gebeurt er iets waar ik niet op had gerekend. De man loopt weg. Het beeld in mijn hoofd volgt de man. Eerst loopt hij nog, maar later begint hij te rennen. Op een gegeven moment herken ik de straten en ons huis. De man stormt het huis binnen, graait een foto van tafel en sprint weer naar buiten. Hij blijft maar rennen en rennen. Straten en huizen flitsen voorbij. De buurt wordt steeds kaler. Hij mindert vaart, steeds meer. Bij een viaduct stopt hij. Hij leunt er tegenaan en hijgt. Na een paar seconden vallen zijn ogen dicht en zakt hij in elkaar. De foto schuift een paar centimeter van zijn hand vandaan.

Ik word wakker, open mijn ogen. Zo ziek als vandaag heb ik me nog nooit gevoeld. Mam komt mijn temperatuur opmeten. Ik heb veertig graden koorts. Als ik mijn deken opensla om mijn mobiel te pakken, zodat ik Noah kan sms-en dat ik niet kom, zie ik een foto liggen. De foto die ik de man in mijn droom zag weggraaien. Ik draai hem om. Daar staat de datum waarop hij is gemaakt. Tien juni 1997. Mijn geboorte datum. Ik zie mijn moeder met een gezicht als een boer met kiespijn in haar bed liggen. Waarschijnlijk is dat vlak voor mijn geboorte. Ik schrik, nu besef ik het pas. Hoe kan die foto hier in mijn bed liggen? Ik snap het, eindelijk. Al die hints, nu de duidelijkste van allemaal en ik snap nu pas echt? Ik krijg een idee, ik sms Noah om te vragen wanneer ze pauze heeft en zeg dat ze dan naar het parkje moet komen.

Om kwart over twee zit ik op het bankje bij de ingang van het parkje. Ik wacht op Noah. Ik ben dik ingepakt in vijf lagen, want ik ben nog steeds ziek. Eindelijk zie ik haar aankomen, vrolijk komt ze op me af gehuppeld. Ik vertel haar het hele verhaal en mijn plan. Na mijn hele verhaal lacht ze en geeft me een knuffel. Ik moet lachen, Noah heeft al twee lesuren gemist, maar het kan haar niets schelen. Die gekke Noah.

Het is tijd, denk ik, ik moet het nu doen. Het is tien juni 2010. Ik ben jarig. Ik heb net een nieuwe fiets gekregen. Ik ben met moeite tussen al het verjaardagsbezoek uit geglipt. Als ik op mijn mooi versierde fiets stap en rustig naar rechts fiets heb ik een goed gevoel. Wat ik nu doe is goed. Ik leg een lange weg af op de fiets, langs allerlei afgelegen paadjes die ik nog nooit eerder had gezien. Toch weet ik precies de weg, ook al hou ik mijn hoofd er niet bij. Als ik bij een viaduct ben, stap ik af. Ik kijk naar de overkant. Ik word overspoeld met gemengde gevoelens. Ik had gelijk. Daar staat de man. ‘‘Pappa!,, roep ik, ik ren naar de overkant en val mijn vader voor het eerst in precies dertien jaar in de armen.
 

28/09/2012 12:07

Reacties (3) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
03/07/2012 08:19
leuk geschreven:)
03/07/2012 08:19
Mooi verhaal.
03/07/2012 08:19
Mooi geschreven, onroerend verhaal!