roken is dodelijk, als je rookt heb je veel meer kans op longkanker

Roken (tabak)
Roken is het door middel van inhaleren nuttigen van de rook van smeulende tabak. Er zijn andere genotmiddelen en drugs die ook gerookt kunnen worden, maar indien er geen verdere aanduiding gegeven is, wordt met "roken" het roken van tabak bedoeld. Roken is schadelijk voor de gezondheid; de rookverslaving die optreedt wordt veroorzaakt door de stof nicotine. Het 'trek' hebben in een sigaret is feitelijk een signaal van het lichaam richting de hersenen dat het lichaam nicotine wil.
Tabak is overal ter wereld vrij verkrijgbaar, hoewel er meestal wel hoge accijns op wordt geheven, en ook anderszins het roken tegenwoordig meestal wordt ontmoedigd. In Nederland gebeurt dit bijvoorbeeld via de Tabakswet die sinds 1 januari 2004 iedere werknemer het recht geeft op een rookvrije werkplek (ook in de horeca). In België gebeurt dit onder andere via een gedeeltelijk rookvrije horeca. Het langverwachte rookverbod in de Nederlandse horeca van 1 juli 2008 was een doorbraak in de strijd tegen longkanker

 

 

Geschiedenis

Voor de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent is het roken van tabak al zeer lang een onderdeel van de cultuur. Van de Maya's is bekend dat ze rond het jaar 500 al rookten. Aan het einde van de 15e eeuw kwam Christoffel Columbus als eerste Westerling in contact met de tabaksplant. Op 6 november 1492 zette hij twee Spanjaarden, Rodrigo de Jerez en Luis de Torres, aan wal op het eiland Guanahana op de Bahama's. Tot hun verbazing zagen zij dat de bewoners van het eiland gedroogde opgerolde kruiden rookten. Vooral De Jerez vond dit een interessant gezicht, en terug in Spanje in zijn geboortestad Ayamonte liep hij ostentatief op straat te roken. Hij werd prompt opgepakt op verdenking van tovenarij. Het duurde zeven jaar voordat hij zijn onschuld kon bewijzen en werd vrijgelaten. Een en ander kon niet voorkomen dat de gewoonte zich sindsdien over Europa en verder over de wereld verspreidde.
Tot het begin van de 20e eeuw waren vooral de sigaar en pijp in zwang. Later werd vooral de sigaret populair; voor de massaproductie ervan is de sinds de industriële revolutie gegroeide tabaksindustrie verantwoordelijk. Tot ca. 1975 beleefde het roken een opmars in allerlei facetten van het openbare leven. Rond 1945 was het een heel normaal en vriendschappelijk gebaar om een 14-jarige jongen een 'sigaret' te presenteren met de vraag "rook jij al?" Bioscopen, bussen, trams en treinen waren voorzien van asbakken. Programma's op televisie werden niet zelden gepresenteerd door een rokende verslaggever. Tot in de jaren 80 stond bij menige kapper en schoonheidssalon een glaasje sigaretten op tafel. Op lagere en middelbare scholen stonden leraren rokend voor de klas; op sommige scholen in het hoger onderwijs rookten ook de studenten tijdens de colleges. Hoogwaardigheidsbekleders lieten zich al rokend interviewen, door shagrokende journalisten. Ook Koningin Juliana kwam regelmatig rokend in beeld. Een rookvrije werkplek was, op kantoren, een grote uitzondering.
Toch werd er al veel eerder gezegd dat roken ongewenst was.
Robert Baden-Powell, de oprichter van scouting, schreef al in 1908 dat een verkenner niet moet roken. Hij schreef: 'Geen enkele jongen begint met roken omdat hij het lekker vindt, maar omdat hij denkt daarmee op een volwassen man te lijken. In werkelijkheid lijkt hij op een lummel.'
Thomas Edison had geen bezwaar tegen pijpen en sigaren, maar sigarettenrokers hoefden bij hem niet te solliciteren.[1]
Onder het nazibewind werd in de jaren dertig in Duitsland en Oostenrijk vanwege de volksgezondheid door de overheid tevergeefs een ontmoedigingsbeleid tegen roken gevoerd. Al in 1929 had de Duitse arts Fritz Lickint al een statistisch verband tussen roken en longkanker gevonden. In 1939 en 1943 publiceerde hij zijn omvangrijke overzicht Tabak und Organismus (1000 bladzijden). Andere Duitse artsen als Franz Hermann Müller uit Keulen vonden een verband tussen tabak en kanker in de mond, lippen, keel en slokdarm.[2]
De spoorwegen waren een opmerkelijke uitzondering: hier waren vanouds aparte compartimenten voor rokers en niet-rokers. In bussen was roken meestal verboden.
Omstreeks 1950 werd door Sir Richard Doll het verband tussen roken en longkanker aangetoond dat al eerder door Duitse onderzoekers was gevonden, maar in het Westen niet bekend was geworden. Veel mensen hadden dit in de oorlog opgelopen door het roken van in krantenpapier gedraaide shaggies en nu kwam er een tegenbeweging op gang. Al in de jaren vijftig ageerde in Nederland dokter Lenze Meinsma van de KWF Kankerbestrijding tegen roken. Pas in 1971 kreeg hij steun van collega-artsen, die eerst allemaal zelf rookten. In de jaren 70 kwam in heel Europa op de verpakking van rookwaren de waarschuwing te staan, dat roken de gezondheid schaadt. De waarschuwingen werden in de loop der jaren steeds explicieter en indringender. Reclame voor tabak werd, stapje voor stapje, verboden. Het roken in bijna alle vliegtuigen werd in de jaren 90 verboden; enkele jaren later volgde een rookverbod in het Nederlandse openbaar vervoer.
Begin 21e eeuw mag tabak in Nederland en België niet meer worden verkocht aan personen onder de 16 jaar, heeft elke werknemer recht op een rookvrije werkplek en zijn alle openbare gebouwen rookvrij. De enige uitzondering is de horeca, waar in België (cafés waar minder dan de helft van de inkomsten ten gevolge zijn van voedsel tenzij er een speciaal ingerichte aparte ruimte is) nog mag worden gerookt. Maar België is hierin een uitzondering: in veel andere Europese landen is het roken in cafés en restaurants inmiddels wettelijk verboden, op straffe van hoge boetes voor zowel de uitbater als de overtreder. Dat is een opmerkelijke verandering, aangezien de horeca vanouds als de plek gold waar roken vanzelfsprekend was.
In Nederland is na vijftig jaar discussie per 1 juli 2008 een definitief rookverbod in uitgaansgelegenheden van kracht. Cafés en restaurants hebben wel de mogelijkheid speciale ruimtes in te richten, zoals een overkapping buiten, met verwarming door warme lucht in de winter. In juli 2010 is het rookverbod weer aangepast door (demissionair) minister Ab Klink (minister van VWS). Hierbij is de wijziging aangebracht dat er in uitgaansgelegenheden zonder personeel toch gerookt mag worden.

 

 

roken en gezondheid

Hoewel roken altijd een verondersteld genotmiddel is geweest, werd het aanvankelijk ook ingezet als geneesmiddel. Het werd aangewend bij verkoudheid, reuma, koorts, slangenbeten, zweren en zelfs syfilis. De eerste alarmseinen tegen tabak dateren uit 1602, in de publicatie "Work for Chimny-Sweepers or A Warning for Tabacconists" van Philaretes over de gevaren van het roken[3]. Ook in onze contreien waren de gevaren van tabak al vroeg bekend. In een document van Sint-Agatha-Berchem uit 1666 wordt beschreven dat de cafébaas Philippus Drogen gestorven is door het overdadig gebruik van tabak en brandewijn[4]. Latere alarmseinen tegen tabak dateren uit 1809, toen de scheikundige Vauquelin waarschuwde dat tabak gif bevat. Een andere reden waarom men tegen het roken kon zijn was de associatie met criminaliteit. Pas toen halverwege de 20e eeuw de eerste ernstige wetenschappelijke rapporten werden gepubliceerd, ontstonden de tegenstanders die zich tegen de sigaret keerden om gezondheidsredenen.
De belangrijkste giftige stoffen in tabaksrook zijn:
teer - veroorzaker van de rokershoest, is carcinogeen
nicotine - een verslavende stof die onder andere hoge bloeddruk veroorzaakt, en beschadiging en vernauwing van de bloedvaten (atherosclerose)
koolmonoxide - zorgt voor een slechtere lichamelijke conditie, beschadigt de vaatwand
stikstofmonoxide (NO) - beschadigt de vaatwand, en zet in de vaatwand een fysiologisch mechanisme in gang dat leidt tot atherosclerose
Tabaksrook bevat nog talloze andere giftige stoffen. Sommige daarvan zijn een gevolg van de wijze waarop de tabak verbouwd is (bestrijdingsmiddelen), andere zitten 'van nature' in de tabaksplant of ontstaan door onvolledige verbranding. Een klein lijstje: nitrosaminen, formaldehyde, arseen (zwaar metaal), cyanide, aceton (nagellakremover), ammoniak, azijnzuur, DDT (een bestrijdingsmiddel), polonium (radioactief element) en benzeenverbindingen. De belangrijkste ziekten die geheel of grotendeels door roken worden veroorzaakt zijn longkanker, COPD en hart- en vaatziekten. Statistische onderzoeken wijzen uit dat roken (direct en indirect) verantwoordelijk is voor een groot aantal sterfgevallen, en de kans op vele ziekten vergroot. Ziekten die door roken worden bevorderd zijn onder meer:
ziekten van hart en bloedvaten (onder andere hartinfarct, angina pectoris, etalagebenen, fenomeen van Raynaud, beroerte (cerebrovasculair accident), boezemfibrilleren (een hartritmestoornis), impotentie en overige atherosclerose). De ziekte van Buerger wordt vrijwel alleen bij rokers gezien.
ziekten van de luchtwegen (bronchitis, COPD, Emfyseem)
aandoeningen in de mondholte (parodontitis) en vrijwel alle soorten kanker (met name mondkanker, keelkanker, longkanker, teelbalkanker; Blaaskanker)
schildklierziekten, onder andere ziekte van Graves
bot-, spier- en gewrichtziekten, onder andere osteoporose (botontkalking) en rugklachten
Vermindering van het denkvermogen [5]
Versnelde verslechtering van het gehoor
Visusverlies door beschadiging van de gele vlek (maculadegeneratie) en blindheid door beschadiging van de bloedvaten in het oog
Licht verhoogde kans op de ziekte van Alzheimer[6].
Een zware roker kan de volgende kenmerken hebben: een veranderde gebitskleur (gele tanden), onfrisse adem, kleurverandering van de handen (vooral de vingers), een verkleurde snor, voortijdige veroudering van de huid (rimpels), verhoogde kans op haaruitval en een minder goede algehele lichamelijke conditie.
Roken is bijzonder gevaarlijk voor het ongeboren kind, en verlaagt de kans op zwangerschap drastisch (onvruchtbaarheid). Roken kan onder andere bijdragen aan: beschadiging van de eicel en zaadcellen, miskraam (kans is 1,5 à 3x zo groot), wiegendood bij baby's, aangeboren afwijkingen, een lager geboortegewicht van pasgeboren baby's, allergische klachten bij kinderen. Ook veroorzaakt roken tijdens de zwangerschap een verhoogde kans op latere gedragsproblemen bij kinderen.

 

 

 

Rokerslongen
Een rokershoest ontstaat als iemand langdurig rookt. De teer die de longen binnenkomt als er een trekje aan een tabaksproduct wordt genomen (bijvoorbeeld een sigaret), zet zich vast op het longweefsel. In de longen bevindt zich een enorm aantal trilhaartjes. Deze trilhaartjes hebben als taak het uit de longen drijven van met afval vervuild slijm. De trilhaartjes worden beschadigd door het teer, zodat de longen niet langer goed kunnen worden gereinigd en het vuil zich ophoopt. Dit vuil moet vervolgens worden uitgehoest - ziedaar de rokershoest.
Nicotine, teer en vele andere stoffen die vrijkomen bij het verbranden van tabak, komen de longen binnen. De agressieve gassen uit tabaksrook dringen door de natuurlijke slijmlaag van de longen heen. Deze stoffen tasten de cellen aan; de cellen sterven af. Gevolg is dat vele witte bloedcellen komen helpen om de cellen weer op te bouwen. Bij mensen die veel roken komen er geen normale cellen terug, maar nemen slijmproducerende cellen de lege plaatsen in. Deze produceren zeer veel slijm, waardoor de vervuiling in de longen meegenomen kan worden. De hoeveelheid slijm is echter te groot voor de trilharen; deze kunnen het niet meer aan en raken verlamd. Ook nicotine zorgt ervoor dat de trilharen verlamd raken.
De trilharen voeren het slijm met vuil niet meer af; ze zijn immers verlamd en doen bijna niks meer. De hoeveelheid slijm kan nu alleen nog maar afgevoerd worden door het hoesten, de 'rokershoest'. Vooral 's ochtends hebben rokers er last van: de trilhaartjes die hun werk nog enigszins hebben kunnen doen zijn erin geslaagd een deel van het slijm naar boven te brengen. Dit slijm is klaar om uitgehoest te worden. Veel rokers zullen daarom ook 's ochtends moeten hoesten, meer dan overdag het geval is. Elke keer dat er gehoest wordt, neemt de elasticiteit van het longweefsel af. Op een gegeven moment is de rek bijna volledig uit het weefsel. Deze ziekte heet COPD en kan ernstig invaliderend zijn wanneer er niet gestopt wordt met roken. De rokerhoest kan ook als afweermechanisme werken. Een deel van de giftige stoffen wordt uitgehoest in plaats van in het lichaam opgenomen, echter weegt dit niet op tegen de schade die al is aangericht en waarschijnlijk nog toeneemt.

 

 

 

begin er dus nooit aan!!

28/09/2012 12:08

Reacties (4) 

Voordat je kunt reagearen moet je aangemeld zijn. Login of maak een gratis account aan.
22/07/2013 05:03
In welk jaar werd roken in de bus verboden?
03/07/2012 08:32
Ik ben overspannen geworden van het stoppen! tjaaaaaaaaaaaaaa..........................................?
Gaat wel weer hoor, dat wel gelukkig!
03/07/2012 08:32
Ik ken iemand, die is 98 jaar oud geworden, rookte al vanaf zijn 12e jaar. Het gaat dus niet voor iedereen op.
03/07/2012 08:32
En rookvlees gaat langer mee.