Zeg nooit nee, zeg ja maar

Door Katcom gepubliceerd op Friday 28 September 12:09

Waarom goede raad niet altijd geapprecieerd wordt. En hoe het anders kan.

Vechten of vluchten als (verbale) defensie

De menselijke geest kent vier primaire activiteiten, alle noodzakelijk voor het overleven van zowel het individu als de soort. Deze vier zijn voeden, voortplanten, vechten, vluchten.
Omdat deze twee impulsen van groot belang zijn in de directe intermenselijke communicatie, beperk ik me hier tot ‘vechten en vluchten’.

In de klassieke literatuur worden deze reflexen meestal, zoniet altijd, gekoppeld aan duidelijk, direct waarneembare, fysieke en letterlijk levensbedreigende aanvallen.

In mijn opinie is dezelfde reflex, op een minder fysieke manier, verantwoordelijk voor de ruis in een heel aantal communicatiesituaties.

Tussendoortje

In zijn eenvoudigste vorm, maar perfect toepasbaar op een directe dialoog, bestaat communicatie uit een zender (iemand die iets zegt) en een ontvanger (iemand die dit hoort, die aangesproken wordt). Helaas wordt de boodschap heel dikwijls vervormt en “hoort” de ontvanger niet wat de zender “zegt”. Dit noemen we ruis.

Ik ben toch niet doof …

Nee. En wanneer je dit letterlijk neemt zullen twee mensen die met elkaar praten inderdaad wel horen wat de ander zegt.
Vervang echter “hoort” door “begrijpt” en “zegt” door “bedoelt”, en de kans is groot dat u nu begrijpend begint te knikken.
Een van de elementen die hiervoor zorgen is nu juist die ‘vecht of vlucht reflex’.

Verbale dreiging?

Bedreiging hoeft immers niet altijd fysiek te zijn.
Bedreiging kan ook (verbaal) extrinsiek zijn, kan bestaan uit een aanval op jouw macht of positie.
Bedreiging kan ook (verbaal) intrinsiek en interpersoonlijk zijn, kan bestaan uit een aanval op jouw wezen, jouw aard. Deze bedreiging hangt nauw samen met, en kan niet bestaan zonder, de angst om afgewezen te worden bij de ontvanger.

Wat doe je er mee?

Wanneer je je van het bovenstaande bewust bent, kan je veel misverstanden voorkomen en tegenstand uit de weg ruimen.
Zorg er met name voor dat je zinnen, vragen of opmerkingen niet bedreigend of aanvallend overkomen.
Wanneer je gesprekspartner zich bedreigd voelt zal hij immers of “vluchten”, zijn aandacht afwenden, of ‘vechten’, dadelijk klaar staan om alles wat jij zegt af te breken of te weerleggen.
In beide gevallen komt er niet veel terecht van een zinvolle communicatie, gaat jouw boodschap verloren en krijg je zeker niet gedaan wat je eigenlijk wilde.

In de praktijk

Situatieschets:

2 vrouwen, oude schoolvriendinnen (of eerder schoolkennissen)
A met een hoge(re) sociale positie, een zelfzekere uitstraling, altijd passende kledij, haar dat nooit uit model raakt en schoenen waarvan de hakken nooit breken of slijten.
B lagere middenklasse, kledij die altijd net iets te groot of te klein is, blouses die uit rokken kruipen,  ze streeft eigenlijk al jaren naar de ‘look’ en de uitstraling van A en voelt zich duidelijk in haar schaduw staan.

A en B ontmoeten elkaar in een neutrale situatie. B heeft net een nieuw pakje gekocht maar draagt dit op een of andere manier ‘fout’ (boord te wijd omgeslagen, hemdje over in plaats van in rok …)

De communicatie – twee mogelijkheden

A “Dag B, een nieuw pakje? Mooi hoor, maar hoe heb je dat nu weer aangedaan, Enfin, je ziet toch dat die blouse in ……..” B voelt zich aangevallen (ze heeft het weer niet goed gedaan), wordt hier niet vrolijker van en gaat zeker niet aanvaarden wat A zegt.

A “Dag B, een nieuw pakje? Mooi hoor, en je draagt het zo leuk. Maar, weet je, mag ik es proberen, misschien is het nog toffer als je die blouse ….” B voelt zich gewaardeerd, geaccepteerd als ‘gelijke’ en zal bijgevolg sterk geneigd zijn om het advies van A te volgen.

Situatieschets:

2 collega’s waarvan de ene (B) echt wel altijd alles fout doet. A is dit echt wel beu en wil verandering.

De communicatie – twee mogelijkheden

A tot B Kan jij die brieven nu nooit eens sorteren? En hoe dikwijls heb ik al gezegd dat je de kasten dicht moet doen? En ……… B voelt zich aangevallen, gaat dadelijk in de verdediging “alsof jij alles goed doet, vorige week hé …” Wat volgt is een eindeloze reeks verwijten heen en weer.

A tot B Tof dat je de brieven hebt opgehaald. Maar, mag ik nu nog iets vragen: zou je die de volgende keer ook willen sorteren? B voelt zich gewaardeerd en wil (dat is nu eenmaal de menselijke natuur) nog beter doen.
De opmerking over de kasten volgt een of twee uur later, volgens dezelfde techniek.

Het voorbeeld uit de titel

“Nee, ik doe dat niet, dat is onmogelijk”
Versus
“Ja, als jij dat wil, maar …………………………..”

 “But Brutus was an honourable man”

Het beste voorbeeld ooit is de grafrede van Marcus Antonius in Shakespeare’s ‘Julius Cesar’, waar Marcus op beschaafde wijze Brutus met de grond gelijk maakt.

In hedendaags taalgebruik zou dit ongeveer zo luiden "De Jos was echt nen toffe gast, natuurlijk ging hij wel eens door het lint, en als hij gedronken had kon je een mep krijgen, maar toch, nen toffe gast. En ik weet ook wel dat het niet zo fris was dat hij altijd je geld stal, maar los daarvan was het echt wel nen toffe gast .... en zo verder ....." 

Reacties (5) 

Voordat je kunt reageren moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
Het verschil tussen constructieve en destructieve communicatie dus. Ik moet wel opmerken dat "ja, maar" wel vaak als betweterig overkomt. Ik weet dat omdat ik het zelf (te) veel gebruik.
Ik zeg NEE maar ik heb je wel een plus gegeven.
Interesssant onderwerp.

Hartelijke groet,
Nonnie
goed geschreven
Mooi geschreven